Wikia


MagiCats is een fanfiction van Gebruiker:Morgenpoot.

Kladversie

Dit is een kladpagina.

PicsArt 07-26-10.26.16

Oorspronkelijke cover gemaakt door Moonkitty. Ik heb wat dingen toegevoegd.

Achterflap

"Moon Twister, jij hebt het lot van Neonpolis in jouw poten. Jij moet ten strijde trekken tegen de Zwartgeklauwden."


Vier dynastieën leven in vrede bij elkaar in de stad Neonpolis, totdat er een bende op het toneel komt: de Zwartgeklauwden.

Moon Twister, een jonge kater uit de Twister-familie, krijgt toevallig de krachten van een vroegere god. Dankzij dit ongeluk is hij voorbestemd om de Zwartgeklauwden te verslaan.

Samen met zijn vriend, Blue, zijn opa, Star, en Silver, een poes waarvoor hij verboden gevoelens heeft, trekt hij eropuit om het kwaad te stoppen. Maar is hij daar wel klaar voor, of stuurt hij zijn reisgenoten nu de dood in?

Dit is het eerste deel in de MagiCats serie: een verhaal over vriendschap, moed, magie en geluk. Een lust voor elke kattenliefhebber!

Mededelingen

Aan de laatste hoofdstukken bezig, na een korte pauze. Ook aan het plannen voor MagiCats 2.

--Morgenpoot (overleg) 15 feb 2019 16:03 (UTC)

De dynastieën

Map (2)

Er zijn vier dynastieën, namelijk de vier elementen: fire, air, water en earth. Die dynastieën zijn weer onderverdeeld in families, die bij elkaar leven. Soms worden katten uit verschillende families partners, dat kan. De katers erven de kracht van hun vader, de poezen die van hun moeder. Dit komt omdat de kracht in dezelfde genen zit als die het geslacht bepalen. Katten van verschillende dynastieën mogen geen jongen met elkaar baren, want als dat gebeurd zijn de stadsbestuurders bang dat de grenzen tussen de dynastieën langzaam zullen vervagen.

Fire-Dynastie

De Fire-katten leven in het zuidoosten van de stad, in de rotsige gronden die vele grotten bieden waarin katten kunnen schuilen. Maar ook een strook bos is opgenomen in hun gebied, voor de Glow- en de Smoke-familie, wiens krachten geen gevaar vormen voor de brandgevaarlijke bomen.

Ze zijn enthousiast, af en toe redelijk naïef en altijd klaar voor actie. Hun vacht is dun, zodat ze tegen de hitte bestand zijn. Ze eten slangen, hagedissen en af en toe ook vleermuizen, die ze vangen in de grotten. Alle families hebben een kenmerkende kracht die te maken heeft met het element Vuur.

Lava-familie

Deze katten beheersen lava, ze kunnen het creëren en het is erg soepel. Een minpuntje: de lava van deze katten is niet blijvend. Het droogt snel op en wordt lavasteen.

Flame-familie

Deze katten hebben als kracht om vuur te creëren. Het is heel moeilijk te leren en niet iedere Flame kan het.

Spark-familie

Deze katten zijn minder sterk. Ze kunnen met vonken dingen in brand zetten.

Smoke-familie

Ze kunnen een rookgordijn maken, zodat ze kunnen vluchten. De rook prikt in je ogen en als je teveel inademt, is dat slecht voor je.

Glow-familie

Voor deze katten moet je uitkijken! Hun lichaamsdelen kunnen ze gloeiend heet maken, raak ze dus niet aan.

Air-Dynastie

De Air-families hebben ieder een kracht die te maken heeft met het element Lucht. Behalve hun elementaire gave, hebben ze ook nog vleugels, die van vorm verschillen per familie. Enkelen hebben ook nog een extra kracht, daarover lees je hieronder bij "Sterrenkijkers". Ze zijn meestal sterk, nadenkend, onzeker en kunnen goede leiders zijn, maar laten de eer meestal over aan de types die zich op de voorgrond dringen. Hiërarchie is heel belangrijk voor hun.

De vachten van Air-katten zijn dik, omdat ze vaak hoog boven de bossen vliegen, waar het erg koud kan zijn. Ze leven in de loofbossen in het zuidwesten van de stad, waar ze hun holen hebben op de open plekken daar. Omdat ze kunnen vliegen, wonen enkelen ook in verlaten vogelnesten. Ze eten af en toe bosprooi (muizen, eekhoorns etc.) maar houden het meestal bij vogels. Het vangen van hun gevleugelde prooien gaat gepaard met indrukwekkende duikvluchten.

Sterrenkijkers

Een aantal katten van deze dynastie beheerst een extra gave. Ze hebben ogen waarmee ze in de ruimte kunnen kijken, daardoor kunnen ze bijvoorbeeld de datum achterhalen. Ook weten ze de posities van de planeten. In elke familie kunnen sterrenkijkers zitten.

Wind-familie

Deze katten beheersen de wind. Ze kunnen windvlagen maken en de windrichting veranderen. Ze hebben vleermuisvleugels en als ze hard daarmee slaan, krijg je windstoten.

Twister-familie

Nee, deze naam komt niet van het welbekende spel. Deze katten kunnen wervelwinden maken die zo krachtig zijn dat iemand blijft rondtollen! Ze hebben onopvallende, bruine zwaluwenvleugels.

Cloud-familie

Deze katten kunnen wolken maken. De familieleden zijn meestal pluizig en wit, dat zit nou eenmaal in de familie. Ze hebben zachte engelen vleugels, die meestal wit van kleur zijn.

Lightning-familie

Ze beheersen de bliksem en kunnen je stroomstoten geven. Ze hebben krachtige adelaarsvleugels.

Misty-familie

Ze beheersen de mist, en kunnen mist ook creëren. Ze hebben prachtige vlindervleugels, die goed opvallen bij hun meestal grijze vacht.

Water-Dynastie

Leden van de Water-Dynastie zijn trouwe, trotse katten met een grote liefde voor hun element: Water. Ze hebben een waterafstotende vacht en eten vooral vis, af en toe ook een salamander, een waterratje of een kikker. Hun woonplaatsen, in het noordoosten van de stad, zijn verschillend: in grotten of nesten langs het water, in beverdammen of bij de Rivier-familie zelfs achter een waterval!

Ze staan bekend om hun zwemkunst en hebben zelfs kleine, onopvallende zwemvliesjes tussen hun poten. Allemaal leven ze bij de rivieren die uitmonden in het Kristallen Meer.

Rain-familie

Deze katten kunnen het (gewone) water creëeren.

Ice-familie

Voor deze familie moet je uitkijken! Ze kunnen de grond bevriezen en je zo laten vallen. Bovendien kunnen ze jou ook bevriezen, deze betovering houdt maar heel even stand. Toch hebben de meeste Ices dan wel tijd om te vluchten...

Ocean-familie

Deze katten kunnen zout water over je heen sproeien, dat is heel goor en irritant. Ook laten ze metaal snel roesten, daarom zijn ze vijanden van de Metal-familie.

Wave-familie

Ze kunnen water beheersen, maar niet creëren.

River-familie

Ze kunnen op water lopen.

Earth-Dynastie

Toen de Dynastieën ontstonden, leek het wel alsof de Earth-katten werden overgeslagen. Air-katten kregen vleugels, Water-katten kleine zwemvliesjes en zelfs de Fire-katten kregen een dunnere vacht om tegen de hitte te kunnen. Earth-katten hebben geen specifiek lichamelijk kenmerk, gewoon lekker standaard. Ze wonen in het noordwesten van de stad.

Ze zijn nuchter, kunnen altijd helder nadenken en het zijn geboren leiders. De generaals in de grote oorlogen van vroeger waren bijna altijd Earth-katten en daar zijn ze dan ook trots op, al zouden ze nooit beweren de belangrijkste Dynastie te zijn. Ze leven in nesten of ondergronds, en zijn dan ook echte bouwmeesters.

Plant-familie

Ze kunnen lianen om je heen wikkelen of planten laten groeien.

Sand-familie

Deze katten kunnen je bedelven met zand, dat is vervelend omdat het allemaal in je mond, neus en ogen komt te zitten.

Clay-familie

Ze kunnen plakkerige klei creëren, daarmee maken ze soms ook kunstwerken. Voor de Clay-familie is Nevon belangrijker dan voor de meeste families.

Rock-familie

Ze kunnen rotsen creëren en beheersen, ook kunnen ze kleine aardbevingen veroorzaken of spleten in de aardkorst.

Metal-familie

Via een eeuwenoude formule kunnen ze dingen of soms zelfs katten in metaal veranderen. De formule houdt meestal maar een paar seconden stand, maar als je pech hebt tref je een sterke Metal: die kan je wel voor een hele middag betoverd maken.

De betovering kan door niemand ongedaan worden gemaakt, behalve door de Ocean-familie, die het metaal laat roesten.

Strijdliederen

Iedere familie heeft een eigen strijdlied, katten moeten deze als kitten al uit hun hoofd leren. Tijdens toernooien of ceremonies zingen ze deze vaak.

Air-Dynastie

Lightning-familie:

Bliksem, dat zit in ons bloed,

Onze kracht en onze moed,

Zullen zorgen dat wij winnen,

Een nieuw tijdperk zal beginnen,

Wij ontwijken nooit een strijd,

Want we winnen toch altijd,

Wij, de Lightnings, zweren trouw

Aan de beste familie, miauw

Twister-familie:

Wij zijn strijders, stuk voor stuk

Hoor je bij ons, dan heb je geluk

Sterkste katten van 't heelal

Van de wereld, in ieder geval

Moge Soren ons beschermen

En zich over ons ontfermen

Wij, de Twisters, zijn allemaal

Moedig, krachtig en loyaal

Dit is het einde van ons lied

Vrees onze kracht en vergeet ons niet

Cloud-familie:

Voel maar eens aan onze vacht

Wit en donzig ja zo zacht

Maar laat schijn je niet bedriegen

Wij gaan niet tegen jou liegen

Onze vacht geeft niet veel angst

Maar wij lachen straks het langst

Al zijn wij misschien niet heel sterk

Onze klauwen doen het werk

Dus, jij vijand, wees dan wijs:

Bij een ruzie is dit de prijs

Fire-Dynastie

Spark-familie:

Vuur, dat brandt in onze harten

Nee, je moet ons echt niet tarten

Onze kracht is ongekend

Zorg dat je geen vijand bent

Anders wacht jou gauw de dood

Ja, jouw lot ligt in mijn poot

Vera, redt ons van gevaren

Breng ons vuur niet tot bedaren

Vuur dat geeft ons oppermacht

Vuur dat zorgt voor onze kracht

Sparks, ja, Sparks, ja dat zijn wij

En dit lied is nu voorbij

Water-Dynastie

Rain-familie: Binnenkort!

River-familie

Water dondert naar beneden

Ja wij hebben veel gestreden

Onze klauwen in hun vacht

De vijand worstelt onder onze kracht

We wonen achter de waterval,

Maar wij komen overal

In heel de stad zijn wij bekend

Onze macht is ongekend

Zwem niet met de stroming mee

Want elke River telt voor twee!

Ocean-familie:

Eeuwig water

Bron van leven

Sterke stroom

En golf doet beven

Rijzend

Dalend

Altijd daar

Op het ritme van de maan

Zullen wij komen

En ook weer gaan

Maar onverslagen

Onvermoeid

Onverbiddelijk

Onvervloeid

Ons gezicht is tweezijdig

Ons wezen altijd daar

Wij hebben jullie niet nodig

Wij zijn sterker dan jullie allen bij elkaar.

Earth-Dynastie

Clay-familie:

Sterke katten dat zijn wij,

Pas maar op voor onze klei,

Kracht en trouw zit in ons bloed,

Wij zijn vechters met veel moed,

Nevon die geeft ons de kunst,

We maken het voor je, dat is een gunst,

Beste katten, pas maar op,

Want wij staan weer aan de top,

Kom je aan onze plakkerige klei,

Dan is de oorlog nog niet voorbij!

Metal-familie:

Rozen van koper

Bladeren van goud

Paden van zilver

Waar Juro van houdt.

Ondoordringbare holen

Van ijzer en lood

Een aanraking zo krachtig

Dat wij haaaar niet vrezen; de Dood.

Wees ons vijandig

En zie al daar

De metalen der aarde

Diep in het lichaam

van je geliefde daar.

EpiCats

Dit zijn superkrachtige katten, ze worden gezien als de goden van de MagiCats. Ze hebben ieder een andere kleur en bij elke God hoort een planeet.

Ura; Godin van het Water, godin van de moed. Beschermheilige van de Water-Dynastie. Ze is een blauwe poes en woont volgens de legendes op de planeet Uranus.

Vera; Godin van het Vuur en van de liefde. Beschermster van de Fire-Dynastie. Ze is een mooie, oranje poes en volgens de legendes woont ze op Venus.

Pjotr; God van het Steen, god van de snelheid. Hij heeft humor en is de jongste der goden. Hij woont volgens de legendes op Pluto en oogt nog als een kitten, maar in werkelijkheid is hij al eeuwen oud. Hij heeft een zwarte vacht.

Juro; God van de Aarde, god van de wijsheid. Hij is de wijste en de oudste van de goden en is de beschermgod van de Earth-Dynastie. Volgens de legendes woont hij op de grootste planeet: Jupiter. Zijn vacht is bruin met mosgroene tinten.

Soren; God van de Lucht en van het ijs. Beschermheilige van de Air-Dynastie. Volgens de legendes woont hij op Saturnus. Sommigen noemen hem ook wel "koning winter". Hij is wit met heldere, blauwe ogen. Vroeger was hij doof, maar sinds hij een god is niet meer. Hij heeft zilveren Pegasus-vleugels.

Meteor; God van de Seizoenen, god van de verandering. Elke keer dat er een nieuw seizoen begint, wordt ter ere van hem een groot feest gehouden. Zijn vacht verschilt per seizoen. In de lente is hij lichtroze of lichtgroen, in de zomer vaak geel, in de herfst onopvallend bruin en in de winter wit. Volgens de legendes woont hij op Mercurius.

Maro; God van de Strijd en de strategie. MagiCats bidden tot hem tijdens gevechten. Hij heeft een rode pels met tinten oranje en geel. Ooit had hij een tweelingbroer genaamd Astar, maar die is overleden in de strijd tegen de Demonen. Volgens de legendes woont hij op Mars.

Nevon; God van de Muziek en de kunst. Hij is paars en steeds als hij langsloopt, klinkt er prachtige muziek. Volgens de legendes woont hij op Neptunus.

Prologue

‘Het is niet fijn om een Twister te zijn!’ hoont Light terwijl hij zijn poot strak op mijn buik geklemd houdt.

De tranen branden in mijn ogen, maar ik zeg tegen mezelf dat ik hier niet kan staan janken met Light erbij.

‘Stomme kat!’ roep ik en koortsachtig probeer ik een manier te vinden hoe ik hieruit kan ontsnappen.

‘Ben je bang?’ vraagt de witte kater met een poeslief stemmetje. ‘Oh, sorry, dat was niet mijn bedoeling!’

Met een gemene grijns haalt hij zijn nagels tevoorschijn en een klein straaltje bloed komt uit mijn zij tevoorschijn.

‘Je sarcasme is geweldig’, mompel ik en probeer me op mijn rug te rollen.

‘Doe niet zo stom, de Twisters zijn dom’, gaat hij verder.

Ik voel woede opkomen.

Waarom moeten die pesterijen ook altijd op mij gericht zijn…

Light miauwt een keer, en daarna heft hij zijn kop op en geeft een schreeuw.

Uit de schaduwen van het bos komen een aantal katten, allemaal van de Lightning-familie.

‘Oh, een Twistertje!’ roept één van hen opgewonden uit.

Nu spring ik op.

‘Ik ben geen TwisterTJE, ik ben een Twister en daar ben ik trots op!’ huil ik.

Meteen sla ik mijn klauwen in Lights neus.

‘Dat zet ik je betaald’, gromt hij en zijn vrienden duiken naar voren.

Met een zucht van verlichting voel ik dat mijn poten vrij zijn, dat Light me niet langer tegen de grond gedrukt houdt.

Ik draai me om en maak een draaiende beweging, alsof ik mijn staart achterna zou zitten.

‘Wegwezen!’ gilt één van de Lightnings en laat weer de roep horen: een miauw en vervolgens een schreeuw.

Hij rent weg en de rest volgt hem.

Hun leider, Light, volgt als laatste.

Boven mij is ondertussen een soort spiraal ontstaan, en bladeren vliegen door de lucht door de aantrekkingskracht.

De spiraal veranderd geleidelijk in een kleine wervelwind, en ik blaas. Meteen stopt de tornado met ronddraaien.

Vol wraaklust loop ik weg.

De lafaards. Ze zorgen ervoor dat je je krachten niet kan gebruiken, en zodra je niet meer machteloos bent, vluchten ze.

De windhoos is nu verdwenen en ik blijf maar denken aan de pestkoppen.

Stomme Lightnings.

Chapter 1

Oh, ik besef net dat ik me nog niet heb voorgesteld. Dat is onbeleefd van me, sorry.

Ik ben Moon Twister uit de Twister-familie. Ik ben voor een deel een siamese kat en heb witte zwaluwenvleugels.

Tevens ben ik ook één van de Sterrenkijkers, net zoals mijn opa. Daar ben ik trots op, en ik snap ook niet waarom de Lightnings mij altijd als doelwit willen hebben.

Zo zwak ben ik toch niet? Ach, wie hou ik voor de gek, zo zwak ben ik helaas wel.

Ik kom binnen in mijn geboortehol en de lucht vult zich met heerlijke aroma's van muis en vooral vogel.

'Moon!' roept mijn moeder geschokt uit. 'Je bloedt!'

Snel begint ze mijn zij te likken en ik besef me dat ik had beloofd om iets mee te brengen voor het eten. Oeps.

'Hij is verslagen door zijn prooi!' lacht Lily, mijn zusje. Ik heb twee nestgenoten (niet dat ik daar blij mee ben ofzo), Dream en Lily.

Er is namelijk een klein probleempje: ze horen bij de Lightnings.

Dat zit zo: mijn moeder heet Vaya Lightning, mijn vader is Kay Twister. En de genen die ons onze magische krachten geven, en die dus bepalen bij welke familie je hoort, zitten vermengd met de genen die je geslacht bepalen. Ik ben geen medicus, dit is enkel wat ik ervan weet.

