Wikia


Dit is het derde deel van Luipaard, Vuur en Tijger.

450864271

Dit is de kaft van Verdriet

Er zijn nog twee delen voor deze en het lijkt me handig als je die eerst leest.

Deel 1: Luipaardklauws verleden

Deel 2: Klauw van Vuur en Tijger

Informatie: Informatie

Beautiful-Cat-cats-16095933-1280-800

Deze pagina is goedgekeurd!

Proloog

Twee katten zaten ineengehurkt in de struiken. "Daar is ze," sist de poes tegen haar metgezel. "Ja," sist de kater terug.

Dan schieten ze uit de struiken en werpen zich op de poes. De kater bijt de keel van de poes door. Ze slepen haar lichaam naar de rivier en laten het erin glijden.

Wat ze niet hadden gezien was dat er een kater machteloos toekeek in de struiken. Toen de katten weg gingen kwam de kater uit de struik. Hij viste het lichaam uit de rivier en sleepte het lichaam weg. Hij werd opgeslokt door de struiken.

Donderclan

Screenshot 2018-03-10 at 07.08.59

Dit is Lichtroos

Leider: Vlamster is een kleine vlammend rode kater met blauwe ogen.

Screenshot 2018-03-10 at 07.07.19

Dit is Heesterstaart

Commandant: Buizerdklauw is een grote, gespierde, rossige kater met bruine ogen.

Screenshot 2018-03-10 at 06.50.56

Dit is Krombek

Medicijnkat: Lichtroos is een kleine, cremekleurige poes met blauwe ogen.

Screenshot 2018-03-10 at 06.35.20

Dit is Appelhart

Leerling: Heesterstaart is een donkerbruine kater met gele ogen.

Screenshot 2018-03-09 at 17.14.22

Dit is Hommelvacht

Krijgers:

Screenshot 2018-03-09 at 17.07.48

Dit is Houtlicht

Slangentand is een cremekleurige kater met bruine ogen.

Screenshot 2018-03-09 at 16.58.36

Dit is Rafelklauw

IJsvleugel is een witte poes met ijsblauwe ogen.

Screenshot 2018-03-09 at 08.06.49

Dit is Buizerdklauw

Wolfsklauw is een donkergrijze kater met bruine ogen.

Screenshot 2018-03-08 at 15.30.37

Dit is Wolfsklauw

Vossenklauw is een schildpadkater met gele ogen.

Leerling: Uilenpoot

Screenshot 2018-03-08 at 06.45.22

Dit is IJsvleugel

Otterklauw is een bruine kater met gele ogen.

Leerling: Donspoot

Screenshot 2018-03-08 at 06.40.23

Dit is Kiezelbeek

Helderhart is een pachtige, rode poes met witte vlekken en bruine ogen.

Screenshot 2018-03-08 at 06.34.44

Dit is Vlamster

Hertensprong is een witte poes met bruine vlekken en gele ogen.

Screenshot 2018-03-08 at 06.15.28

Dit is Blauwhart

Rafelklauw is een rode kater met witte vlekken.

Screenshot 2018-03-07 at 20.09.48

Dit is Ravenvleugel

Hommelvacht is een grijze kater met donkergrijze strepen en gele ogen.

Screenshot 2018-03-07 at 07.48.24

Dit is Vuurzang

Kiezelbeek is een grijze poes met een wit vlekje op haar neus en groene ogen.

Stormwind is een lichtgrijze kater met mooie, blauwe ogen.

Boomblad is een kleine, witte kater met bruine vlekken en blauwe ogen.

Hyacinthart is een lichtgrijze poes met blauwe ogen en een goedgevormde kop.

Lindehart is een lapjespoes met groene ogen.

Leerlingen:

Uilenpoot is een bruine poes met blauwe ogen.

Donspoot is een lichtbruine poes met een donzige vacht en gele ogen.

Moederkatten:

Blauwhart is een mooie poes met een blauwachtige glans op haar vacht en indringende, blauwe ogen. Partner Buizerdklauw, kittens Leeuwerikkit en Sneeuwkit.

Houtlicht is een bruine poes met gele ogen. Partner Hommelvacht, kittens Gaaikit, Amandelkit en Echokit.

Vuurzang is een prachtige, rode poes met een witte vlek op haar borst en gele ogen. Partner Wolfsklauw

Ravenvleugel is een zwarte poes met groene ogen. Partner Rafelklauw

Kittens:

Leeuwerikkit is een rood katertje met bruine ogen.

Sneeuwkit is een wit poesje met gele ogen.

Gaaikit is een bruin katertje met blauwe ogen.

Amandelkit is een lichtbruin poesje met amandelkleurige ogen.

Echokit is een grijs poesje met blauwe ogen.

Oudsten:

Krombek is een grijze kater met een verwrongen kaak en bruine ogen.

Appelhart is een cyperse poes met mooie gele ogen.

Schaduwclan

Screenshot 2018-03-08 at 17.36.26

Dit is Maanpoot

Leider: Lavendelster is een zelfverzekerde lapjespoes met groene ogen.

Screenshot 2018-03-08 at 17.35.06

Dit is Lindepoot

Commandant: Lijsterroep is een rossige kater met gele ogen.

Screenshot 2018-03-08 at 17.09.22

Dit is Lichtpoot

Medicijnkat: Zandbloem is een bleekrode poes met mooie, gele ogen.

Screenshot 2018-03-06 at 16.06.48

Dit is Hemelkit

Leerling: Wildhart is een grijze kater met blauwe ogen.

Screenshot 2018-03-06 at 16.04.47

Dit is Vonkkit

Krijgers:

Screenshot 2018-03-06 at 16.02.25

Dit is Oceaankit

Luipaardklauw is een goudbruine kater met mooie, zwarte vlekken en groene ogen.

Screenshot 2018-03-06 at 16.00.53

Dit is Sterrenkit

Leerling: Tijgerpoot

Screenshot 2018-03-06 at 15.58.25

Dit is Jaagpoot

Loofpels is een bruine kater met groene ogen.

Screenshot 2018-03-06 at 15.55.43

Dit is Tijgerpoot

Leeuwenbries is een goudbruine kater met groene ogen.

Screenshot 2018-03-06 at 15.53.00

Dit is Hulstpoot

Leerling: Jaagpoot

Screenshot 2018-03-06 at 15.51.05

Dit is Egelpoot

Honingstorm is een cyperse kater met blauwe ogen.

Screenshot 2018-03-06 at 15.40.05

Dit is Voslicht

Leerling: Hulstpoot

Screenshot 2018-03-06 at 15.37.25

Dit is Vlinderpels

Cederstaart is een witte kater met bruine ogen.

Screenshot 2018-03-06 at 15.34.28

Dit is Vogelklauw

Leerling: Lindepoot

Screenshot 2018-03-06 at 15.32.25

Dit is Luipaardklauw

Braampels is een roodbruine kater met gele ogen.

Screenshot 2018-03-06 at 08.09.14

Dit is Arendvacht

Heemstvacht is een zwarte poes met groene ogen.

Screenshot 2018-03-06 at 08.07.32

Dit is Wildhart

Kwartelstaart is een lichtbruine poes met donkerbruine strepen en blauwe ogen.

Screenshot 2018-03-06 at 08.05.58

Dit is Paddeneus

Leerling: Egelpoot

Screenshot 2018-03-06 at 08.03.55

Dit is Windhart

Muntwolk is een grijze poes met zwarte strepen en gele ogen.

Screenshot 2018-03-06 at 08.02.03

Dit is Nachtroos

Leerling: Lichtpoot

Screenshot 2018-03-06 at 08.00.13

Dit is Zandbloem

Klauwpels is een witte kater met gele ogen.

Screenshot 2018-03-06 at 07.58.14

Dit is Lijsterroep

Leerling: Maanpoot

Screenshot 2018-03-06 at 07.55.38

Dit is Lavendelster

Paddeneus is een grijze kater met bladgroene ogen.

Screenshot 2018-06-06 at 07.37.50

Dit is Libellevleugel

Windhart is een mooie, zilvergrijze poes met blauwe ogen.

Arendvacht is een bruine kater met prachtige, helderblauwe ogen.

Berkenhart is een bruine poes met zwarte vlekken en blauwe ogen.

Zwartwolk is een zwarte poes met witte buik en poten en gele ogen.

Kristalhart is een witte poes met grijze strepen en blauwe ogen.

Leerlingen:

Lichtpoot is een witte poes met groene ogen.

Lindepoot is een grijs cyperse poes met blauwe ogen.

Maanpoot is een grijs cyperse poes met groene ogen.

Tijgerpoot is een mooie, cyperse poes met groene ogen.

Egelpoot is een bruine poes met gele ogen.

Hulstpoot is een zwarte poes met groene ogen.

Jaagpoot is een snelle, goudbruine kater met blauwe ogen.

Moederkatten:

Nachtroos is een zwarte poes met gele ogen. Partner Luipaardklauw, kittens Oceaankit, Hemelkit, Vonkkit, Sterrenkit.

Libellevleugel is een blauwgrijze poes met een witte vlek op haar borst en groene ogen. Partner Leeuwenbries

Kittens:

Oceaankit is een mooi, vuurrood poesje met prachtige oceaanblauwe ogen.

Hemelkit is een goudbruin katertje met vuurrode vlekken en hemelsblauwe ogen.

Vonkkit is een zwart katertje met vuurrode vlekken en vuurrode ogen.

Sterrenkit is een goudbruin poesje met twee, stervormige, zwarte vlekken op de achterkant van haar oortjes.

Oudsten:

Kastanjepels is een bruine kater met gele ogen.

Voslicht is een rode poes met gele ogen.

Vlinderpels is een mooie, zuiverwitte poes met bruine ogen.

Vogelklauw is een zwarte kater met gele ogen.

Rivierclan

Screenshot 2018-03-24 at 07.07.49

Dit is Regenstaart

Leider: Valkster is een schildpadkater met gele ogen.

Screenshot 2018-03-24 at 07.10.32

Dit is Bliksemklauw

Commandant: Regenstaart is een lapjespoes met bruine ogen.

Medicijnkat: Varenpels is een lichtbruine kater met gele ogen.

Leerling: Rotsneus is een donkerbruine kater met gele ogen.

Krijgers:

Zonbloem is een mooie, zandkleurige poes met gele ogen.

Leerling: Beverpoot

Bliksemklauw is een rossige kater met gele ogen.

Leerling: Duifpoot

Steengloed is een grijze kater met groene ogen

Leerling: Eikelpoot

Havikblik is een grijze kater met donkere strepen en blauwe ogen.

Leerling: Grijspoot

Rookklauw is een grijze kater met bruine ogen.

Natstaart is een schildpadkater met groene ogen.

Leerling: Pluispoot

Bessnor is een witte kater met zwarte vlekken en groene ogen.

Beukblad is een bruine poes met grijze vlekken en blauwe ogen.

Zilverbeek is een zilverkleurige poes met blauwe ogen.

Leerlingen:

Eikelpoot is een lichtbruine kater met gele ogen.

Grijspoot is een grijze poes met blauwe ogen.

Pluispoot is een bruine poes met groene ogen.

Beverpoot is een lichtbruine kater met groene ogen.

Duifpoot is een zilverkleurige poes met bruine ogen.

Moederkatten:

Perzikstreep is een heel donkerbruine poes met gele ogen. Partner Steengloed

Regenstaart is een lapjespoes met bruine ogen. Partner Natstaart

Oudsten:

Wilgblad is een kleine, grijze poes met groene ogen.

Vederpels is een enorme, zwarte kater met gele ogen.

Maanstorm is een grijze poes met gele ogen.

Windclan

Screenshot 2018-03-08 at 20.11.22

Dit is Schemerklauw

Leider: Mistster is een witte poes met rode vlekken en groene ogen.

Screenshot 2018-03-08 at 20.04.37

Dit is Dauwpoot

Commandant: Schemerklauw is een grote, grijsgestreepte kater met gele ogen.

Screenshot 2018-03-08 at 07.30.32

Dit is Mistster

Medicijnkat: Rozenhart is een kleine, grijze poes met groene ogen.

Leerling: Eekhoornpoot

Krijgers:

Stekelpels is een grote, rossige kater met gele ogen.

Leerling: Schaduwpoot

Haverblad is een grote, bruine kater met enorme klauwen aan zijn voorpoten en gele ogen.

Merelvleugel is een grote, bruine kater met zwarte vlekken en groene ogen.

