Wikia


  • Dit is een kladpagina

Warrior Cats

Nou, ik heb weer een nieuw idee. Ik kan geen afscheid nemen van Vuurzang, Luipaardklauw en alle anderen dus komt er nog een verhaal. Ik weet niet of dit gaat uitgroeien tot een serie, maar dat zie ik later wel. Ik wil nog niet te veel zeggen, anders verklap ik het denk ik al een beetje. Maar het speelt zich ongeveer een jaar na Een nieuw leven af.

Proloog

Lijsterster keek droevig. Dit was al de derde kat die was vermoord. Ze waren er nog niet achter wie het was, maar hij zal zich ooit wreken op degene die dit heeft gedaan. Hij had nog een heel leven voor zich. De jonge Loofpoot had niet mogen sterven. Hij keek toe hoe het graf met aarde werd gevuld. Bijenpoot en Wortelpoot zaten jammerend bij elkaar. Zijn ouders, Windhart en Arendvacht, hielden zich groot voor hun kinderen. Maar hij wist dat ze net zo’n groot verdriet hadden en dat dat eruit zal komen zodra ze het krijgershol binnen zouden komen. Lijsterster zuchtte. Vuurzang keek hem aan. “Het is een duistere tijd, maar we slaan ons er wel doorheen. Uiteindelijk zullen we ze vinden,” in haar ogen blonk een fel vuur. Lijsterster knikte en zond gebeden naar de Sterrenclan.

Schaduwclan

Leider: Lijsterster, een rossige kater met gele ogen.

Commandant: Vuurzang, een rode poes met een witte vlek op haar borst en gele ogen. Voormalig Donderclankat

Medicijnkat: Wildhart, een grijze kater met blauwe ogen.

Leerling: Vonkhemel, een zwarte kater met rode vlekken en blauwe ogen.

Krijgers:

Wolfsklauw, donkergrijze kater met amberkleurige ogen en veel littekens. Voormalige Donder- en Rivierclankat

Luipaardklauw, een goudbruine kater met mooie, zwarte vlekken en groene ogen.

Leerling: Ochtendpoot

Leeuwenbries, een goudbruine kater met groene ogen.

Leerling: Lavapoot

Honingstorm, een cyperse kater met blauwe ogen.

Paddeneus, een grijze kater met bladgroene ogen.

Windhart, een mooie, zilvergrijze poes met blauwe ogen.

Arendvacht, een bruine kater met prachtige, helderblauwe ogen.

Egelstroom, een bruine poes met gele ogen.

Jaagwolk, een snelle, goudbruine kater met blauwe ogen.

Leerling: Wortelpoot

Sterrendauw, een goudbruine poes met twee stervormige, zwarte vlekken op de achterkant van haar oren.

Leerling: Avondpoot

Oceaanvonk, een mooie, vuurrode poes met prachtige, oceaanblauwe ogen.

Leerling: Keverpoot

Hemelvuur, een goudbruine kater met vuurrode vlekken en blauwe ogen.

Leerling: Oostenpoot

Lynxvleugel, een goudbruine kater met grijze en zwarte streepjes op zijn voorhoofd en blauwe ogen.

Leerling: Westenpoot

Libellevleugel, een blauwgrijze poes met een witte vlek op haar borst en groene ogen.

Leerling: Bijenpoot

Ravenvleugel, een zwarte poes met groene ogen. Voormalig Donderclankat

Eksterpels, een zwart-witte kater met groene ogen. Voormalig Donderclankat

Zangvleugel, een rode poes met witte sokjes, zwarte oortopjes en groene ogen. Voormalig Donderclankat

Bliksemlicht, een grijze poes met twee zwarte, bliksemschichtachtige vlekken op haar flanken en felle, gele ogen. Voormalig Donderclankat

Schaduwvlinder, een kleine, zwarte, avontuurlijk poes met kleine, witte vlekjes.

Strovaren, een strokleurige poes met groene ogen en grijze sokjes.

Stormregen, een blauwgrijze kater met witte sokjes en gele ogen.

Tornadostorm, een goudbruine kater met blauwe ogen en zwarte oortopjes.

Woudblad, een prachtige, goudbruine kater met bruine sokjes en woudgroene ogen.

Tijgerwind, een mooie, cyperse poes met groene ogen.

Leerlingen:

Wortelpoot, een lichtbruine kater met oranje-gele ogen.

Bijenpoot, een prachtige, lichtbruine poes met blauwe ogen.

Avondpoot, een bruin cyperse poes met blauwe ogen.

Keverpoot, een bruine kater met blauwe ogen.

Oostenpoot, een prachtige, goudbruine poes met oranje-gele ogen. Houdt er niet van als anderen overbezorgd zijn om haar.

Westenpoot, een goudbruine kater met witte vlekken en gele ogen.

Ochtendpoot, een goudbruine poes met blauwe ogen.

Lavapoot, een rood cyperse kater met groene ogen.

Moederkatten:

Hartsintel, een rode poes met een hartvormige, witte vlek op haar voorhoofd en gele ogen. Moeder van Eksterpels' kittens: Rafelkit en Zonnekit. Voormalig Donderclankat

Lichtbloem, een witte poes met groene ogen. Moeder van Jaagwolks kittens: Nevelkit en Mierkit.

Maanstroom, hoogzwangere, grijs cyperse poes met groene ogen. Zwanger van Lynxvleugels kittens.

Zwartwolk, zwarte poes met witte buik en poten en gele ogen. Ze is een vaste moederkat.

Heemstvacht, een zwarte poes met groene ogen. Een vaste moederkat.

Kittens:

Rafelkit, mooi, rood poesje met blauwe ogen.

Zonnekit, wit poesje met rode vlekken.

Nevelkit, klein, wit poesje met goudbruine vlekken.

Mierkit, snel, wit katertje.

Oudsten:

Loofpels, een bruine kater met groene ogen.

Cederstaart, witte kater met bruine ogen.

Braampels, roodbruine kater met gele ogen.

Kwartelstaart, lichtbruine poes met donkerbruine strepen en blauwe ogen.

Kristalhart, witte poes met grijze strepen en blauwe ogen.

Echohart, een grijze poes met donkergrijze strepen en groene ogen.

Blauwhart, mooie poes met een blauwachtige glans op haar vacht en doordringende, blauwe ogen. Voormalig Donderclankat

Donderclan

Leider: Buizerdster, grote, gespierde, rossige kater met gele ogen.

Commandant: Hertensprong, een witte poes met bruine vlekken en gele ogen.

Medicijnkat: Heesterstaart, donkerbruine kater met gele ogen.

Leerling: Echovonk, een grijze poes met blauwe ogen.

Krijgers:

Rafelklauw, een rode kater met witte vlekken.

Leerling: Bloesempoot

Hommelvacht, een grijze kater met donkergrijze strepen en gele ogen.

Leerling: Bloempoot

Stormwind, lichtgrijze kater met mooie, blauwe ogen.

Boomblad, een kleine, witte kater met bruine vlekken en blauwe ogen.

Houtlicht, een bruine poes met gele ogen.

Leerling: Snelpoot

Gaaipels, een bruine kater met blauwe ogen.

Amandelhart, een lichtbruine poes met amandelkleurige ogen.

Streeppels, een bruine kater met donkergrijze strepen.

Tulphart, een grijze poes.

Uilenpels, bruine poes met blauwe ogen.

Leerlingen:

Bloesempoot, een bruine poes met grijze vlekken en mooie, blauwe ogen.

Bloempoot, een grijze poes met blauwe ogen.

Snelpoot, een bruine kater met mooie, blauwe ogen.

Moederkatten:

Donswolk, een lichtbruine poes met een donzige vacht en gele ogen. Moeder van Gaaipels' kittens: Vleugelkit en Forelkit

Kittens:

Vleugelkit, lichtbruin katertje met bruine vlekken en gele ogen.

Forelkit, een grijs poesje met lichtbruine sokjes en gele ogen.

Oudsten:

Vossenklauw, een schildpadkater met gele ogen.

Otterklauw, een bruine kater met gele ogen.

Helderhart, een prachtige, rode poes met witte vlekken en bruine ogen.

Hyacinthart, een lichtgrijze poes met een goedgevormde kop en blauwe ogen.

Lindehart, een lapjespoes met groene ogen.

Rivierclan

Leider: Regenster, een lapjespoes met bruine ogen.

Commandant: Bliksemklauw, een rossige kater met gele ogen.

Medicijnkat: Rotsneus, een donkerbruine kater met gele ogen.

Leerling: Droomwind, een prachtige, lichtbruine poes met paars-blauwe ogen.

Krijgers:

Rookklauw, een grijze kater met bruine ogen.

Leerling: Vederpoot

Eikelpels, een lichtbruine kater met groene ogen.

Leerling: Regenpoot

Duifpoel, een zilverkleurige poes met bruine ogen.

Leerling: Blauwpoot

Beverbries, een lichtbruine kater met groene ogen.

Leerling: Kastanjepoot

Lariksblad, een donkerbruine kater met gele ogen.

Marterbloem, een prachtige, zwarte poes met bruine vlekken.

Zwaluwvleugel, een witte poes met zwarte vlekken.

Vlamwind, een bleekrode kater met witte strepen.

IJsvleugel, witte poes met ijsblauwe ogen. Voormalig Donderclankrijger

Beukblad, een bruine poes met grijze vlekken en blauwe ogen.

Leerling: Hyacintpoot

Leerlingen:

Hyacintpoot, een mooie, rossige poes met donkerblauwe ogen.

Vederpoot, een stevige, witte kater met rossige vlekken.

Regenpoot, een kleine, donkerbruine kater met blauwe ogen.

Blauwpoot, een bruine kater met lichtbruine vlekken.

Kastanjepoot, een lichtbruine poes met zwarte vlekken.

Moederkatten:

Zonbloem, een mooie, zandkleurige poes met gele ogen. Een vaste moederkat.

Grijsmist, grijze poes met blauwe ogen. Moeder van Beverbries' kittens: Bontkit en Moskit.

Kittens:

Bontkit, mooi, lichtbruin katertje met grijze oortopjes.

Moskit, mooi, lichtbruin poesje met grijze oortopjes.