Hoe dan ook, mijn zusjes hebben dus de kracht van mijn moeder geërfd en ik van mijn vader. Ze gaan dan ook vaak naar bijeenkomsten in het gebied van de Lightnings en zodra mijn zusjes oud genoeg zijn, gaan ze daar ook wonen, samen met mijn moeder.

'Hey, Moon!' onderbreekt mijn moeder mijn gedachten.

Ze wenkt me naar een ander deel van het hol, de plek waar mijn ouders eigenlijk slapen.

'Het waren toch niet weer...' zucht ze.

'Ja, het waren de Lightnings!' snauw ik.

Vaya gromt even en zegt dan:

'Oké, ik zal proberen om met de Lightnings te praten. Maar je weet dat dit mijn reputatie niet goed doet, ik ben zelf een Lightning. Dus ik hoor op te komen voor mijn familie! Het familiehoofd heeft me al vaak genoeg gezegd dat ik meer op een Twister lijk... Snap je? Als ik en je zusjes daar komen wonen, wil ik niet dat ze ons zien als Twisters, maar als echte familieleden.'

Ze slaat haar krachtige adelaarsvleugels om me heen.

'Kop op, Moon. Zie niets beschamends in jouw familie. Ik ben oprecht trots dat ik partners ben met een Twister en dat ik deel van deze familie heb mogen uitmaken.'

De tranen branden in mijn ogen. Pap zal me vast een lafaard vinden, omdat ik die Lightnings niet kan overwinnen...

'Kom', miauwt Vaya, 'we gaan eten. Dream heeft een ekster gevangen, en Lily twee musjes.'

'Wanneer komt pap?' vraag ik met een schuin oog op de ingang van het hol gericht.

'Oh, die is in het centrum', mompelt mijn moeder terwijl ze kwaad naar Lily en Dream kijkt, die vliegtikkertje spelen. De ruimte is zo krap dat Lily een ekster van zijn plaats stoot.

'Meiden, hebben jullie zin in aarde in je eten? Nee? Houdt dan maar op met dat wilde gespeel.'

Braaf stoppen de twee hun vleugels achter hun rug.

'We deden helemaal niets mam, het was de wind', piept Dream onschuldig.

Ach ja, ze komen er toch altijd onderuit. Ik heb het geen zin om nog langer bij Lily en Dream te zijn, maar gelukkig weet ik wel een plek waar ik ongestoord kan zijn.

'Ik ben naar de Sterrenwacht!' grom ik en schiet het hol uit.

Eindelijk weg bij die stomme grieten.

Chapter 2

Kijk, dit is nou de plek waar ik me het meest op m'n gemak voel: De Sterrenwacht.

Slechts weinig katten van de Air-Dynastie hebben de kans gekregen om deze geweldige gave te beheersen en een Sterrenkijker te zijn. Ik heb het geërfd van mijn opa, maar voor de rest heeft niemand van het gezin de kracht.

Ik weet nog hoe we er bij mij achter zijn gekomen. Wat? Wil je het weten? Oké, dan zal ik het je vertellen...

Het was op een mooie avond, en de Sterrenkijkers hadden voorspeld dat er die nacht een supernova plaats zou vinden. Dat is het moment dat een ster dood gaat en dat er een zwart gat ontstaat. Mijn opa vertelde er enthousiast over: 'We gaan met het complete team van Sterrenkijkers de supernova zien, hij is dichtbij genoeg!' Ik was toen nog een kitten, en merkte op dat mijn vader en moeder heel jaloers keken. Ik wist toen der tijd natuurlijk niet dat mijn opa één van de weinige Sterrenkijkers was. Dus die avond was ik buiten, en slaakte opeens een opgewonden kreet. Mijn moeder kwam haastig naar buiten. 'Kijk, een ontploffing! Allemaal paarse rook!' had ik geroepen. Mijn moeder wist toen meteen dat haar zoon, haar eigen zoon, een Sterrenkijker was. Helemaal opgewonden had ze het aan mijn opa verteld, en toen moest ik allemaal testen doen om te zien of ik de gave had. Ik doorstond ze allemaal en vanaf dat moment was ik een Sterrenkijker.

Ik glimlach bij de herinnering. Dat was een moment dat mijn ouders echt trots op me waren, ze dachten dat ik een grote toekomst zou krijgen, blabla.

Nu piepen ze wel anders, maar ja. Ik ben en blijf een Sterrenkijker.

'Moon!' roept mijn opa.

Hij was ongeveer vier seizoenen oud toen hij kittens kreeg, onder andere mijn vader, dus hij is nog redelijk jong.

'Fijn dat je bent gekomen', miauwt hij.

Kijk, dat is nou mijn opa. Hij merkt niet op: "Je hebt bloed" of "waarom ben je zo laat?", nee, hij snapt het.

Kijk, mijn opa is ook geen fan van de Lightnings, dat komt omdat hij ooit een toernooi van ze heeft verloren. Je mocht daarbij je magische krachten niet gebruiken, maar de Lightnings deelden subtiele, maar pijnlijke schokjes uit en wonnen.

Dat is nou het nadeel van de Twister-familie; je kan niet stiekem een wervelwind creëren. Het valt veel teveel op.

Ik geef mijn opa, wiens naam trouwens Star is, een kopje.

'Kijk, kijk, wie hebben we daar?' miauwt een stem.

Ik herken één van de handlangers van Light, en volgens mij was hij er vanochtend ook bij.

Ik werp hem een vernietigende blik toe en loop met mijn opa mee.

Chapter 3

Het is laat in de avond als de leider van de Sterrenwacht, Iron Wind, de katten bijeen roept.

'Beste Sterrenkijkers', begint hij, 'ik ben blij jullie te kunnen mededelen dat er een nieuw lid van onze wacht is ontdekt. Hij is van de Lightnings en hij heet Blue.'

Nadat de pestkop naar voren stapt, kan ik hem beter zien. Hij was één van de Lightnings die een beetje achteraan de menigte stond.

'Een meelopertje', mompel ik binnensmonds.

'Welkom, Blue Lightning, bij de Sterrenkijkers!' roept Iron uit.

De blauwgrijze kater kijkt een beetje nerveus om zich heen en zegt dan:

'Bedankt, eh... Het-het is een eer.'

Één onbewaakt ogenblik denk ik: hij lijkt me best aardig!

Maar daarna voel ik de snee in mijn zij weer steken, en ik weet zeker dat ik nooit, maar dan ook nooit, vrienden kan worden met iemand die Light Lightning, de beruchtste pestkop van de Air-Dynastie, steunt.

'Laten we nu bidden tot Soren, god van de Lucht', miauwt Iron en sluit zijn ogen. De rest volgt zijn voorbeeld.

'Soren, god van Lucht, geef ons een heldere nacht. Waak met uwe poten over onze wereld', prevelt hij.

'Onze wereld', herhaalt de rest. Daarna doe ik mijn ogen open.

Iron komt op me af.

'Jij en Blue zijn ongeveer dezelfde leeftijd', merkt hij op.

'Ik wil dat je hem rondleidt hier. Laat hem in ieder geval de kaart zien. Als er nog tijd over is, kunnen jullie samen wat leuks gaan doen. Oké?'

Tegen de oude, wijze leider wil ik niet protesteren, dus ik knik maar.

'Ja, Iron Wind.'

'Mooi zo', snort hij en loopt weg naar mijn opa.

Oké. Fijn. Nu moet ik een Lightning rond gaan leiden.

Ik zie hoe Iron Blue wenkt, even uitlegt wat de bedoeling is en daarna weer verder praat met Star.

De kater rent mijn kant op.

'Zozo, dus jij bent een Sterrenkijker!' roept hij enthousiast uit. Tot mijn verbazing zie ik ontzag in zijn ogen, en zelfs een beetje medelijden.

'Ja', grom ik, 'en jij hoort bij de Lightnings. Dus verwacht niet dat ik vrienden met je wordt.'

Ik werp hem een allerminst vriendelijke blik toe en loop weg, terwijl Blue Lightning me volgt.

Chapter 4

Ik beslis om eerst naar de kaart toe te gaan. Toen ik hier voor het eerst was, vond ik dat het mooiste.

'Hierheen', zeg ik en wijs naar een grote grot. Ik voel dat mijn haren overeind staan van de sterke wind die er waait.

Blue stapt als eerste naar binnen en moet zich meteen schrap zetten.

'Ik waai weg als een blaadje in een herfststorm!' gilt hij terwijl hij wanhopig probeert de uitgang te bereiken.

Ik zwiep met mijn staart en geleidelijk aan wordt de wind minder.

Nu dat gestopt is, kunnen we aandacht besteden aan wat er echt toe doet: de kaart van ons melkwegstelsel.

'Wow', fluistert Blue.

Ik moet toegeven dat ik ook onder de indruk ben, elke keer dat ik hier kom.

Oh ja, jij wilt natuurlijk ook weten hoe de kaart eruit ziet. Het is geen suffe zandvlakte met wat cirkeltjes erop getekend, nee, het is een 3D-kaart.

'Dat is de zon, toch?' vraagt Blue Lightning terwijl hij met zijn mooie adelaarsvleugel wijst op een enorme bal van vuur.

'Ja', miauw ik, 'dat is de ster waar alles omheen draait. De Flame-familie heeft hem voor ons gemaakt. De spiraal eromheen, die zorgt dat alle planeten eromheen draaien, is gemaakt door mijn opa: Star Twister.'

'Is dat die kat die met Iron Wind aan het praten was?' mompelt hij.

'Ja', zeg ik, 'en hij heeft een net zo'n grote hekel aan Lightnings als ik.'

Gekwetst ontwijkt Blue mijn blik. Ik stoor me er niet aan en ga gewoon door met vertellen.

'Die bol daar heeft de Rock-familie ons geschonken. Het is Mercurius, thuisplaneet van Meteor. De god van de seizoenen en de verandering. De volgende planeet is ons weer geschonken door de Flame-familie, hij is compleet van vuur gemaakt.'

Ik wijs met mijn staart naar Venus.

'Daar woont Vera, godin van het vuur en de liefde.'

Hij knikt en schijnt het wel interessant te vinden.

'En dat daar is onze aarde. Ze is...'

Blue onderbreekt me.

'Wat? Dat kan onze aarde niet zijn? Dat is meer water dat land!'

'Die Lightnings denken ook altijd dat ze het beter weten!' grom ik en meteen is de blauwgrijze kater stil.

'Wat heb jij toch tegen mijn familie? Nou? Nu wil ik het weten ook!' schreeuwt hij.

'Ja, ik heb wat tegen pestkoppen', snauw ik terug.

'Zoals Light Lightning?' vraagt hij.

Ik knik.

'Ja, en ik heb wat tegen meelopertjes', miauw ik simpelweg.

'Kan ik er wat aan doen', roept Blue uit, 'Light is mijn broer!'

Chapter 5

Ik knipper verbaasd met mijn ogen, en meteen zie ik gelijkenissen tussen de twee. Hun vacht is dan wel anders, maar hun lichaamsbouw komt precies overeen.

'Light is populair, hè?' zucht ik.

Plotseling begin ik iets van sympathie te voelen voor Blue. Hoe zal het zijn om altijd maar in de schaduw van je broer te moeten staan?

Hij knikt.

'Ja, alle poezen zijn op hem verliefd, alle kittens willen net zo worden als hij...'

'...en alle jonge katten volgen hem', vul ik aan. 'Zo ook jij.'

Blue haalt zijn schouders op.

'Wat moet ik anders doen? Kom, vertel meer over de planeten.'

Ik merk dat hij het niet fijn schijnt te vinden om erover te praten, en dat hij zich schuldig voelt dat hij dingen met me besproken heeft die alleen de Lightnings aangaan. Toch denk ik dat het ook wel oplucht om je zorgen eens met iemand te delen.

'Oké', miauw ik, 'we waren gebleven bij de aarde. De Rain-familie heeft die voor ons gemaakt, en er zitten stukken mos in die staan voor het land waarop wij leven.'

'Ik snap het nog steeds niet!' zegt hij hoofdschuddend. 'Hoe kan de aarde uit zoveel water bestaan?'

'Er zijn reizigers', leg ik uit, 'die beweren enorme meren te hebben gezien, zo groot dat het zich tot aan de horizon uitstrekt. Er is nergens een oever te bekennen. Ze noemen die plek de oceaan.'

'Dat doet me denken aan de Ocean-familie!' lacht Blue.

'Ja, de geruchten gaan dat de Ocean-familie zijn krachten aan de oceanen te danken heeft. Men zegt namelijk dat de oceanen zout water bevatten.'

Met grote ogen luistert hij naar het vervolg van mijn verhaal.

'Ooit was er ook een god die op aarde woonde, Astar, de god van het Licht en de Vrede. Hij was de tweelingbroer van Maro, god van Strijd en Strategie, maar Astar stierf in de strijd tegen de Demonen. De legende gaat dat zijn bloed in de aarde gedruppeld is, en dat de kat die de plek vindt waar hij is gestorven, de krachten van Astar zal overnemen.'

'Die planeet rechts naast de aarde is toch Mars, de plek waar Maro woont?' vraagt Blue.

Ik knik en krijg opeens het idee om hem een beetje te plagen...

'Ja, deze miniatuurversie van Mars is ons geschonken door de Clay-familie. Ze hebben hem rood geverfd met bloed.'

De blauwgrijze kater spert zijn ogen wijd open, blijkbaar gelooft hij het. Ik zet mijn meest serieuze gezicht op en ga verder:

'Die enorme planeet die nu voorbij komt vliegen is Jupiter, waar Juro woont, god van de Aarde en de Wijsheid. Hij is gemaakt door de Rock-familie. En die daar, met die ring eromheen, heeft de Ice-familie ons gegeven. De ring eromheen is ook door hen gemaakt.'

'Hier woont Soren!' roept Blue uit. 'De god van de Lucht en de Beschermer van de Air-Dynastie.'

'Uranus en Neptunus zijn gemaakt door de Rain-familie, en daar wonen Ura en Nevon. De laatste planeet is Pluto, en die hebben de Sterrenkijkers zelf gevonden in een grot. Een mooie, ruwe, zwarte steen.'

'Nu weet ik veel meer over de planeten', miauwt Blue. Hij knikt me beleefd toe.

Daarna loopt hij weg en beslis ik dat het ook voor mij tijd is om naar huis te gaan. Ik stamp met mijn poot op de grond en vlieg weg, terwijl ik voel hoe de spiraal weer aan me begint te trekken.

Chapter 6

Ik vlieg door de lucht, de volle maan staat aan de hemel.

Duizenden sterren flikkeren boven mijn kop en ik zie een rode planeet in de verte. Mars, sowieso.

Ik zou willen dat ik zelf naar de ruimte kon. Dan zou ik kunnen kijken of de aarde echt uit meer water dan land bestaat, dan zou ik Soren kunnen ontmoeten...

Helaas weet ik dat het onmogelijk is. Ik vind het al heel wat dat katten van de Air-Dynastie kunnen vliegen.

Mijn opa is nog op de Sterrenwacht. Toen ik wegging was hij nog aan het praten met Iron Wind. Had ik al verteld dat hij een kletskat is? Nou, bij dezen: hij is een kletskat. Dus ik verwacht niet dat hij voor middernacht thuiskomt.

Ik houd mijn vleugels nu stil, en zo zweef ik langzaam naar beneden. Onder mij is het Lightning-gebied. Verbeeld ik het me nou, of staan alle katten van de familie bij elkaar?

Dankzij mijn goede ogen kan ik alles op afstand volgen. Mijn nieuwsgierigheid trekt aan me en ik ga in een boom zitten.

Al snel schalt de stem van het familiehoofd van de Lightnings door het bos.

'Beste katten, wij zijn allen bijeen gekomen voor de ceremonie van Light, Blue en Cora Lightning. Ze zijn vandaag precies één zonneronde oud.'

Voor als je niet weet wat dat is, een zonneronde telt vier seizoenen. In die tijd draait de zon rond de aarde. In elke familie van Neonpolis is dit een heel belangrijke leeftijd, want dan ben je officieel geen kitten meer, maar een kat.

'Als eerste zullen wij offers in het vuur gooien. Wij danken de Flame-familie', hij geeft een knikje naar drie katten vooraan in de menigte, 'dat ze hierheen wilden komen om het vuur aan te steken.'

Alle katten die geen taak hebben tijdens de plechtigheid, sluiten nu hun ogen en prevelen een gebed.

'Als eerste zal de vader van de drieling een offer schenken aan Soren. Moge hij met zijn vleugels over ons waken, en moge hij op Saturnus zien hoe deze katten opgroeien.'

De vaderkat gooit een kraai in het vuur en loopt terug naar zijn plek.

'Daarna hun moeder, die een offer zal geven voor Vera. Vera, geef hen het vuur vanbinnen, en begeleid hen op hun liefdespad.'

Bij het derde en laatste offer sper ik mijn ogen wijd open.

'Vaya Lightning heeft aangeboden om het derde offer te schenken', miauwt de leider.

Mijn moeder! Mijn moeder is bij deze bijeenkomst! Zijn mijn zusjes er dan ook?

Ergens middenin de menigte lijk ik ze te zien, maar er staat zoveel katten voor, dat ik het niet zeker weet.

Mijn moeder heeft een buizerd in haar bek en sleept hem over de grond mee.

Ik ben onder de indruk: een buizerd! Een enorme roofvogel! Ze heeft blijkbaar echt haar best gedaan op deze vangst. Waarschijnlijk om een wit voetje te halen bij de Lightnings.

'Prachtig offer', complimenteert het familiehoofd mijn moeder.

'Dankuwel, Anthony', spint ze terwijl ze haar vangst verbrandt.

'Maro, god van strijd en strategie, sta hun bij in het gevecht en op het oorlogspad', zegt hij.

Mijn moeder loopt terug en ik voel me enigszins gekwetst. Waarom heeft ze niet gezegd dat ze naar die bijeenkomst ging?

'Dan, als laatste onderdeel van de ceremonie, zullen wij ons trotse familielied zingen', miauwt Anthony.

Het gezang begint meteen.

Bliksem, dat zit in ons bloed

Ik weet niet hoe snel ik weg moet wezen. Ze zingen zo vals!

Chapter 7

De volgende morgen sta ik al bij zonsopgang op. Normaal ben ik een uitslaper, maar vandaag heb ik (voor het eerst in dagen) zin in de dag. Misschien omdat ik een vriend heb gevonden in Blue, tenminste, dat denk ik.