Leerling: Dauwpoot

Eikenstaart is een bruine kater met zwarte strepen en blauwe ogen.

Leerling: Witpoot

Grasstaart is een witte poes met groene ogen.

Leerling: Doornpoot

Heidemist is een lichtbruine poes met prachtige, blauwe ogen.

Berkstaart is een bruine kater met donkere strepen en groene ogen.

Honingvacht is een lichtbruine poes met groene ogen.

Reigervleugel is een zilverkleurige poes met bruine ogen.

Bladvleugel is een witte poes met bruine vlekken en groene ogen.

Zwaluwpels is een mooie, ravenzwarte poes met gele ogen.

Leerlingen:

Schaduwpoot is een zwarte, eng-uitziende poes met bruine ogen.

Dauwpoot is een sierlijke, zwarte poes met blauwe ogen.

Witpoot is een kleine, witte kater met bruine vlekken en gele ogen.

Eekhoornpoot is een roodbruine poes met blauwe ogen.

Doornpoot is een rode kater met groene ogen.

Moederkatten:

Nevelhart is een witte poes met zwarte vlekken en gele ogen. Kitten Saliekit

Kittens:

Saliekit is een grijs poesje met groene ogen.

Oudsten:

IJzelstaart is een kleine, donkerbruine poes met groene ogen.

Vissensprong is een kleine, zwarte poes met blauwe ogen.

Wezelklauw is een witte kater met zwarte strepen en groene ogen.

Hemelclan

Screenshot 2018-03-09 at 07.59.40

Dit is Waterdauw

Leider: Hondenster is een bruine cyperse kater met groene ogen.

Screenshot 2018-03-09 at 07.57.33

Dit is Notenpels

Commandant: Notenpels is een lichtbruine kater met bruine ogen.

Screenshot 2018-03-09 at 07.43.40

Dit is Hondenster

Medicijnkat: Waterdauw is een jonge, blauwgrijze kater met groene ogen.

Screenshot 2018-03-09 at 07.30.46

Dit is Leliepoel

Krijgers:

Screenshot 2018-03-09 at 07.28.24

Dit is Poelsteen

Winterklauw is een witte kater met blauwe ogen.

Screenshot 2018-03-09 at 07.25.49

Dit is Tulpbloem

Lentedauw is een optimistische, zandkleurige poes met bruine ogen.

Screenshot 2018-03-15 at 07.15.16

Dit is Aardebloem

Zomerhart is een rode poes met bruine ogen.

Screenshot 2018-03-24 at 07.02.00

Dit is Herfstmist

Paardenvoet is een witte kater met rode vlekken en gele ogen.

Donkerhart is een donkergrijze kater met groene ogen.

Dassenklauw is een grijze kater met groene ogen.

Bernageklauw is een schilpadkater met groene ogen.

Plantenhart is een rode poes met groene ogen.

Ravenvlucht is een zwarte poes met blauwe ogen.

Tulpbloem is een grijze poes met groene ogen.

Poelsteen is een donkergrijze kater met groene ogen.

Leliepoel is een donkergrijze poes met witte borst en poten en blauwe ogen.

Moederkatten:

Aardebloem is een prachtige, bruine tijgerpoes met groene ogen. Partner Hondenster

Herfstmist is een roodbruine poes met gele ogen.

Oleanderbloem is een rode poes met bruine ogen. Partner Paardenvoet, kittens Duisterkit, Esdoornkit

Kittens:

Duisterkit is een pikzwart katertje met felle, amberkleurige ogen.

Esdoornkit is een mooi, bruin poesje met gele ogen.

Oudsten:

Konijnenstaart is een witte poes met blauwe ogen. Ze is vrijwel doof.

Hoofdstuk 1

Vuurzang wordt wakker. Ze staat op en rekt zich uit. Haar buik zit haar daarbij een beetje in de weg.

Ze kijkt de kraamkamer rond. Ze ziet dat Leeuwerikkit en Sneeuwkit naar de uitgang sluipen. Snel loopt ze naar hen toe en pakt hen in hun nekvel. “Weet Blauwhart dat jullie de kraamkamer uit gaan?” vraagt Vuurzang streng aan de kittens.

Blauwhart wordt wakker door haar stem. “Wat is er?” vraagt Blauwhart. “Je kittens waren de kraamkamer uit aan het sluipen,” antwoordt Vuurzang. Blauwhart bedankt haar en neemt haar kittens mee om even met hen te praten.

Vuurzang loopt het hol uit en ziet Heesterstaart en Lichtroos het kamp verlaten. Wolfsklauw komt het krijgershol uit. Als hij haar ziet rent hij op haar af. Hij drukt zijn snuit tegen haar wang. Vuurzang snort. Wolfsklauw rent daarna naar de doorntunnel omdat hij met een jachtpatrouille meegaat.

Vuurzang gaat de kraamkamer weer in. Ze ziet dat Ravenvleugel en Houtlicht slaperig om zich heen kijken. Houtlicht’s kittens zijn echter al druk aan het rondlopen in de kraamkamer. Ze zeuren aan Houtlicht’s kop dat ze naar buiten willen. Uiteindelijk geeft Houtlicht toe om maar af te zijn van hun gezeur. Blauwhart vertelt haar kittens dat ze ook naar buiten mogen.

Echokit blijft nog even in de kraamkamer. Ze vraagt met haar allerliefste stemmetje of ze naar de medicijnkat mag. “Dat kan niet. Ze zijn kruiden verzamelen,” zegt Vuurzang voordat Houtlicht kon antwoorden. “Je hoort wat Vuurzang zegt. Ze zijn kruiden verzamelen dus je kan niet naar het medicijnhol,” zegt Houtlicht geamuseerd. Echokit laat even haar kopje hangen, maar mauwt dan dat ze Gaaikit gaat inmaken in een gevecht. Ze rent naar buiten met haar staartje wapperend achter haar aan.

Houtlicht volgt haar dochter naar buiten. Vuurzang besluit dat frisse lucht haar goed zou doen. Ze volgt Blauwhart die ook naar buiten loopt. Ze hoort Ravenvleugel’s pootstappen achter zich. Waarschijnlijk wil ze niet alleen in de kraamkamer zitten.

Vuurzang gaat naast de ingang van de kraamkamer liggen. Ze ziet leerlingen met mos rondlopen en krijgers druk heen en weer lopen om zich bij patrouilles te voegen. Buizerdklauw deelt bevelen uit en de kittens zijn aan het ravotten voor de kraamkamer. De oudsten liggen zonnebadend een verhaal te vertellen aan een leerling die net hun nesten had verschoond. De vertrouwde taferelen kalmeerden haar.

Ze zag Heesterstaart de doorntunnel uitkomen met een lichaam. Het had een crémekleurige vacht. Dat is Lichtroos! Vuurzang sprong overeind wat haar een steek van pijn bezorgde. Snel liep ze op Heesterstaart af.

Meerdere katten hadden het gemerkt en komen op de donkerbruine kater af. “Wat is er gebeurd?” vraagt Donspoot met een piepstemmetje. “Twee katten hebben haar vermoord. Ik wist niet wie het waren, maar ze roken naar Hemelclan,” antwoordt de medicijnkat.

Onwillekeurig gingen haar gedachten naar Tulpbloem en haar oude mentor Donkerhart. Ze wist dat hen beiden niet bepaald aardig waren, maar zouden ze een moord plegen?

Vlamster dringt zich door de katten heen tot hij voor Heesterstaart stond. “Wat is er gebeurd?” vraagt Vlamster. “Lichtroos is vermoord door twee Hemelclankatten,” zegt Heesterstaart triest.

Houtlicht dringt zich ook naar voren. Bij het zien van Lichtroos’ lichaam slaakt ze een jammerklacht en valt op de grond. Heesterstaart laat snel Lichtroos’ lichaam vallen en loopt naar de moederpoes om haar te ondersteunen en voert haar naar het medicijnhol. Even later komt Heesterstaart terug.

“Hoe zagen ze eruit?” vraagt Vlamster. “Een donkergrijze kater en een grijze poes,” zegt Heesterstaart. “Weet iemand wie deze katten kunnen zijn?” roept Vlamster vragend.

Vuurzang komt naast haar vader staan. “Volgens mij zijn het Donkerhart en zijn voormalige leerling Tulpbloem,” zegt Vuurzang tegen de twee katers. Vlamster kijkt nadenkend. “Dat zou best kunnen,” zegt Vlamster, “Bedankt voor je hulp. Heesterstaart, Buizerdklauw en ik bespreken dit verder in mijn hol. Krombek en Appelhart, zorg ervoor dat Lichtroos klaar is voor de wake.” De oudsten knikken. Vlamster loopt met Heesterstaart en Buizerdklauw naar zijn hol.

Vuurzang draait zich om en loopt naar de kraamkamer. Halverwege draait ze zich om en loopt naar het medicijnhol. Ze wil weten hoe het met Houtlicht gaat.

Ze stapt naar binnen en ziet vrijwel meteen haar bruine pels in een mosnest. Ze ligt vredig te slapen. Vuurzang trekt zich terug en gaat weer liggen naast de ingang van de kraamkamer.

Ineens komt Slangentand in wilde paniek het kamp instormen. “Wolfsklauw wordt aangevallen door de beren! We zijn niet met genoeg om hen aan te vallen,” roept Slangentand. Vuurzang springt overeind om naar het leidershol te gaan, maar Vlamster had het al gehoord en riep snel de namen van een aantal katten die het kamp verlieten met Slangentand voorop.

Vuurzang ijsbeerde de hele tijd voor de kampingang in enorme spanning. Ze zou het niet kunnen verdragen Wolfsklauw te verliezen. Uiteindelijk kwam de patrouille uitgeput aan in het kamp.

Vuurzang zigzagde tussen de katten door op zoek naar Wolfsklauw, maar ze kon hem niet vinden.

Ineens zag ze het lichaam van Kiezelbeek. Ze voelde woede en verdriet in zich opkomen. “Niet Kiezelbeek,” jammerde ze huilend. Ze drukte haar snuit in de vacht van haar moeder. Hij voelde koud aan. Haar tranen gleden in Kiezelbeek’s vacht.

Ze verstond niks meer en alles draaide. Ze voelde dat een kat haar overeind hielp en meetroonde naar een hol. Ze werd zachtjes in een mosnest gelegd en er werden haar wat zaden voorgeschoven. Ze likte ze verdoofd door de pijn op. Toen viel ze in slaap.

Ze werd wakker. Ze zag dat het al avond was. Snel stond ze op en liep naar de uitgang van het medicijnhol.

Ze zag Kiezelbeek’s en Lichtroos’ lichamen op de open plek liggen. IJsvleugel, Vlamster en Boomblad lagen bij haar moeder en Houtlicht en Heesterstaart zaten ineengehurkt bij Lichtroos.

Vuurzang liep naar haar moeder en ging liggen. Ze drukt haar neus in haar moeder’s vacht. Ze bleef daar de hele nacht liggen.

Toen het ochtendlicht te voor schijn kwam stond Vuurzang moeizaam op. Ze had spierpijn. Toen de oudsten kwamen om Kiezelbeek’s lichaam weg te brengen stond Vuurzang erop hen te helpen.

Vuurzang hielp met het begraven van Kiezelbeek en liep toen het kamp in. Ze slofte de kraamkamer in, plofte in haar nest en gleed in slaap.

Hoofdstuk 2

Luipaardklauw werd wakker. Hij had veel zin om Tijgerpoot het territorium te laten zien.

Hij liep het krijgershol uit. Leeuwenbries kwam op hem af. “Is het goed als ik en Jaagpoot met jou meegaan?” vraagt Leeuwenbries. Luipaardklauw knikt.

Hij denkt aan de waarschuwing van Vlamster op de grote vergadering voor de beren. Hij zou zo’n dood geen enkele kat toewensen. Hij huiverde. “Wat is er?” vraagt Leeuwenbries. “Ik dacht aan die beren. Hopelijk komen ze niet op ons territorium,” zegt Luipaardklauw. “Dat hoop ik ook niet,” miauwt Leeuwenbries.

Luipaardklauw ziet zijn leerling een prooi eten aan de overkant van de open plek. Luipaardklauw pakt ook iets en deelt dat met de goudbruine kater naast hem. Toen hij zijn prooi op had liep hij naar Tijgerpoot. “Ga Jaagpoot halen, we gaan het territorium verkennen,” zegt Luipaardklauw tegen zijn jonge leerling.