Oudsten:

Steengloed, een grijze kater met groene ogen.

Havikblik, een grijze kater met donkere strepen en blauwe ogen.

Varenpels, een lichtbruine kater met gele ogen. Voormalige medicijnkat

Perzikstreep, een heel donkerbruine poes met gele ogen.

Windclan

Leider: Schemerster, een grote, grijsgestreepte kater met gele ogen.

Leerling: Vlinderpoot

Commandant: Stekelpels, een grote, rossige kater met gele ogen.

Leerling: Lichtpoot

Medicijnkat: Eekhoornlicht, een roodbruine poes met blauwe ogen.

Leerling: Wolkenpoot

Krijgers:

Haverblad, een grote, bruine kater met enorme klauwen aan zijn voorpoten en gele ogen.

Merelvleugel, grote, bruine kater met zwarte vlekken en groene ogen.

Eikenstaart, een bruine kater met zwarte strepen en blauwe ogen.

Heidemist, een lichtbruine poes met prachtige, blauwe ogen.

Berkstaart, een bruine kater met donkere strepen en groene ogen.

Bladvleugel, een witte poes met bruine vlekken en groene ogen.

Leerling: Donderpoot

Schaduwklauw, een zwarte, eng-uitziende poes met bruine ogen.

Leerling: Rivierpoot

Witbes, een kleine, witte kater met bruine vlekken en gele ogen.

Leerling: Vossepoot

Doornpels, een rode kater met groene ogen.

Salieveder, een grijze poes met groene ogen.

Vederlicht, een witte poes met goudbruine vlekken en groene ogen.

Dauwhart, een sierlijke, zwarte poes met blauwe ogen.

Leerlingen:

Wolkenpoot, een witte kater met zwarte vlekken en blauwe ogen.

Donderpoot, een rode poes met gele ogen.

Rivierpoot, een blauwgrijze kater met groene ogen.

Vlinderpoot, een lichtbruine poes met donkerbruine strepen en blauwe ogen.

Lichtpoot, een witte kater met zwarte vlekken en groene ogen.

Vossepoot, een witte kater met bruin cyperse vlekken.

Moederkatten:

Honingvacht, een lichtbruine poes met groene ogen. Ze is een vaste moederkat.

Reigervleugel, een zilverkleurige poes met bruine ogen. Moeder van Witbes' jongen: Bessenkit en Rozenkit.

Kittens:

Bessenkit, wit katertje met grijze vlekken.

Rozenkit, een zilverkleurig poesje met kleine, witte vlekjes.

Oudsten:

Vissensprong, een kleine, zwarte poes met blauwe ogen.

Rozenhart, grijze poes met groene ogen. Voormalige medicijnkat.

Hemelclan

Leider: Paardenster, een witte kater met rode vlekken en gele ogen.

Commandant: Herfstmist, een roodbruine poes met gele ogen.

Leerling: Steenpoot

Medicijnkat: Waterdauw, blauwgrijze kater met groene ogen.

Leerling: Zilverpoot

Krijgers:

Winterklauw, een witte kater met blauwe ogen.

Leerling: Klauwpoot

Lentedauw, een optimistische, zandkleurige poes met bruine ogen.

Leerling: Hartpoot

Dassenklauw, een grijze kater met groene ogen.

Bernageklauw, een schildpadkater met groene ogen.

Plantenhart, een rode poes met groene ogen.

Ravenvlucht, een zwarte poes met blauwe ogen.

Tulpbloem, een grijze poes met groene ogen.

Leliepoel, een donkergrijze poes met witte borst en poten en blauwe ogen.

Oleanderbloem, een rode poes met bruine ogen.

Duisterklauw, pikzwarte kater met felle, amberkleurige ogen.

Druifhart, prachtige, blauwgrijze poes met gele ogen.

Ganzenvoet, roodbruine kater met blauwe ogen.

Klitwind, roodbruine kater met gele ogen.

Spitsklauw, een lichtbruine kater met donkerbruine strepen en sokjes en groene ogen.

Leerlingen:

Zilverpoot, een zilvergrijze poes met bruine vlekken en groene ogen.

Hartpoot, een witte poes met donkergrijze vlekken.

Steenpoot, een donkergrijze kater met zwarte vlekken.

Klauwpoot, een pikzwarte kater met witte sokjes.

Moederkatten:

Esdoornlicht, mooie, bruine poes met gele ogen. Zwanger van Klitwinds kittens.

Oudsten:

Notenpels, lichtbruine kater met bruine ogen.

Donkerhart, donkergrijze kater met groene ogen.

Aardebloem, bruine tijgerpoes met groene ogen.

Hoofdstuk 1

Oostenpoot knipperde met haar ogen tegen het felle zonlicht. Westenpoot schudde aan haar schouder. “Wat is er?” Mauwt ze gehumeurd. “Maanstroom heeft haar jongen gekregen vannacht,” zegt Westenpoot vrolijk. “Echt?” Opeens vrolijk staat Oostenpoot op. Ze trippelt snel met haar broer mee. Voor de kraamkamer zit Lynxvleugel de wacht te houden. “Hoi Lynxvleugel, mogen we naar binnen?” Vraagt Westenpoot. “Één tegelijk,” reageert Lynxvleugel. Westenpoot knikt en kijkt haar vragend aan. “Ga jij maar eerst. Jij wist het eerder dan ik,” zegt Oostenpoot. Westenpoot knikt haar dankbaar toe en glipt de kraamkamer in. Na een paar minuten komt haar broer naar buiten. Hij heeft een geniepig lachje op zijn gezicht, maar Oostenpoot schenkt er geen aandacht aan. Ze loopt de kraamkamer in. Meteen wordt ze door vier kittens besprongen. Ze valt op de grond. Oostenpoot glimlacht naar de kittens. “Goede aanval, jullie worden vast goede krijgers,” zegt ze. “Hoor je dat mama? We worden goede krijgers zegt Oostenpoot,” piept Zonnekit enthousiast. Oostenpoot glimlachte. Dan wendt ze zich naar Maanstroom. De grijs cyperse poes kijkt teder naar twee balletjes vacht. Het ene is grijs en het andere goudbruin. “Ze zijn mooi Maanstroom,” zegt Oostenpoot terwijl ze dichterbij komt. “Dank je,” snort Maanstroom. “Heb je ze al namen gegeven?” Vraagt Oostenpoot. “Ja, deze hier heet Veerkit,” ze wijst op de grijze kitten, “En deze hebben we de naam Veenkit gegeven.” “Leuke namen,” zegt Oostenpoot. “Dank je,” mauwt Maanstroom. Ze kijkt weer liefdevol naar haar jongen. Stilletjes verlaat Oostenpoot de kraamkamer. Eenmaal buiten wordt ze opgewacht door haar mentor, Hemelvuur. Ze mocht haar broer wel. Er is haar een keer verteld dat Tijgerwind ook de leerling van haar eigen ‘broer’ is geweest. “Wat gaan we vandaag doen?” Vraagt Oostenpoot. “We gaan op een grenspatrouille met Keverpoot, Oceaanvonk en Windhart,” vertelt Hemelvuur. “Leuk!” Zegt Oostenpoot. Ze loopt samen met Hemelvuur naar de andere katten van de patrouille. “Hè hè, ben je eindelijk wakker?” Plaagt Keverpoot. Hij heeft pretlichtjes in zijn ogen. “Jongens, we gaan een grenspatrouille doen. Hou je kop er alsjeblieft bij,” zegt Windhart. “Ja, Windhart,” zegt Keverpoot. Stiekem rolt hij met zijn ogen. Oostenpoot grinnikt zachtjes. Windhart kijkt Keverpoot scherp aan, maar zegt niks meer. Ze leidt de patrouille het kamp uit. “Bij welke grens gaan we patrouilleren?” Vraagt Oostenpoot. “Bij de Hemelclangrens,” antwoordt Oceaanvonk. De vuurrode poes komt naast haar lopen. Oostenpoot mag haar oudere zus wel. Ze benijdt haar om haar wijsheid en het feit dat ze andere katten goed aanvoelt. De vuurrode poes heeft ook eigenschappen van Vuurzang. Ze is een formidabele vechter. Oostenpoot wordt uit haar gepeins gerukt, omdat de patrouille stopt. “We zijn bij de grens,” zegt Hemelvuur. Windhart knikt en gaat langs de grens lopen. Oostenpoot loopt haar vlug achterna. Ze wist dat Windhart na haar moeder en vader één van de oudste krijgers is. Keverpoot komt naast haar lopen. “Zullen we straks een verrassingsaanval doen op Westenpoot en Avondpoot?” Vraagt Keverpoot. “Dat is een leuk idee!” Zegt Oostenpoot enthousiast. “Dat weet ik toch. Ik heb altijd goede ideeën,” zegt Keverpoot gespeeld arrogant. Oostenpoot lachtte. “Wel opletten hè jongens. Ik durf te wedden dat jullie die Hemelclankatten daar niet hadden gezien,” zegt Oceaanvonk. Ze kijken over de grens en zien daar een patrouille bestaande uit vier katten. Ze ziet er één leerling bij. Dat is Hartpoot, schiet er door haar heen. De patrouille komt naar de grens toe. Oostenpoot en Keverpoot lopen naar Hartpoot. “Hoe gaat het bij jullie?” Vraagt Oostenpoot. “Goed, Esdoornlicht is een paar dagen geleden bevallen van drie jongen,” zegt Hartpoot opgewonden. “Hoe heten ze?” Wil Keverpoot weten. “Hondenkit, Dauwkit en Zomerkit. Ze zijn zo schattig!” Zegt Hartpoot. “Jongens, we gaan weer verder,” roept Windhart. “Doei,” zegt Oostenpoot. Hartpoot mauwt nog vlug een afscheidsgroet en loopt dan terug naar haar patrouille. Oostenpoot en Keverpoot trippelen ook snel naar hun patrouille terug. Tegen Zonhoog zijn ze terug in het kamp. Ze waren best wel snel klaar en hadden ook nog even de Windclangrens gedaan. Oostenpoot loopt naar Westenpoot en Avondpoot. Ochtendpoot en Lavapoot zaten ook bij hen. Oostenpoot zoekt een plekje naast Westenpoot en Lavapoot. Ze luistert naar het gesprek. Ze praten over wat ze allemaal al gedaan hadden en roddelden een beetje over de krijgers. Toen het gesprek stilviel vertelde Oostenpoot wat zij had gedaan met wat aanvullingen van Keverpoot. “Oh, dat is zo leuk. Ik hoop dat ik Hartpoot binnenkort weer tegenkom,” snort Avondpoot. Ze horen de oproep voor een clanvergadering. Ze staan op en lopen met de hele groep naar de hoge steen. Oostenpoot komt naast Keverpoot en Avondpoot zitten. Voor haar zit Lavapoot. Een blik achterom vertelt haar dat Westenpoot achter haar zit en naast hem Ochtendpoot. De jonge leerling zit weer dicht tegen Westenpoot aan, maar die kijkt alleen maar geïrriteerd en duwt haar van zich af. Westenpoot staat op. Oostenpoot maakt wat plek voor hem en hij komt naast haar zitten. Oostenpoot keek naar Ochtendpoot. De poes keek met hangende oren naar Westenpoot. Stilletjes zoekt ze een plekje naast haar moeder Tijgerwind. Oostenpoot had wel medelijden met haar. De vergadering begon. Bijenpoot en Wortelpoot werden krijgers met de namen Bijenvleugel en Wortelneus. Oostenpoot roept hun namen, net als de rest van de clan. Als het geluid weer verstomd is de vergadering afgelopen. Oostenpoot feliciteert de twee krijgers en wenst hen geluk met de wake. Wortelneus kreeg een frons op zijn gezicht toen ze hen herinnerde aan de wake. Oostenpoot baant zich een weg door de kattenmenigte. Ze ziet Westenpoot zitten en loopt naar hem toe. Ze gaat naast hem zitten. Haar broer zuchtte. “Ik wilde dat Ochtendpoot me met rust liet,” zegt hij. “Je moet het haar gewoon vertellen. Ik denk dat ze het wel zou begrijpen,” zegt Oostenpoot. Westenpoot knikt. “Ik denk dat ik dat dan maar moet gaan doen,” zegt hij. Westenpoot speurt de open plek af. Dan staat hij op en gaat weg. Oostenpoot volgt hem met haar ogen. Hij gaat bij Ochtendpoot zitten en praat tegen haar. Ochtendpoot kijkt sip en knikt dan. Westenpoot loopt terug naar Oostenpoot. Hij ziet er nou ook niet bepaald gelukkig uit. Dat snapt ze wel. Het is niet fijn om iemand verdriet te doen. Westenpoot komt naast haar zitten. “Ik voel me slecht,” zegt Westenpoot. “Dat snap ik wel. Het is niet fijn om iemand pijn te doen,” zegt Oostenpoot. “Dat is het niet. Het is iets anders,” Westenpoot staat op met slaphangende oren en slentert naar het leerlingenhol. Hopelijk gaat het snel over.