'Zozo, jij bent een vroege vogel!' lacht mijn vader, die zichzelf aan het likken is.

'Ik heb dan wel vleugels, maar dat betekent niet dat ik een vogel ben', merk ik droog op.

Mijn opa komt net terug van de jacht, en hij heeft blijkbaar succes gehad. Drie redelijk grote mussen bungelen uit zijn bek.

'Ah die Moon!' miauwt hij en laat zijn vangst vallen. Ik weet niet, maar het klinkt minder vrolijk dan dat ik van hem gewend ben.

Ook mijn vader doet zijn best om er blij uit te zien, maar ik weet gewoon dat er iets mis is. Ik ken de Twister-kant van ons gezin te goed.

'Er is iets, hè?' vraag ik met een opgetrokken wenkbrauw.

Mijn vader schudt zijn kop en zegt: 'Niets waar jij je druk om moet maken. Dit is iets voor volwassen katten.'

'Jongen, doe niet zo flauw!' zucht opa Star. 'Hij heeft zijn ceremonie al gehad, dus in principe is hij geen kitten meer.'

'Pa, ik beslis zelf wat ik mijn zoon vertel en wat niet', gromt Kay Twister, die nu echt chagrijnig lijkt te worden.

'Laten we alvast naar de Sterrenwacht gaan', knipoogt Star en ik glimlach.

'Ja, dat is een goed idee.'

Mijn vader kijkt nu woedend.

'Oh nee pa, als je dat maar laat!'

Met een triomfantelijke grijns miauwt mijn opa: 'Jij bent geen Sterrenkijker, lieve zoon, dus wat daar besproken wordt gaat jou niks aan.'

Boos geeft mijn vader het op en begint één van de mussen te verorberen, terwijl Star Twister en ik op weg gaan naar de Sterrenwacht.

Midden in het bos stopt mijn grootvader en zegt: 'De Zwartgeklauwden hebben het gebied van de Cloud-familie aangevallen en daar prooi gestolen.'

Ik kijk verbaasd naar hem.

'Eh... De Zwartgeklauwden? Wie zijn dat nou weer?!'

Hij vervolgt zijn verhaal.

'Een bende. Iedereen dacht dat ze uit maar een klein aantal bestonden, maar nee. Van bijna alle families zijn er katten gekomen om zich bij de Zwartgeklauwden aan te sluiten.'

Ik knipper met mijn ogen.

'Prooidiefstal is toch niet zo erg?'

Mijn opa's gezicht staat somber.

'Dat klopt. Maar ze hebben ook kittens meegenomen. De Spark-familie is ook berooft, en de Plant-familie ook. Kortom: ze zijn actief bij elke Dynastie en in elk gedeelte van Neonpolis.'

Ik sper mijn ogen wijd open.

'Wat?! Dat moet dan wel een heel grote bende zijn!'

We beginnen weer te lopen.

'Oh, ja. Er wordt geschat op een aantal katten, vergelijkbaar met drie hele families.'

Nu naderen we de Sterrenwacht, en ik fluister:

'Loopt de Twister-familie ook gevaar?'

'Dat weet ik niet, Moon', zucht hij. 'We staan machteloos. Ze hebben gijzelaars en sommige katten willen dat we ons overgeven, maar dat betekent dat Neonpolis in de poten van de Zwartgeklauwden valt.'

Ik kan het nog steeds niet geloven. Wie steelt er nou kittens?! Maar op zich snap ik dat er katten zijn die denken aan overgave, want wat zou ik doen als mijn jongen gestolen waren?

Opeens heb ik een stuk minder zin in de dag.

Chapter 8

'Hoi!' roept Blue uit en rent op me af.

'Ik hoorde van Iron Wind dat je Moon heet, en hij vroeg of ik weer door jou rondgeleid wilde worden vandaag. Is dat goed?'

Ik knik.

'Ja hoor. Ik zal je de Kijkrotsen laten zien.'

Hij verwacht natuurlijk dat het net zo spectaculair is als de kaart, maar helaas voor hem: de Kijkrotsen zijn gewoon een aantal rotsen.

'Gefeliciteerd met je eerste zonneronde', miauw ik en ik kan mezelf wel op mijn kop slaan. Dit hoor ik natuurlijk helemaal niet te weten!

'Bedankt', zegt Blue vrolijk, maar kijkt me daarna onderzoekend aan. 'Wacht eens even... Hoe weet je dat eigenlijk?!'

Ik schuif zenuwachtig met mijn poten.

'Eh... Nou ja... Eh... Ik vloog toevallig...'

Blue barst in lachen uit.

'Serieus? En niemand heeft je gezien?! Phoe, wat heb jij een geluk zeg! Heb jij je ceremonie al gehad?'

'Ja, een seizoen geleden', zeg ik opgelucht. Hij schijnt het niet eens erg te vinden!

'Er waren ook drie katten bij de ceremonie die in het Twister-gebied wonen', merkt hij op. 'Vaya, Lily en Dream Lightning. Ken jij hen toevallig?'

Ik glimlach.

'Oh ja, nou en of ik hen ken! Vaya is mijn moeder, Dream en Lily zijn mijn zusjes.'

'Grappig zeg', miauwt Blue, 'dat wist ik niet. Ik heb, zoals je gisteravond tijdens de ceremonie al hebt gezien, een zus en een broer: Cora en Light.'

Ik knik zwijgend en zeg: 'Niet gemeen bedoeld ofzo, maar ik ben weggegaan toen jullie begonnen met het strijdlied.'

'Begrijpelijk', zucht hij, 'ik wou dat Nevon, god van muziek en kunst, onze familie een beetje meer muzikaliteit had geschonken.'

'Oh, ons strijdlied is minstens even erg, maar als je het zelf zingt merk je er toch minder van.'

Plotseling klimt mijn opa op de Kijkrotsen.

'Hoi kleintjes! Claw Cloud en een paar anderen zijn gaan jagen, komen jullie eten?'

Ik heb trek en spring meteen naar beneden, waarna ik mijn vleugels spreidt en een mooie landing maak naast een hoop verse prooi.

Ik ben de ellende met de Zwartgeklauwden alweer bijna vergeten.

Chapter 9

Ik en mijn opa komen thuis van een vermoeiende dag. Ik hoop maar dat mam of pap heeft gejaagd, want sinds de middag heb ik niks meer gegeten.

Wat me meteen opvalt, is dat er iemand op wacht staat. Hij kijkt allesbehalve blij.

'Moon Twister, Star Twister, jullie mogen doorlopen', gromt hij.

Even kijk ik met een schuin oog naar mijn opa, die net zo van de bewaker lijkt te schrikken.

Mijn vader komt op me af gerend.

'Waar is mam? Waar zijn Lily en Dream?' vraag ik hem ongerust.

'Het spijt me', fluistert hij. 'Vanmiddag zijn katten van alle families in het centrum van Neonpolis bijeen gekomen, en ze hebben besloten... Strenge beveiliging te regelen tegen de Zwartgeklauwden.'

Ik voel dat er heel slecht nieuws aankomt, en mijn opa vraagt: 'Wat hebben ze dan besloten?'

Kay Twister trekt een bedroefd gezicht en zoekt duidelijk naar de juiste woorden.

'Ze vonden dat iedereen nodig was voor de beveiliging van de kittens. Iedereen moet terug naar zijn of haar oorspronkelijke familie. Sorry, Moon. Je moeder en zusjes zijn nu bij de Lightnings.'

Ik kan mijn oren niet geloven. Hoe durven de stadsbestuurders?! Ze trekken hele families uit elkaar!

'Ik zag dat er ook katten op wacht staan', gromde Star terwijl hij nerveus zijn borst begint te likken.

'Katten die jonger zijn dan één zonneronde mogen het gebied niet meer uit', miauwde Kay. 'En de bewakers zijn er om op wacht te staan naar de Zwartgeklauwden, morgen...'

Ik hoor al niet meer wat hij zegt, want ik vlieg weg. Wat kan het me schelen wat er morgen gebeurt?! Het gaat om vandaag, deze afschuwelijke dag waarin mijn familie uiteen is gerukt.

Kijk, mijn zusjes heb ik nooit gemogen, maar mijn moeder was de enige die het voor me op nam. Ze ging zo vaak naar Anthony Lightning om te vertellen dat ik werd gepest, ook al wist ze dat ze eigenlijk partij voor de Lightnings hoorde te kiezen.

En nu is ze weg.

Weg.

Weg.

Voorgoed.

Chapter 10

Ik vlieg laag bij de grond, mijn ogen gericht op vogels, omdat ik nog steeds trek heb.

Ik ben boos op de stadsbestuurders dat ze zo plotseling een heel belangrijk besluit nemen. Ze konden toch even wachten met het invoeren van de nieuwe regel?

Onder mij is bos, het is eigenlijk van niemand. Toch beschouwd de Lightning-familie het als hun territorium, omdat het toevallig aan hun gebied grenst.

Ik vraag me af of Dream en Lily me missen. Ik denk het niet, maar gek genoeg mis ik hen wel.

Dat is toch raar? De hele tijd vervloek ik ze en heb ik ruzie met hen, maar toch zijn ze me dierbaar.

Terwijl ik verzonken in gedachten verderzweef, voel ik opeens een brandende pijn.

Ik gil en stort neer, de pijn zorgt ervoor dat ik me niet kan concentreren.

Met een misselijkmakende klap kom ik op de grond terecht, en ik ben blij dat ik laag vloog.

'Jij daar! Opstaan!' snerpt een stem. 'Of wil je ontkennen dat je van de Zwartgeklauwden bent?'

Ik schudt hevig mijn kop. 'Dat is een vergissing, ik ben geen Zwartklauw! Ik ben Moon Twister van de Twister-familie.'

De pijn sterft langzaam weg.

'Hou op met die geintjes!' gromt de kat en plotseling valt me op dat hij adelaarsvleugels heeft.

'U bent een Lightning', miauw ik, 'dan kent u mijn moeder misschien. Ze is vandaag bij jullie komen wonen.'

'Wie is je moeder?' sist hij ongelovig.

'Vaya Lightning, en mijn zusjes zijn Dream en Lily Lightning!' piep ik terwijl hij me hardhandig op de grond drukt.

De bewaker gromt. 'Hoe weet ik dat jij je niet hebt aangesloten bij de Zwartgeklauwden?'

Nu voel ik me angstig worden, maar opeens weet ik hoe ik de kat kan overtuigen.

'Roep Blue Lightning!' stel ik voor. 'Hij is net als ik een Sterrenkijker, dus hij kan bevestigen dat ik vandaag op de Sterrenwacht was.'

Hij kijkt me even onderzoekend aan en zegt dan:

'Hm... Oké, hij is hier toch ergens aan het jagen. We gaan hem wel zoeken, maar als hij ontkent, dan...'

Ik zie hoe hij een nagel tevoorschijn haalt en langs zijn keel haalt.

Met een glimlach lopen we weg, nou ja, lopen, hij sleept me eerder mee.

'Blue', gromt de kater, 'daar ben je. Ik heb een Twister neergeschoten op ons territorium, en hij beweert niet van de Zwartgeklauwden te zijn.'

Ik kijk mijn vriend met smekende ogen aan. Als hij nu niet de waarheid verteld...

Chapter 11

'Nou?!' roept de kater uit. 'Komt er nog wat van?'

Blue trekt nu een vastberaden gezicht. 'Laat hem los, hij is mijn vriend.'

Ik zucht opgelucht, en voel hoe de kater me loslaat.

'Fjoe, ik was even bang dat je het ging ontkennen', mompel ik nadat de bewaker weg is.

Blue kijkt me gekwetst aan. 'Waarom dacht je dat?'

Ik glimlach. 'Ach, gewoon zenuwachtig.'

De blauwgrijze kater duwt een ekster naar me toe. 'Alsjeblieft, zelf gevangen.'

We delen de vogel en midden in een hap vraag ik: 'Wat vind jij van de nieuwe maatregel?'

Hij haalt zijn schouders op. 'Ach, ik vind het nutteloos. De Zwartgeklauwden zijn toch onverslaanbaar.'

'Nou, aan jullie bewaking ligt het niet!' lach ik terwijl ik over mijn pijnlijke vleugel wrijf.

'Ik zie dat je geraakt bent door een stroomschok', merkt Blue op. 'Dat doet erg veel pijn, ik weet het. Maar wees gerust, het gaat vanzelf over. Ik zou alleen nog niet gaan vliegen.'

'Ik moet wel', grom ik, 'anders kom ik nooit thuis. Het is al na middernacht, misschien wordt het tijd dat ik terugkeer naar mijn familie...'

Bij het woord familie moet ik weer denken aan mijn moederskant, die nu nooit meer in ons hol zal liggen, maar die nu een nieuw leven starten bij de Lightnings.

'Je kunt het best hoog gaan vliegen, dan verdwaal je niet', adviseert mijn vriend.

Ik knik en spreid mijn vleugels. 'Tot ziens, en bedankt!' miauw ik en wat wankelend stijg ik op.

Chapter 12

Het vliegen gaat langzaam, en ik ben telkens bang om te vallen.

De pijn is nu minder, maar is vervangen door een tintelend gevoel. Ik denk dat de schok mijn vleugel een beetje verlamd heeft.

Omdat het slaan met mijn linkervleugel moeilijk is, hang ik voortdurend schuin.

Ondertussen blijf ik denken aan de Zwartgeklauwden. Kunnen ze Neonpolis echt overnemen? Zelfs met zoveel bewaking? Blue zei dat ze onverslaanbaar waren, zijn ze dat ook?

Nu ga ik de fout in, ik ben teveel verdiept in mijn gedachten om te zien waar ik heen ga.

Loopt de Twister-familie gevaar? Zullen ook daar kittens gestolen worden?

Ik raak uit koers en vlieg over het gebied van de Cloud-familie.

Zal ik mee moeten vechten? Wanneer zal de strijd beginnen? Wat willen ze met de kittens? Ik weet het niet.

Nu passeer ik officieel de grenzen van Neonpolis.

Zal ik...

Meer tijd om na te denken is er niet, want plotseling doemt een reusachtige eik op uit de schaduwen.

Ik gil en meteen word ik wakker uit mijn gedachten.

Ik probeer mijn koers te herstellen, maar mijn gewonde vleugel weigert dienst en ik maak me klaar voor de klap.

Vacht en schors raken elkaar en met een dof geluid stort ik neer.

Alles is zwart.

Chapter 13

Ben ik dood?

Voorzichtig open ik mijn ogen en zie de wanden van de grot voor me. Wonder boven wonder heb ik het overleefd!

Mijn zicht is nog wazig, maar ik zie duidelijk een aantal katten op me neerkijken.

'Hij is het', fluistert één van hen. Zijn stem kraakt.

'Nee, Juro, dat kan niet', gromt een witte kater met helderblauwe ogen.

Juro.

De naam spookt door mijn hoofd en ik schiet overeind.

'Juro?! Maar u bent...'

Een prachtige, oranje poes duwt de witte kater opzij.

'Soren, kijk goed. Hij moet het zijn', miauwt ze verrukt.

Nu komen ook de anderen dichterbij.

'Wat is je naam?' vraagt een rode kater met oranje en gele tinten.

'Moon', mompel ik, 'Moon Twister.'

Meteen buig ik mijn kop als teken van eerbied.

Ik snap niet hoe het gebeurd is, of het echt is, of ik echt nog leef, maar één ding weet ik zeker.

Dit zijn de goden.

De rode kater, waarvan ik denk dat het Maro is, lacht. 'Waarom buig je, Moon, terwijl je nu één van ons bent.'

Ik stotter: 'Eh... Wat bedoelt u?'

Juro, god van de Aarde en de Wijsheid, de heerser van Jupiter, glimlacht naar me.

'Luister, dan vertel ik je een verhaal...'

Chapter 14

Het was al zo lang geleden, maar ik zal het nooit vergeten. Neonpolis bestond nog niet en ik was een oude kater. Iedereen verklaarde me voor gek en nooit bezocht iemand me. Ik stierf aan een ziekte, onopgemerkt, en het boeide niemand dat "Ouwe Midas" gestorven was. Maar ik kreeg een tweede leven. Ik weet niet hoe het kon, maar ik werd wakker met een opdracht: ik moest een dynastie stichten.

En dat deed ik. Algauw kwam ik erachter dat ik magische krachten bezat, dat ik de aarde kon beheersen. Ik kreeg in totaal zeven zonen, wat de zeven families werden. Ieder hadden ze één van mijn krachten geërfd. Dat geldde ook voor Ura, Vera en Soren. Ook zij kregen een tweede leven waarin ze magische krachten bezaten, en ook zij stichtten een dynastie. Al snel werd Neonpolis een echte stad, er kwamen regels, stadsbestuurders... Wij vieren trokken ons terug.

We kwamen er al snel achter dat we onsterfelijk waren, en zo leefden we ongeveer een eeuw samen. Maar toen kregen we de opdracht om ieder een leerling te zoeken. Dat werd de Tweede Generatie goden: Astar, Maro, Nevon en Meteor. Ook zij hadden een tweede leven gekregen waarin ze magisch en onsterfelijk waren. En toen kwamen de Demonen.

De Demonen waren zwarte wolven zonder ziel of skelet, ze waren geboren uit schaduw. Ze bedreigden Neonpolis en wij trokken ten strijde, bij het eerste gevecht stierf een jonge kitten: Pjotr. Hij werd de Derde generatie goden en kreeg ook een tweede leven. Zo vochten we en vochten we, dagenlang, seizoenen lang. De oorlog duurde drie zonnerondes. We wonnen, de Demonen waren verslagen! Maar Astar, god van Licht en Vrede, tweelingbroer van Maro, god van Strijd en Strategie... Astar stierf, en verbrak daarmee de cirkel van goden. Opeens konden wij de aarde niet meer betreden, we werden lucht voor de inwoners van Neonpolis. Iedereen dacht dat we vrijwillig waren verdwenen, maar nee... Omdat we hier geen contact meer konden maken met ander leven, gingen we eenzame tijden tegemoet. De plek waar Astar gestorven is, dat is in deze grot.

Daarom heb jij zijn krachten nu. Jij kunt ons nu wel zien... Moon Twister, jij hebt het lot van Neonpolis in jouw poten. Jij moet ten strijde trekken tegen de Zwartgeklauwden.

Chapter 15

'Eh... Wat?' miauw ik verschrikt nadat Juro klaar is met zijn verhaal.