Tijgerpoot draait zich om en loopt het leerlingenhol in. Even later komt ze weer naar buiten met Jaagpoot. “Wil je iets eten?” vraagt Leeuwenbries. “Nee,” antwoordt Jaagpoot, “Ik pak straks wel iets.” Leeuwenbries knikt.

Hij loopt door de doorntunnel gevolgd door de andere drie katten. Luipaardklauw rent door het bos. Tijgerpoot en Jaagpoot hollen achter hem en Leeuwenbries aan.

Luipaardklauw stopt bij de Windclangrens. “Hier begint de Windclangrens. Onthoudt de geur goed,” zegt Leeuwenbries tegen de leerlingen. Ze rennen langs de Windclangrens en Luipaardklauw markeert de grens nog een keertje.

Dan komen ze aan bij de Hemelclangrens. “Hier is de Hemelclangrens. Ook deze geur moet je goed onthouden,” zegt Luipaardklauw. De leerlingen knikken.

“Zullen we nog wat gaan jagen?” stelt Leeuwenbries voor. “Dat is goed,” zegt Luipaardklauw.

Hij neemt zijn leerling mee naar een plekje om te oefenen. “Muizen voelen je pootstappen voor ze je ruiken en konijnen ruiken je eerder. Je moet nu gaan oefenen hoe je een muis besluipt. Je moet je gewicht op je flanken dragen en je pootstappen zacht neerzetten,” legt Luipaardklauw uit.

Tijgerpoot knikt en zakt in sluiphouding. Luipaardklauw ziet dat ze haar uiterste best doet en het lukt haar al aardig, maar ze zet haar pootstappen nog te hard neer en kan niet zo goed haar evenwicht bewaren. Hij vertelt haar wat ze fout deed en Tijgerpoot probeert het opnieuw. Ze verdeelt haar gewicht nu beter over haar lichaam, maar zet nog steeds te hard haar pootstappen neer. “Ik zal je een demonstratie geven,” zegt Luipaardklauw tegen de cyperse poes.

Hij proeft de lucht en ruikt al snel de geur van muis. Hij begint er op af te sluipen. Het diertje zat een holletje te graven. Luipaardklauw sluipt iets dichterbij en zet dan af voor de sprong. Hij springt op de muis en bijt zijn nek door.

Tijgerpoot zat ineengehurkt in de struiken te kijken. Luipaardklauw begraaft zijn prooi en loopt naar Tijgerpoot. “Heb je gezien hoe het moet?” vraagt Luipaardklauw. Tijgerpoot knikt.

Ze zakt weer in sluiphouding en Luipaardklauw denkt dat ze nu wel een muis zou kunnen vangen. “Probeer eens een muis te vangen,” zegt Luipaardklauw tegen haar. Tijgerpoot’s staart krult van blijdschap. Ze proeft de lucht en sluipt dan in een richting.

Luipaardklauw volgt haar voorzichtig. Na een tijdje ziet Luipaardklauw een muis zitten. Tijgerpoot maakt zich klaar voor de sprong. Ze springt op de muis en breekt zijn nek. “Heel goed,” zegt Luipaardklauw trots. Tijgerpoot straalt bij zijn compliment. Ze begraaft de prooi.

Dan komen Leeuwenbries en Jaagpoot uit de struiken gestapt. “Het lijkt me dat we nu genoeg gevangen hebben,” zegt Jaagpoot’s mentor tegen Luipaardklauw. Hij knikt.

Luipaardklauw loopt naar de plek waar hij zijn prooi begraven had. Hij graaft de muis op en loopt ermee terug naar de anderen. Tijgerpoot had haar muis ook al gepakt en Leeuwenbries en Jaagpoot hadden beiden twee stukken prooi.

Leeuwenbries stapt door het struikgewas in de richting van het kamp als hij hem ziet. Luipaardklauw loopt hem achterna met Tijgerpoot en Jaagpoot aan zijn zijde.

Luipaardklauw ziet het kamp opdoemen voor zijn neus. Hij loopt door de doorntunnel. Hij ziet dat de hoop verse prooi al wat stukken prooi had, maar niet genoeg voor de hele clan.

Hij legde zijn prooi op de hoop en vertelde Tijgerpoot haar prooi naar de oudsten te brengen. Tijgerpoot pakt er nog een stuk af en rent dan naar het oudstenhol.

Luipaardklauw loopt naar de kraamkamer. Hij had de afgelopen dagen geen kans gezien zijn partner te bezoeken. Hij stapt het hol in. Meteen ziet hij Nachtroos liggen en even daarna zag hij de slapende vorm van Libellevleugel.

Luipaardklauw loopt snel naar de zwarte poes. “Hoe gaat het met jou en de jongen?” vraagt Luipaardklauw. “Het gaat heel goed met ons,” zegt Nachtroos.

Luipaardklauw gaat naast haar liggen en begint haar oren te likken. Zijn kittens begroeten hem. “Hopelijk worden we snel leerlingen,” zegt Sterrenkit tegen haar broertjes en zusje. “Dat zal vast snel gebeuren. Jullie zijn bijna zes manen,” zegt Luipaardklauw tegen de kleintjes. Sterrenkit’s ogen glinsteren als ze aan leerling worden denkt.

Vonkkit keek in gedachten verzonken voor zich uit. Luipaardklauw wil net vragen wat er is als Vonkkit vraagt of hij even mee komt.

Luipaardklauw staat op en loopt achter zijn zoontje aan. “Wat is er?” vraagt Luipaardklauw als Vonkkit halt houdt. “Ik wil medicijnkat worden,” hij gooide het er uit. “Dat kan. Kom dan gaan we Wildhart en Zandbloem vragen of het goed is,” zegt Luipaardklauw bemoedigend.

Hij loopt met Vonkkit naar het medicijnhol. Luipaardklauw stapt door de mosslierten. Wildhart en Zandbloem zijn zij aan zij kruiden aan het sorteren. “Kan ik jullie even storen?” vraagt Luipaardklauw beleefd. Zandbloem en Wildhart draaien zich om. “Wat is er?” vraagt Zandbloem kalm. “Ik wil medicijnkat worden,” piept Vonkkit dapper. Zandbloem knikt alsof het voor haar geen verrassing was. “Dan moeten we even naar Lavendelster,” zegt Wildhart. Luipaardklauw knikt.

Hij loopt het hol uit met Vonkkit en de medicijnkatten volgen hem. Hij vraagt toestemming aan Lavendelster om binnen te komen. “Wat is er?” vraagt Lavendelster terwijl ze zich omdraait. Er flitst een glimp van verrassing over haar gezicht als ze ziet dat de medicijnkatten er ook zijn. “Vertel het maar,” spoort Luipaardklauw Vonkkit aan. “Ik wil medicijnkat worden,” verklaart hij.

Lavendelster richt haar vragende blik op Wildhart en Zandbloem. “Vinden jullie het goed hem te trainen?” vraagt Lavendelster. Wildhart en Zandbloem knikken. “Oke, dan word jij een medicijnkatleerling,” zegt Lavendelster tegen Vonkkit.

Luipaardklauw ziet dat Vonkkit moeite heeft zijn enthousiasme in te houden. Desondanks bedankt hij Lavendelster beheerst en verlaat het hol.

Luipaardklauw volgt hem. “Je deed het echt heel goed,” zegt Luipaardklauw. Vonkkit’s staartje wuift blij heen en weer. “Het was wel spannend,” zegt Vonkkit. “Dat snap ik,” zegt Luipaardklauw.

Met zijn staart op de schouders van Vonkkit begeleidt hij hem naar de kraamkamer. Nachtroos komt de kraamkamer uit en kijkt hem met vragende ogen aan. “Hij wil medicijnkat worden,” murmelt Luipaardklauw toen Vonkkit in de kraamkamer verdwenen was.

Nachtroos knikt begrijpend. Nachtroos loopt de kraamkamer in en Luipaardklauw loopt naar het krijgershol. Hij gaat in zijn nest liggen en valt in slaap.

Hoofdstuk 3

Tijgerpoot wordt wakker en denkt na. Luipaardklauw had toen ze bijna leerling werd met haar gesproken over een droom. Bij haar kwam er een Hemelclanpoes die Vuurwolk heette te voor schijn. Ze was vastbesloten uit te zoeken wie deze poes was en waarom nou net zij haar bezocht had. Ze had helemaal niks te maken met de Hemelclan toch? Ze hoopte dat ze bij de grote vergadering mocht zijn, maar waarschijnlijk gingen Maanpoot, Lindepoot en Lichtpoot erheen en zij de volgende keer.

Ze schudde de gedachtes van zich af en liep het hol uit. Ze pakte een prooi van de hoop en at hem op. Ondertussen zag ze aan de overkant van de open plek Luipaardklauw uit het krijgershol stappen.

Leeuwenbries kwam naar hem toe en even praatten ze met elkaar. Luipaardklauw komt op haar af en vraagt of ze Jaagpoot wil halen. Snel slikt Tijgerpoot haar laatste hap door en gaat dan Jaagpoot halen.

Ze port hem in zijn zij en hij heft slaperig zijn kop op. “Wat is er?” vraagt hij. “Leeuwenbries en Luipaardklauw hebben iets gepland voor ons,” zegt Tijgerpoot. Meteen krabbelt Jaagpoot op en loopt naar de uitgang. “Kom je nog?” roept hij naar Tijgerpoot. Snel volgt ze hem.

Ze loopt het hol uit. Luipaardklauw en Leeuwenbries gaan hen voor door de doorntunnel. Ze draven door het bos en Tijgerpoot voelt de wind door haar vacht waaien. Ze geniet van de run en zo kan ze ook de rest van de slaap van zich afschudden.

Ineens houden Leeuwenbries en Luipaardklauw halt. Tijgerpoot botst bijna tegen hen aan. “Hier begint de Windclangrens. Onthoudt de geur goed,” zegt Leeuwenbries. Hij omvat de grens met zijn staart.

Ze draven verder door het bos. Ondertussen stoppen ze nog even omdat Luipaardklauw een geurmarkering aanbrengt. Dan rennen ze weer verder.

Leeuwenbries en Luipaardklauw komen weer tot stilstand. Tijgerpoot had erop gerekend en kon op tijd stoppen. “Hier is de Hemelclangrens. Onthoudt deze geur ook goed,” zegt Luipaardklauw.

Tijgerpoot heeft beide geuren in zich opgeslagen. “Zullen we nog wat jagen?” stelt Leeuwenbries voor. “Dat is goed,” zegt Luipaardklauw.

Luipaardklauw dringt door het struikgewas en Tijgerpoot loopt achter hem aan. Luipaardklauw legt uit welke manier je moet gebruiken om muizen en konijnen te vangen. Tijgerpoot moest eerst proberen de houding voor de muis te leren. Na drie pogingen vindt Luipaardklauw het goed genoeg om een muis te vangen.

Ze speurt in de lucht en ruikt een muisje recht voor haar. Stilletjes sluipt ze door het struikgewas. Al snel spot ze het muisje. Het diertje eet een nootje. Vlakbij ziet ze een holletje. Ze heeft de wind tegen, dus kan de muis haar niet ruiken. Ze maakt zich klaar voor de sprong en springt op de muis. Met een snelle beet in zijn nek doodt ze hem.

Luipaardklauw complimenteert haar. Tijgerpoot straalt van trots. Mijn eerste muis, denkt ze vrolijk.

Leeuwenbries en Jaagpoot stappen uit de struiken. Ze praten wat met elkaar, maar Tijgerpoot luistert niet naar de mentors. “Ik heb mijn eerste muis gevangen!” zegt ze trots tegen haar broertje. Hij murmelt iets als: “Goed gedaan, Tijgerpoot.”

Hij kan niet zo goed praten met de prooi in zijn bek. Tijgerpoot pakt ook haar prooi tussen haar kaken. Als Luipaardklauw weer verschijnt lopen ze naar het kamp.

Leeuwenbries' goudbruine gestalte liep voor hen en haar mentor liep naast haar. Tijgerpoot loopt door de doorntunnel het kamp in. Luipaardklauw vertelt haar de prooi naar het oudstenhol te brengen.

Tijgerpoot pakt nog een duif van de hoop en loopt naar het oudstenhol. Ze dringt het hol in. Ze laat de prooien voor de poten van de oudsten vallen. “Ik kom jullie prooi brengen,” zegt ze tegen de oudsten.