Hoofdstuk 2

Keverpoot ging bij de doorntunnel staan. Hij ging mee met een jachtpatrouille. Leeuwenbries leidde de patrouille. De rest van de patrouille bestond uit Lavapoot, Ochtendpoot en Luipaardklauw. Ze gingen jagen bij een grote boom in hun territorium. Na een paar minuten waren ze daar aangekomen. Leeuwenbries opperde het idee om apart van elkaar te jagen. Iedereen stemde ermee in. Keverpoot sloop weg door het struikgewas. Ineens zag hij een schurftige kat zijn nagels aan een boom scherpen. Een indringer! Zijn haar kwam overeind. Hij wilde de kater net confronteren toen er nog vijf katten bij hem kwamen staan. Ze fluisterden tegen elkaar. Voorzichtig sloop Keverpoot nog dichterbij. Hij hoorde wat ze zeiden. Ze praatten over een goudbruine poes. “De baas zei dat ze Oostenpoot heet en een dochter is van ene Luipaardklauw en Nachtroos,” fluistert de eerste kat die hij zag. “Ik heb haar gezien op een patrouille gisteren,” fluistert een andere. Keverpoot heeft genoeg gehoord. Voorzichtig loopt hij achteruit. Dan knapt er een takje onder zijn poot. De zwerfkatten spitsen hun oren. Hij vlucht weg, maar de zwerfkatten zijn sneller. De grootste drukte hem tegen de grond. “Hoeveel heb je gehoord?” Vraagt hij fel. “Niks,” zegt Keverpoot zo dapper mogelijk. “Vertel ons de waarheid anders ga je eraan,” sist hij. “Ik heb alles gehoord,” piept hij angstig. “We laten je gaan, maar als je aan je leider of aan wie dan ook verteld wat je hebt gehoord gaan jij en die poes er allebei aan,” de kater spuugt in zijn gezicht. Hij plant zijn klauwen in zijn vel en laat hem dan los. Keverpoot springt overeind en racet weg. Hij wist niet wat hij moest doen. Hij kon het niet aan de leider vertellen. Dan zou hij zijn en Oostenpoots levens op het spel zetten. Als hij het niet deed wist hij zeker dat ze Oostenpoot toch zouden vermoorden, maar als hij het wel vertelde zou ze beter beschermd kunnen worden en hij ook. Maar hij geloofde niet dat ze dan niet vermoord zouden worden. Hij besloot het voor zichzelf te houden. Er kon in principe pas iets aan gedaan worden als hij wist wie hier achter zat. Trouwens zijn patrouille weet waarschijnlijk niet waar hij is. Vlug loopt hij terug naar de grote boom. Hij ziet Leeuwenbries ongerust rondkijken. Vlug gaat Keverpoot bij hen staan. “Oh, daar ben je. Ik dacht dat we je kwijt waren,” zegt Leeuwenbries opgelucht. “Kom, we gaan terug naar het kamp,” zegt Luipaardklauw. De patrouille gaat terug naar het kamp. Op de terugweg bedacht Keverpoot dat hij Oostenpoot zoveel mogelijk in het oog moest houden. Eenmaal in het kamp zag hij Westenpoot, Oostenpoot en Avondpoot bij elkaar zitten. Hij ging bij hen zitten. Hij lette niet echt op wat ze aan het vertellen waren. Hij was in gepeins verzonken. Uit welke clan komt het gevaar? Het moet wel een clan zijn, wie weet anders de clannamen? Hij ging na welke katten een hekel konden hebben aan Luipaardklauw of Nachtroos. Hij dacht ook na over eventuele vijanden van Oostenpoot zelf, maar kon niemand bedenken. Trouwens, hij had Donkerhart van de Hemelclan wel eens vuil zien kijken naar Luipaardklauw, Vuurzang en IJsvleugel. Hij had er toen geen aandacht aan geschonken, maar vroeg zich nu af wat er gebeurd is. Hij stond op en liep zonder iets te zeggen weg. Hij merkte de verbaasde blikken van zijn medeleerlingen niet op. Hij ging naar het oudstenhol. Hij liep naar binnen. Vlug keek hij welke oudsten nog op waren. Hij zag Blauwhart met haar doordringende blik hem aankijken. Hij kreeg altijd de rillingen van die poes. Zijn angsten opzij zettend liep hij naar haar toe. "Wil je een verhaal vertellen over Donkerhart? Waarom kijkt hij altijd zo gemeen naar Vuurzang, Luipaardklauw en IJsvleugel?" vraagt Keverpoot. Blauwhart kneep haar ogen achterdochtig samen en zei toen: "Ik zal het je wel vertellen." Keverpoot liet een kleine, opgeluchte zucht ontsnappen. "Je kent Vlamster toch wel? De vader van Vuurzang?" Toen Keverpoot knikte ging ze verder, "Hij kwam achter een geheim van hem. Zijn moeder was de Hemelclanpoes Vuurwolk. Hij maakte het bekend op een grote vergadering en sindsdien heeft hij een wrok tegen hun familie," eindigt Blauwhart. "Dank je wel," zegt Keverpoot. "Maar nu zou ik graag eens willen weten waarom je dit wilde weten," zegt Blauwhart. "Omdat ik nieuwsgierig was naar de reden waarom hij altijd zo naar hun kijkt," antwoordt Keverpoot na enige aarzeling. Blauwhart knikt, maar hij ziet dat ze hem niet geloofd. "Ik kom je morgen wel een stuk prooi brengen," zegt Keverpoot. Blauwhart knikt. Keverpoot wandelt het oudstenhol uit. Eenmaal uit het zicht racet hij naar het leerlingenhol. Vlug gaat hij in zijn nest liggen. Hij krijgt echt de rillingen van die poes. Na enkele minuten valt hij in slaap.