Een zwarte kitten met groene oogjes komt naar voren. 'Dat is toch duidelijk?' zegt hij betweterig. 'Jij moet de Zwartgeklauwden verslaan!'

Ik ben nog steeds geschokt. 'Ik?! Maar... Maar jullie zijn goden! Jullie waren met zijn negenen en toch verloren jullie van de Demonen! Hoe moet ik dan in mijn eentje...'

De kitten onderbreekt me weer. 'Dat waren Demonen! De sterkste wezens van het universum! Wil je nou zeggen dat je niet eens een kleine bende kan verslaan?'

'Pjotr', gromt Juro, 'Moon weet nog niet hoe hij zijn krachten moet beheersen. De Zwartgeklauwden zijn met veel, dus voor hem wordt dit een hele opgave.'

Ik ben de oude kater dankbaar. Hij heeft precies onder woorden gebracht wat ik vind.

Pjotr kijkt schuldig naar Juro. 'Sorry', piept hij.

Ik heb zin om in lachen uit te barsten, want het is moeilijk te geloven dat deze brutale kitten een god is.

'Moon', zucht de mooie, oranje poes, 'let nou even op. Het lot van Neonpolis ligt in jouw poten!'

Ik knik en probeer niet op Pjotr te letten, die inmiddels achter zijn eigen staartje aan rent.

'Goed', miauwt Maro, god van Strijd en Strategie, 'waar waren we gebleven? Oh ja, het beheersen van je krachten... Dat is erg moeilijk. Je moet het eigenlijk ontdekken tijdens een gevecht.'

Soren, de witte kater, knikt. 'Ja, dat klopt. We zullen proberen om je zo goed mogelijk te helpen, maar uiteindelijk zal je het zelf moeten doen.'

Nu laat Juro zijn kop op mijn schouder rusten. 'Veel succes, jongen. En onthoud: je hoeft het niet alleen te doen.'

Ik kijk hem verbaasd aan. 'Maar... Jullie kunnen de aarde niet betreden, dus wie moet me dan helpen?'

De god van de Aarde en de Wijsheid glimlacht en zegt: 'Moon, je weet dat je vader je nooit laat gaan als hij weet wat je van plan bent. Maar je kent iemand die je altijd zal vergezellen, iemand die je meer als je vader beschouwd dan wie dan ook.'

Plotseling weet ik waar hij het over heeft. 'Opa Star?'

De god knikt en langzaam vervaagt hij, terwijl hij nog wat prevelt:

Je bent niet alleen...

Chapter 16

Ik vlieg terug naar huis, terwijl ik me afvraag of de ontmoeting met de goden een hallucinatie was.

Dat moet toch haast wel? Ik dacht dat de dood van Astar en de strijd tegen de Demonen een legende was, iets om kittens bang te maken.

Dit keer pas ik goed op voor obstakels, en mijn reflexen zijn scherper. Toch kan ik er niks aan doen dat ik af en toe in mijn gedachten verzink.

Zullen de goden gelijk hebben? Moet ik ten strijde trekken tegen de Zwartgeklauwden?

De sterren schijnen helder, en ik strijk neer voor de ingang van ons gebied.

Ik zoek meteen mijn opa op. Natuurlijk ben ik de tip van Soren niet vergeten, en ik heb op de terugweg lopen denken. Nu weet ik zeker dat ik het ga doen.

Ik ga opa Star vertellen over mijn ontmoeting met de goden.

'Hallo, jochie', begroet hij me.

Mijn vader loopt nu ook deze kant op. 'Ik dacht dat je ging jagen', gromde hij. 'Waarom heb je geen prooi bij je?'

'Lightnings', mompel ik en pap schudt zijn kop.

'Nee, dat kan niet waar zijn. Nu gaan ze te ver!' roept hij uit.

Boos beent hij weg naar het familiehoofd, Spots Twister.

'Opa', mompel ik als hij weg is.

Star houdt zijn kop vragend schuin. 'Ja?'

'Ik... ik moet je wat vertellen.'

Chapter 17

‘Ik vloog boven het niemandsland’, begin ik, ‘en door een ongeluk met een Lightning was ik gewond aan mijn vleugel. Daardoor raakte ik uit koers en stortte neer, een stuk voorbij Neonpolis.’

Ik zie dat de interesse van mijn opa is gewekt. ‘Ga verder’, spoort hij me aan.

‘Toen… ik weet niet of het een droom was, of een hallucinatie… maar ik zag de goden.’

Ik ben bang dat hij me niet gelooft, maar hij kijkt me vriendelijk aan, dus ik ga door.

‘Juro vertelde me dat ze na de dood van Astar de aarde niet meer konden betreden, en dat ze daarom op de andere planeten waren gaan wonen. Maar ik heb de grot gevonden waarin Astar stierf, en ik… ik heb nu zijn krachten. Tenminste, dat zeiden de goden.’

Mijn opa glimlacht. ‘Dat klinkt vreemd, maar jij bent niet het type dat dingen verzint, Moon. Beschrijf goed wat je hebt gezien.’

Ik haal diep adem en vertel hem in geuren en kleuren over de strijd tegen de Demonen, over hoe de Dynastieën ontstonden, over de dood van Pjotr…

Nadat ik klaar ben, knikt hij naar me.

‘Je weet meer dan dat een kat ooit is verteld. Dit kan geen droom geweest zijn, Moon, maar… het klinkt zo ongeloofwaardig.’

‘Het is echt waar!’ houdt ik vol met opengesperde ogen. ‘Geloof me nou!’

Star draait zich even om, kijkt schichtig rond en gebaart dat ik mee moet komen.

‘Waar gaan we heen?’ vraag ik terwijl ik mijn nog steeds tintelende vleugel lik.

De ogen van mijn opa glinsteren.

‘We gaan naar de Sterrenwacht, jongen.’

Chapter 18

‘De Sterrenwacht?’ echo ik verbaasd. ‘Wat hebben we daar nou weer te zoeken?’

‘Daar kan niemand ons horen’, legt opa Star uit.

Ik kijk hem vol vreugde aan.

‘Wacht even… je gelooft me dus echt?’

Star knikt.

‘Ja, Moon, ik geloof je. Een Twister liegt niet, dat is meer iets voor de Lightnings. Hoewel de nieuwe generatie Lightnings best vriendelijk schijnt te zijn.’

Ik ben benieuwd wat hij bedoelt. Doelt hij op Blue? Ik wacht totdat hij verder gaat.

‘Ja, de Lightnings… eerst keurde ik het af dat mijn zoon, jouw vader dus, partners wilde worden met één van die types. Maar ik leerde Vaya kennen, jouw moeder, en ik besefte dat ze niet zo erg zijn als dat ze lijken. Neem jouw zusjes, Lily en Dream… mis je ze?’

Die vraag komt zo onverwacht dat ik door een steek in mijn hart getroffen word. ‘Nee, tuurlijk niet, waarom zou ik die verwende haarballen nou missen?’ miauw ik een beetje boos.

‘Oh ja? Ik dacht dat een Twister niet loog, maar blijkbaar heb ik het mis’, mompelt mijn opa terwijl hij me een lik over mijn oor geeft. ‘Je mist ze, ik merk het aan je.’

Ik weet dat hij gelijk heeft, en ik zeg maar niks.

‘Ja, jongen, je vader was koppig en eigenwijs. Hij kreeg kittens met Vaya en er was niemand die het erg vond, totdat de Zwartgeklauwden in de stad kwamen.’

‘Ja’, grom ik, ‘en nu denkt het stadsbestuur dat het helpt als iedereen teruggaat naar zijn eigen familie, om daar te helpen met de verdediging.’

Het is een tijdje stil, waarna Star miauwt:

‘Weet je, Moon, ik voel dat je me niet alles over je ontmoeting hebt verteld. Wij, de Twister-kant van het gezin, kennen elkaar als de beste. Er is iets met de Zwartgeklauwden, hé? Ik zie dat je afwezig lijkt zodra je die naam hoort.’

‘Helemaal niet!’ protesteer ik met oren die warm zijn van schaamte.

Maar ik voel dat mijn opa me niet laat gaan zonder dat ik hem de gehele waarheid vertel. De gehele waarheid… dat het mijn taak is om Neonpolis te verlossen.

Te verlossen van de Zwartgeklauwden.

Chapter 19

‘Nou?’ mompelt mijn opa. ‘Komt er nog wat van? Wat is er met die Zwartgeklauwden?’

‘Eh… ik moet ze stoppen’, stotter ik, bang dat Star me er eens flink van langs zal geven. “Wat haal je je wel niet in je hoofd? In je eentje? Wat denk je wel?!”

Tot mijn verbazing, glinsteren zijn ogen van enthousiasme.

‘Net als vroeger!’ roept hij uit en drukt zich uitdagend tegen de grond. Zijn snorren trillen van plezier.

‘Ik besluip zo’n Zwartklauw, en ik haal uit met mijn rechterpoot, terwijl ik opstijg en hem er vol van langs geef met mijn linkervleugel. Ja, zo deed ik dat toen ik jong was, jongen!’

Ik knipper verward met mijn ogen. Dit had ik niet verwacht…

We lopen verder naar de Sterrenwacht, waar Claw Cloud ons staat op te wachten.

‘Nog steeds niets gehoord van je kittens?’ murmelt Star tegen de witte kater, die zijn kop schudt.

‘Nee. Mijn familiehoofd gaat zich morgen overgeven aan de Zwartgeklauwden.’

Ik voel me ellendig worden van binnen, en ren snel naar Blue. Hij staat in een hoekje de hemel te bestuderen.

‘Ha, die Moon!’ roept hij uit als hij me ziet. Ik knik naar hem, nog steeds bedroefd om het nieuws dat Claws jongen nog steeds vermist zijn.

Ik moet ze redden, hoe dan ook. Maar de vraag is: hoe?

Blue likt me over mijn oor. ‘Is je vleugel hersteld?’ vraagt hij bezorgd.

‘Ja, gelukkig wel!’ miauw ik. ‘Die bewaker van jullie heeft me er flink van langs gegeven. Ik, een Zwartklauw. Stel je voor!’

Diep vanbinnen voel ik me nog steeds beroerd, al klinkt mijn stem al vrolijker. Allemaal aardige, trouwe katten, zomaar overgelopen naar de Zwartgeklauwden? Waarom?

Chapter 20

Mijn vader neemt me vandaag mee naar het stadscentrum. Ik ben daar nog maar een paar keer in mijn leven geweest, maar ik ben iedere keer weer verbaasd hoeveel katten er zijn in Neonpolis.

Het centrum bevindt zich in een grote krater. Langs de wanden zijn vele richels en spleten waar je op kan zitten, maar op de bodem van de krater zijn de meeste katten te vinden. In het midden staat een grote rots waar vanaf de Stadsbestuurders iedereen toespreken, tijdens belangrijke bijeenkomsten en zo.

Ik loop een beetje doelloos rond over de open plek. Als de zon op z’n hoogst is, dan ontmoet ik mijn vader weer bij deze rots, hebben we afgesproken. Tot die tijd gaat hij praten over de dreiging van de Zwartgeklauwden.

Overal zwermen katten om me heen, op de stenen muren zijn talloze richels waar ook nog eens tientallen op zitten. Een storm van geluid, geur en beeld doet me wankelen.

Plotseling merk ik een jonge poes op, een eindje voor me. Ze zit alleen en schuifelt een beetje met haar poten.

‘Hallo’, begroet ik haar en slenter op haar af. ‘Mijn naam is Moon Twister, wie ben jij?’

Een beetje nerveus ga ik zitten, mijn staart netjes om mijn poten geslagen. Ik hoop dat ik een goede indruk op haar maak.

De poes kijkt me aan met twinkelende ogen. ‘Ik heet Silver Spark.’

Ik weet meteen waarom ze zo is genoemd, een blik op haar zilvergrijze vacht zegt genoeg. En ze is dus een Fire-kat. In een onbewaakt ogenblik stel ik de vraag: ‘Hoe is het om zonder vleugels te leven?’

Silver snort geamuseerd. ‘Tja, hoe is het om mét vleugels te leven?’

We kunnen het goed met elkaar vinden, en we vertellen naderhand iets meer over ons leven en de verschillen tussen onze dynastieën.

Dan wordt het onderwerp “Zwartgeklauwden” aangesneden. ‘We hebben alles gedaan wat we konden,’ miauwde Silver Spark bedroefd, ‘maar dat was niet genoeg om onze kittens te redden. We geven het niet op’, voegde ze eraan toe. ‘We gaan ze vinden, dat weet ik zeker!’

Ik bewonder de moed van de jonge kat. Haar toewijding aan haar familie komt vast en zeker op de eerste plaats voor haar, en met een steek van spijt besef ik dat ik zou willen dat ze ook een Twister was.

‘De Cloud-familie gaat zich overgeven’, miauw ik. ‘Weet jij hoe het met de Plant-familie staat?’

Ze schudt haar kop. ‘Nee, maar ik hoop dat ze moed blijven houden. Want als we toegeven, dan stellen de Zwartgeklauwden nog meer eisen. En ze weten dat we geen andere keuze hebben dan ze te gehoorzamen.’

Een schaduw trekt over haar gezicht en ze mompelt:

‘Er staan levens op het spel.’

Chapter 21

Ik ben weer thuis bij de Twister-familie, de ontmoeting met Silver Spark nog steeds in mijn geheugen geprent.

‘En, wat heb jij gedaan in het centrum?’ vraag ik aan mijn vader, die de hele tijd al rusteloos heen en weer ijsbeert.

‘Ik heb met Spike Rock en Rose Clay gesproken’, mompelt mijn vader. ‘Twee van de stadsbestuurders.’

Ik trek geïnteresseerd een wenkbrauw op. ‘En? Wat zeiden je tegen ze?’

‘Ik vertelde ze dat hun nieuwe maatregelen geen zin hebben,’ snauwde Kay Twister, ‘maar nee hoor, ze wilden niet luisteren! Ze zeiden dat dit de enige manier was om de Zwartgeklauwden tegen te gaan.’

‘Onzin!’ roep ik verontwaardigd uit. Ik wil hem vertellen wat ik weet, wat de goden hebben gezegd. Ik moet ze tegenhouden, dat is de manier.

Toch voel ik dat ik het beter in beperkte kringen kan houden. Nu weet alleen opa Star het, maar hoeveel katten zullen het nog te weten komen?

‘Ik zal aan Spots vertellen wat ik heb gehoord’, bromt mijn vader en loopt weg.

Een beetje verveeld hang ik rond, nu mijn zussen weg zijn heb ik geen leeftijdsgenoten meer in de familie. Opa Star is nergens te bekennen.

‘Hé, Moon!’ miauwt een grijze poes, Fluf Twister genaamd. ‘Ik heb je overal gezocht, Star Twister is naar de Sterrenwacht en hij vroeg of je het leuk vond om ook te komen.’

Ik knik, roep “dankjewel!” over mijn schouder en ren weg.

Chapter 22

Ik loop naar de Sterrenwacht, de bladeren knisperen onder mijn poten. Ik snuif de boslucht op.

De bomen maken plaats voor een prachtige open plek. Het hoge gras kriebelt aan mijn kin.

Plotseling, zonder waarschuwing, word ik opzij geworpen. Mijn kop raakt de grond met een doffe dreun.

'Kijk 'ns aan, jongens', glimlacht een stem. 'Als dat Moon Twister niet is?'

Ik herken de geamuseerde toon meteen. Light Lightning!

Wanhopig krabbelend om weg te komen, plaatst Light zijn klauwen op mijn keel. Een dun straaltje bloed sijpelt naar beneden.

Om ons heen, moedigen zijn aanhangers hem aan. Samen rollen we over de open plek, grauwend, sissend en bijtend.

Ik schop met mijn achterpoten en Light wordt de bosjes in geworpen. Zijn volgelingen mompelen geschokt.

In de korte tijd die ik heb om bij te komen, speur ik naar een bekend gezicht. Mijn oog valt op een grijze vacht, ergens achterin de menigte.

Wanneer de katten vooraan een beetje verplaatsen, wordt mijn vriend duidelijk zichtbaar. Zijn ogen staan wanhopig en hij kijkt naar de bosjes.

Ik volg Blue's blik, en zie hoe mijn bemodderde tegenstander tevoorschijn komt. Zijn ogen glinsteren vol haat en venijn.

'Zet hem op, Light!' gilt iemand vooraan. 'Maak korte metten met die Twister!'

Wankelend ga ik in de gevechtshouding staan. Mijn poten trillen van vermoeidheid.

Dan grauwt Light een strijdkreet en werpt zich op me.

Ik weet niet wat het is, instinct? In ieder geval til ik mijn poot op, ontbloot mijn nagels en...

Een felle lichtstraal, zo fel dat ik mijn ogen dichtknijp, schiet op Light af.

Er klinkt een ijselijke gil.

Chapter 23

Alles draait voor mijn ogen, dus ik sluit ze. Op dat moment wil ik dat ik ergens anders ben, het mag overal zijn, als ik maar niet hier ben!

'Light, nee!' gilt een volgeling en knielt bij de witte kater. Golven van bloed gutsen uit zijn achterpoot, die helemaal verdraaid is. De lichtstraal heeft hem overduidelijk daar geraakt.

Ik zie dat sommige katten angstig wegrennen. Anderen kijken me doodsbang aan, alsof ze verwachten dat ik hun ieder moment kan raken met mijn lichtstraal.

Hij begon, hij heeft het zelf uitgelokt...

Terwijl ik dat denk, besef ik dat het kinderachtig is. Ik heb hem zelf neergeschoten. Ik. De zwakke Moon Twister die nooit het lef had om terug te vechten.

Voorzichtig doe ik een stap verder richting Light. Ik zie zijn groene ogen glanzen van pijn en hij trekt jankend met zijn achterpoten.

Wanneer ik nog iets dichterbij kom, springen een aantal volgers in de vechthouding.

'Wat heb je gedaan?'

Ik draai me om en zie Blue. Zijn blik is vervuld van angst als hij naar zijn broer kijkt.

'Inderdaad, wat heb ik gedaan?' mompel ik. 'Waarom... Waarom lukte het niet om mezelf te beheersen? Wat als Light niet meer geneest?'

Blue kijkt me aan. 'Weet je wat ik wil weten? Hoe kan jij zomaar een idiote lichtstraal op iemand afvuren?! Je bent een Twister! Je bezit Twister-krachten!'

Ik kijk om me heen. 'Vertel dit alsjeblieft niet door, Blue. Alleen mijn opa weet het tot nu toe.'