Kastanjepels knikt haar vriendelijk toe en gaat dan eten. De anderen eten al. Tijgerpoot verlaat stilletjes het hol. Ze loopt naar het leerlingenhol.

Maanpoot, Lindepoot en Lichtpoot zijn opgewonden aan het praten. Zodra Maanpoot haar in het oog krijgt staat ze op en loopt naar haar toe. “We worden morgen krijgers!” zegt ze opgewonden. “Gefeliciteerd!” zegt Tijgerpoot aardig.

Ze loopt met de grijs cyperse poes terug naar het leerlingenhol. Jaagpoot komt aangelopen. “Hoi Jaagpoot,” zegt ze zenuwachtig. “Hoi Maanpoot,” zegt Jaagpoot vriendelijk.

Hij gaat zitten bij de vier poezen. Tijgerpoot wenkt Maanpoot met haar staart. De poezen lopen weg bij de anderen. “Heb jij soms een oogje op Jaagpoot?” vraagt Tijgerpoot half serieus en half geamuseerd. Maanpoot protesteert zonder haar aan te kijken. Als Tijgerpoot haar blik vangt geeft ze schoorvoetend toe Jaagpoot een beetje leuk te vinden. “Hij is ook zo’n kundig jager en zo gespierd,” zegt Maanpoot dromerig. Tijgerpoot knikt. Ze wist dat haar broertje erg sterk en snel is.

Maanpoot en Tijgerpoot lopen terug naar de rest. Maanpoot lijkt sterker nu ze iemand heeft om erover te praten. Ze gaan weer zitten.

Egelpoot en Hulstpoot zitten er nu ook bij. Na een paar minuten komt Zandbloem langs en beveelt hen te gaan slapen met haar gezag als medicijnkat.

De leerlingen lopen met zijn allen tegelijk door de ingang van het leerlingenhol. Dan zitten ze vast. Tijgerpoot dringt een beetje naar voren, maar komt niet los. “Zandbloem we zitten vast,” zegt Jaagpoot die de grap van de situatie wel in kan zien. Zandbloem laat een geërgerde zucht horen: “Leerlingen.”

Ze horen haar pootstappen zich verwijderen. Even later voelt Tijgerpoot dat er iets over haar rug wordt gewreven. “Probeer eens los te komen,” zegt Zandbloem.

Tijgerpoot zet zich stevig af en schiet naar voren. Alle leerlingen rollen het leerlingenhol in. “En laat dit niet nog eens gebeuren,” roept Zandbloem naar binnen. De leerlingen barsten in lachen uit als ze Zandbloem driftig horen wegstappen. Als ze uitgelachen zijn rollen ze zich op in hun nesten. Tijgerpoot valt in slaap.

Hoofdstuk 4

Vuurzang wordt wakker. Ze ziet aan de zonnestralen die het hol in vallen dat het zonhoog is. De kraamkamer is leeg. Ze hoort dat er namen worden geroepen. Ze verstaat de woorden Sneeuwpoot en Leeuwerikpoot. Het moet de leerlingceremonie van Blauwhart's kittens zijn. Ze staat op en loopt naar buiten. Ze vindt het heel jammer dat ze deze ceremonie heeft gemist. Ze loopt Ravenvleugel tegemoet. "Wie zijn hun mentors?" vraagt Vuurzang. "Hertensprong is de mentor van Leeuwerikpoot en Slangentand is de mentor van Sneeuwpoot," antwoordt Ravenvleugel. Er klinkt een vleugje jaloezie in door. "Hé jij krijgt ook nog wel een leerling," zegt Vuurzang. "Je hebt gelijk, alleen ik vind het zo jammer," zegt Ravenvleugel. De zwarte poes stapt langs haar heen naar de kraamkamer. Vuurzang loopt naar het medicijnhol om Houtlicht te zien. Ze stapt de koelte van het medicijnhol in. Ze ziet de poes in een mosnest liggen. Heesterstaart is bezig kruiden te sorteren. Ze merkt dat hij er nog niet aan gewend is Lichtroos niet naast zich te zien. "Hoe gaat het met Houtlicht?" vraagt Vuurzang. Heesterstaart schrikt op. "Oh, wel goed hoor. Alleen maar een schok omdat Lichtroos haar zus was," zegt Heesterstaart. Vuurzang is opgelucht dat het goed gaat met de bruine poes. Ze verlaat het medicijnhol. Ze kijkt rond om te zien waar Wolfsklauw is. Ze vermoedt dat hij op patrouille is, want ze ziet hem nergens. Ze trippelt naar de kraamkamer en glipt naar binnen. Echokit, Gaaikit en Amandelkit zitten in de kraamkamer. "Wat is er?" vraagt Vuurzang vriendelijk. "We missen mama," piept Echokit. "Jullie kunnen haar wel een bezoekje brengen. Ze is in het medicijnhol," zegt Vuurzang. "Bedankt, kom jongens we gaan naar mama," zegt Gaaikit. De kleintjes rennen langs haar heen. "Niet zomaar het medicijnhol in stormen," roept Vuurzang hen na. Ravenvleugel kijkt haar geamuseerd aan. "Jij zal vast een goede moeder worden," zegt ze. "En Wolfsklauw zal een goede vader zijn," zegt Vuurzang. Ravenvleugel lijkt ineen te krimpen als ze dat zegt. "Wat is er met Wolfsklauw?" vraagt ze scherp. "Nou eh, hij is vermoordt en opgegeten door de beren," zegt Ravenvleugel ongemakkelijk. "Nee!" haar uitroep is door het hele kamp te horen. "Wolfsklauw," fluistert ze. Vlamster rent de kraamkamer in. "Wat is er?" vraagt hij verwilderd, "Zijn de beren in het kamp?" Ravenvleugel vertelt hem over Wolfsklauw. Vlamster komt met een zachte blik naar haar toe. Hij troost haar, maar ze weet dat hij ook niet weet wat hij moet zeggen. Uiteindelijk verlaat Vlamster het hol. Dan voelt ze ineens een raar gevoel in haar onderbuik. De jongen! schrikt ze. "Ravenvleugel, haal de medicijnkat," zegt Vuurzang. Haar verdriet heeft plaats gemaakt voor vastberaden kalmte. Ik mag mijn jongen niet verliezen! Vuurzang gaat op haar zij liggen. Heesterstaart rent de kraamkamer in. Ze voelt de onzekerheid van hem af golven. Ravenvleugel heeft een stok gepakt die ze aan Vuurzang geeft. Vuurzang neemt hem in haar bek. Ze voelt dat de weeën beginnen. Ze slaakt een kreet van pijn. Na een uurtje is het eerste jong er. Vuurzang duwt hem met haar achterpoten naar haar buik toen Ravenvleugel het vlies had doorgebeten. Ze hijgt ritmisch. Heesterstaart helpt haar door de jongen een beetje te duwen die in haar buik zitten. Het tweede jong is er na een half uur. "Nog eentje," moedigt Heesterstaart haar aan. Vuurzang voelt zich uitgeput, maar toch zet ze door. Het laatste jong doet er erg lang over, maar uiteindelijk heeft ze toch drie gezonde jongen die bij haar drinken. Heesterstaart geeft haar kruiden om de melkproductie te stimuleren. Ze eet ze snel op. Alles voor mijn jongen, denkt ze. Na het eten van de kruiden valt ze in slaap.

Vuurzang wordt wakker. Het is bijna nacht. Ze kijkt naar haar jongen die tevreden slapen. "Hoe ga je ze noemen?" vraagt Houtlicht. Ze is verbaasd dat de bruine poes er weer is. "Weet ik nog niet," zegt Vuurzang. Ze bekijkt haar jongen. Ze ziet dat de poesjes allebei een opvallend kenmerk hebben. Ze noemt het poesje met de bliksemschichtachtige vlekken Bliksemkit en die met de hartvlek Hartkit. De laatste is een katertje. Hij is grijs als zijn vader en heeft goudbruine vlekken van Luipaardklauw. Hem noem ik Wolfkit. Vernoemd naar zijn vader. Houtlicht kijkt haar vragend aan. "Ze heten Bliksemkit, Hartkit en Wolfkit," verklaart Vuurzang. "Mooie namen," zegt Ravenvleugel. "Inderdaad," zegt Houtlicht. Vuurzang kijkt nog even naar haar jongen en gaat dan slapen.

Hoofdstuk 5

Luipaardklauw wordt wakker. Morgen is de grote vergadering. Hij hoopt Vuurzang daar te ontmoeten.

Hij staat op en rekt zich snel uit. Hij loopt het hol uit.

Hij kijkt rond of hij Tijgerpoot ziet, maar de cyperse poes is nog niet op de open plek.

Hij loopt naar het leerlingenhol en steekt zijn kop naar binnen. Hij ziet Tijgerpoot in haar nest liggen. "Tijgerpoot!" roept hij. Ze heft vermoeid haar kop. Als ze hem ziet staat ze op en komt naar hem toe. "Wat gaan we vandaag doen?" vraagt Tijgerpoot opgewonden. "Je gaat het mos van de oudsten verschonen," zegt Luipaardklauw. Op Tijgerpoot's gezicht ziet hij teleurstelling. "Je moet ook minder leuke klusjes doen," zegt Luipaardklauw. "Zei ik dan dat ik er geen zin in had?"

Tijgerpoot loopt met haar staart fier in de lucht langs hem heen. Luipaardklauw komt haar vlug achterna. "Ik zal je de beste plekken voor mos laten zien en hoe ze je het best eraf haalt," zegt Luipaardklauw als hij haar heeft ingehaald. Ze was al halverwege de open plek.

Ze lopen door de doorntunnel. Luipaardklauw rent door het bos met Tijgerpoot aan zijn zijde. Hij vindt het heerlijk de wind door zijn vacht te voelen waaien.

Luipaardklauw houdt halt bij een boom. Hij doet voor hoe het moet en Tijgerpoot doet hem na. Het lukt haar al goed het mos met weinig vuil eraf te krijgen.

Ze werken de ochtend hard door. Als ze genoeg mos hebben rennen ze zo snel als mogelijk is naar het kamp.

Luipaardklauw loopt eerst door de doorntunnel. Tijgerpoot volgt hem. Luipaardklauw en Tijgerpoot lopen naar het oudstenhol. Ze dringen naar binnen.

Luipaardklauw dropt zijn mos en doet het eerste nest. De rest laat hij aan Tijgerpoot over.

Hij loopt het hol uit en gaat naar Nachtroos. Hij ziet dat Nachtroos de jongen aan het likken is. "Waren ze vies?" vraagt Luipaardklauw. "Dadelijk worden ze leerlingen!" zegt Nachtroos enthousiast. Luipaardklauw kijkt trots naar zijn jongen die proberen te ontsnappen.

Sterrenkit weet zich los te rukken en een eindje weg te lopen. Ze schudt zich uit. Luipaardklauw pakt haar in haar nekvel en zet haar weer neer bij Nachtroos. Ze pakt de eigenwijze kitten in haar nekvel voordat ze weer kan ontsnappen.

Luipaardklauw ziet Lavendelster uit haar hol komen. Ze springt op de hoge steen en roept de rituele woorden. Luipaardklauw loopt met Nachtroos en de jongen naar de zijkant van de open plek.

Ze gaan netjes in een rijtje zitten, maar Luipaardklauw ziet hoe enthousiast ze zijn. Maanpoot, Lindepoot en Lichtpoot zijn ook erg enthousiast. Als iedereen verzameld is begint Lavendelster. "Maanpoot, Lindepoot en Lichtpoot kom naar voren. Cederstaart, Muntwolk en Klauwpels hebben jullie leerlingen goed getraind en zijn ze klaar om krijgers te worden?" vraagt Lavendelster. De mentors knikken. Lavendelster richt zich tot de leerlingen. "Ik Lavendelster, leider van de Schaduwclan, doe een beroep op mijn krijgervoorouders om op deze leerlingen neer te kijken. Zij hebben hard getraind om uw nobele krijgscode te begrijpen. Zweren jullie dat jullie de krijgscode altijd in ere houden en je clan zult beschermen met gevaar voor eigen leven?" vraagt Lavendelster. Ze springt van de hoge steen af. "Dat zweer ik," zeggen Maanpoot, Lindepoot en Lichtpoot. "Dan uit naam van de Sterrenclan geef ik jullie jullie krijgersnamen. Maanpoot van nu af aan sta je bekend als Maanstroom. We eren je om je kracht en enthousiasme," zegt Lavendelster. Maanstroom likt Lavendelster's schouder en loopt dan naar de krijgers in de menigte. "Lichtpoot van nu af aan sta je bekend als Lichtbloem. We eren je om je snelheid en vechtkunsten," zegt Lavendelster. De kersverse krijger likt Lavendelster's schouder en gaat naast Maanstroom zitten. "Lindepoot van nu af aan sta je bekend als Lindepoel. We eren je om je snelheid en kalmte," zegt Lavendelster tegen de jonge poes. Lindepoel likt de schouder van Lavendelster en loopt naar haar zussen.