Hoofdstuk 3

Ochtendpoot heeft net Keverpoot van zich af geschud. Hij plakte de hele tijd aan haar en probeerde haar tegen iets te beschermen. Maar als ze vroeg waarvoor hij haar beschermde kreeg ze ontwijkende antwoorden. Hij liep de hele dag rond met een frons op zijn gezicht. Lavapoot en de anderen deden gelukkig wel nog normaal. Westenpoot is gelukkig ook weer bijgetrokken, maar ze merkt dat hij toch regelmatig Ochtendpoots gezelschap opzoekt. De jonge leerling lijkt het allemaal niet zo leuk te vinden. Maar Oostenpoot houdt zich erbuiten. Oostenpoot kijkt om zich heen. Ze is net terug van een jachtpatrouille. Keverpoot had erop gestaan om met haar te jagen. Uiteindelijk had ze drie muizen gevangen. Ze besluit naar Avondpoot te gaan. Ze zit alleen aan de rand van de open plek. Op haar gemakje wandelt Oostenpoot naar haar toe. Ze gaat naast haar zitten. “Weet jij wat er met Keverpoot is?” Vraagt Oostenpoot, “Hij plakt de hele tijd aan me.” Avondpoot keek op met een brede glimlach. “Hij vindt je leuk Oostenpoot,” glimlacht Avondpoot. Oostenpoot werpt stiekem een blik op de bruine leerling. “Ik denk het niet. Het is iets anders,” zegt Oostenpoot, “Ik heb het gevoel alsof hij me ergens voor probeert te beschermen.” “Dan zou ik het niet weten,” Avondpoot heeft denkrimpels in haar voorhoofd. “Hij doet de afgelopen tijd inderdaad raar. Het lijkt alsof hij niemand meer vertrouwt,” zegt Avondpoot. Oostenpoot knikt. “Er is iets gebeurd wat hem heel erg geschokt heeft,” zegt Avondpoot. Oostenpoot knikt weer. “Kom je Oostenpoot? We gaan vechttraining doen,” roept Hemelvuur. Oostenpoot mauwt een afscheid naar Avondpoot en trippelt dan vlug naar haar mentor toe. Westenpoot staat al te wachten met zijn mentor Lynxvleugel. “Dit keer maak ik je in,” mauwt Oostenpoot uitdagend. “Daar ben ik niet zo zeker van hoor,” zegt Westenpoot, vrolijk op Oostenpoots uitdaging ingaand. “Wacht maar, dan zul je het zien,” zegt Oostenpoot geheimzinnig. Westenpoot lacht vrolijk. “Je kunt toch niet winnen van mij. Ik ben meester vechter,” Westenpoot zegt het doodserieus, maar hij heeft pretlichtjes in zijn ogen. Als Oostenpoot iets terug wil zeggen wordt ze onderbroken. “Ik heb een tip. Als we nu gewoon gaan dan zullen we zien wie de beste is,” zegt Lynxvleugel. “Dat lijkt me een goed plan,” zegt Hemelvuur. Lynxvleugel gaat hen voor door de doorntunnel. Al snel zijn ze bij de trainingskuil aangekomen. Iets verderop ziet ze Ochtendpoot en Lavapoot met hun mentors. Vlug richt ze haar aandacht weer op Lynxvleugel en Hemelvuur. Ze zijn een bewegng aan het uitleggen. Ze moet proberen onder de kat te komen en hem dan in de buik te trappen. Dan moet ze snel wegrollen, overeind springen en de kat weer aanvallen. Hemelvuur doet de beweging eerst voor bij Lynxvleugel en daarna mag zij het proberen bij Westenpoot. Westenpoot heeft zich opesteld. Oostenpoot denkt na, het zag er zo makkelijk uit bij de twee krijgers, maar ze wist dat in een echt gevecht de beweging moeilijk uit te voeren was. Bovendien kon het ook niet altijd uitgevoerd worden. Ze stond nu al een paar minuten te denken en Wstenpoots aandacht was verslapt. Dit is mijn kans! Rzendsnel komt Oostenpoot in beweging. Ze rent naar Westenpoot toe, glijdt tussen zijn poten door en trapt hem in zijn buik. Westenpoot wordt de lucht in geschopt. Vlug rolt Oostenpoot uit de weg. Ze springt overeind en werpt zich meteen weer op de net overeind gekomen Westenpoot. "Goed gedaan Oostenpoot," zegt Hemelvuur, "Maar bedenk wel dat in een echt gevecht Westenpoot meteen zou hebben aangevallen. Daarbij zou hij zijn aandacht ook niet laten verslappen in een echt gevecht." Oostenpoot knikt begrijpend. "Nu mag Westenpoot het bij jou proberen," zegt Lyxvleugel. Oostenpoot knikt en gaat klaarstaan. Ze is vastbesloten niet dezelfde fout te maken als haar broertje. Dan ineens loopt Westenpoot op zijn gemakje naar haar toe. Oostenpoot houdt hem scherp in de gaten. Ze wist dat hij enorm creatief is met aanvallen. Ze kijkt hem wantrouwend aan. Dan gaat het snel. Een ogenblik verslapt Oostenpoots aandacht doordat ze Keverpoot met zijn mentor ziet aankomen. Het volgende moment voelt ze poten die in haar buik trappen. Ze wordt een klein beetje de lucht in geworpen en komt met een harde smak een vossenlengte verder neer. Westenpoot neemt haar meteen in een houdgreep. “Goed gedaan Westenpoot. Goed dat je gebruikmaakte van Oostenpoots onoplettendheid,” Lynxvleugel struikelt haast over de moeilijke woorden. Ze zag dat Hemelvuur moeite deed zijn lach in te houden. Door zijn opgeblazen gezicht schoot ze zelf in de lach. Lynxvleugel keek haar geërgerd aan, maar keek weg toen Hemelvuur het ook niet meer kon inhouden. Westenpoot keek een beetje verbaasd. Hij begreep blijkbaar niet wat er zo grappig aan is. Zij snapte ook niet wat er zo grappig was aan over woorden struikelen. Ze moest alleen lachen om Hemelvuurs bolle gezicht. Lynxvleugel gaf Hemelvuur een por. Haar mentor hikte nog wat na, maar was toen stil. Keverpoot kwam bij hen staan met zijn mentor en speurt meteen de randen van de zandkuil af. Oostenpoot zuchtte stil. Ze werpt een geïrriteerde blik op hem. Wat is er toch met hem?

Hoofdstuk 4

Keverpoot speurde het bos af of hij Oostenpoot kon vinden. Hij was samen met haar en hun mentors op jachtpatrouille. Het was twee dagen geleden dat Oostenpoot hem zo kwaad aan keek. Gisteren waren Hartsintels dochters Rafelkit en Zonnekit leerlingen geworden. Rafelkits mentor werd Wolfsklauw en Zonnekits mentor werd Egelstroom. Hij ving Oostenpoots geur op en trippelde vlug verder onderwijl zijn neus gebruikend om haar geurspoor te blijven volgen. Hij zag haar haar neus in de lucht steken om een prooi te bespeuren. Hij bleef nog even toekijken, maar net toen hij weg wilde gaan kwam Oostenpoot door de struiken gestapt. “Wat doe je?” vraagt ze wantrouwend. “Ik dacht dat ik prooi rook,” liegt Keverpoot. Hij vind het niet fijn om te liegen, maar hij wist niet wat ze zou doen als hij de waarheid zou vertellen. Oostenpoot legde haar oren plat tegen haar kop. “Weet je wat? Ik ben er klaar mee. Laat me met rust,” spuugt ze. Dan racet Oostenpoot weg. “Wacht!” Roept Keverpoot. Hij racet haar achterna. “Laat me met rust,” roept Oostenpoot. Keverpoot ziet hoe ze razendsnel in een boom klimt. Keverpoot komt tot stilstand. Hij kijkt omhoog en ziet twee ogen hem aanstaren. Ze verdwijnen en even later hoort hij hoe Oostenpoot van de ene boom naar de volgende springt. Keverpoot besluit dat het geen zin heeft en sjokt met hangende kop weg van de boom. Hij besluit maar gewoon te gaan jagen en proeft de lucht. Zijn neus vertelt hem vele dingen, maar hij let alleen op de geur van een konijn. Hij onderzoekt de geur en komt erachter dat het een vrouwtje is en dat ze nog jong is. Voorzichtig sluipt hij in de richting die zijn neus hem wijst. Na langs een paar struiken te hebben gelopen ziet hij het jonge dier zitten. Hij maakt zich klaar voor de sprong. Hij spant zijn spieren in zijn achterpoten aan. Dan maakt hij de sprong, maar hij had de afstand verkeerd ingeschat en komt een staartlengte voor her konijn neer. Het beestje is natuurlijk al lang weggevlucht. Geïrriteerd zwiept Keverpoot met zijn staart. Eerst Oostenpoot en nu dit. Hij gaat zitten en laat zijn oren langs zijn kop hangen. Hij probeert zijn gedachten op iets leuks te zetten en denkt na over de volgende grote vergadering. Dan zie ik Bloempoot weer! Hoop ik. Toen hoorde hij Hemelvuur aankomen. “Ga je mee terug naar het kamp?” Vraagt Hemelvuur. Keverpoot knikt. “Heb je niks gevangen?” Vraagt Oostenpoots mentor, “En waar is Oostenpoot? Ik kan haar nergens vinden.” “Ik heb niks gevangen,” zegt Keverpoot beschaamd, “En ik weet niet waar Oostenpoot is.” Hemelvuur kijkt hem doordringend aan, maar draait zich dan om en stapt weg door de struiken. Vlug loopt Keverpoot achter de goudbruine kater aan. Onderweg vangt hij een eekhoorn en met een tevreden gevoel komt hij aan in het kamp. Zijn mentor was al naar het kamp teruggekeerd, maar hij was ongerust toen hij Oostenpoot nergens bespeurde. Zou haar iets overkomen zijn?

Hoofdstuk 5

Oostenpoot zette woedend haar klauwen in de schors van de boom waar ze net in was gesprongen. Kan die rottige kat nou nooit eens normaal doen? Het was nog niet zo lang geleden dat hij nog die jonge, onbezorgde leerling was waar ze mee kon lachen. Maar dat leek al manen geleden. Ze hoorde Keverpoot weglopen van de boom waar ze net in zat. Mooi! Ik heb even geen zin in hem. Oostenpoot luisterde met gespitste oren naar het kwetteren van de vogeltjes, het ruisen van de bladeren door de wind en het gekrabbel van enkele eekhoorns die over de takken van de bomen liepen. Ze luisterde meer ingespannen en onderscheidde het geluid van een konijntje op de grond onder de boom. Ze loerde tussen de takken naar beneden en zag daar het jonge beestje zitten. Soepel liet ze zich uit de boom vallen en brak de ruggengraat van het diertje onder haar uitgestoken klauwen. Met een tevreden gevoel begraaft ze haar prooi. Oostenpoot proeft de lucht. Een vreemde geur vult haar geurklieren. Ongerust legt ze haar oren plat. Oplettend kijkt ze om zich heen. Dan breekt er een kat door de struiken heen. Hij valt niet gelijk aan. Oostenpoot kijkt de zwerfkat wantrouwend aan. Hij is bruingrijs met een plukje haar op zijn kop en witte wangvlekken. Hij heeft kwaadaardig glinsterende, oranje ogen en een lang litteken die de vacht boven zijn linkeroog doorgroeft. Er kwamen nog een vijftal katten uit de struiken gestapt. Ze zagen er allemaal mager uit en ze hadden onverzorgde vachten. “Wat doen jullie hier? Dit is Schaduwterritorium,” zegt Oostenpoot uitdagend. Ze deed haar best om haar stem niet te laten trillen. “Wij komen en gaan waar we willen,” zegt vermoedelijk de leider. De grijsbruine kater maakte een teken met zijn staart en de katten vielen aan. Oostenpoot wist ze even van zich af te houden. Maar ze werd snel moe. Ze zag een kat die zich door de struiken door wrong. Hij viel de kater aan die haar tegen de grond gedrukt hield. Vlug sprong Oostenpoot overeind en viel een zwarte poes aan met een gescheurd oor. Met zijn tweeën hadden ze hen snel weggejaagd. De zwerfkatten waren niet heel sterk. Toen ze weg waren kwam de kat naar haar toe. Ze herkende Wortelneus. “Ben je oké?” Vraagt hij bezorgd. “Ik heb wel een paar wonden, maar die zijn niet heel diep,” antwoordt Oostenpoot. Wortelneus legt zijn staart over haar rug en samen lopen ze terug naar het kamp. “Waarom was je eigenlijk in de buurt?” Vraagt ze. “Ik wilde er even alleen op uit,” antwoordt Wortelneus. “Oke,” zegt Oostenpoot. De rest van de weg is het stil. Ieder was in zijn eigen gedachten verzonken. Wie waren die zwerfkatten? Waarom vielen ze mij aan? Deze vragen spookten door haar hoofd. Ze schudde de gedachtes van zich af toen ze doorntunnel in zicht kwam. Wortelneus haalde zijn staart van haar rug en liet haar voorgaan door de doorntunnel. De eerste kat die ze zag was Keverpoot. Meteen kwam de woede terug. Ze zwenkte naar het leerlingenhol en keerde hem de rug toe. Denk maar niet dat ik het vergeten ben!