Ik demp mijn stem tot een hees gefluister.

'Ik heb de krachten van Astar gekregen.'

Chapter 24

Blue gaapt me aan.

'Ik heb nu geen tijd om alles uit te leggen', mompel ik. 'Het enige wat ik kan zeggen is... Dat ik hier snel weg moet voordat het Stadsbestuur me veroordeelt tot ik-weet-niet-wat!'

'Ik wil je best helpen', miauwt Blue. 'Op voorwaarde dat je me alles verteld. Alles.'

Ik kijk om me heen, me nog steeds bewust van de woedende blikken die op me geworpen worden.

'We moeten hier weg, nu!' snauw ik en begin te rennen. Ik hoor de pootstappen van Blue achter me en we stijgen op. Mijn vleugels hebben nog nooit zo hard geklapwiekt, maar dit hangt af van de toekomst van Neonpolis!

Plotseling worden we omsingeld. De moed zakt me in de poten als ik de vier Lightnings zie.

'K-kunnen jullie ons doorlaten?' piep ik een beetje wanhopig.

'Oh nee, Twister', lacht een grote kater. 'Jij gaat nergens heen.'

Chapter 25

De kater lijkt Blue nu pas op te merken.

'Verrader!' roept hij uit. 'Hoe... Hoe kan je? Hij heeft Light verwond!'

'Het is niet wat je denkt, Trava', mompelt Blue. 'Ik...'

De grote kater, Trava, onderbreekt hem ruw.

'Weet je wat ik denk?! Je bent een vuile overloper! Je maakt de Lightnings ten schande!'

Ik span mijn spieren voor de aanval. Als Trava Blue wat aan doet, krijgt hij met mij te maken!

Met een strijdkreet sla ik met mijn vleugels. Een kleine wervelwind ontstaat en raakt de grote kater, die zijn evenwicht verliest. Dat biedt ons de gelegenheid om weg te vliegen.

Ik zie de bomen voorbij razen, maar ik verlaag mijn tempo niet. Wat als ik weer de controle verlies? Onnodige vechtpartijen zullen misschien meer slachtoffers brengen dan alleen Light...

Met een zucht van opluchting passeren we de grens.

'Dit is Twister-gebied!' roep ik. 'Hier kunnen jullie ons niks maken!'

De overgebleven achtervolgers kijken ons vuil aan. 'Dit is nog niet voorbij! Anthony Lightning zal de Twister-familie de oorlog verklaren!'

De katten draaien zich om en vliegen weg. Uitgeput strijken Blue en ik neer op de bosbodem.

'Dat was op het nippertje', hijgt Blue. 'Wat gaan we nu doen?'

'Ik wacht tot mijn opa terug is en dan vertrekken we.'

'Waarheen?' vraagt Blue op zijn hoede.

'Zo ver mogelijk hiervandaan, naar de Zwartgeklauwden. We zullen ze stoppen!'

Chapter 26

Ik heb Blue net het hele verhaal verteld, als we aankomen bij de woonplaats van de Twister-familie.

Spots Twister, die voor zijn hol zit, trekt geïnteresseerd een wenkbrauw op. 'Wie is dat?'

'Blue Lightning', miauw ik. 'Hij is een Sterrenkijker, net als ik. We... we komen hier om samen te studeren. We hebben een nieuwe maan van Saturnus ontdekt. Ik wacht even tot mijn opa komt, en dan vertrekken we weer. Is dat goed?'

Spots glimlacht. 'Natuurlijk, Star zal zo wel thuis komen. Geef je vriend maar een rondleiding.'

Ik ga Blue voor naar mijn hol. Het ligt onder een omgevallen boom, de takken zorgen voor beschutting. De bladeren maken ons huis waterdicht. 'Hier woon ik, samen met mijn vader en mijn opa. En vroeger ook met mijn zusjes en mijn moeder.'

Blue kijkt me meelevend aan, en Kay komt binnen. Hij is duidelijk slechtgehumeurd.

'Hoi pap', miauw ik. 'Dit is Blue Lightning.'

Kay kijkt hem gretig aan. 'Vertel, hoe gaat het met Vaya? En met Dream en Lily? Maken ze het goed? Hebben ze het naar hun zin?'

Blue lijkt overdonderd te zijn door zoveel vragen. 'Eh... Lily en Dream hebben al een aantal vrienden gemaakt. Met Vaya gaat het ook goed.'

Mijn vader snort, zijn slechte humeur is duidelijk over. Gelukkig.

We lopen naar buiten, en Kay roept ons na: 'Vergeet niet om ze de groetjes te doen!'

'Dat zal ik doen', grijnst Blue geamuseerd.

Plotseling verstijf ik bij het horen van een zware stem.

'Ik ben op zoek naar Moon Twister.'

Chapter 27

Vol angst kijk ik naar het midden van de open plek. Anthony Lightning, het familiehoofd, staat tegenover Spots Twister. Alle twee hebben ze een hoge rug en een dikke staart, en ze slaan dreigend met hun vleugels.

'Wat moet je van hem?' gromt ons familiehoofd.

'We moeten hier weg!' sis ik en duw Blue richting de rand van ons gebied.

Ik hoor de stem van Anthony snauwen: 'Light Lightning ligt met ernstige verwondingen in zijn nest. Zijn achterpoot is verminkt.'

Spots' stem trilt. 'Dat-dat moet een vergissing zijn...'

Ik wil dit niet langer meer aanhoren, en ren weg. Hier, waar het nog dichtbegroeid is, heb ik niet echt de kans om goed op te stijgen, daarom blijf ik lopen. Blue slaakt een angstig piepgeluid.

'Wat als ze achter ons aan komen? We kunnen ze nooit lang voorblijven!'

Plotseling knal ik tegen iemand op. 'Moon? Blue? Wat doen jullie hier?'

Vol vreugde zie ik dat het opa Star is. 'Dat leg ik later wel uit, kom nu mee!' fluister ik en zonder te kijken of hij ons volgt, blijf ik doorrennen.


Hijgend strijken we neer, Blue, Star en ik. We hebben het gebied van de Air-Dynastie achter ons gelaten en liggen nu, in Fire-gebied, uit te hijgen.

'Hier kunnen we ons verstoppen', stelt Blue voor en wijst naar een kleine grot. 'Ik weet niet wat de Spark-familie ervan moet denken als ze ons hier betrappen.'

'En nu ga je me alles vertellen!' miauwt Star opgewonden. 'Waarvoor vlogen we weg? Waarom was Blue in ons gebied? Waarom moest ik zo nodig meekomen?' Hij pauzeert even om op adem te komen. 'Wat voor kattenkwaad hebben jullie uitgehaald?'

Chapter 28

'Ehhh...' mompel ik, 'dat is een lang verhaal...'

'Leuk, ik hou van lange verhalen', knipoogt Star.

Zuchtend begin ik met vertellen.

'Ik was op weg naar de Sterrenwacht toen Light en zijn volgers mij tegenkwamen. Ik... Ik kon mezelf niet beheersen en ik gebruikte mijn lichtstraal... Nu is Light ernstig gewond!'

Opa Star knippert met zijn ogen. 'En toen?'

'Toen kwamen Lights volgers achter ons aan. We... We kwamen aan bij het Twister gebied, en toen kwam Anthony Lightning langs... De rest weet je.'

Star grijnst. 'Ach, Light had het min of meer verdient.'

'Maar wat als hij niet meer geneest?!' roep ik uit. 'Als de Lightnings me vinden, dan zetten ze me sowieso voor het stadsbestuur. En dan?'

'Ze hoeven je niet te vinden', oppert Blue, die zich voor het eerst mengt in het gesprek. 'Je was van plan te vertrekken, hè? Maar waarheen? Hoe wil je de Zwartgeklauwden verslaan?'

'Ik weet het niet', zucht ik. 'Laten we morgenochtend vertrekken. Tot die tijd blijven we wel hier.'

Niemand protesteert en Blue neemt de eerste wacht.

Mijn slaap is onrustig. Steeds beleef ik dat ogenblik opnieuw, wanneer Light op me afspringt en de lichtstraal hem raakt. Zijn kreet van pijn galmt dwars door mijn slaap heen en steeds wordt ik wakker vol angst dat ik me in een gevangenis bevindt. Dan zie ik mijn vrienden en ga ik weer slapen, waarna ik weer dezelfde droom krijg.

Ik heb nauwelijks slaap gehad als Star me wekt. 'Moon, wakker worden. Jij hebt de laatste wacht.'

Ik knik mijn opa toe en ga buiten zitten. De maan schijnt helder aan de hemel, geen wolken te zien.

Als ik me concentreer zie ik Venus aan de hemel glanzen. Ik denk aan Vera, godin van het Vuur en de Liefde, en voel een golf van irritatie opkomen.

'Goden, waarom helpen jullie ons niet?!' jammer ik. Met een schok besef ik dat ik misschien hun goedkeuring ben verloren door wat er met Light gebeurd is.

'Moon.'

Een zware, krakende stem klinkt vanuit de struiken en als door een wesp gestoken draai ik me om.

'Juro!'

De god knikt me toe. 'Wat er met Light gebeurd is, is erg, maar het was nodig. Anders waren jullie nooit vertrokken.'

Hij schraapte zijn keel en de andere goden komen tevoorschijn. Er klinkt zachte muziek als Nevon, god van de Muziek en de Kunst, naar voren stapt.

'We weten hoe je de Zwartgeklauwden kan verslaan.'

Chapter 29

Ik kijk hem hoopvol aan.

'Hoe? Zeg me hoe!'

Nevon schraapt zijn keel. 'Vera en ik hebben de kittenkamer van de Zwartgeklauwden gevonden. Dat is de plek waar ze alle gestolen kittens gevangen houden. We kunnen jou en je reisgenoten erheen leiden.'

Ik knipper met mijn ogen. 'En dan?'

'Dan kunnen jullie de kittens bevrijden. De Zwartgeklauwden hebben dan geen gijzelaars meer en dat zal het voor Neonpolis veel makkelijker maken.'

'Maar', voegt Vera eraan toe, 'het zal gevaarlijk zijn. We hebben gezien dat Shadow Misty, de leider van de Zwartgeklauwden, zich in het hol bevindt. Dit betekend dat jullie misschien met hem moeten vechten.'

Een rilling trekt over mijn ruggengraat en verkilt me tot op het bot. 'Vechten? Maar-maar hebben jullie gezien wat er met Light gebeurd is?!'

Juro knikt. 'Ik keek toe, zoals ik al zei. Het is niet jouw schuld, maar de Lightnings mogen jullie onder geen belang te pakken krijgen.'

Zijn blik verduistert. 'Wanneer dat gebeurd, zal het Stadsbestuur jullie onder poten nemen. En ik weet niet of ze jullie nog laten gaan...'

'Pjotr!' roept Ura, godin van het Water, kwaad. 'Hou op!'

De kitten heeft zich vastgeklampt aan Ura's staart en slaat zijn klauwtjes in haar vacht. 'Ik heb je!'

Pjotrs ogen glinsteren ondeugend en ik moet onwillekeurig lachen, net zoals alle andere goden. Alleen Juro blijft onbeweeglijk staan. 'We zien elkaar bij zonsopgang, Moon.' Met een zwiep van zijn staart wenkt hij de andere goden.

Ik kijk ze na: Juro, de wijze oude Aardegod, Soren, de god van de Lucht met zijn zilveren vleugels, Vera, de godin van het Vuur die moppert op Pjotr, de kleine god van het Gesteente, wiens tanden nog steeds de staart van Ura, godin van het Water, vastpakken. Nevon, god van de Kunst die prachtige muziek laat klinken (die niemand behalve de goden en ik kan horen), Maro, god van de Oorlog, zijn flitsende vacht klaar voor de strijd.

Ik beeld me in dat Astar achter hen aan loopt, zijn vacht lichtgevend.

Hij was een echte god, maar nu heeft de grootste sukkel van de Twister-familie zijn krachten. Hoe moet ik ooit mijn lotsbestemming vervullen?

Chapter 30

Ik gaap en rek me uit terwijl de eerste zonnestralen mijn vacht verwarmen.

'Opstaan!' roep ik tegen mijn reisgenoten. 'Het is tijd om te vertrekken!'

Opa Star komt als eerste tevoorschijn. Slaperig steekt hij zijn kop door de opening. 'Huh? Nu al?'

'Ik wil geen enkel risico lopen nu Anthony Lightning achter me aan zit', grom ik nerveus. 'Bovendien wil ik zo snel mogelijk bij de Zwartgeklauwden zijn.'

Star murmelt instemmend, waarna hij terug het hol ingaat. Ik hoor de versufte stem van Blue terwijl hij gewekt wordt.

Plotseling kwettert er een merel boven mijn kop. In een reflex stijg ik op en geruisloos, met kleine vleugelslagen, vlieg ik de boom in. De merel merkt me te laat op en vol trots strijk ik neer, mijn verse prooi tussen mijn kaken geklemd.

'Hoe durf je prooi te vangen op Spark-territorium?' grauwt een stem van dichtbij. Een grijze, langharige kater staat voor mijn neus. Als blikken konden doden, zou ik nu levenloos op de grond liggen.

'Het spijt me', miauw ik geschrokken. 'Ik-ik wist niet dat jullie prooigebrek hadden...'

'Er heerst een ziekte onder de reptielen. Katten zijn ziek geworden toen ze dat aten', zegt de grijze kater. 'Nu we niet meer op de prooi daar kunnen vertrouwen, moeten we leren om te jagen in de bosgebieden langs de rand van ons gebied.'

Ik weet zeker dat de Spark-kat die merel niet had kunnen vangen. Ze hebben geen vleugels en zijn bovendien gewend aan het jagen op slangen en hagedissen.

'Zijn er dan niet genoeg vleermuizen?' miauwt Blue meelevend. 'Ik hoorde dat jullie die ook kunnen vangen.'

'Vleermuizen vullen niet de magen van de hele familie!' sist de grijze kat. 'Geef die merel maar hier', voegt hij eraan toe terwijl hij hem van de grond grist.

'Charly, doe niet zo agressief!' miauwt een stem vanaf de bosrand. Zenuwachtig besef ik dat het Silver Spark is, de poes waarmee ik heb gesproken in het centrum. Ik voel mezelf warm worden achter mijn oren.

'Ha die Moon, die haarbal daar is mijn broer Charly. Het spijt me dat hij zo agressief deed', grauwt ze met een geïrriteerde blik op de kater.

'En wie zijn dat?' miauwt ze terwijl ze naar Star en Blue kijkt. 'Grote goden, je hebt de halve Air-Dynastie meegenomen!'

'Dat... ehm… dat zijn mijn reisgenoten', mompel ik. 'Mijn opa, Star, en mijn vriend van de Lightnings: Blue.'

'Reisgenoten?' herhaalt Silver met glinsterende ogen. 'Vertel, waarom zijn jullie hier, zo ver weg van jullie families?'

Nee hé! Dit gaat totaal niet volgens plan...

Chapter 31

‘Eh… tja. Lang verhaal. Geen tijd voor nu’, mompel ik en duw Blue en Star de bosjes in. ‘Tot kijk hé!’ miauw ik over mijn schouder.

In een fractie van een seconde staat Silver weer voor mijn neus. ‘Alsjeblieft, ik wil het weten!’ roept ze smekend.

‘We gaan de Zwartgeklauwden tegenhouden’, zucht ik geërgerd. ‘Als je een beetje aardig bent dan hou je het geheim en vertel je het niet aan het Stadsbestuur.’

‘Ik kán het niet eens aan het Stadsbestuur vertellen’, glimlacht ze met twinkelende ogen.

Blue wurmt zich uit de bosjes en schudt de blaadjes uit zijn vacht. ‘Waarom dan?’ vraagt hij op zijn hoede.

‘Omdat ik met jullie meega!’ verklaart Silver alsof het de normaalste zaak van de wereld is.

‘Grote goden, ik neem aan dat je een grapje maakt?!’ vloekt Charly. ‘Mee met die drie sukkels? Als je meegaat dan kom je nooit meer terug!’

Silver slaakt een diepe zucht. ‘Je hoeft niet zo bezorgd te zijn. Binnen de kortste keren ben ik er weer en dan kan jij mooi gaan vertellen dat je zus de Zwartgeklauwden heeft verslagen.’

Ik sta versteld van haar koppigheid, en Charly kijkt me aan. ‘En jullie dan? Willen jullie soms dat ze gevaar loopt? Als ze sterft dan is dat jullie schuld!’

De zilvergrijze poes rolt met haar ogen en gaat tegenover haar broer staan. ‘Luister, ik ben geen kitten meer. Ik kan mezelf prima redden, en bovendien hebben jullie weer een mond minder te voeden als ik wegga. Zeg niks tegen het familiehoofd of het Stadsbestuur, begrepen?’

‘Maar…’ protesteert de grijze kater.

‘Geen gemaar. Heb je het begrepen?’ herhaalt Silver.

Na een ogenblik slaakt Charly een zucht. ‘Jaja. Begrepen.’ Wat bezorgder voegt hij eraan toe: ‘Doe je wel voorzichtig?’

Silvers snorharen trillen van enthousiasme. ‘Tuurlijk doe ik voorzichtig. En met Moon in de buurt, overkomt me niks’, zegt ze op plagende toon. Ik voel me warm worden achter mijn oren en opa Star reageert verbaasd: ‘Kennen jullie elkaar?’

‘Leg ik onderweg wel uit’, mompel ik, in gedachten verzonken. Blue wenkt ons met zijn staart en na het miauwen van een afscheidsgroet, voegen Silver en Star zich bij hem.

Ik wil net ook naar mijn reisgenoten toegaan, als Charly me tegenhoud met zijn voorpoot.

‘Alsjeblieft, breng haar veilig thuis.’

Ongemakkelijk knik ik en loop ik weg, me bewust van Charly’s ogen die in mijn rug priemen.

Onze reis is nu echt begonnen!

Chapter 32

Ik beef over mijn hele lichaam terwijl ik de groep door de bossen leidt. Blue snuift de geur op en kijk verbaasd om zich heen.

‘Huh? Wat ruik ik?’

Star snuift de lucht op en hij grijnst. ‘Dat zijn de geurmarkeringen van Neonpolis! We zijn bijna de stad uit!’

Ik kijk mijn opa opgewonden aan. ‘Wauw, ik ben nog nooit over de grens geweest. En jij?’