"Er is nog een ceremonie. Oceaankit, Sterrenkit, Vonkkit en Hemelkit kom naar voren," zegt Lavendelster. Luipaardklauw's kittens lopen zo beheerst mogelijk naar het midden van de kring katten. "Ik Lavendelster, leider van de Schaduwclan, doe een beroep op mijn krijgervoorouders om op deze kittens neer te kijken. Zij hebben hun zesde maan bereikt en zijn klaar om leerlingen te worden. Oceaankit vanaf de dag dat jij je krijgersnaam verdiend sta je bekend als Oceaanpoot. Jouw mentor wordt Zwartwolk," zegt Lavendelster. Oceaanpoot likt Lavendelster's schouder en loopt daarna naar Zwartwolk om haar neus aan te raken. Ze trekt zich met haar mentor terug in de menigte. "Sterrenkit vanaf de dag tot jij je krijgersnaam verdiend sta je bekend als Sterrenpoot. Jouw mentor wordt Braampels," zegt Lavendelster.

Ineens komt er een halfverzopen katje het kamp instrompelen. Lavendelster dringt door de menigte heen naar het kleine katje. Het diertje is van Tijgerpoot's leeftijd schat Luipaardklauw. "Wat kom je hier doen?" vraagt Lavendelster. "Ik ik ben verjaagd door mijn moeder en daarna ben ik o opgejaagd door ho ho honden," zegt het kleintje beverig. "Je mag hier wel een tijdje blijven," besluit Lavendelster, "Daarna zullen we verder zien."

Hij ziet dat Tijgerpoot en Maanstroom naar het kleintje toelopen en het droog likken. De kat blijkt onder de wonden te zitten. Wildhart en Zandbloem lopen snel naar het katje toe en drijven hem naar het medicijnhol.

Luipaardklauw richt zijn aandacht weer op Lavendelster. Sterrenpoot likt Lavendelster's schouder en loopt dan naar haar mentor toe. "Vonkkit vanaf de dag dat jij je medicijnkattennaam ontvangt sta je bekend als Vonkpoot. Wildhart en Zandbloem zullen jou trainen," zegt Lavendelster. Vonkpoot likt eerbiedig de schouder van Lavendelster en loopt daarna naar het hol van de medicijnkatten. Klaar voor zijn eerste les. "Hemelkit vanaf de dag tot jij je krijgersnaam krijgt sta je bekend als Hemelpoot. Jouw mentor wordt Heemstvacht," zegt Lavendelster. Hij likt de schouder van zijn leider en loopt daarna naar Heemstvacht en raakt haar neus aan.

Luipaardklauw loopt trots naar zijn jongen toe. Hij feliciteert hen hartelijk. Hij hoort Sterrenpoot vragen wanneer ze gaan trainen, Braampels zegt tegen haar dat het nu te laat is om te trainen. Sterrenpoot kijkt bedroefd en loopt naar het leerlingenhol.

Luipaardklauw loopt naar het medicijnhol. Hij wil weten hoe het met de kitten gaat. Hij ziet er al sterker uit. Hij heeft een mooie goudbruine vacht en heldere blauwe ogen. Zijn vacht zit onder het spinrag, maar hij kijkt al levendiger uit zijn ogen.

Luipaardklauw verlaat het hol en passeert Tijgerpoot die ook het medicijnhol in wil. Hij mauwt een begroeting en loopt dan door naar het krijgershol. Nachtroos is daar al.

Ze helpt Maanstroom, Lindepoel en Lichtbloem nesten te maken. Luipaardklauw gaat in zijn nest liggen en kijkt toe. Nadat de nesten gemaakt zijn komt Nachtroos naast hem liggen. Luipaardklauw valt in slaap.

Hoofdstuk 6

Tijgerpoot wordt wakker doordat Luipaardklauw haar naam roept. Ze staat op en loopt naar hem toe. "Wat gaan we vandaag doen?" vraagt Tijgerpoot enthousiast. "Je gaat het mos van de oudsten verschonen," zegt Luipaardklauw. Tijgerpoot kijkt teleurgesteld. "Soms moet je ook minder leuke dingen doen," zegt Luipaardklauw. "Zei ik dan dat ik het niet leuk vind?" vraagt Tijgerpoot. Ze zwiept boos met haar staart.

Dan steekt ze hem fier in de lucht en loopt rakelings langs Luipaardklauw heen. De goudbruine krijger volgt haar. Ze loopt door de doorntunnel.

Luipaardklauw begint te rennen en Tijgerpoot rent snel naast hem mee. Hij blijft staan bij een boom en Tijgerpoot komt ook tot stilstand.

Hij doet voor hoe het moet en Tijgerpoot doet hem na. Ze zijn de hele ochtend bezig met mos van bomen af klauwen.

Tijgerpoot's klauwen doen pijn van het krabben. Ze loopt terug naar het kamp. Het gaat niet heel snel en bij de doorntunnel ondervindt ze ook een beetje hinder. Als ze in het kamp is loopt ze naar het oudstenhol.

Ze loopt naar binnen. De oudsten liggen allemaal te slapen behalve Kastanjepels. Luipaardklauw doet het eerste nest en gaat dan het hol uit.

Tijgerpoot begint met het mos van Vlinderpels. Ze haalt het oude mos eruit en vult het op met het nieuwe mos. Ze is snel klaar met het eerste nest. De andere twee nesten zijn ook snel klaar.

Ze rolt het oude mos tot een bal en rolt het het oudstenhol uit. Ze gaat ermee naar een plekje naast het kamp en gooit het daar op de grond.

Ze loopt door het bos terug naar het kamp. Ze loopt door de kampingang en hoort de oproep voor een clanvergadering.

Ze gaat snel zitten naast haar vriendin Maanpoot en Egelpoot. Maanpoot, Lindepoot en Lichtpoot worden krijgers met de namen: Maanstroom, Lindepoel en Lichtbloem en Luipaardklauw's jongen worden leerlingen.

Tijgerpoot ziet ineens een katje het kamp inkomen. Lavendelster loopt door de menigte naar het katje toe. Het kleintje vertelt haar te zijn verjaagd door zijn moeder en daarna te zijn achternagezeten door honden.

Als Lavendelster verklaart dat hij voorlopig mag blijven lopen zij en Maanstroom op de kitten af. Tijgerpoot en Maanstroom likken zijn vacht droog. Tot haar verbazing merkt ze dat het jong onder de wonden zit. Zandbloem en Wildhart nemen het jonkie mee naar het medicijnhol.

Tijgerpoot en Maanstroom gaan weer op de open plek zitten en luisteren naar het einde van de grote vergadering. "Wat bizar. Een moeder die zijn jong verjaagd," zegt Maanstroom na de grote vergadering. Tijgerpoot knikt. "Hij moet wel erg snel zijn wil hij die honden voorblijven," zegt Tijgerpoot.

Dan hoort Tijgerpoot dat Nachtroos Maanstroom roept. Maanstroom staat snel op en loopt naar de zwarte poes.

Tijgerpoot staat ook op. Ze wil een bezoek brengen aan de kleine kater.

Als ze naar binnen wil gaan komt ze Luipaardklauw tegen. Ze murmelt een groet en loopt dan door.

Het kleine katertje blijkt niet zo jong te zijn als ze dacht. Nu zijn vacht droog is lijkt hij een stuk groter. Hij heeft een goudbruine vacht en blauwe ogen. Ze merkt dat het katertje ook opmerkelijke zwarte en grijze streepjes op zijn voorhoofd heeft. Hij kijkt haar aan. Hij ziet er wel grappig uit met al die spinnenwebben op zijn lichaam geplakt.

"Hoe heet jij?" vraagt het katertje. "Ik ben Tijgerpoot en die grijze poes daarnet was Maanstroom en die lapjespoes was de leider Lavendelster," zegt Tijgerpoot. "Ik ben Jonas. Jullie hebben wel rare namen," zegt hij. "Dat is traditie. Als jij lid wordt van de clan krijg je ook zo'n naam. Normaal gesproken kiest je moeder je voorvoegsel, maar in dit geval zal Lavendelster dat doen," zegt Tijgerpoot. "Je zei clan, is dat hoe jullie jezelf noemen?" vraagt Jonas. "Ja, je bent nu in de Schaduwclan. Maar je hebt ook nog de Donderclan, Rivierclan, Windclan en Hemelclan," zegt Tijgerpoot. "Kun je me een beetje uitleggen hoe het hier werkt?" vraagt Jonas. "Kittens hebben het achtervoegsel kit. Ze mogen het kamp niet uit en worden verzorgd door de moederkatten. De moederkatten kunnen alle namen hebben. Zij zorgen ook voor de jongen en hoeven geen krijgerstaken te doen. De krijgers vechten en jagen voor de clan. Ze kunnen leerlingen hebben. De moederkatten, kittens en oudsten krijgen als eerste eten. De oudsten zijn oude krijgers of moederkatten. Ze hebben hun hele leven de clan gediend en verdienen rust. Één van de taken van een leerling is om hun nesten te verschonen en hen eten te brengen. Leerlingen, zoals ik, krijgen een mentor die je alles leert wat je moet weten om krijger of medicijnkat te worden. Leerlingen eindigen op poot. Medicijnkatten genezen katten en tongen samen met de Sterrenclan. De leider leidt de clan en de commandant helpt de leider. En de Sterrenclan bestaat uit alle dode voorouders van alle clans," zegt Tijgerpoot.

Jonas had de hele tijd aandachtig geluisterd. "Erg georganiseerd," merkt hij op. Tijgerpoot knikt. Zandbloem komt op haar af en jaagt haar het medicijnhol uit. Ze zei: "Geef hem eens wat rust! Je hebt wel genoeg gekletst." Ze zwiepte met haar staart en Jonas grinnikte een beetje.

Nu is ze uit het medicijnhol. Ze ziet dat de laatste zonnestralen de open plek verwarmen. Tijgerpoot loopt het leerlingenhol in. Ze gaat in haar nest liggen en valt in slaap.

Hoofdstuk 7

Vuurzang wordt wakker. Ze kijkt teder naar haar jongen. Ze liggen vredig te slapen in de welving van haar buik.

Ze hoort de opgewonden stemmetjes van Gaaikit, Echokit en Amandelkit. "Mogen we met haar jongen spelen?" vraagt Gaaikit hoopvol. "Nog niet, ze hebben hun oogjes nog niet open," zegt Houtlicht. "En als ze hun oogjes al open hebben?" vraagt Gaaikit. "Dan beslist Vuurzang dat," zegt Houtlicht. Gaaikit geeft het op.

"Mama mag ik naar het medicijnhol?" vraagt Echokit. Vuurzang draait zich naar de bruine moederpoes zonder haar jongen wakker te maken. Houtlicht knikt. Echokit verlaat snel het hol.

"Wat is er nou zo interessant aan het medicijnhol?" vraagt Amandelkit. "Iedereen maakt zijn eigen keuzes," zegt Houtlicht. Gaaikit tettert er tussendoor: "Zullen we vragen aan Sneeuwpoot of ze ons een vechtbeweging voordoet?" Amandelkit knikt enthousiast en volgt de bruine kitten naar buiten.

Vuurzang voelt beweging bij haar buik. Ze draait haar kop terug naar haar jongen. Bliksemkit is aan het drinken. Hartkit maakt ook een paar bewegingen en gaapt. Wolfkit slaapt nog.

Bliksemkit draait haar kopje naar Vuurzang. Ze kijkt haar aan met felle, gele ogen. "Ben jij mama?" vraagt Bliksemkit met een schattig stemmetje.

Vuurzang tikt met haar staart Ravenvleugel en Houtlicht aan. "Ze heeft haar ogen open!" zegt Vuurzang enthousiast. "Gefeliciteerd!" snorren de poezen. "Wie is het, Bliksemkit of Hartkit?" vraagt Ravenvleugel. "Bliksemkit," antwoordt Vuurzang.