Hoofdstuk 6

Keverpoot keek Oostenpoot verdrietig na toen ze in het leerlingenhol verdween. Waarom konden ze niet gewoon vrienden zijn? Omdat jij haar niet verteld wat er aan de hand is, zegt een stemmetje in zijn hoofd. Hij schudt met zijn kop waardoor een paar katten hem vreemd aankijken. Hij zucht en loopt naar zijn zus Avondpoot. Halverwege wordt hij tegengehouden door zijn vader Honingstorm. "Is er iets zoon? Je ziet er zo moedeloos uit," vraagt Honingstorm. "Er is niks," zegt Keverpoot. "Oke," zegt de cyperse kater. Hij loopt naar zijn partner, zus en broer waar Luipaardklauw en Libellevleugel ook bij zitten. Keverpoot vervolgt zijn weg naar zijn zusje. Hij gaat naast haar zitten. “Hoi Keverpoot, hoe gaat het?” Vraagt Avondpoot vrolijk. “Het gaat wel,” zucht Keverpoot. “Je hebt ruzie met Oostenpoot hè? Ik zag haar al zo kwaad naar je kijken,” zegt Avondpoot. Keverpoot knikt. “Waarom is ze eigenlijk boos op je?” Vraagt Avondpoot. “Dat zeg ik liever niet,” zegt Keverpoot. Hij zag dat Avondpoot gekwetst keek. “Oke, ik ga even naar Westenpoot, Ochtendpoot en Lavapoot,” aan haar stem was niet te merken dat ze zich gekwetst voelde. Nou is mijn eigen zus ook nog boos op me! Keverpoot sloft naar het leerlingenhol. Oostenpoot kwam net uit het leerlingenhol en wierp hem een kwade blik toe. Wortelneus kwam net na haar uit het leerlingenhol. Hij zag Oostenpoot verdwijnen in het medicijnhol. Dan komt Eksterpels met grote ogen door de doorntunnel. “Iemand moet ons helpen. Ik was met Hartsintel gaan jagen en toen vielen vijf katten ons aan. Ik dacht dat Hartsintel achter mij was toen ik wegrende, maar ik kan haar nergens meer vinden,” jammert Eksterpels. Lijsterster was de open plek opgekomen bij Eksterpels' radeloos klinkende woorden en gaf een aantal katten bevelen. “Vuurzang, neem Luipaardklauw en Libellevleugel met je mee en ga Hartsintel zoeken. Honingstorm jij gaat even op zoek naar Wildhart en Vonkhemel. Ze zijn aan de rand van het territorium kruiden aan het plukken. Zangvleugel, help je broer kalmeren en zoek Rafelpoot en Zonnepoot op om hen te vertellen wat er is gebeurd. Maak hun wel duidelijk dat ze nog niet dood hoeft te zijn,” Lijsterster keek toe toen alle katten vlug aan zijn bevelen gehoor gaven. Keverpoot zette zijn eigen verdriet opzij en liep naar de leider om te kijken of hij ergens mee kon helpen. Lijsterster vertelde hem dat hij misschien naar Rafelpoot en Zonnepoot kon gaan om hen te helpen. Keverpoot knikte en liep naar de vier katten. Voorzichtig drukte hij zich tegen Rafelpoot aan. Hij voelde haar lichaam schokken van het verdriet. Toen de medicijnkatten terug waren bracht Zangvleugel Eksterpels naar het medicijnhol. “Ik hoop dat ze nog leeft,” zegt Zonnepoot. “Dat hoop ik ook,” zegt Rafelpoot. Met waterige ogen kijkt ze naar Keverpoot. “Bedankt voor de steun,” zegt ze zachtjes. “Geen dank,” Keverpoot voelde zich een beetje opgelaten. Hij had overduidelijk genegenheid gehoord in haar stem. Zonnepoot drukte zich dicht tegen Rafelpoot aan en sloot haar ogen. Stilletjes liep Keverpoot weg van het tweetal. Hij zag Oceaanvonk met een patrouille door de doorntunnel komen. Haar moeder Nachtroos liep naar haar toe en legde haar staart over de rug van Oceaanvonk. Ze liepen samen naar buiten. Zij en Hartsintel waren beste vriendinnen. Vuurzang had hem een keer verteld over de eerste keer dat ze elkaar zagen. Ze waren toen een dag bij de Schaduwclan en toen Vuurzang de ochtend ging kijken in het leerlingenhol stonden ze in gevechtshouding tegenover elkaar. Vuurzang had hen gesust en toen was Oceaanpoot naar Hartpoot gelopen om een kort babbeltje te maken. Sindsdien zochten ze vaak elkaars gezelschap op.

Hij wilde dat hij iets kon doen. Hij voelt zich een beetje nutteloos. Hij draait zijn kop als hij Vuurzang, Luipaardklauw en Libellevleugel hoort. Tot zijn schrik ziet hij dat Libellevleugel een gapende buikwond heeft waaruit veel bloed stroomt. Hartsintel strompelt achter hen aan met een grote nekwond. Vuurzang en Luipaardklauw zijn ook een beetje toegetakeld. Vonkhemel en Wildhart drijven de twee zwaar gewonde katten naar het medicijnhol. Gespannen blijft Keverpoot voor het medicijnhol staan. Alsjeblieft Sterrenclan, neem hen niet van ons af!

Hoofdstuk 7

Oostenpoot drukt zich dicht tegen Wortelneus aan. Het was drie dagen nadat Libellevleugel en Hartsintel het kamp in werden gebracht. Beiden waren gestorven aan teveel bloedverlies. Toen Libellevleugel het kamp in was gebracht had niemand opgemerkt dat Tornadostorm het bos in was gerend. Hij wilde het in zijn eentje opnemen tegen de moordenaars die ook Loofpoot al het leven hadden gekost. Hij werd dood teruggevonden in het bos. Dit alles had Oostenpoot aan het denken gezet. Zouden die zwerfkatten die zij had gezien dezelfde zijn als die Loofpoot, Tornadostorm, Libellevleugel en Hartsintel hebben vermoord? Als dit waar was dan had ze geluk gehad dat Wortelneus toevallig in de buurt was. Ze legde het voor aan Wortelneus en hij stelde voor om het aan Lijsterster en Vuurzang te vertellen. Oostenpoot knikte. Ze volgde de jonge krijger naar het leidershol. Vuurzang en Lijsterster zaten met elkaar te praten. Oostenpoot bewonderde Vuurzang. Haar dochter is pas geleden gestorven, maar toch stopt ze haar verdriet weg voor de clan. Als ze bij hen staan tikt Wortelneus met zijn staart op Lijstersters schouder. "Sorry dat we je storen, maar Oostenpoot wil wat vertellen," Wortelneus knikt haar bemoedigend toe. "Wat heb je te vertellen Oostenpoot?" zijn stem klinkt warm en vriendelijk. "Ik heb even gedacht en ik denk dat deze zwerfkatten ook Loofpoot hebben vermoord. Mij hadden ze ook bijna te pakken gekregen, maar Wortelneus had me gered," Vuurzang kijkt haar bezorgd aan. "Je had eerder moeten vertellen dat je was aangevallen door die katten," zegt de commandant. Oostenpoot knikt een beetje opgelaten. "Het kan kloppen Oostenpoot. Het is vanavond grote vergadering toch?" Vuurzang kijkt Lijsterster vragend aan. Als hij knikt gaat ze verder, "Ik denk dat je moet vertellen over de aanvallen om te kijken of één van de andere clans iets weet." Lijsterster knikt. Zachter vervolgd Vuurzang: "Let vooral op hoe Buizerdster reageert. Ik zou hem zeer zeker verdacht vinden." Oostenpoot kon nog net horen wat Vuurzang had verteld. Een rilling liep over haar rug. Ze beseft dat zij allemaal in gevaar konden zijn. En dan vooral zij en haar broers en zussen, Vuurzangs kinderen en die van IJsvleugel. Als het Buizerdster is die hier achter zit dan weet ze niet of het nog wel veilig is. Wortelneus leidt haar weg met zijn staart over haar schouders. Automatisch drukt ze zich dichter tegen hem aan. Dan denkt ze aan Keverpoot. Dat was het. Natuurlijk! Die zwerfkatten, hij heeft ze gezien! Maar waarom heeft hij niemand iets verteld? Wat hebben ze gedaan waardoor hij niemand erover mocht vertellen? Ze neemt zich voor het zo snel mogelijk goed te maken met haar vroegere beste vriend. Ze speurt de open plek af met haar ogen. Toen herinnerde ze zich dat hij nog sliep toen zij uit het leerlingenhol kwam. Ze gaat het leerlingenhol controleren, maar komt tot de conclusie dat hij er niet is. Ze loopt weer naar buiten en ziet hem uit de kraamkamer komen met de kittens achter hem aan rennend. Veerkit sprong op Keverpoots rug en sloeg haar klauwtjes in zijn vacht. De twee kittens van Maanstroom groeiden goed en waren gezond. Mierkit sprong ook op Keverpoot en klauterde zich een weg naar boven. Oostenpoot liep rustig naar Keverpoot toe. Toen hij haar zag zei hij tegen de kittens dat ze naar binnen moesten gaan. "Wat is er?" in Keverpoots stem hoorde ze grote hoop. "Het spijt me dat ik zo kwaad werd," verontschuldigt Oostenpoot zich, "Ik begrijp nu waarom je mij beschermde en daar ben ik je dankbaar voor. Kunnen we onze ruzie bijleggen?" Keverpoot knikt: "Heel graag!" Oostenpoot drukt haar snuit kort tegen de zijne als teken van hun herstelde vriendschap. Keverpoot liep bij haar vandaan. Gelukkig is alles weer goed. Maar waarom had hij niks verteld over de zwerfkatten?