Hij knippert met zijn ogen en een schaduw glijdt over zijn gezicht. ‘Ik wel, toen ik nog een jonge kater was. Er hadden enorme bosbranden gewoed en bijna alle prooi was verdwenen, dus we werden gedwongen om buiten de grenzen te jagen. En zelfs wanneer we dat deden was er meestal niet genoeg te eten voor iedereen. Ik heb in die paar seizoenen meer kittens zien sterven dan in alle zonnerondes daarna.’

Silver kijkt hem met grote ogen aan. ‘Ik heb ook van de bosbranden gehoord, mijn grootouders vertelden me er weleens over. Sinds die keer zijn er bij ons Brandwachters opgesteld. Zodra er brand is, waarschuwen ze de Rain-familie. Die blust dan het vuur.’

‘Handig’, miauwt Blue onder de indruk.

Ik ruik dat de grens steeds dichterbij komt. ‘We zijn er bijna…’ mompel ik.

Een beweging trekt mijn aandacht en ik ga iets langzamer lopen. ‘Wat is er, Moon?’ vraagt opa Star op zijn hoede.

‘Eh… ik moet even mijn behoefte doen’, stotter ik. ‘Lopen jullie maar door. Ik haal jullie wel in.’

Blue knikt en ik blijf achter, terwijl ik om me heen kijk. Geluidloos trippelt een kat mijn richting op.

‘Ura!’ miauw ik verrast. De blauwe poes gebaart dat ik met haar mee moet lopen.

‘De eerste stap is gezet,’ mompelt ze, ‘je bent straks over de grens. Ik en de andere goden zullen je leiden, je hoeft ons alleen maar te volgen.’

Zonder verder nog iets te zeggen rennen we terug naar de groep.

Chapter 33

We houden pauze bij een klein riviertje. Pjotr is er ook, hij rent vrolijk rond terwijl Ura en Vera een oogje op hem houden. Blue en opa Star zijn gaan jagen.

Silver zit naast de rivier en staart doelloos naar haar eigen spiegelbeeld. Ik zie dat ze ergens mee zit, maar ik weet niet of ik haar durf te vragen wat dat is. Uiteindelijk overwin ik mijn twijfels en ga naast haar zitten.

‘En, hoe gaat het?’ vraag ik opgewekt. ‘Goed’, antwoordt ze zonder op te kijken. ‘Kijk me aan’, fluister ik zachtjes en we hebben plotseling oogcontact. Ik zie die groengele ogen, waar sterren in twinkelen. Ik krijg het opeens koud en dan weer warm tegelijk en wend snel mijn kop af.

Star komt terug met een ekster in zijn bek. Terwijl hij honderduit verteld over zijn supergoed gerichte wervelwind, die de vogel precies raakte, komt ook Blue aanlopen. Hij heeft twee musjes gevangen en schept ook op over zijn vangsten. Het gesprek begint mij te vervelen en ik slenter weg.

‘Moon!’ miauwt Silver en rent achter me aan. Verbaasd kijk ik over mijn schouder, ik had niet verwacht dat ze nog met me zou willen praten na wat er net gebeurd was. ‘Het spijt me’, mompel ik. ‘Ik weet dat ik dat nooit had moeten zeggen. Ik-ik wil je niet in de problemen brengen.’ Ik verwacht dat ze me zal toeknikken, maar Silver geeft me een lik over mijn oor!

‘Wat boeien die regels ons?!’ miauwt ze demonstratief. ‘We zijn dan wel van verschillende Dynastieën, maar maakt dat wat uit?’ Ik kijk haar een beetje verlegen aan. ‘Nou… eh… eigenlijk wel, weet je. Die regel is wel de basis van Neonpolis. Iedereen die de fout had gemaakt om hem te overtreden is er slecht vanaf gekomen, de kittens werden gedood en de twee minnaars verbannen.’ Silvers ogen glanzen. ‘Ze maakten geen fout, Moon, ze deden het enige juiste. We moeten niet de regels volgen, maar ons hart.’

Ik krijg een brok in mijn keel. ‘Ik…’ De woorden blijven steken en ik laat mijn kop hangen. ‘Het kan gewoon verkeerd uitpakken, niet alleen voor ons, maar ook voor iedereen in onze omgeving. Wanneer het Stadsbestuur erachter komt zullen onze families voor schut staan.’

‘Dan staan ze dat maar!’ blijft ze koppig volhouden. ‘Zij zouden hetzelfde doen als ze in onze poten hadden gestaan.’ Dat weet ik zo net nog niet. Ik kan me nauwelijks voorstellen dat mijn vader zoiets ook maar zou overwegen. En dan mijn moeder, die me al zo vaak heeft verteld dat haar loyaliteit aan de Lightnings alle grenzen oversteeg. Zelfs haar liefde voor mij.

En bovendien, als ze me nu zouden pakken, was er nog een kans dat ik ermee weg zou komen. Als het Stadsbestuur mijn verhaal over het gevecht zou geloven, hoe Light me had uitgedaagd en hoe ik mezelf enkel verdedigde… dan zouden ze me laten gaan. Maar wat wanneer daar de beschuldiging van een verboden liefde bij zou komen?

Chapter 34

Mijn poten doen pijn en mijn vleugels hangen slap langs mijn lijf. Ik ben moe, net zoals mijn reisgenoten. Maar ik weet dat rusten fataal uit kan pakken, want Vera heeft me verteld dat we er bijna zijn.

‘Ik val om van de dorst!’ klaagt Blue. ‘Wanneer we een beekje zien, dan storm ik ernaar…’ Hij is nog niet eens uitgepraat als hij wegrent. Silver en Star volgen hem op de voet, maar ik kijk eerst behoedzaam om me heen voordat ook ik mijn dorst ga lessen.

Blue, Silver en Spark staan op de oever van een kleine rivier. Ik wurm me tussen het riet door en plons mijn kop in het water. Als een gulzige vos slurp ik alles naar binnen. ‘Volgens mij komt deze uit in het Kristallen Meer’, miauwt opa Star. ‘Stel dat we verdwalen, dan kunnen we altijd de rivier nog volgen.’

De kans dat we verdwalen is klein, tenslotte leiden de goden mij naar mijn bestemming, maar toch stelt het me gerust. Star is oud en wijs, hij zal het wel weten. Blue slaakt een zucht van verlichting en zegt: ‘Ik zou willen dat ik een Rain-kat was! Dan kon ik de hele tijd mijn eigen drinkwater tevoorschijn toveren.’ Ik ben het daar wel mee eens en spin geamuseerd.

‘Jullie moeten door’, kraakt Juro, zijn stem neutraal als altijd. Soms lijkt het wel alsof de natuurgod geen emoties kent, maar hij is dan ook een kat met eeuwenlange levenservaring. Hij zal nergens meer van versteld staan, hij heeft tenslotte bijna alles al weleens meegemaakt.

‘Kom, we vertrekken weer’, miauw ik weinig enthousiast. ‘Nu al?’ gromt Blue vol ergernis. ‘Wat is er met jou aan de poot? Altijd haast, nooit even rust, altijd gespannen. Doe eens rustig.’ Demonstratief begon hij weer te drinken. Ik slaak een diepe zucht en sluip op de grijze kater af. Nu ben ik zo dichtbij dat ik hem kan aanraken, en ik duw zijn kop in het water.

Luchtbelletjes stijgen naar boven en ik laat mijn vriend los. Proestend wendt hij zich tot mij. ‘En nou pak ik jou!’ roept hij uit en duwt me het water in.

Geamuseerd grauwend klauter ik de kant op. Opa Star heeft Blue nu het water in geduwd, en de grijze kater komt boven. Een waterlelie zit op zijn kop en onwillekeurig moet ik lachen. Hoe vermoeiend, of lang, of saai de reis ook mag zijn, deze momenten zal ik nooit meer vergeten. Nooit meer.

Chapter 35

‘Jullie zijn er bijna’, klinkt de krakende stem van Juro. Ik kijk hem vol angst aan, angst die veroorzaakt wordt door onwetendheid. Wat gaan we daar aantreffen?

‘We zijn er bijna’, geef ik zijn boodschap aan mijn reisgenoten door. Stars ogen schitteren, terwijl Blue zijn vleugels gespannen tegen zich aan drukt. En Silver? Silver lijkt het niet eens te horen, ze is diep in gedachten verzonken.

Hoe moet dat ooit, wanneer we terug zijn in Neonpolis? Silver en ik zijn elkaar als minnaars gaan zien. Stel dat ze zwanger raakt? Worden de kittens dan gedood, worden wij verdreven? Ik weet het niet. In ieder geval besef ik dat alles anders zal worden zodra we terug zullen keren in de stad…

….als we ooit terug zullen keren. Opeens ben ik niet meer zo zeker van mijn overwinning. Ja, oké, ik heb de krachten van het licht. Ja, oké, de goden zijn met mij.

Maar wat heb ik aan lichtkrachten als ik niet weet hoe ik ze moet beheersen? Het enige wat ik tot nu toe heb gebruikt zijn lichtstralen, zogenaamde “lasers” dus, en dat ging… niet zo goed. Compleet fout, eigenlijk. Juro heeft me verteld dat ik nog zoveel meer kan: onzichtbaar worden, het beheersen van de tegenpool van licht, duister dus… kijk, als ik nou wist hoe dat allemaal werkte, had ik nog wel een kleine kans.

En wat heb ik aan goden die niet eens meer in de echte wereld kunnen komen? Ze kunnen enkel toekijken en me aanmoedigen, aanmoedigingen die alleen ik kan horen. Iedereen denkt altijd maar dat de goden de oplossing zijn tot alles, maar volgens mij valt die macht die ze zouden hebben reuze mee. De verhalenvertellers hebben er gewoon steeds een schepje bovenop gedaan.

Ik zwiep onrustig met mijn staart. Waarom moeten die twijfels toch altijd vlak voor de uiteindelijke confrontatie komen? Ik ben hun leider! Als ik zenuwen toon, dan verliezen zij de moed. Ik moet kalm blijven… anders kan dat ons de kop kosten.

‘Gaat het?’ vraagt Star zacht. Zo vastberaden mogelijk antwoord ik: ‘Ja, het gaat. Het gaat super.’ Ik hoop dat het er overtuigder uitkomt dan dat ik me nu voel.

Juro knippert met zijn ogen en gebaart naar achteren. Ik ren op hem af, mijn hart bonst in mijn keel als ik bedenk dat het straks aan mij is. Aan mij om de Zwartgeklauwden te verslaan.

We staan op de rand van een holte. En beneden zie ik, in de rotswand, een ingang. Er staat een kat op wacht, nietsvermoedend trekt hij met zijn snorharen. Ik huiver; de gapende duisternis is niet bepaald aantrekkelijk.

‘Wij hebben je hierheen gebracht’, miauwt Juro bemoedigend en de andere goden komen om me heen staan. ‘Nu is het aan jou, Moon Twister. Jij gaat Neonpolis redden.’

Oh nee. Het moment is daar. Goden, sta me bij!

Chapter 36

Star werpt een blik over de rand en zijn gezicht betrekt. ‘Hoe gaan we die bewaker uitschakelen?’ sist hij in paniek. ‘Als hij alarm slaat dan kunnen we het wel vergeten.’

Blue zwiept met zijn staart. ‘Hoelang zou die Zwartklauw daar al zitten? Ik zou me dood vervelen, ik snap niet waarom iemand zich bij die bende aan wil sluiten.’ Silvers ogen schitteren. ‘Wacht, dat is misschien wel iets… misschien moeten we wachten totdat hij wordt afgelost. Dan is ‘ie toch afgeleid?’

Opa Star lijkt niet overtuigd. ‘Maar dan moeten we wel meteen twee katten uitschakelen… al heb je wel gelijk dat ze dan waarschijnlijk niet meteen alarm slaan.’

‘Wie stemt er voor?’ vraag ik en steek mijn poot omhoog. Blue en Silver volgen meteen mijn voorbeeld en aarzelend gaat ook Stars poot de lucht in. ‘Prima, dan wachten we’, besluit ik. ‘Blue, neem jij de eerste wacht?’ De grijze kater kijkt me droog aan. ‘Oh, fijn. Dan sluit ik me niet aan bij de Zwartgeklauwden en moet ik alsnog op wacht staan.’ Maar hij knippert vriendelijk met zijn ogen en neemt een positie in aan de rand, tussen een kluwen kronkelige boomwortels. Zijn grijze vacht is onopvallend en hij houdt zijn vleugels zo plat tegen zijn pels gedrukt dat de Zwartklauw hem onmogelijk kan zijn.

Ik zoek een gemakkelijke houding en ga liggen. Silvers vacht strijkt tegen de mijne en ik geef haar een geruststellende lik. ‘Het komt goed.’ Daarna leg ik mijn kop op mijn poten en val in een diepe, onrustige slaap.


‘Moon!’ klinkt de fluisterende stem van Silver, die me ruw wakker schudt. ‘Moon, er is beweging. Kom snel!’

Snel als het licht schiet ik richting de rand van de holte. ‘Oké, hoe gaan we dit aanpakken?’ vraagt Star peinzend. ‘Laten we langs de rand sluipen.’

Het geluk is met ons, want de twee katten lijken elkaar te mogen. Ze maken vriendelijk een praatje en ik hoor gesnor in hun kelen rommelen. Nog een gelukje: het zijn geen Air-katten. Ze kunnen dus niet wegvliegen!

Nu zijn we zo dichtbij dat ze ons kunnen ruiken, we moeten meteen overgaan tot actie. Zonder het slaken van een strijdkreet springen we op de twee af.

Het is begonnen, we kunnen nu niet meer terug.

Chapter 37

De twee katten liggen bewusteloos tegen de stenen wand van de holte aan. Ik kan ze eindelijk goed bekijken.

Eén van hen is stevig gebouwd en heeft brede schouders. Ik heb tijdens het korte gevecht een liaan uit de grond zien groeien; hij moet van de Plant-familie zijn. De andere kat heeft kleine zwemvliesjes bij zijn poten, het is dus een Water-kat, maar welke familie? ‘Van welke familie is deze Zwartklauw?’ vraag ik onderzoekend en Blue snuift. ‘Ach, dat maakt toch niet uit? We moeten gaan.’

Ik kijk de kring rond met een brok in mijn keel. Allemaal houden ze hun ogen verwachtingsvol op mij gericht. ‘Voordat we gaan, wil ik zeggen dat geen kat zich betere vrienden kan wensen. Zonder jullie was ik nooit zo ver gekomen, waren wij nooit zo ver gekomen… dank jullie.’ Mijn dankwoord wordt ontvangen met gelukzalig gesnor. ‘Kom op dan!’ miauwt Silver. ‘Het is tijd om te gaan.’

Ik ga ze voor, de verkillende duisternis in. Met mijn snorharen betast ik de ruwe, dicht op elkaar gelegen wanden. Plotseling staat mijn hart stil.

Verderop gaat het twee kanten uit! Ik spits geconcentreerd mijn oren, maar uit geen van de gangen komt een aanwijzend geluid.

‘Welke kant?’ fluister ik. Al is mijn stem zacht, het galmt door de tunnels. Star schudt zijn kop. ‘Geen idee. Iemand?’

Blue stapt op de linker gang af. ‘Ik stem voor links.’ Daarna neemt Silver een plek in. ‘Ik stem voor rechts.’ Star knippert met zijn ogen. ‘Ik maak geen keuze, Moon. Het is aan jou.’

Met bonzend hart kijk ik mijn beide vrienden aan. Wat moet ik kiezen? Als ik de verkeerde keuze maak, is de kans groot dat de wachters al bijgekomen zijn en alarm hebben geslagen.

Plotseling strijkt een vacht langs de mijne. Juro’s groene ogen glinsteren in het donker. ‘Het is links, Moon. De linker gang is de juiste.’

‘Links’, besluit ik en ga hun voor. Het pad leidt steil naar beneden, en het tempo is langzaam om te voorkomen dat vallende steentjes ons verraden.

Dan wordt het opeens lichter. Opgelucht zak ik in de sluiphouding en ga ik op het licht af. Ik kijk over mijn schouder, mijn vrienden zijn er nog steeds en verderop meen ik ook de schimmen van de goden te zien.

‘We zijn er’, fluister ik. ‘Operatie Kittenkamer begint.’

Chapter 38

We kunnen nu alleen nog maar heel zacht fluisteren, anders zullen de Zwartgeklauwden ons horen.

‘Wat willen we doen?’ fluistert Star. ‘Het zal niet lang meer duren totdat de bewakers bij bewustzijn komen.’

Ik kijk koortsachtig om me heen en snuif de lucht op. Er klopt iets niet, er hangt een vreemd aroma in de lucht. Ik word er een beetje licht in mijn kop van.

Opa Star snuffelt ook eens en zijn ogen gaan wijd open van schrik. ‘Papaverzaad’, sist hij gealarmeerd. ‘Papa-wattes?’ herhaalt Blue met een vragend gezicht.

‘Het zijn de slaapverwekkende zaden uit de papaverplant’, legt Star uit. ‘Ik denk dat ze de zaden gebruiken om de kittens in slaap te houden.’

Ik kijk nog eens over de rand. Het is een grote ruimte, en het wemelt er van de Zwartgeklauwden. Op een richel aan de wand zie ik een zwart-witte kater met citroengele vlindervleugels.

‘Dat moet Shadow Misty zijn’, fluister ik met wiebelende oren. ‘De leider van de bende.’

Shadow kijkt met halfdicht geknepen ogen naar de katten onder zich. Ik ontwaar een vreemd iets aan de rechterkant. Nadat ik beter kijk weet ik wat het zijn.

Van lianen zijn een aantal grote netten gevlochten, en door de kleine gaten zie ik kittens liggen. Soms hoor ik een zwak piepgeluidje, waarna een Zwartklauw controleert of het jong wel ligt te slapen. De netten wiegen zachtjes op en neer aan een uitstekende rotspunt.

‘De kittens’, sist Silver ademloos. ‘Maar er zijn zoveel Zwartgeklauwden! Hoe krijgen we die arme kleintjes ooit bevrijd?’

Plotseling hoor ik meer gepiep. De Zwartklauw die de netten bewaakt knikt even naar een ander, die naar de andere kant van de grot loopt. Uit een inkeping haalt hij een in bladeren verpakt bundeltje tevoorschijn.

‘De jongen worden wakker’, besef ik. ‘Ze gaan nieuwe zaden geven, dit is onze kans!’