Ze kijkt weer naar haar jongen. Ze beantwoordt Bliksemkit's vraag: "Ik ben inderdaad je moeder."

Bliksemkit snuffelt in de lucht. "Wie zijn die andere twee katten?" vraagt ze. Vuurzang gaat verliggen zodat ze zicht heeft op de twee moederkatten. "Zij, die zwarte, heet Ravenvleugel en die bruine heet Houtlicht," zegt Vuurzang.

Bliksemkit kijkt rond. Haar blik blijft hangen op het licht dat door de ingang in de kraamkamer schijnt. "Wat is dat?" vraagt ze nieuwsgierig. "Dat is de uitgang van dit hol," beantwoordt Vuurzang haar vraag. "Mag ik daar heen?" vraagt Bliksemkit. "Als Wolfkit en Hartkit hun oogjes hebben geopend mag je naar buiten," zegt Vuurzang. Bliksemkit kijkt teleurgesteld.

Bliksemkit begint de kraamkamer te verkennen. Bliksemkit stopt bij Ravenvleugel. "Waar zijn jouw jongen?" vraagt Bliksemkit. "Die moeten nog geboren worden," zegt Ravenvleugel.

Vuurzang hoort dat Vlamster een vergadering bijeen roept. Vuurzang verplaatst haar jongen voorzichtig naar de ingang van de kraamkamer zodat ze kan horen wat er gezegd wordt.

Uilenpoot en Donspoot worden krijgers met de namen Uilenpels en Donswolk. Leeuwerikpoot en Sneeuwpoot zijn nu de enigste leerlingen. Vlamster zei dat omdat Leeuwerikpoot en Sneeuwpoot de enigste leerlingen zijn nu dat de jongere krijgers moeten helpen met het mos verschonen.

Ze hoorde Donswolk en Uilenpels zuchten. Vuurzang keek naar haar jongen. Ze zag tot haar blijheid dat Wolfkit en Hartkit hun oogjes ook hadden geopend.

Ze raspte met haar tong over hun lijfjes. "Mam," klaagt Hartkit.

Bliksemkit komt om de hoek kijken. "Yes jullie hebben jullie ogen open. Mama nu mogen we naar buiten," zegt Bliksemkit brutaal. Vuurzang knikt.

De kitten rent naar buiten met haar staartje wuivend achter zich aan. Hartkit en Wolfkit weten niet hoe snel ze haar moeten volgen. Vuurzang loopt achter hen aan naar buiten. Houtlicht zat al buiten op de open plek en Ravenvleugel kwam ook uit de kraamkamer.

Ineens begint de zwarte poes te hijgen. Rafelklauw was op de open plek en rent naar het medicijnhol. Heesterstaart rent naar buiten met Echokit een eindje achter hem.

Heesterstaart komt slippend tot stilstand. Hij buigt zich over de poes. Het is een moeilijke bevalling en Echokit weet tot haar en Houtlicht's verrassing precies wat ze moet doen.

Heesterstaart geeft haar soms opdrachten om iets te halen en Echokit weet precies wat het is. Veel katten hadden zich om hen heen geschaard. "Ga aan de kant!" riep Echokit naar één van de oudste krijgers. Hij ging verrast opzij. Snel rent ze langs hem heen. Ze komt terug met wat bladeren. Ze legt hen voor de poten van de ravenzwarte poes. Ze likt de kruiden moeizaam op terwijl Heesterstaart haar buik masseert. Het eerste jong valt op de grond.

Rafelklauw schiet toe om het vlies door te bijten. Kort daarna komt het tweede jong. Echokit bijt het vlies door.

Heesterstaart voelt voorzichtig aan Ravenvleugel's buik. "Voel eens," zegt Heesterstaart tegen Echokit. Echokit voelt met haar pootjes. "Voel je iets?" vraagt hij. Ze schudt nee met haar kopje. "Dus is ze klaar," verklaart Heesterstaart, "Je hebt me heel goed geholpen." Echokit's staartje krult van blijdschap.

Vuurzang en Houtlicht verplaatsen voorzichtig Ravenvleugel's lichaam naar binnen. Rafelklauw brengt de jongen naar binnen. Rafelklauw krult zich op naast de slapende Ravenvleugel. Er schiet een flits van jaloezie door haar heen. Zij zou nooit meer Wolfsklauw's lichaam tegen zich aan voelen.

Ze kijkt naar haar jongen. "Wat gebeurde er net?" vraagt Wolfkit nieuwsgierig. "Ravenvleugel kreeg haar jongen," mauwt Vuurzang. "Mogen we met hen spelen?" vraagt Hartkit hoopvol. "Nee, maar je kunt wel spelen met Gaaikit, Echokit en Amandelkit," zegt Vuurzang. Ze wijst met haar staart naar de kittens een eindje verderop. Hartkit, Wolfkit en Bliksemkit rennen op de kittens af.

Ze praten even met elkaar en rennen dan naar buiten. Vuurzang en Houtlicht volgen hen. Ze kijkt toe hoe haar kittens aan het stoeien zijn.

Bliksemkit is erg slim en behendig. Ze weet zich telkens uit de houdgrepen te werken. Ze gebruikt haar kleine formaat in haar voordeel. Wolfkit vertrouwt iets meer op zijn kracht. Hij is ook stevig gebouwd. Hij is net zo sterk als Echokit. Zij doet ook meestal niet mee met de stoeipartijtjes en heeft daarom minder sterke spieren. Hartkit observeert hoe het zit. Ze vermoedt dat ze wil weten hoe ze het best kan aanvallen.

Ineens schiet de poes naar voren en werpt zich op Bliksemkit. Hartkit gebruikt Bliksemkit's vechttechnieken tegen haar. Na een paar minuten roept Vuurzang dat haar jongen moeten slapen. Bliksemkit roept klagend: "Maar het was net zo leuk!" "Geen gemaar," zegt Vuurzang.

Ze drijft haar jongen naar de kraamkamer. Vuurzang gaat liggen en haar jongen nestelen zich tegen haar buik. Ze hoort al snel de snurkende geluidjes dat betekent dat haar kittens slapen.

Ze kletst nog wat met Ravenvleugel en Rafelklauw die net wakker waren geworden. Vuurzang voelt zich erg moe en valt in slaap.

Hoofdstuk 8

Luipaardklauw ontwaakt. Hij vindt het fijn dat Nachtroos weer naast hem ligt in het krijgershol.

Hij staat op en rekt zich uit. Hij loopt het krijgershol uit en ziet Tijgerpoot gezellig kletsen met Sterrenpoot. Als Sterrenpoot wordt geroepen door haar mentor staat Tijgerpoot op en verdwijnt in het medicijnhol.

Luipaardklauw gaat op zoek naar de mentors van Egelpoot, Jaagpoot en Hulstpoot.

Leeuwenbries komt net gapend uit het krijgershol. Zijn goudbruine vacht rimpelt als hij zich uitrekt. Luipaardklauw loopt naar hem toe. "Het zou me misschien handig lijken om Jaagpoot, Hulstpoot, Egelpoot en Tijgerpoot een schijngevecht te laten doen," zegt Luipaardklauw, "Vind jij dat een goed idee?" De meer ervaren krijger knikt en helpt hem zoeken naar Kwartelstaart en Honingstorm. De twee krijgers stonden een eindje verder op de open plek te kletsen met Muntwolk. Hij liep met Leeuwenbries naar hen toe. Ze legden kort uit wat ze van plan waren en Honingstorm en Kwartelstaart vonden het een goed plan.

Luipaardklauw zag dat Tijgerpoot nu met Maanstroom aan het kletsen was. Luipaardklauw stak de open plek over naar zijn leerlinge. "Tijgerpoot we gaan dadelijk een schijngevecht houden met jou en je nestgenootjes," zegt Luipaardklauw als hij voor haar staat.

Tijgerpoot knikt en zegt nog wat tegen Maanstroom en volgt hem daarna naar de andere mentors. Honingstorm en Kwartelstaart hadden hun leerlingen al gevonden. Het enthousiasme vonkt van de leerlingen af. Als ze compleet zijn gaan de leerlingen vooruit.

Ze doen een wedstrijdje wie er het eerst is. Daar aangekomen is Jaagpoot aan het juichen. Hij heeft waarschijnlijk gewonnen. Als hun mentors er zijn gaan ze de trainingskuil in.

Ze beginnen vrijwel meteen met stoeien zonder het teken van hun mentors af te wachten. Luipaardklauw let goed op Tijgerpoot. Ze heeft zich net onder Jaagpoot uitgewurmd en springt nu op Egelpoot. Hij had wel vaker gezien dat de twee poezen aan elkaar gewaagd waren, maar merkt nu dat Tijgerpoot sterker is geworden dan de bruine poes.

Ze heeft Egelpoot tegen de grond gedrukt, maar Hulstpoot springt op Tijgerpoot. Hij ziet dat ze Hulstpoot van zich af schudt.

Na een paar minuten roept Kwartelstaart dat het genoeg is. De leerlingen laten zich dankbaar op de grond vallen. Luipaardklauw loopt op Tijgerpoot af. "Goed gevochten," comlimenteert Luipaardklauw. De jonge poes is waarschijnlijk bijna net zo snel en sterk als Jaagpoot. Ze maakt snel vorderingen.

Dan pas ziet Luipaardklauw dat de kitten op de rand van de zandkuil staat te kijken met Zandbloem. Hij keek bewonderend naar de leerlingen. Hij dacht dat zijn blik iets langer bleef hangen op Tijgerpoot, maar hij vermoedde dat hij het alleen maar verbeeldde. Als Tijgerpoot genoeg uitgerust is om te lopen gaan ze naar het kamp.

Tijgerpoot sluipt ondertussen even weg en Luipaardklauw vertrouwt erop dat ze niks geks gaat doen.

Ineens hoort hij een kreet. Hij sjeest op het geluid af. Hij ziet iets verderop Honingstorm en Leeuwenbries zich behendig door de struiken bewegen met Kwartelstaart en de leerlingen er een stukje achter.

Luipaardklauw voegt zich bij de broers. Al snel ziet hij Tijgerpoot vluchten voor de beren. Bloed droop uit een aantal wonden en de beren begonnen haar in te halen.

Ineens schiet er een kat uit de struiken. Hij klauwt zich vast aan de rug van de beer. Luipaardklauw schiet hem te hulp. Hij klauwt zijn ogen kapot, hij hoopt dat het ongeneesbaar beschadigd is. Hij haalt keer op keer zijn nagels over de kop van het reusachtige dier. De beer mept woedend met zijn klauw naar hem en Luipaardklauw springt van hem af.

De kleinere beren zijn al gevlucht en de grote beer vlucht ook.

Toen pas zag hij dat het de nieuweling was die zich in de strijd had gestort. Luipaardklauw stormt op Tijgerpoot af. Ze heeft tot zijn schrik een redelijk grote wond in haar kop.

Hij ziet Jaagpoot tussen de bomen door zigzaggen naar het kamp. Even later komt hij terug met Zandbloem en Wildhart. Vonkpoot komt erachter aan met kruiden. "Ze gaat toch niet dood?" vraagt de kater. "Dat hoop ik niet," zegt Wildhart zonder op te kijken.

Luipaardklauw bekeek het katertje, het viel hem nu pas op dat hij heel lichtgrijze streepjes op zijn lichaam heeft. Het viel hem de vorige keer waarschijnlijk niet op, omdat hij onder het spinrag zat toen. Hij richt zijn aandacht op zijn gewonde leerling. "Luipaardklauw, Leeuwenbries en Honingstorm kom helpen met Tijgerpoot naar het kamp brengen," roept Wildhart.

Luipaardklauw pakt Tijgerpoot voorzichtig vast. En met de hulp van de andere katers draagt hij haar het kamp in. Lavendelster en Loofpels zitten op de open plek. Als ze Tijgerpoot in het oog krijgen staan ze meteen op en lopen op hen af. "Wat is er gebeurd?" vraagt Lavendelster scherp aan de nieuwe kater. Het is duidelijk dat ze hem niet vertrouwt. "Ze is aangevallen door beren," zegt Vonkpoot in zijn plaats. "Hij heeft tegen de beren gevochten," vult Luipaardklauw aan, "Nog voor wij er waren." Ze kijkt de kater met tot spleetjes geknepen ogen aan. "Oke," zegt ze uiteindelijk.