Hoofdstuk 8

Keverpoot stond ongeduldig te wachten bij de doorntunnel. Ze gingen bijna naar de grote vergadering, maar Blauwhart en Echohart gingen ook mee en ze waren heel sloom. Of nou ja, Echohart was heel sloom. Blauwhart was nog wel redelijk fit voor een oudste. Uiteindelijk zag hij de twee poezen uit het oudstenhol komen. Ze staken de open plek over en kwamen bij de andere katten staan. Lijsterster leidde de groep katten in een matige snelheid door het bos. Vuurzang was ook mee gegaan en bleef samen met Windhart en Paddeneus een beetje achter om de oudsten te beschermen tegen de zwerfkatten. Na enkele minuten kwamen ze aan bij de boombrug. Keverpoot was als één van de laatsten aan de beurt. Eenmaal aan de overkant kon hij niet wachten om naar beneden te gaan. Lijsterster leidde zijn clan naar beneden. Geuren van de Donderclan en Hemelclan kwamen hem tegemoet. Hij besloot goed op Donkerhart te letten als hij er was. Lijsterster had hen verteld dat hij aan de andere clans ging vragen of ze iets wisten over de zwerfkatten. Al snel bewolkten andere gedachten zijn kop. Misschien is Bloempoot er ook! Hij ging op zoek naar de poes. Uiteindelijk vond hij haar te midden van haar broer en zus. Toen ze hem in het oog kreeg mauwde ze een afscheidsgroet naar haar nestgenoten en kwam naar hem toe. “Hey Keverpoot, fijn om je weer te zien,” vlug drukte Bloempoot haar neus tegen de zijne. “Ook fijn om jou weer te zien Bloempoot,” zegt Keverpoot. Keverpoot voelt twee ogen in zijn rug prikken. Als hij zijn kop draait ziet hij op een paar meter afstand Buizerdster kwaadaardig naar hen kijken. Dan komt Vuurzang voor hem staan. Ze kijkt zo kwaad naar Buizerdster dat Keverpoot er bang van wordt. Hij legt zijn oren plat. Hij heeft het gevoel dat hij de oorzaak is van Buizerdsters woede, maar waarom weet hij niet. Vuurzangs vacht staat recht overeind en haar oren zijn naar achteren gevouwen. Buizerdster staat ongeveer hetzelfde. De katten om hen heen stoppen met hun gesprekken en kijken ietwat verbaasd naar de vroegere Donderclankat en de Donderclanleider. Ze staarden elkaar aan met grote haat. Uiteindelijk was het Buizerdster die bezweek onder Vuurzangs hatende blik. Vuurzang snoof een keer verachtelijk en zwiepte haar staart in Buizerdsters gezicht. Daarna liep ze statig weg van hem. Keverpoot was verbijsterd door hun haat. Dan gaat er een lichtje branden. Natuurlijk, Buizerdster moet hier wel achter zitten! Hij heeft hen altijd al gehaat! Hij was boos op de Schaduwclan omdat ze hen hadden opgenomen! De theorie leek hem redelijk. Buizerdster haastte zich naar de hoge steen toen het begin van de vergadering werd aangeduid. Maar niet voordat hij nog een kwade blik wierp op hem en Bloempoot met zo'n diepe haat dat hij ervan huiverde. De vergadering verliep goed. Keverpoot lette niet echt op wat de andere leiders te vertellen hadden. Hij had wel toevallig gehoord dat Donswolk waa gestorven aan een boom die was omgevallen. Als laatste kwam Lijsterster. Hij spitste zijn oren en keek gelijk naar Buizerdster. Lijsterster vertelde eerst de successen van zijn clan en over de benoeming van Rafelpoot en Zonnepoot. Ook kwamen Maanstroom en haar kittens ook nog even ter sprake, maar toen ging hij over op het belangrijkste: de moorden. “Ik moet alleen tot mijn spijt mededelen dat we de afgelopen tijd veel katten zijn verloren. Onder andere Loofpoot en Hartsintel. Ook zijn we Libellevleugel en Tornadostorm kwijt. Ze zijn vermoord door zwerfkatten,” Keverpoot keek scherp naar Buizerdsters gezicht. Er was geen enkel teken te zien. “Weten jullie iets van deze zwerfkatten af?” Hierbij keek Lijsterster de andere leiders aan. “Ik heb er ook last van,” bekend Regenster, “Ze hebben al twee van IJsvleugels kittens te pakken gekregen. Hyacintpoot en Regenpoot.” Hij herinnerde zich Regenpoot wel, maar Hyacintpoot kende hij niet. Hij kon zich ook niet herinneren dat Regenpoot iets over haar verteld had. Hij kende zijn broer Vederpoot ook. Het zal IJsvleugel en Vederpoot wel moeilijk vallen. Hij leefde mee met Vederpoot en IJsvleugel. Hij tuurde in de Rivierclangelederen of hij één van de twee kon ontdekken, maar hij zag ze nergens. Waarschijnlijk zijn ze in het kamp. Misschien dat vanavond de wake is voor Hyacintpoot en Regenpoot. Keverpoot keek weer naar Buizerdster. Hij had zo'n kwaadaardige grijns op zijn gezicht dat er een rilling over zijn rug liep. Hij is het! Ik weet het zeker! Hij wil ons vermoorden.

Hoofdstuk 9

Oostenpoot liep onrustig heen en weer over de open plek. Lijsterster had besloten wat spionnen naar de Donderclan te sturen. Er was haar verteld dat de katten eerst werden uitgekozen, maar onder Lijstersters leiderschap werd iedereen erin getraind. Ze zouden zo te horen krijgen wie het waren, als Vuurzang en Lijsterster klaar waren met het overleg. Een paar minuten later kwamen de commandant en de leider naar buiten. Lijsterster sprong op de hoge steen. Vlug veerde Oostenpoot overeind. Ze liep naar de hoge steen toe en ging naast Westenpoot en Keverpoot zitten. Ochtendpoot zocht een plekje naast haar broer, een eindje voor hen en Avondpoot ging naast Lavapoot zitten. Kwaad keek ze achterom naar Keverpoot. Oostenpoot lette er niet op, Lijsterster begon met de vergadering. “De katten die mee gaan naar het Donderclankamp zijn: Hemelvuur en Oostenpoot, samen met Luipaardklauw en Nachtroos.” Meteen brak er geroezemoes los. Oostenpoot waa een beetje overdonderd. Ik? Toen Westenpoot haar feliciteerde drong het echt tot haar door. Vlug begaf ze zich naar de doorntunnel. Nachtroos en Luipaardklauw waren gerespecteerde spionnen en Hemelvuur was ook een goede spion. Ze voelde zich veilig met hen. Lijsterster gaf hen nog wat instructies mee en toen gingen ze op pad. Ze gingen op een redelijk snelle draf door gun territorium. Onderweg waren ze nog even gestopt bij een meertje dat erom bekend stond dat het veel modder had. Daarna kwamen ze nog wat sterk geurende kruiden tegen waar ze door heen rolden. Nu waren ze dus bij de grens. Ze hadden besloten om Windterritorium te doorkruisen. Dat was sneller. Ze gingen waarschijnlijk de nacht ook doorbrengen op Windterritorium. Ze zouden elke geschikte nachtplek bekijken. Dus het kon best wel eens zijn dat ze aan het eind van de middag al ergens stopten. Dan zouden ze er waarschijnlijk een kat op uit sturen om een andere plek te vinden. Ze werd uit haar gepeins gerukt toen Nachtroos iets zei. “Zullen we dan maar gaan?” Vraagt ze. Hemelvuur knikt. Het is nauwelijks te merken, maar ze kende haar mentor goed genoeg om te weten dat hij gespannen is. Nachtroos zette zich in beweging en Luipaardklauw volgde snel. Ook zij en Hemelvuur stapten de grens over. Eenmaal over de grens heen voelde Oostenpoot zich al kalmer. Iets zelfverzekerder volgde ze de twee spionkrijgers. In het Windterritorium zouden ze zich laag bij de grond voortbewegen, omdat de planten niet heel hoog waren. Tegen de het avondvallen vonden ze eindelijk een geschikt hol. Luipaardklauw had eerst gekeken of het bewoond was, maar dat was het niet. Ze waren snel het hol in gegaan. Oostenpoot had zich dicht tegen Hemelvuur opgerold, maar voordat ze gingen slapen hadden ze het hol een beetje afgedekt. Luipaardklauw nam de eerste wacht op zich. Daarna zou Nachtroos het overnemen en daarna Hemelvuur. De volgende nacht zou zij als eerst moeten waken. Oostenpoot nestelde zich nog iets dieper in haar geïmproviseerde nest. Langzaam vielen haar ogen dicht en viel ze in slaap.