Ik kijk Star, Blue en Silver snel aan. Ze knikken allemaal instemmend.

Vervolgens ren ik naar de rand van de richel, sla mijn vleugels uit en spring.

Chapter 39

Er klinkt een schelle kreet: ‘Indringers!’

Ik cirkel over de Zwartklauwen heen totdat ik mijn doelwit vind. De kat met de zadenbundel, degene die de kittens in slaap wilde brengen.

Met een strijdkreet maak ik een duikvlucht en laat ik mezelf vallen. De Zwartklauw is onvoorbereid op de aanval en laat de papaverzaden vallen. Zo snel als hij kan vlucht hij weg uit de grot.

Een rode poes staat voor mijn neus met een vervaarlijk zwiepende staart. ‘Miezerig jonkie’, spuugt ze voordat ze haar poot optilt. Een steekvlam schiet tevoorschijn en ik duik opzij.

De vlammen raken me op een haar na niet, al voel ik dat enkele haren op mijn staart verschroeid zijn van de hitte. De Flame kijkt me aan met een spottende blik in haar ogen. ‘Zozo, Twistertje. Nou wil ik wel eens zien wat jij kan. Een briesje wind maken?’ voegt ze er honend aan toe.

Opeens moet ik denken aan die dag, een hele tijd geleden, voordat ik ook maar van de Zwartgeklauwden had gehoord. Toen Light en zijn volgers me voor de zoveelste keer in de val lokten. Dat moet de dag zijn geweest waarop ik Blue heb leren kennen!

Light had toen dezelfde opmerking gemaakt, Twistertje. En nu ga ik hetzelfde antwoord geven. Met een grauw hef ik mijn poot op. Ik voel hem verhitten en nog meer verhitten en een felle, witte lichtstraal schiet op haar af. De Flame schreeuwt in paniek en wordt de lucht in geslingerd.

Met ogen die branden van haat kijkt ze me aan. Ik meen even Light Lightning in haar te zien. ‘Ik ben geen Twistertje’, miauw ik koeltjes. ‘Ik ben een Twister, en daar ben ik trots op.’ Daarna laat ik haar gaan, waarna ze zich naar de rand van de grot sleept.

Ik voel kracht door me heen stromen. Het is me gelukt! Ik beheers nu mijn lichtstralen. Deze keer verloor ik de controle niet, nee, ik koos er bewust voor om mijn gave in te zetten. Ik hef mijn kop op naar het plafond. Zal de geest van Astar nu naar me kijken?

Dan merk ik Shadow Misty op, net op tijd. De zwart-witte kater heeft zich tegen de grond gedrukt en staat klaar om me te bespringen, maar ik ben klaar voor hem. Zodra hij springt, zet ik mezelf af met mijn achterpoten en sla ik mijn vleugels uit.

De Zwartgeklauwden-leider mist zijn doel en klauwt gefrustreerd in het gesteente. Zijn klauwen laten diepe groeven achter.

Ik aarzel niet en draai met mijn poot. Langzaam ontstaat er een wervelwind en de kater wordt van de grond af getild. In paniek slaat hij met zijn vlindervleugels, maar ik maak een duikvlucht en landt op zijn rug.

‘Ik heb je’, grom ik vol triomf. ‘Leider van de Zwartgeklauwden, geef je over.’ Hij kijkt me honend aan. ‘Ik? Leider?’ grauwt hij geamuseerd. ‘Oh, dat zou ik wel willen. Maar ik ben zeker niet de leider.’

Ik gaap hem aan. Niet Shadow Misty? Maar wie dan wel?!

Chapter 40

‘Niet jij?’ breng ik uit. Het lijkt alsof alles om me heen instort. Ik had me voorbereid op het gevecht tegen deze kat, ik had me op hem gefocust, ik had naar zijn sterke en zwakke punten gevraagd, maar alles is niks waard geweest. We zaten er al die tijd naast.

Shadow Misty maakt handig gebruik van mijn verbazing om me van zijn rug af te gooien. Ik knal tegen een van de netten aan, en ik hoor de kittens angstig piepen. ‘Sorry’, mompel ik voordat ik weer opstijg.

Niet Shadow. Niet hij. Maar wie dan wel? Shadow is degene die bevelen grauwt tegen de Zwartgeklauwden, waarom zou hij de leider niet zijn? Van bovenaf zie ik pas hoe erg we in de minderheid zijn.

‘MOON!’ schreeuwt Sorens stem keihard. ‘Kijk achter je!’ Als door een wesp gestoken draai ik me om en zie een gigantische gestalte uit de schaduwen van de rotsen tevoorschijn komen.

Wanneer hij zijn kop opheft zie ik zijn ogen, die branden in de mijne. Zijn golf van haat doorboort me, en ik heb zin om mijn ogen op iets anders te richten, maar de zwarte, duistere kop lijkt mijn aandacht vast te houden.

Wanneer hij een strijdkreet slaakt, weet ik opeens van Shadow bedoelde. Hij is inderdaad niet de leider van deze bende. Hij is slechts een pion in het spel van dit wezen.

Ik heb altijd gedacht dat ze niet meer bestonden. Dat de laatsten van dit ras gesneuveld zijn in de oorlog van lang geleden, dat de goden hen hebben vermoord. Ik dacht dat Neonpolis voor eeuwig van hen verlost zou zijn. En ik wed dat de goden zelf dat ook dachten.

Maar nee, iedereen zit ernaast. Iedereen heeft er altijd naast gezeten. Deze wezens, gedreven door pure haat tegenover alle katten, zijn meer dan een verhaaltje om kittens bang te maken. Ze hebben dan wel een ziel en lichaam, en bestaan niet (zoals in de oude verhalen) puur uit schaduw, maar dit is overduidelijk een van die moordende zwarte wolven, vastbesloten zijn voorouders te wreken, met klauwen vele keren groter dan die van een kat en ogen die je ter plekke lijken te verschroeien.

De leider van de Zwartgeklauwden, degene die al dit onheil over de stad heeft opgeroepen, de meest gezochte crimineel uit Neonpolis, draagt geen gezicht van mijn eigen soort. Eigenlijk best logisch; hoe kan een kat nou zoveel van zijn eigen soort koelbloedig doden?

Nee, dit is een zoveel gevaarlijkere tegenstander. En we waren al zo hopeloos in de minderheid. Ik weet dat we dit niet gaan winnen, of er moet een wonder gebeuren. Het enige wat ik nu nog te bieden heb is dat ik tenminste een aantal Zwartklauwen met me meeneem in mijn graf.

Jullie weten inmiddels wat voor wezen dit is. Dat zou iedereen weten, gezien de omschrijving die algemeen bekend is in Neonpolis.

De grote leider waar ik het tegen op moet nemen, is een…

Demon.

Chapter 41

‘Jij-jij-jij b-b-bent een demon!’ is het enige wat ik weet uit te brengen. De zwarte wolf knijpt zijn ogen tot spleetjes en glimlacht. ‘Ja, inderdaad, kleintje.’

Woede borrelt op, een razend vuur wat niemand zal kunnen stoppen. ‘Het is allemaal jouw schuld! Alles is misgegaan door jou!’ De demon rekt zich uit en houdt zijn kop schuin, terwijl zijn volgers op me af sluipen en me in een hoek van de grot lokken. ‘Anders nog iets?’ gaapt de wolf, waarbij zijn scherpe tanden zichtbaar worden.

‘Ja!’ schreeuw ik, de angstige ogen van mijn vrienden negerend. ‘Ik wil je eens vertellen waar je mee bezig bent! Heel Neonpolis wordt verwoest, door jou!’

De zwarte wolf trippelt nu op me af. Hij toont geen spoor van agressie, aan zijn ogen kan ik zien dat hij zich wel amuseert met mij. ‘Oh, dat is fijn om te horen. Dan heb ik mijn doel bereikt!’ De smalende stem komt meteen mijn irritatiezone binnen. Hij lijkt net Light, maar dan is hij veel meer dan een stomme pestkop. Hij is een moordenaar, een sadist, een psychopaat!

Grauwend vlieg ik op hem af, maar mijn duik is niet zo snel. De demon stapt op zijn gemakje opzij, terwijl ik op de stoffige grond smak. ‘Is dat alles wat je kunt, Twister? Ik had gedacht dat Neonpolis een grotere strijder zou sturen.’ Het was even stil, totdat hij vervolgde: ‘Hebben ze je wel gestuurd? Of ben je hierheen gekomen om de held te spelen?’

Dat kan ik niet ontkennen. Ik wilde de held spelen. Dankzij mij, dankzij mij alleen, leggen mijn vrienden nu het loodje. Hoe heb ik ooit kunnen denken dat ik dit kon winnen?

Soren strijkt naast me neer. ‘Kom op, Moon!’ roept hij uit. ‘Jij bent uitverkoren, het is jouw lot! Wij hebben vertrouwen in je!’ Ik glimlach halfhartig. ‘Ik zou willen dat ik iets van dat vertrouwen had.’

De demon kijkt me met halfdicht geknepen ogen aan. ‘Tegen wie praat je, Twistertje? Bid je tot je mama?’

En ja, dat is inderdaad wat ik doe. Mijn moeder, mijn vader, mijn zusjes, Iron Wind, iedereen die ik liefheb. Tenslotte kruis ik de blik van mijn reisgenoten, en ik bid dat het goedkomt met hun.

‘Als jij me wilt doden, kom me dan maar halen!’ krijs ik en spurt op de zwarte wolf af. Hij is verrast, wat mij in het voordeel brengt, maar zijn gigantische poten drukken me tegen de grond. ‘Nog laatste woorden?’ sist hij tussen opeengeklemde tanden door.

Ik voel mezelf vanbinnen heel vredig worden. Ik heb alles gegeven wat ik in me had, en dat was blijkbaar niet genoeg. Maar iemand zal ooit Neonpolis bevrijden. Iemand zal wel slagen, en wie weet laten de Zwartgeklauwden mijn vrienden leven, en zal de Twister-familie me herdenken als een gestorven held, niet als een gevluchte lafaard.

‘Ik ben er klaar voor’, grom ik. De klauwen boren zich in mijn kop, bloed spat uit de wond en ondraaglijke pijn gaat door me heen, maar daarna wordt het allemaal zwart en ebben de geluiden en de pijnen langzaam weg.

Chapter 42

Alles is weg. Die leegte. Die stilte. Ik weet niet meer wie ik ben, wat er is gebeurd, ik weet alleen dat het goed is zo.

Plotseling, als een donderdreun, schiet alles me weer te binnen. Het gevecht! Mijn vrienden zijn nog daar! En ik, ik ben dood… en ik kan hun niet helpen.

‘Hallo?!’ roep ik uit. ‘Is daar iemand?’ De echo van mijn woorden weerkaatsen hol door de leegte. Dan klinkt er een zware, dreunende stem. Hij klinkt overal in de ruimte, en tegelijkertijd in mijn kop. Ik kan er afzonderlijke stemmen in herkennen, maar tegelijkertijd is het één heldere toon.

‘Moon Twister van de Air-Dynastie.’ Ik wacht met spanning af wat er gaat volgen. ‘Moon Twister… Twister… Twister’, klinkt de echo. Dan voel ik plotseling kracht binnenstromen. Wat het is? Geen idee. Maar ik voel me sterker worden, krachtiger, mijn zelfvertrouwen laait op. ‘Wie bent u?’ vraag ik.

‘Ik ben de hogere macht, de stem in jouzelf, die een vorm gekregen heeft’, sprak de stem. ‘Ik ben je instinct, Moon.’ Verward kijk ik om me heen, ik voel de grond onder mijn poten wegzakken en vervolgens val ik in de zwarte duisternis. Overal flitsen beelden: van mijn vrienden, familie, maar ook van alle belangrijke gebeurtenissen in mijn leven, en enkele herinneringen die ik liever weg zou stoppen.

‘Van nu af aan zullen we jou niet langer meer kennen als Moon Twister. Jij zal Moon zijn, de god van het licht en de vrede.’ Dan stroomt licht mijn ogen binnen en ik vervaag, om wakker te worden op harde grond.

‘Moon?’ Een schorre, ademloze stem beroert mijn oren. ‘Moon, wat gebeurt er?’ Ik hef mijn kop op en staar recht in de ogen van Silver, mijn vriendin. ‘Je was dood! Je ademde niet meer! En je vleugels…’ Haar stem sterft weg en ik bekijk mijn verendek. Van de saaie, witte kleur is niks meer over, van alle veren straalt nu heldergoud licht af.

‘Wat?! Je bent dood!’ krijst de demon vol woede. Ik richt me tot hem. ‘Nee, jij tiran. Ik leef nog. Ik ben de god van het licht.’ Op dat moment gebeurt er iets wat ik hier niet goed kan beschrijven, je moet erbij zijn om het te geloven. De schimmen van de goden om me heen beginnen te knipperen, en langzaam vaster te worden.

Alle Zwartgeklauwden en mijn reisgenoten, ongelovig staren ze naar de goden, die eindelijk teruggekeerd zijn op aarde. ‘Jullie kunnen ze zien?’ adem ik verbaasd. Juro doet een stap naar voren, waarbij zand opstuift. ‘Moon, jij bent nu de god van het licht. De cirkel van goden is hersteld.’ De andere goddelijke katten murmelen instemmend en ik stijg op, door mijn vleugels baadt de grot in een helder licht.

Alles is op zijn plek gekomen. Ik heb een tweede leven gekregen, als god, en daarmee zijn de goden weergekeerd. Het is tijd om dit kwaad, de Zwartgeklauwden, voor eeuwig uit te roeien.

Chapter 43

‘Dwazen!’ schreeuwt de demon vol woede uit. Zijn bittere stem weerkaatst tegen de wanden en onwillekeurig trekt er een siddering van angst door me heen. ‘Denken jullie echt tegen me op te kunnen? Wij zijn in de meerderheid! Zwartgeklauwden, val aan!’

Enkele katten springen onmiddellijk naar voren en ontbloten hun nagels. Maar de rest kijkt elkaar weifelend aan; blijkbaar is de situatie veranderd, nu de goden zijn weergekeerd. Tot mijn verbazing lopen er een aantal naar de overkant, om zich aarzelend bij de goden aan te sluiten.

‘Lafaards!’ krijst de nachtzwarte wolf. ‘Hebben jullie dan geen spatje loyaliteit? Jullie zullen ten onder gaan, samen met die godenvriendjes van jullie!’ Op dat moment barst de strijd los. Iedereen vliegt elkaar in de haren, een deel van de Zwartgeklauwden vlucht in paniek de grot uit, en ik duik op de overgebleven katten af.

Een donkergrijze, langharige kater met reusachtige vleermuisvleugels creëert een windvlaag, die gevaarlijk aan mijn vleugels trekt. Maar ik weet mezelf in evenwicht te houden en schiet een felle lichtstraal op de Zwartklauw af. Hij kan hem niet meer ontwijken; met een brul van pijn stort hij neer.

Vanuit mijn ooghoek zie ik hoe de demon stilletjes in de richting van de uitgang sluipt. Ik knik Maro, de bontgekleurde oorlogsgod, kort toe en we sprinten op hem af. De zwarte wolf draait zich als door een wesp gestoken om als hij in het nauw wordt gedreven, maar het is al te laat.

‘Je bent in de minderheid!’ grauwt Maro. ‘Geef je over!’ De demon spuugt op de grond. ‘Om vervolgens door jullie vermoord te worden? Denk je dat ik geen eer heb? Als mijn Zwartgeklauwden niet zo’n gebrek aan loyaliteit hadden getoond, had ik gewonnen!’ Ik kijk hem ijzig aan, iets in mij blijft kalm ondanks de brandende blik van mijn vijand. ‘En dat zegt degene die weg wilt glippen en zijn aanhangers in de steek laat? Nee, demon, jij bent hier degene zonder loyaliteit.’

Daarmee is alles gezegd. Ondanks alles wat de wolf heeft gedaan, knijp ik mijn ogen dicht op het moment dat Maro’s poot vuurrood oplicht en hij de demon de beslissende slag toedient. ‘Het is voorbij’, gromt de oorlogsgod, terwijl het leven wegtrekt uit het lichaam van zijn slachtoffer. ‘Dit had al veel eerder moeten gebeuren.’

Ik dwing mezelf ertoe om hem toe te knikken, terwijl ik niet probeer te letten op het bloed wat uit de wond druipt. Het doet me kokhalzen, zeker als ik die glazige ogen van de demon zie. Ik heb zoveel gevaren getrotseerd. Ik ben bang, boos, verdrietig, verliefd en blij geweest, maar ik krijg nu te maken met het gevoel waarvan ik het nooit had verwacht: afschuw.

Dit is hetgeen waar we alles voor hebben gedaan. Om deze demon, deze schaduwwolf, te doden. Hebben we hiermee echt Neonpolis gered? Is het nu klaar?

Chapter 44

‘Het is je gelukt.’ Juro staat achter me; zijn door ouderdom getekende gezicht toont een spoortje van trots. Ik wend mijn blik af van de demon en knik zwakjes, terwijl ik voor het eerst eens rustig mijn gouden vleugels bekijk. Wat zijn ze mooi! Ik wil natuurlijk niet opscheppen, maar ze zijn wel echt veel mooier dan de zilveren veren van Soren. De witte luchtgod verschijnt achter me zodra ik aan hem denk.

‘Goed gedaan, Moon Twister’, complimenteert Soren me. ‘Of nee, nu moeten we Moon zeggen. Je bent immers geen Twister meer.’ Gek genoeg doet het me niet veel verdriet. Buiten mijn vader en Star heb ik nooit echt goed contact gehad met katten uit de Twister-familie, de goden voelen nu meer aan als familieleden.

‘Mijn kleine kater wordt groot!’ spint opa Star achter me met een gezicht dat uit elkaar lijkt te barsten van trots. ‘Of nee, hij wordt natuurlijk niet meer ouder nu hij de onsterfelijkheid heeft.’ Ik geef hem een ruw kopje en hij strijkt met zijn zwaluwenvleugels over mijn vacht.

Blue en Silver volgen aarzelend. Ze lijken niet echt goed te weten wat ze moeten zeggen en schuifelen maar wat met hun poten, maar ik neem ze in een stevige wurg-knuffel. ‘Ook al heb ik een tweede leven gekregen, ik ben nog steeds dezelfde Moon’, murmel ik zacht. ‘Nog steeds jullie vriend.’