Ze loopt het medicijnhol in met Loofpels. Met een medelijdende blik op de kater loopt hij zijn ouders achterna. Maar misschien zijn dit niet mijn ouders. De gedachte overspoelt hem en ineens is hij onzeker. Wat als ik halfclan ben? Wat als ik überhaupt niet eens clangeboren ben?

Hij schudt de gedachtes van zich af. "Het lijkt wel alsof de naam Tijgerpoot vervloekt is," hoort hij Lavendelster murmelen tegen Loofpels. "Zo moet je niet denken," murmelt Loofpels terug.

Luipaardklauw ziet dat Tijgerpoot gestopt is met bloeden. Hij zucht opgelucht. "Ze is nog steeds niet buiten levensgevaar," zegt Zandbloem die zijn zucht had gehoord. "Jullie gaan nu allemaal weg want ik moet me concentreren," mauwt Zandbloem.

Ze wijst met haar staart naar de uitgang. Luipaardklauw volgt Lavendelster en Loofpels naar buiten. Egelpoot, Jaagpoot, Hulstpoot en vreemd genoeg ook Jonas kijken hen vragend aan. "Ze is gestopt met bloeden, maar nog niet buiten levensgevaar," zegt Loofpels.

De katten wisselen angstige blikken met elkaar. Tot hun mentors hen roepen. "Jonas zou je even in mijn hol kunnen komen?" vraagt Lavendelster. Hij heet dus Jonas, bedenkt Luipaardklauw. Jonas knikt en volgt zijn leider naar het leidershol.

Luipaardklauw kijkt om zich heen, misschien zijn Nachtroos en Maanstroom in het kamp. Hij wist dat Maanstroom ook erg gesteld was op zijn leerling.

Hij ziet Maanstroom praten met Lichtbloem en Lindepoel en zo af en toe een blik werpen in de richting van het medicijnhol. Luipaardklauw stapt op hen af. "Maanstroom heb je zin om te jagen?" vraagt Luipaardklauw, "Dan nemen we Nachtroos ook mee als ze in het kamp is." Maanstroom knikt.

Luipaardklauw loopt het krijgershol in en ziet dat Nachtroos aan het slapen is. Hij loopt naar haar toe en port haar in haar zij. Ze heft slaperig haar kop. "Wil je gaan jagen met mij en Maanstroom?" vraagt Luipaardklauw. Ze knikt. "Gaat Tijgerpoot niet mee?" vraagt Nachtroos verbaasd. Luipaardklauw slikt. "Ze is aangevallen door de beren en ligt nu in het medicijnhol," zegt hij. Nachtroos kijkt geschokt. "Gaat het wel?" vraagt Nachtroos. Ze drukt zich tegen hem aan. "Ja," zegt Luipaardklauw.

Hij loopt het krijgershol uit met Nachtroos. "Daar zijn jullie, ik dacht dat jullie in slaap waren gevallen," grapt ze.

Luipaardklauw, Nachtroos en Maanstroom lopen door de doorntunnel. Hij rent voor de poezen uit. Het was heerlijk even snel te rennen.

Bij een beukenboom in het midden van het territorium staat hij stil. Maanstroom en Nachtroos komen na een paar minuten tevoorschijn.

Luipaardklauw speurde in de lucht naar prooi. Dichtbij ruikt hij een konijn. Hij sluipt eropaf. Al snel ziet hij het diertje zitten. Het zit een hol te graven. Hij maakt zich klaar voor de sprong. Met een soepele sprong zit hij op het konijn. Hij bijt de keel door voordat het geluid kan maken. Hij begraaft hem bij de beukenboom.

Nachtroos en Maanstroom hebben ook al wat gevangen.

Luipaardklauw speurt in de lucht, maar Nachtroos zegt dat het al best laat is en dat ze beter naar het kamp terug kunnen. Vooral met die beren in de buurt. Dus lopen ze even later door de doorntunnel het kamp in.

Luipaardklauw legt zijn prooi op de hoop. Libellevleugel zit voor de kraamkamer verveeld rond te kijken. Leeuwenbries loopt op zijn partner af en gaat naast haar zitten.

Luipaardklauw loopt naar het krijgershol. Nachtroos heeft zich al in haar nest geïnstalleerd en ligt met haar staart over haar neus te slapen. Luipaardklauw gaat ook liggen. Hij kan niet in slaap vallen, door dat ongeluk met Tijgerpoot is hij heel onrustig. Uiteindelijk is hij toch in slaap gevallen.

Hoofdstuk 9

Tijgerpoot wordt wakker. Ze loopt haar hol uit.

Sterrenpoot staat daar ook een beetje om zich heen te kijken waar haar mentor is. "Hoi Sterrenpoot, hoe gaat het?" vraagt Tijgerpoot. "Wel goed hoor, heb jij toevallig Braampels gezien?" vraagt Sterrenpoot. Dan horen ze de roodbruine kater Sterrenpoot roepen. "Tot straks," roept ze terwijl ze naar Braampels rent.

Tijgerpoot ziet Luipaardklauw uit het krijgershol komen. Hij roept haar niet maar loopt naar een paar andere mentors. Snel loopt Tijgerpoot naar het medicijnhol.

Ze glipt naar binnen. Jonas is al wakker. "Wat heb jij gisteren gedaan?" vraagt Tijgerpoot. "Me vervelen, ik mocht het kamp niet uit van Lavendelster. Gelukkig heeft Zandbloem me beloofd me vandaag mee te nemen als ze kruiden gaat zoeken," zegt Jonas opgewekt. "Ik moet waarschijnlijk gaan trainen," miauwt Tijgerpoot. Jonas keek teleurgesteld. "Tot straks," zegt hij. "Tot straks," mauwt Tijgerpoot terug.

Ze loopt het hol uit. Luipaardklauw staat daar al op haar te wachten. "Jij gaat dalijk een schijngevecht doen met Jaagpoot, Egelpoot en Hulstpoot," zegt Luipaardklauw.

Tijgerpoot volgt hem naar de katten die bij het krijgershol staan. Als Leeuwenbries terug komt met Jaagpoot gaan ze het kamp uit. "Wie er het eerste is!" roept Jaagpoot. Hij stormt weg tussen de bomen. Tijgerpoot racet hem achterna. Hulstpoot en Egelpoot rennen ook weg.

Tijgerpoot is de tweede die aankomt bij de zandkuil. Jaagpoot kijkt al ongeduldig om om te zien waar de mentors zijn. Egelpoot en Hulstpoot zijn nu ook aangekomen.

Na een paar minuten verschijnen de krijgers. Tijgerpoot schiet de kuil in en meteen beginnen ze te stoeien. Jaagpoot springt op haar, maar Tijgerpoot wurmt zich onder hem uit. Tijgerpoot springt op haar zus Egelpoot. Ze drukt de bruine poes tegen de grond. Ze voelt dat er een kat op haar springt. Tijgerpoot schudt haar van zich af en begint met Hulstpoot te vechten. Haar poot komt hard tegen de zijkant van Hulstpoot's kop. Ze wankelt een beetje, maar hervat zich snel. Tijgerpoot schuift onder Hulstpoot door en trapt haar in haar buik. Snel rolt ze weg waarbij ze Hulstpoot's poten onder haar vandaan slaat. Hulstpoot valt op de grond en Tijgerpoot gaat over haar heen staan zodat ze niet kan ontsnappen. Jaagpoot beukt haar opzij. Tijgerpoot probeert zich onder hem uit te wurmen, maar het lukt niet. Met enorme kracht schopt ze Jaagpoot in zijn buik. Hij tuimelt achterover. Net als ze hem tegen de grond wil klemmen roept Kwartelstaart dat het voorbij is.

Luipaardklauw complimenteert haar en haar staart krult blij. Luipaardklauw loopt met haar naar het kamp. Onderweg ruikt Tijgerpoot een konijn.

Ze sluipt naar de geur terwijl Luipaardklauw doorloopt. Ze ziet het konijn zitten. Ineens voelt ze een klauw in haar kop zinken. Ze rukt zich los en vlucht weg. "Help!" roept ze.

Vanuit haar ooghoeken ziet ze Jonas zich op een beer werpen. Luipaardklauw springt op de grootste beer, dan wordt alles zwart.

Hoofdstuk 10

Vuurzang wordt wakker. Vandaag is het volle maan.

Ze kijkt naar haar jongen. Wolfkit en Bliksemkit zijn speels een gevechtje aan het doen. Bliksemkit is de overwinnaar.

Vuurzang ziet dat Rafelklauw en Ravenvleugel met gedempte stemmen praten. Na een paar minuten gaat Rafelklauw het hol uit en Ravenvleugel komt naar haar toe. "We hebben ze namen gegeven. Het rood met witte poesje heet Zangkit en het zwart witte katertje heet Eksterkit," zegt ze trots. "Dat zijn mooie namen, vooral Zangkit," zegt Vuurzang. "Bedankt," snort Ravenvleugel.

Ravenvleugel gaat snel terug naar haar jongen die piepen omdat ze melk willen. Vuurzang kijkt om waar haar jongen gebleven zijn. Tot haar schrik ziet ze dat ze niet meer in de kraamkamer zijn.

Ze stormt de kraamkamer uit en kijkt ongerust de open plek rond. Heesterstaart komt het medicijnhol uit. Als hij haar verwilderde blik ziet vraagt hij wat er is. "Mijn jongen, ze zijn weg," roept ze in paniek.

Door haar kabaal komen er een aantal krijgers uit het krijgershol. Ze vragen wat er is, maar Vuurzang is al naar het oudstenhol om daar rond te snuffelen. Heesterstaart antwoordt.

De krijgers helpen snel met zoeken. Na een paar minuten komen ze tot de conclusie dat de kittens niet meer in het kamp zijn.

Vuurzang rent door de doorntunnel naar het bos. Ze vangt het geurspoor van haar kittens op aan een aantal varens aan haar linkerkant. Ze volgt het spoor snel door het bos.

Ineens houdt het spoor op. Ze schrikt waar zouden ze zijn? Zoekend kijkt ze rond. Dan bereikt een zacht gepiep haar oren. "Hierheen," zegt een stemmetje.

Ze racet naar het geluid. Ze volgt het spoor naar een holle boom.

Ze ziet dat haar kittens daar verschrikt naar haar opkijken. Ze ontspannen zich als ze hun moeder zien. Vuurzang pakt Bliksemkit hardhandig in haar nekvel en zet haar neer voor haar poten. Dat doet ze ook met Hartkit en Wolfkit die ineens weer een beetje angstig naar haar opkijken. "Hoe konden jullie nou zomaar het kamp verlaten?" snauwt ze boos. De kleintjes krimpen ineen. "Jullie hadden wel dood kunnen zijn. Dan zou ik jullie ook verliezen net als jullie vader," Vuurzang kijkt boos neer op haar kittens. "Wie was onze vader?" durft Hartkit te vragen. "Hij heette Wolfsklauw. Hij was een goede krijger en een trouwe partner," dat is het enige wat Vuurzang over hem verteld. "Kom we gaan naar het kamp," zegt Vuurzang kordaat.

Ze duwt haar jongen vooruit naar het kamp. Als ze in het kamp zijn is Houtlicht de eerste die haar ziet. "Alles goed met ze?" vraagt Houtlicht. Vuurzang knikt. Nu pas merkt ze hoe ze in spanning heeft gezeten.

Houtlicht loopt naar Vlamster die op de open plek staat. Ze praat even met hem. Vlamster roept Hommelvacht en zegt tegen hem dat hij de zoekpatrouille moet gaan zoeken. Hommelvacht draait zich om en rent het kamp uit.

Vuurzang drijft haar jongen de kraamkamer in. "Als straf omdat jullie het kamp uitgeslopen zijn mogen jullie drie dagen niet uit de kraamkamer," zegt Vuurzang. Ze kijken teleurgesteld, maar zijn zo wijs er niks tegenin te brengen. Vuurzang gaat in haar nest liggen en Bliksemkit, Hartkit en Wolfkit nestelen zich tegen haar aan.

Ze merkt nog steeds de spanning in de lijfjes van de kittens. Ze raspt met ritmische likken over hun vacht. Vuurzang voelt dat de kleintjes zich na een paar minuten ontspannen en in slaap vallen.