Hoofdstuk 10

Keverpoot keek de spionnen na toen ze door de doorntunnel gingen. Hij snapte wel dat Lijsterster Oostenpoot had uitgekozen. Zij was veruit de beste van de leerlingen. Ze had zelfs al een paar krijgers overtroffen. Maar Oostenpoot was er stellig van overtuigd dat Avondpoot beter was. Hij gaf toe dat zijn zus ook goed was, maar niet zo goed als Oostenpoot. Maar dat zei hij niet tegen haar. Ze wilde er niks over horen, en hij wilde hun vriendschap niet weer verbreken. Keverpoot werd uit zijn gepeins gerukt door zijn mentor Oceaanvonk. “Kom Keverpoot, we gaan nog wat spionnentraining doen,” zegt ze tegen hem. Keverpoot loopt snel naar zijn mentor toe. Dat is zijn lievelingstraining. Bij toeval had Schaduwvlinder als leerling een geschikte plek gevonden om spionnentraining te doen. Daar waren ze nu naar op weg. Het was een best modderige plek. Er stond veel kleine begroeiing. Varens, kleine boompjes, enkele struiken. De plek lag ongeveer in het hart van hun territorium. De plek was al eerder bekend, maar Schaduwvlinder had de plek voorgesteld als trainingsplek voor de spionnen. Hij werd uit zijn gepeins gerukt toen zijn poten weggleden in wat modder. Keverpoot schudde geïrriteerd met zijn poten. Oceaanvonk glimlachte. “Je bent een dromer,” zegt zijn mentor. Met een goedgemikte worp gooide hij een klodder modder op de neus van Oceaanvonk. “Hé,” lacht Oceaanvonk. Ze schudt de modder van haar neus.

Luipaardklauws verleden, in het Engels

Jullie vragen je vast af waarom ik het ga vertalen. Gewoon omdat ik me verveel en het me kan helpen met mijn Engels.

Thunderclan

Leader: Flamestar, little, flaming red tom with clear blue eyes.

Deputy: Buzzardclaw, big, brawny, sorrel tom with brown eyes.

Medicinecat: Lightrose, little, cream-colored she-cat with blue eyes.

Apprentice: Shrubpaw

Warriors:

Blueheart, beautiful she-cat with a blue shine on her fur and clear blue, penetrate eyes.

Foxclaw, tortoise tom with yellow eyes.

Apprentice: Ravenpaw

Otterclaw, brown tom with yellow eyes.

Lightheart, gorgeous, red she-cat with white spots and brown eyes.

Deerleap, white she-cat with brown spots and yellow eyes.

Bumblefur, grey tom with dark grey stripes and yellow eyes.

Apprentice: Snakepaw

Woodlight, brown she-cat with yellow eyes.

Whitespot, red tom with white spots.

Wolfclaw, dark grey tom with brown eyes.

Apprentices:

Shrubpaw, dark brown tom with yellow eyes.

Snakepaw, cream-colored tom with brown eyes.

Ravenpaw, black she-cat with green eyes.

Queens:

Lindenheart, white she-cat with orange and black spots and green eyes. Mother of Stormkit and Petalkit.

Hyacinthheart, light grey she-cat with blue eyes and a well-formed head. Mother of Owlkit and Fuzzkit.

Pebblebrook, grey she-cat with a white spot on her nose and green eyes. Mother of Flamestars kits: Firekit and Icekit.

Kits:

Stormkit, light grey tom with beautiful, blue eyes.

Petalkit, little, white tom with brown spots and blue eyes.

Owlkit, brown she-cat with blue eyes

Fuzzkit, light brown she-cat with a fluffy fur and yellow eyes.

Firekit, gorgeous, red she-cat with a white spot on her chest and yellow eyes.

Icekit, white she-cat with ice blue eyes.

Elders:

Appleheart, cypers she-cat with beautiful, yellow eyes.

Skewmouth, grey tom with a distorted jaw and brown eyes.

Finchflight, grey-striped she-cat with yellow eyes.

Shadowclan

Leader: Lavenderstar, beautiful, confident, white she-cat with orange and black spots and green eyes.

Deputy: Thrushcall, sorrel tom with yellow eyes.

Medicine cat: Sandflower, pale red she-cat with beautiful, yellow eyes.

Warriors:

Blackcloud, black she-cat with yellow eyes and white belly and paws.

Leafpelt, cypers tom with black stripes and green eyes.

Apprentice: Lionpaw

Cedartail, white tom with brown eyes.

Apprentice: Honeypaw

Bramblepelt, red-brown tom with yellow eyes.

Apprentice: Clawpaw

Mallowfur, black she-cat with green eyes.

Apprentice: Mintpaw

Quailtail, light brown she-cat with dark brown stripes and blue eyes.

Apprentice: Nightpaw

Sunshine, blue-grey she-cat with a white spot on her chest and green eyes.

Woodpelt, brown tom with yellow eyes.

Apprentices:

Mintpaw, grey she-cat with black stripes and yellow eyes.

Clawpaw, white tom with yellow eyes.

Nightpaw, black she-cat with yellow eyes

Honeypaw, cypers tom with blue eyes.

Lionpaw, golden brown tom with green eyes.

Queens:

Lavenderstar, beautiful, confident, white she-cat with orange and black spots and green eyes. Mother of Leafpelts kits: Tigerkit and Leopardkit.

Echoheart, grey she-cat with dark grey stripes and green eyes. Mother of Cedartails kits: Windkit and Toadkit.

Crystalheart, white she-cat with grey stripes and blue eyes. Mother of Birchkit, Eaglekit and Wildkit

Kits:

Tigerkit, gorgeous, cypers she-cat with yellow eyes.

Leopardkit, golden brown tom with beautiful, black spots and green eyes.

Birchkit, brown she-cat with black spots and blue eyes.

Eaglekit, brown tom with gorgeous, clear blue eyes.

Wildkit, grey tom with blue eyes.

Windkit, beautiful, silver-grey she-cat with blue eyes.

Toadkit, grey tom with leaf green eyes.

Elders:

Birdclaw, black tom with yellow eyes.

Foxlight, red she-cat with yellow eyes.

Idee nieuw verhaal!

Dit wordt gebaseerd op Bravelands, waarvan sinds kort het eerste boek in het Nederlands beschikbaar is. Het boek heet de outsider.

Het gaat over een jaguar met de naam Roy, hij woont in een groep cheeta's. Roy begint zich steeds vaker af te vragen waarom hij niet zo snel is als zijn soortgenoten. Als hij te horen krijgt dat hij is gevonden als jonge welp besluit hij de troep te verlaten om te gaan zoeken naar wat hij werkelijk is. Zal Roy achter zijn afkomst weten te komen? Lees het in dit verhaal.

Proloog

Een vrouwelijke cheeta spitst haar oren toen ze weer een zwak mauwend geluidje horen. Ze hoorde het geluidje uit een bosje komen iets verderop. Voorzichtig sloop ze erop af. "Wees voorzichtig," zegt een mannelijke cheeta. Het vrouwtje trekt met haar oren ten teken dat ze hem gehoort had. Ze komt aan bij het bosje en steekt voorzichtig haar kop over de struik heen. Ze ziet een klein gevlekt beestje liggen. Hij slaat naar haar met zijn kleine klauwtjes als om zichzelf te verdedigen. Voorzichtig zette ze haar tanden in zijn nekvel en hees hem over de struik heen. Het welpje klaagde toen een paar takken ondiepe krassen achterlieten op zijn vel. Het vrouwtje liep terug naar het mannetje. "Wat is dat?" vraagt hij terwijl hij het besnuffelde. "Een cheeta, hij lag daar achtergelaten in dat bosje," zegt het vrouwtje. "Hij ruikt niet naar een cheeta," zegt de mannelijke cheeta weifelend. "We zullen nog wel zien, maar ik wil niet op mijn geweten hebben een kleine, weerloze welp aan zijn lot over te hebben gelaten," zegt het vrouwtje. Het mannetje knikt en ze lopen weg over de open vlakte. Na een tijdje zijn hun lichamen niet meer dan zwarte vlekken tegen de ondergaande zon.

Personagelijst

Roy: de hoofdpersoon, een jaguar met een opvallend litteken op zijn flank.

Shana: vriendin van Roy, een mooie, verlegen cheeta. Snelste van de troep.

Nia: pleegmoeder van Roy en moeder van Shana. Klein, maar fel.

Rock: pleegvader van Roy en vader van Shana. Leider van de troep. Rechtvaardig en streng.

Liana: een mooie cheeta. Was ertegen om Roy op te nemen.

Storm: jong van Liana. Nog klein. Mannetje.