Juro schopt nonchalant aarde over het lijk van de zwarte wolf en richt zich tot de andere goden. ‘Goden, bewaak de gevangenen! Enne… Blue, Star en Silver, kunnen jullie de kittens bevrijden?’ Mijn reisgenoten sprinten op de netten af en beginnen ze als een gek door te knagen. De kittens, waarvan sommigen nog erg slaperig, beginnen aarzelend met Pjotr te miauwen. De zwarte, kleine steengod lijkt helemaal hyper te zijn dat hij nu eindelijk met leeftijdsgenoten kan communiceren, wat de andere goden geamuseerd aanzien.

‘Soren, Moon’, roept Juro luid. ‘Ik heb voor jullie nog een aparte taak: ik wil dat jullie terugvliegen naar Neonpolis en het nieuws brengen dat de Zwartgeklauwden zijn verslagen.’ Meteen voel ik mijn poten verstijven. ‘Uh, Juro… ik wil niet als eerste terug zijn in de stad. Wedden dat het Stadsbestuur een beloning op mijn kop heeft gezet?’

De oude God van de Aarde kijkt me droogjes aan. ‘Dan zeg je maar tegen het Stadsbestuur dat ze op moeten krassen. Ik en de andere goden nemen het weer van hun over.’ Knipperend met mijn ogen kijk ik hem aan. De goden hebben zich lang geleden, voor de demonenoorlog, teruggetrokken uit het stadse leven.

‘Waarom?’ vraag ik hem. Juro zucht. ‘Het is een slecht teken dat zoveel katten zich bij de Zwartgeklauwden hebben aangesloten, en daarmee al hun vrienden hebben verraden. Er is nog nooit zoveel onrust geweest, en het lijkt me het beste als wij -voorlopig- het heft in eigen handen nemen. Het is tenslotte onze stad.’

Ik staar naar mijn poten. ‘Nu ik een god ben, eh, betekent dat dat alles weer goed is?’ Juro’s gezicht betrekt meteen. ‘Dat zou je wel willen hè, Moon? Nee, het spijt me. Je kunt je terechtstelling niet ontlopen - en je zal de beslissing die ik en de andere goden maken moeten aanvaarden.’

Chapter 45

We vliegen over de uitgestrekte bossen. Ik zie in de verte Neonpolis verschijnen; de stad herken ik door de stenen vlaktes van de Fire-Dynastie. ‘Het gaat veel sneller nu we vliegen’, merk ik op tegen Soren. Onze vleugels, de zijne zilver en de mijne goud, laten lichtgevend poeder achter. De sterrenstofdeeltjes lijken te verdampen binnen een paar tellen, wat er oogverblindend mooi uitziet.

‘Eerste stop: Spark-familie’, spint Soren en duikt naar beneden. Ik ga achter hem aan en voel de wind aan mijn vacht rukken, de bries suizen in mijn oren. Kortom: het voelt fantastisch.

Aan de rand van een strook loofbos strijken we neer. Stenen vlaktes strekken zich om ons heen uit, en steile wanden beschutten de woonplekken van de Sparks. Ik zie dat ze holen hebben gemaakt in de holte, maar ook zie ik ogen glinsteren in de duisternis van de vele grotten die zich langs de wanden bevinden.

Langzaam kruipen alle Spark-katten bijeen in het midden, hun ogen ongelovig op ons gericht. Een bruin cyperse kater met gele ogen beent naar voren en zijn mond valt open. ‘Soren! Wat een eer u hier te mogen verwelkomen!’ De andere katten buigen hun koppen eerbiedig. ‘Na al die eeuwen bent u teruggekeerd, in de Spark-familie. In mijn Spark-familie!’ roept de kater emotioneel uit. Ik vermoed dat hij het familiehoofd is.

Soren kucht. ‘Citrus Spark, dit is Moon. Voormalig bekend als Moon Twister.’ Het familiehoofd staart naar me, nee, hij staart niet naar mij… alleen naar mijn gouden vleugels. ‘Moon Twister, de voortvluchtige. Eigenlijk zou ik je op bevel van het Stadsbestuur in hechtenis moeten nemen, maar… nu Soren hier is willen we het gezellig houden.’ Het klinkt nogal gespannen, hoor ik, waarschijnlijk zou hij me het liefst aan stukken willen scheuren.

‘Moon is nu de god van het Licht’, spreekt Soren luid. ‘Hij heeft de goedkeuring ontvangen van Moeder Natuur, die hem een tweede leven heeft geschonken. Moon is zijn eerste leven verloren in de strijd tegen de Zwartgeklauwden.’ Citrus Spark kijkt me ongelovig aan. ‘Wacht… heb jij de Zwartgeklauwden uitgedaagd? Maar je bent zelf niet veel beter dan hen!’ Het flapt er waarschijnlijk uit voor hij er erg in heeft. Ik doe mijn best om mijn woede te beheersen. ‘Dat ben ik zeker wel. Of wil jij tegen de wil van de goden ingaan?’

Soren kijkt me waarschuwend aan; waarschijnlijk is het niet de bedoeling dat ik de katten onder druk zet. ‘U mag wel wat dankbaarder zijn’, bromt de luchtgod uiteindelijk. ‘Moon heeft zijn leven gewaagd -en verloren- om de kittens van uw familie terug te brengen. Ze zijn veilig. De Zwartgeklauwden zijn verslagen en gevangen genomen.’

Citrus Spark buigt zijn kop als excuus. ‘Sorry, Moon. Ik-ik ben u zeer dankbaar.’ In zijn ogen schittert dankbaarheid, maar ook achterdocht. Blijkbaar vertrouwt hij me niet helemaal. Ik knik de twee katers toe en glip dan weg, naar Charly Spark. Ik herinner me nog goed de belofte die ik aan hem heb gedaan, om Silver veilig thuis te brengen.

‘Ik heb mijn belofte gehouden’, murmel ik zacht. ‘Silver is veilig. En ze zal spoedig terug zijn in Neonpolis.’

Chapter 46

Laten we zeggen dat mijn familie niet echt blij was me terug te zien. Star en ik zijn als eerste uitgefoeterd door het familiehoofd, Spots Twister, en hebben vervolgens huisarrest gekregen. Hoewel, dat is niet echt als straf bedoeld; met onze status zal het levensgevaarlijk zijn om andere families tegen het lijf te lopen. Het is beter als we gewoon thuis blijven.

Natuurlijk volg ik het nieuws op de voet. Het Stadsbestuur heeft zich teruggetrokken, en de goden hebben het stokje overgenomen. De jonge Pjotr is ondergebracht bij de Rock-familie, hij is immers de god van het Gesteente.

Maar ondanks alles wat ik voor Neonpolis heb gedaan, lijkt mijn familie me niet te vergeven dat ik Light Lightning heb verminkt en vervolgens ben weggelopen. Ook de Spark-katten zijn woest dat ik Silver in zo’n gevaar heb meegesleurd.

Niet iedereen reageert echter zo. De woede van de Sparks neemt niet weg dat ze ook wel blij zijn, aangezien ik hun ontvoerde kittens heb teruggebracht. Gisteren is Claw Cloud langsgekomen, en die kon me niet genoeg bedanken dat ik zijn jongen heb gered.

En als ik zo naar het laatste nieuws luister, zijn de meningen verdeeld in heel Neonpolis. Enkelen vinden dat ze me naar Al-kat-raz moeten sturen, de gevangenis van de stad, maar ik schijn ook heel veel fans te hebben. Zij willen me gaan vereren als god en dat ik in het Stadsbestuur treed.

Waarom ik nog steeds in de Twister-familie ben? Ik hoor toch niet meer bij hun familie? Ik ben nu de lichtgod! Maar het is de enige plek waar ik veilig ben. De Lightnings zouden me elektrocuteren en vervolgens gebruiken als nestbekleding, zo erg haten ze me. En de goden verblijven in het centrum, de drukste plek van de stad; ook niet bepaald handig voor een voortvluchtige.

Vanmiddag is mijn proces. Ik ben zo zenuwachtig dat ik geen hap door mijn keel krijg. Al-kat-raz is een verschrikkelijke, donkere plek. Bovendien zou ik daar tussen de Zwartgeklauwden zitten en ik gok dat die ook nog wel een appeltje met me te schillen hebben.

De Raad van Hoge Poten, een groep rechters, heeft al over Blue en Star beslist. Ze krijgen een korte jaagstraf voor hun ongehoorzaamheid, maar hebben ook eer toegewezen gekregen vanwege hun uitzonderlijke moed. Wat een tegenstrijdigheid allemaal. Ik heb Silver niet meer gezien sinds ik terug in Neonpolis ben, dus ik heb geen idee hoe zij er vanaf is gekomen.

Een Hoogpoot die ik persoonlijk ken, heeft me verteld dat ik me geen zorgen hoef te maken over de relatie tussen Silver en ik. Tenslotte ben ik nu een god, niet meer gebonden aan een Dynastie, en tellen de grenzen niet meer.

Dat was een hele opluchting. Maar de spanning over mijn veroordeling begint wel te groeien: moet ik de bajes in, of zullen de goden me sparen?

Chapter 47

Mijn familieleden escorteren me naar het centrum. Vandaag is de dag, de dag die alles kan veranderen. Al-kat-raz of eeuwige roem? Het zijn twee nogal uiteenlopende dingen. En toch heb ik geen idee welke van de twee me wordt toegewezen.

Ik zie ernaar uit om Blue weer te zien. Sinds het angstaanjagende gevecht tegen de Zwartgeklauwden, hebben we geen contact meer gehad. Hoe zou ik ooit kunnen vermoeden dat ik een Lightning-kat zo zou missen? Het is allemaal anders gelopen dan ik dacht.

Naast Blue, mis ik Silver natuurlijk ook. Maar die is er niet. Deze rechtszaak is van de Twister- en de Lightning-familie, en helaas niet van haar. Wanneer zal ik weer met haar praten? Wanneer zullen we onze staarten weer verstrengelen, en samen de nachten doorbrengen?

De grond wordt rotsachtig onder mijn poten. Aan het gesteente, weet ik dat we de stenen krater naderen waar het stadscentrum zich bevindt. Zullen de Lightnings er al zijn? Light, Blue? Vaya, Lily, Dream? Opa Star trippelt naast me. Hij slaat zijn sneeuwwitte vleugels om me heen en bromt bemoedigend. Voor even voel ik me niet meer de voortvluchtige, de god, de kat die Neonpolis redde. Nee, ik voel me weer een kitten. Getroost door zijn grootvader.

Zal het ooit weer zo worden als toen? God van het Licht, dat ben ik nu, en daar komt heel wat verantwoordelijkheid bij kijken.

We slaan onze vleugels uit. Enkele katten lijken me in de gaten te houden, alsof ze verwachten dat ik weg ga vliegen! Mooi niet. Ik ben moe. Uitgeteld. Dat leven als vluchteling was niet alleen fysiek, maar ook mentaal een ware vuurproef.

Bovendien ben ik dood gegaan, dat was ook niet echt een pretje. Nog steeds voel ik me een beetje versuft. Eigenlijk zou ik hier niet moeten staan, maar Moeder Natuur had medelijden met me, blijkbaar.

We vliegen naar beneden. Spots voorop; zijn kin fier opgeheven. Daarna Fluf, Star, en de rest. Ik vlieg middenin de groep, omringd door mijn familieleden. Ze lijken me niet langer te vertrouwen, maar ook te willen beschermen. Want wat er ook gebeurt is, ik ben van oorsprong een Twister en ergens zal ik dat altijd blijven. Liever mij dan de Lightnings.

Ik land op de stoffige, zanderige bodem van de krater. ‘Houd je taai’, fluistert Star. ‘Het komt allemaal goed.’ Ik knik hem toe, niet in staat om ook maar iets te zeggen. We hebben zoveel meegemaakt, maar nu komt het tot een eind.

Zal het bitter zijn, of word ik beloond voor mijn daden?

Chapter 48

Er breekt rumoer los als ik de zaal binnen schuifel. Door gaten in het stenen plafond, schijnt licht naar binnen, dat zich werpt op de aanwezigen.

De ruimte is gevuld met katten. Aan de linkerkant, is het echter leeg; dat moet de plek zijn waar de Twisters gaan zitten. Rechts is het stampvol met Lightnings.

Op een klein, stenen platform voorin de grot zie ik de gestaltes van de goden zitten, in de vorm van een halve maan. Juro zit middenin en vlakbij de rand, met naast zich Ura en Vera. Soren en Nevon volgden daarna, met tenslotte Meteor en Maro die de rij sluiten. Pjotr is nergens te bekennen; logisch, wie neemt er nou een kitten mee naar zo’n serieuze bijeenkomst?

Vlak voor het platform staan twee grote rotsblokken. Op de ene zit de glanzend witte gestalte van Light. Zijn blik brandt in de mijne, en alle haat die hij ooit voor me voelde lijkt erin te vlammen. Anthony Lightning heeft zich naast Light gevestigd, en knikt me toe als respectvol gebaar.

Reikhalzend zoek ik mijn moeder, zusjes en beste vriend. Die laatste spot ik al snel; Blue kijkt me vol zelfvertrouwen aan. Blijkbaar denkt hij dat we dit gaan winnen. Daarna ontmoet ik ook Vaya’s blik, die vol pijn en trots is. Vaag onderscheid ik de vachten van Lily en Dream, maar meer krijg ik niet van ze te zien.

We lopen naar de linkerkant. Ik begrijp dat ik plaats moet nemen vooraan, op het grote rotsblok, en Spots neemt de plek naast me in. Mijn familieleden staan nu letterlijk achter me; hopelijk doen ze dat ook figuurlijk.

Als iedereen zit, daalt er een ongemakkelijke stilte neer. ‘Welkom, katten van de Lightning- en Twister-familie’, begint Juro. ‘Wij zijn hier bijeen gekomen, om het recht te laten zegevieren, inzake het conflict tussen Light Lightning en Moon.’

Ik voel zenuwen opborrelen in mijn buik. Light gaat even staan als zijn naam genoemd word, en haastig volg ik zijn voorbeeld. Blijkbaar is mijn vijand goed voorbereid op deze dag, terwijl ik me maar een beetje onhandig voel nu alle aandacht op mij is gericht.

‘Maar deze zaak strekt zich veel verder dan enkel hun persoonlijke ruzies,’ ging Juro verder, ‘want Moon heeft nog meer wetten gebroken. Hij heeft het bevel om zich te melden bij het Stadsbestuur geweigerd, en is in plaats daarvan gevlucht. Vandaar heeft het nieuwe bestuur, bestaande uit de goden met uitzondering van Moon, besloten om deze zaak zelf onder poten te nemen.’

Het klinkt allemaal zo negatief. Kan Juro niet een goed woordje voor me doen? Ik bedoel, hij was er zelf bij toen Light me uitdaagde en pestte, en dankzij mij is heel Neonpolis gered. Dit is niet bepaald de omschrijving van een held, eerder die van een lafaard.

‘Nu geef ik Light Lightning, de aanklager, en zijn advocaat, Anthony Lightning, het woord’, besluit Juro. Light komt langzaam overeind, en ik zie dat zijn achterpoot gedraaid is in een vreemde hoek. Ik heb hem verminkt. En nu is het tijd om de prijs daarvoor te betalen.

Chapter 49

Light vertelt met een hoge zeurstem zijn hele levensverhaal. Hoe hij vroeger gepest werd. Hoe ik hem altijd uitdaagde, en hem over de streep trok. Hoe hij “smeekte” dat ik hem met rust moest laten. Mijn klauwen glijden in en uit van woede, bij elke leugen die de witte kater vertelt.

Juro weet dat het leugens zijn, maar hij toont geen emotie. ‘Moon, heeft u nog wat hierop te zeggen?’ Ik sta op en werp een brandende blik op Light. ‘Het zijn leugens. Hij is de pestkop!’ Maar meteen hoor ik hoe kansloos dit klinkt. Gewoon de schuld bij de ander leggen, terwijl Light een heel verhaal heeft ingestudeerd. Hiermee ga ik dit niet winnen.

‘Zijn er nog andere getuigen die ondersteunen wat Moon zegt?’ klinkt Juro’s luide stem. ‘Dan is dit hun laatste kans om de verdachte te verdedigen.’ Het zweet druipt over mijn rug. Ik ben niet schuldig!, wil ik uitroepen, maar dat zal vast niks helpen.

Plotseling is er beweging aan de Lightning-kant. Er staat iemand op… het is Blue. De blauwgrijze kater begint te spreken, ondanks het protesterende gemiauw van zijn familieleden. ‘Light spreekt niet de waarheid’, verkondigt Blue, de geschokte uitroepen negerend. ‘Ik was erbij toen het gebeurde en ik zou mijn broer moeten steunen, maar ik vind rechtvaardigheid belangrijker.’

‘Nee, jij vindt je vriend belangrijker!’ roept Light woedend uit, maar voor de rest blijft het akelig stil als Blue verdergaat. ‘Anderen hier nemen genoegen met de waarheid. Zoveel jonge Lightning-katten hebben het zien gebeuren, maar durven hun bek niet open te trekken, uit angst dat zij het volgende slachtoffer worden.’

Een andere kat staat op. Ik herken de gestalte van Trava Lightning, een van Lights aanhangers. ‘Blue heeft gelijk’, miauwt hij, op enigszins schuldige toon. ‘Het is Lights schuld dat dit allemaal is gebeurd. Wij deden ook mee, en dat was verkeerd.’

Meer en meer katten vallen Blue bij, onder de blik van Light, die het zelf nog niet lijkt te beseffen. Ik trouwens ook niet. Deze meelopers hebben mijn hachje gered; zijn ze dan toch niet zo slecht als ik altijd heb gedacht? Juro schraapt zijn keel. ‘Light Lightning heeft het laatste woord.’ De witte kater staat moeizaam op, werpt een woedende blik op het Stadsbestuur, en schreeuwt: ‘Ik haat jullie! Ik haat jullie allemaal!’ Vervolgens verlaat hij de zaal. Gebroken. Light Lightning is gebroken.

‘Moon heeft zijn onschuld bewezen’, verklaart Juro. ‘Hij zal worden vrijgesproken.’ De andere goden knikken allemaal instemmend. ‘Alle Lightnings en Twisters worden verzocht de zaal te verlaten, en naar de krater te gaan. Alleen Moon blijft hier nog even.’

Ik kijk de oude kater vragend aan. Waarom moet ik hier blijven? En waar gaan de anderen heen?

Chapter 50

Binnenkort!

Community content is available under CC-BY-SA unless otherwise noted.