Hoofdstuk 1

Roy keek schichtig om zich heen. Waar zou ze zitten? Hij hoorde geritsel in wat struikjes aan zijn linkerkant. Hij bekeek het vanuit zijn ooghoeken. Hij en Shana, zijn beste vriendin, waren aan het trainen. Shana was hem op dit moment aan het besluipen. Het doel was om hem te bespringen zonder dat hij haar zag of hoorde. Roy checkte nogmaals de omgeving op haar aanwezigheid. Hij meende een glimp van gevlekte vacht op te vangen. Hij sloop voorzichtig naar de plek waar hij haar dacht gezien te hebben, maar toen voelde hij iemand op zijn schouders springen. Het gewicht ging daarna van hem af. Roy draaide zich om en wist dat het Shana gelukt was. "Goed gedaan," zegt Roy. Shana nam zijn compliment stilzwijgend op. "Het is jouw beurt," zegt ze na een paar minuten, "Tot zo." Roy knipperde met zijn ogen. Het ene moment was ze er nog en het andere moment was ze weg. Hij proefde de lucht op haar geur. Ze was zo snel weg dat hij niet eens had gezien waar ze heen ging. Hij volgde voorzichtig haar geurspoor en probeerde het gras aan weerszijden van zijn lichaam niet te laten bewegen. Hij ging steeds langzamer lopen, naargelang Shana's geur sterker werd. Uiteindelijk stond hij stil en proefde nogmaals de lucht. De geur was zo sterk dat het leek alsof ze voor hem stond. Waarschijnlijk zit ze zo'n drie meter verder op. Hij sloop langzaam door het lange gras. Hij ving een glimp van haar vacht op en bleef staan. Ze zat op een open plek. Ze zat fier rechtop en had haar oren gespitst. Het leek alsof ze alleen maar naar voren keek, maar hij kende zijn vriendin langer dan vandaag. Dit was één van haar trucjes: ze deed alsof ze niet echt oplette, maar ondertussen keek ze zonder haar hoofd te bewegen elke richting uit. Zo kon ze niets vermoedende vijanden een rad voor ogen draaien en met gemak verslaan. Hij wist dat zijn enige kans om haar ongezien te naderen van achteren was. Zijn oren draaiden ondertussen druk naar alle kanten, omdat hij ook moest opletten dat de andere cheeta's hem niet overvielen. Tot nu toe had hij hen nog niet gezien, maar hij wist dat ze in de buurt waren. Hij richtte zijn aandacht weer op Shana. De cheeta had zijn rug naar hem toe gekeerd. Yes Voorzichtig sloop Roy uit zijn schuilplaats tevoorschijn. Terwijl hij naar Shana toe sloop lette hij goed op dat hij geen takjes brak. Hij spande zijn spieren om te springen. Hij sprong op Shana en sprong er daarna weer af. Shana draaide zich naar hem toe. "Goed gedaan," zegt ze. "Dankje," zegt Roy. "Je hebt het inderdaad goed gedaan jonge vriend. We zijn trots op je," klinken wat stemmen achter hem, "Je bent geslaagd voor de proeven." "Proeven?" vraagt Roy verbaasd terwijl hij zich omdraait. De cheeta's knikken: "Ja, dit was een proef." Roy herinnert zich nog iets. "Was die jacht ook een proef?" vraagt hij. "Ja," zegt Nia. "We doen de proeven om te kijken of je goed genoeg bent om te blijven," zegt de troepleider: Rock. "Ben ik geslaagd?" vraagt Roy hoopvol. "Ja," zegt Nia, "Als je de jachtproef niet had gehaald mocht je niet eens aan deze beginnen. We hebben ook nog een snelheidsproef, maar die hoefde jij niet te doen. Dat was niet eerlijk ten opzichte van jou." "Hoezo?" vraagt Roy. "Je bent geen cheeta dombo. Heb je dat nu nog niet door?" zegt Liana listig. Roy wist, diep in zijn hart, dat hij geen cheeta was. Hij voelde zich soms ook niet fijn op de open vlaktes. Desondanks kwam de onthulling hard aan. Roy liet zijn kop hangen. Daardoor zag hij niet dat Shana Liana hard duwde. De cheeta siste boos naar haar, maar een blik van Rock deed haar het zwijgen opleggen. Shana legde haar poot op zijn schouder. Hij schudde hem eraf. "Het maakt niet uit dat je geen cheeta bent. Dit is en blijft je thuis. Je soort maakt niet wie je bent, dat doet je hart. Ik heb ooit gehoord van een leeuw, zijn naam was Fier, die woonde bij een groep bavianen. Hij kon zich er perfect aanpassen en voelde zich er thuis. Jij voelt je toch ook thuis hier?" vraagt Shana. Als Roy haast onmerkbaar knikt gaat ze verder: "Nou dan." Roy wist dat Shana dit zei om hem te troostten. "Je hebt gelijk, maar ik wil ook weten wie ik écht ben," zegt Roy, "Ik vertrek morgen." "Dan ga ik mee," zegt Shana.

Hoofdstuk 2

Roy opende zijn ogen. Hij herinnerde zich weer wat hij gisteren gezegd en gehoord had. Hij wist dat hij Nia en Rock erg zou missen, maar hij moest dit doen. Hij kon niet leven zonder in elk geval een poging te hebben gedaan uit te vinden wie hij was. Hij hees zich op en strekte zijn spieren. Toen liep hij naar een hoopje gevlekte vacht verderop. Hij duwde tegen Shana's schouder. "Tijd om te gaan," fluistert hij in haar oor. Shana mort wat, maar staat toch op. Ze schudde haar vacht uit, waardoor een groot gedeelte in zijn vacht terechtkwam. "Hé," zei Roy gespeeld verontwaardigd. Shana lachtte en sprong snel buiten zijn bereik toen hij zich uitschudde. Shana's gezicht werd weer serieus: "We moeten afscheid gaan nemen van pa en ma." Roy zag dat ze er erg tegenop zag. "Je hoeft niet per se mee hoor," zei Roy. "Ik ga wel mee. Wie moet er anders voor zorgen dat je niet in de problemen komt," glimlachtte Shana. "Nou ik denk dat jij eerder in de problemen komt dan ik," plaagde Roy. Roy loopt naar een hoopje vacht verderop. Shana volgt hem. Toen ze dichterbij kwamen gingen twee koppen omhoog. Roy zag dat er tranen stonden in de ogen van Nia. "We komen heus wel terug," zei hij troostend. "Dat weet ik," zei ze, "Maar het is zo lastig om afscheid van jullie te nemen." Roy likte haar oren. "We komen heus wel terug," zei Roy nogmaals. Roy wendde zich naar Rock. "Pa, ik zal je missen," zei Roy. "Ik jou ook zoon, maar ik begrijp dat je dit wilt doen," zei Rock begrijpend. Ondertussen wachtte Shana tot Roy klaar was. Roy voegde zich bij haar. "Wacht even Roy, Je rook naar bomen toen we je vonden. Je kunt het beste naar een plek waar bomen zijn," riep Nia naar hem. Roy knikte. Hij keek om zich heen. Hij zag een groene vlek in de verte. Hij wenkte Shana met zijn staart en racete weg over het warme zand. Hij vond het heerlijk om te rennen en het gevoel te hebben de hele wereld aan te kunnen. Tijdens zijn run wapperde zijn staart, waardoor er hele hopen zand opstoven. Ineens bemerkte hij dat Shana er niet meer was. Hij minderde vaart en keek achterom. De mooie cheeta liep op een slakkengangetje naar hem toe. Roy herinnerde zich weer dat Shana nooit meer dan een paar seconden achter elkaar op topsnelheid kon, hij daarentegen was minder snel, maar had een beter uithoudingsvermogen. Hij wachtte tot Shana bij hem was en liep toen weer verder. "Zullen we nog een eindje rennen?" vraagt Roy na enkele minuten. Shana knikt. "En ga maar niet op topsnelheid, als je mij bij kunt houden is het goed," zegt Roy. Shana knikt. Roy zet een spurtje in en Shana komt al snel aan zijn zijde rennen. Die dag kwamen ze aan de rand van het bos. Vol ontzag bekeek Roy de omgeving. Ze stonden voor een groot bos met hele hoge bomen, slierten hingen naar beneden en het bos was gevuld met allerlei onbekende geluiden. "Zullen we hier ergens een hol opzoeken om te slapen?" stelt Roy voor. Shana knikt. Roy loopt een eindje terug naar een boom. Hij bekeek de grond rondom en vond aan de westkant een hol, groot genoeg voor vier cheeta's. "Hier is een hol!" roept Roy naar Shana die een eind verderop aan het kijken was bij een boom. Snel komt ze naar hem toe gedraafd. Hij wijst met zijn staart naar het hol. Shana knikt en gaat hem voor het hol in. Roy loopt ook het hol in. Hij nestelt zich een meter van Shana af en legt zijn neus onder zijn staart. Hij sluit zijn ogen en valt in slaap.

De volgende morgen wordt hij vroeg wakker. Het schemert nog buiten. Hij staat op en rekt zich uit. Daarbij raakt zijn staart Shana's neus aan. Ze niest en opent haar ogen. Ze wil haar kop weer op haar poten leggen, maar Roy zegt dat als ze nu toch wakker zijn ze net zo goed verder kunnen gaan. "Oke," reageert Shana. Ze komt overeind. Roy loopt naar de uitgang van het hol en Shana volgt hem. Roy loopt terug naar de bomen. Shana komt naast hem staan. "Ben je nog steeds zeker van je zaak?" vraagt Shana. Roy knikt. "Oke, kom op dan," zegt Shana. Roy zet voet in het reusachtige bos. Shana komt naast hem staan. "Ik denk dat we het beste via de bomen kunnen reizen. Dat lijkt me veiliger," zegt Roy. "Maar ik kan niet klimmen," reageert Shana. "Ik ook niet, maar ik ga het gewoon proberen," zegt Roy. Hij loopt naar een boom met veel takken en plant zijn kromme klauwen in de schors. Hij hijst zich een eindje op en plant zijn achterpoten in de schors. Hij grijpt met zijn voorpoten naar weer een stuk hoger. Hij weet de eerste tak vast te grijpen en hijst zichzelf erop. "Het is heel makkelijk!" roept hij naar Shana. "Oke, ik kom eraan," roept ze. Roy kijkt toe hoe ze haar klauwen in de schors plant en verder klimt naar de tak waar hij op zit. Na een paar minuten zit ze op de tak naast Roy. Ze hijgt zwaar. "Zullen we even rusten?" vraagt Roy. "Nee, dat hoeft niet hoor," zegt Shana. Roy kijkt haar bezorgd aan, maar besluit niks meer te zeggen. "We moeten dadelijk naar een andere boom springen, maar bij die andere bomen zijn de takken veel hoger. Dus we zullen hoger moeten klimmen," zegt Roy, "Ga jij voor?" Shana knikt. Shana springt een eindje omhoog en plant snel haar klauwen in de schors. Roy wacht tot ze nog wat hoger gaat en doet dan Shana na. Hij plant zijn klauwen in de schors een staartlengte boven die van Shana. Hij neemt nog een sprong en is bijna bij de tweede tak. Hij reikt met één van zijn voorpoten naar de tak en zet zijn klauw erin. Hij verplaatst zijn andere poot ook naar de tak en laat de schors los. Hij spant zijn schouderspieren aan en hijst zichzelf op de tak. Als hij op de tak staat verliest hij bijna zijn evenwicht, maar hij weet zich nog net staande te houden. Shana is ondertussen al in de volgende boom gesprongen. Roy spant zijn spieren en zet zich af. Hij voelt hoe hij door de lucht zweeft. Hij voelt zich machtig. Dan landt hij in de volgende boom. Met zijn staart houdt hij zichzelf in evenwicht. Ineens bekroop een naar gevoel hem. Hij had het gevoel dat hij werd bekeken. Een rilling ging over zijn rug. “Shana,” fluisterde hij. Ze spitste haar oren en kroop over de tak terug naar hem. “Volgens mij worden we bekeken,” fluistert Roy.

Community content is available under CC-BY-SA unless otherwise noted.