Als Vuurzang bijna slaapt wordt ze gewekt door Ravenvleugel die een blije kreet slaakt. Vuurzang zucht geïrriteerd, ze merkt dat haar jongen ook wakker waren geworden door de zwarte poes. "Wat is er? Je hebt mij en mijn jongen gewekt," bromt Vuurzang gehumeurd. "Mijn jongen hebben hun oogjes geopend!" zegt Ravenvleugel zonder zich iets aan te trekken van de humeurige rode poes. "Je had ook niet zo veel lawaai kunnen maken," bromt Vuurzang. "Vuurzang, doe niet zo prikkelig. Jij deed precies hetzelfde toen jouw jongen hun oogjes openden," zegt Houtlicht.

Vuurzang bromt wat onverstaanbaars en legt haar staart over haar snuit. "Ga slapen," mompelt Vuurzang tegen haar nieuwsgierige jongen. Ze gaan weer liggen, maar vallen nog niet meteen in slaap. Ze kijken nieuwsgierig over haar rug totdat Vuurzang hen het zicht belemmerd door hen met haar staart tegen zich aan te drukken. "Jullie kunnen morgen met hen spelen," zegt Vuurzang gebiedend. De jongen zijn er tevreden mee en nestelen zich nog iets dieper in haar vacht. Vuurzang wacht tot ze slapen en valt dan zelf ook in slaap.

Hoofdstuk 11

Luipaardklauw wordt wakker. Hij wilt gaan bedenken wat hij gaat doen met de training van Tijgerpoot, totdat hij zich pijnlijk herinnert wat er gisteren was gebeurd.

Hij loopt het hol uit. Jonas staat voor het hol. "Tijgerpoot wil je iets vragen," zegt Jonas tegen hem. Luipaardklauw loopt met de goudbruine kater mee naar het medicijnhol. "Lavendelster zal waarschijnlijk snel beslissen of je mag blijven of niet," zegt Luipaardklauw tegen hem. Jonas knikt. Luipaardklauw merkt dat hij onzeker is. "Lavendelster is niet onredelijk. Ze zal je niet wegsturen zonder reden, maar je moet wel oppassen. Volgens mij vindt Lavendelster dat je moet vertrekken," zegt Luipaardklauw.

Als ze bij het medicijnhol zijn lopen ze naar binnen. Luipaardklauw kijkt rond en ziet zijn leerlinge in een mosnest aan de zijkant van het hol liggen. Als hij binnenkomt heft ze haar kop op. Hij komt naar haar toe. "Wat wilde je vragen?" vraagt Luipaardklauw. Even keek ze niet begrijpend, alsof ze zich niet meer kon herinneren wat hij bedoelde. Toen klaarde haar gezicht op. "In die droom van de voorspelling kwam een poes genaamd Vuurwolk bij me. Ze was een rode poes met blauwe ogen en ze rook naar Hemelclan. Ik zou het fijn vinden als je probeert te ontdekken wie ze is," fluistert Tijgerpoot. Luipaardklauw knikt.

Als hij het hol verlaat ziet hij dat Tijgerpoot in een onrustige slaap is gevallen en dat Vonkpoot wakend bij haar zit. Luipaardklauw knikt zijn zoon toe. Daarna stapt hij de open plek op.

Nachtroos staat met Windhart bij de doorntunnel. Ze wenkt hem met haar staart.

Luipaardklauw vond het fijn met zijn partner en vriendin samen te patrouilleren. Windhart en hij hadden een sterke band sinds het ongeluk met Paddeneus. "We gaan langs de Hemelclangrens," zegt Nachtroos. Hij knikt.

Ze rennen door het bos. Onderweg vangt Windhart nog een konijn.

Ze komen aan bij de Hemelclangrens. Luipaardklauw zag aan de andere kant van de grens dat Leliepoel druk aan het praten is met Tulpbloem. Hij ziet dat ze ergens boos over is want Leliepoel zwiept steeds met haar staart. Als Leliepoel hen in het oog krijgt houdt ze op met praten. Tulpbloem kijkt in dezelfde richting als haar zus en Luipaardklauw ziet dat haar gezicht angstig wordt als ze hen ziet. Tulpbloem rent met Leliepoel dieper hun territorium in. Luipaardklauw kijkt hen verbaasd na. "Wat was dat?" vraagt hij aan de poezen. Ze halen onwetend hun schouders op. "Weet ik niet," zegt Windhart. Luipaardklauw kreeg een vervelend gevoel. Zouden ze soms een plan aan het maken zijn met elkaar om hen aan te vallen of nog erger zouden ze op één of andere manier Vuurzang iets aangedaan hebben. Hij hoopt dat de avontuurlijke, vuurrode poes niks is overkomen. "Nachtroos haalt hem uit zijn gepeins door te zeggen dat ze beter door kunnen lopen.

Luipaardklauw volgt zijn partner langs de grens. Hij ziet dat Windhart met haar gedachten ver weg is. "Wat is er?" vraagt hij aan zijn nichtje. "Niks," mauwt ze. Luipaardklauw merkt dat ze er niet over wil praten, dus besluit hij het te laten rusten. De rest van de patrouille gebeurt er niet veel.

Ze hadden ook maar gewoon de Windclangrens gedaan en kwamen daar een paar Windclankatten tegen. Ze hadden even met hen gepraat.

Nu zijn ze terug in het kamp. Luipaardklauw kijkt rond. Hij vraagt zich af wat hij gaat doen. Dan roept Lavendelster een vergadering bijeen. De katten verzamelen zich snel onder de hoge steen. Luipaardklauw gaat zitten naast Muntwolk en Nachtroos. "De katten die mee gaan naar de grote vergadering zijn: Nachtroos, Luipaardklauw, Muntwolk, Arendvacht, Lijsterroep, Zwartwolk, Maanstroom, Lindepoel, Lichtbloem, Jaagpoot, Hulstpoot en Egelpoot," Lavendelster noemt de namen vlot op.

De genoemde katten verzamelen zich bij de doorntunnel. Lavendelster leidt hen het kamp uit. Luipaardklauw denkt onderweg aan Tijgerpoot. Hij vindt het jammer voor haar dat ze haar eerste grote vergadering misloopt. Dan herinnert hij zich weer wat ze had gevraagd. Ze vroeg hem op zoek te gaan naar informatie over Vuurwolk een rode Hemelclanpoes met blauwe ogen. Ze komen aan bij de boombrug.

Hij ruikt dat de Hemelclan en de Donderclan er al zijn. Als hij in het midden van het eiland staat merkt hij dat de Donderclan boze blikken werpt naar de Hemelclan. De Hemelclan kijkt hen alleen maar verbaasd aan.

Hij ontdekt Tulpbloem en Donkerhart tussen de katten en zij wisselen angstige blikken. Zouden ze iets gedaan hebben dat de Donderclan woest heeft gemaakt? Hij schudt de gedachtes van zich af.

Hij besluit naar Aardebloem te gaan. Hij wist dat de poes al best wel een tijdje in de Hemelclan woonde. Hij stapt op haar af. "Hallo Aardebloem, ken jij toevallig een poes die Vuurwolk heette. Ze was rood met blauwe ogen volgens mij," zegt Luipaardklauw. "Ja, toen ik net bij de clan kwam was zij meteen een goede vriendin van mij. Op een nacht verdween ze spoorloos. We hadden haar lichaam gevonden op de grens met de Windclan. Ze had een melkgeur op haar lichaam. We denken dat ze dood is gegaan bij de bevalling, maar haar jongen hebben we nooit meer terug gevonden," zegt Aardebloem triest.

Luipaardklauw verwerkt de informatie en vraagt dan: "Woonde jij dan niet je hele leven bij de clan?" "Nee, dat zou jij kunnen weten. Een lapjespoes kwam jou en je zusje naar mij brengen. Ze vroeg of ik voor jullie wilde zorgen tot ze terug was. Buiten hoorde ik het gepiep van twee andere kittens. Die nacht werden Winterklauw, Lentedauw, Zomerhart en Herfstmist geboren. Toen ze terug kwam hoorde ik de andere twee kittens niet meer, ik wist niet wat er met hen was gebeurd. Ze haalde haar jongen op en bedankte me dat ik haar jongen had beschermd. Daarna vertrok ze," zegt Aardebloem.

Luipaardklauw meende te weten dat Aardebloem dit al een keer had verteld op zijn eerste grote vergadering. "Bedankt dat je me dit vertelde," zegt Luipaardklauw. Ze knikt hem toe. "Weet je toevallig waarom de Donderclan zo vijandig doet?" vraagt Aardebloem. "Ik weet het niet zeker, maar volgens mij hebben Donkerhart en Tulpbloem er iets mee te maken. Ze doen een beetje geheimzinnig," zegt Luipaardklauw. De cyperse poes kijkt in de richting van de twee katten. Ze knikt.

Luipaardklauw is weer in gedachten verzonken. Die twee jongen buiten zouden dat dan niet Vuurzang en dat zusje zijn? Hij loopt naar een kater toe die naar Donderclan rook. "Hallo, hoe heet jij?" vraagt Luipaardklauw. "Ik heet Hommelvacht," zegt Hommelvacht. "Ik ben Luipaardklauw. Weet jij toevallig hoe Vuurzang's zus heet en of ze op de vergadering is?" vraagt Luipaardklauw. De kater kijkt hem argwanend aan, maar antwoordt toch: "Ze heet IJsvleugel en staat daar." Hij wijst met zijn staart naar een witte poes een stukje verderop.

Hij bedankt Hommelvacht en loopt dan naar IJsvleugel. Net als hij tegen haar wil praten begint de vergadering. Vlamster begint, hij kijkt vijandig naar Hondenster. Die zijn blik enigszins verbaasd opvangt. "Hondenster twee van jouw krijgers hebben Lichtroos vermoord," zegt Vlamster.

Hij kijkt in de menigte en zijn blik blijft hangen op Tulpbloem en Donkerhart. Hondenster volgt zijn blik. "Wat hebben jullie daar op te zeggen," zegt Hondenster streng tegen de krijgers.

Tulpbloem is heel zenuwachtig ziet Luipaardklauw. "Ze zijn het niet waard om te leven. Ze zitten vol halfclan!" roept Donkerhart uitdagend.

Vlamster kijkt ineens zenuwachtig. Luipaardklauw denkt aan Vuurwolk. Tijgerpoot had hem een omschrijving gegeven die redelijk veel op Vlamster leek.

Luipaardklauw begon ook ineens te vrezen voor zijn geheim. Wat als Donkerhart en Tulpbloem het wisten?

Hij luistert naar de vergadering. "En hoe durf je die beschuldigingen te doen?" vraagt Hondenster scherp. Donkerhart wist duidelijk even niet wat hij moest doen, maar toen zei hij dapper. "Vuurwolk is de moeder van Vlamster!" hij spuugt de woorden met grote minachting uit.

Hondenster draait zich naar Vlamster. "Is dat waar?" vraagt hij. Vlamster schudt zijn kop: "Ik heb nog nooit van Vuurwolk gehoord." "Ontken het niet. We roken duidelijk Donderclangeur bij de grens en ineens was er een rode kitten die erg op Vuurwolk leek in de Donderclan. Wat toevallig!" roept Donkerhart.

Luipaardklauw kijkt met een mengeling van schok en opluchting naar de boom. Vlamster beseft dat het geheim niet meer geheim is. "Vuurwolk was inderdaad mijn moeder," mompelt hij. Er klinkt een geschokt gemompel door de menigte. "Was Krombek de vader?" klinkt een stem uit de menigte. Vlamster knikt nauwelijks merkbaar. "Het lijkt me het beste deze vergadering voor vandaag af te sluiten," zegt Lavendelster. De angstige blik die Vlamster en Lavendelster uitwisselen ontgaat hem niet. Zij zijn mijn ouders het kan niet anders! denkt Luipaardklauw.

Luipaardklauw loopt weg bij IJsvleugel. Hij gaat naar de boom waar de leiders in zitten. Hij wacht tot Lavendelster uit de boom is gesprongen. "Lavendelster ik moet dalijk even met je praten," zegt Luipaardklauw. Lavendelster knikt.

Ze lopen naar de rand van het eiland. Luipaardklauw checkt de omgeving op afluisteraars, maar kan niemand vinden. "Vlamster is onze vader hè," zegt Luipaardklauw. Ze knikt. "Wie weten het nog meer?" vraagt ze. "Mijn leerling Tijgerpoot en Vuurzang," zegt hij, "IJsvleugel niet. Ik wilde het haar eigenlijk vertellen voor de vergadering begon." Lavendelster knikt. "Kom we moeten naar het kamp," zegt Lavendelster.

Ze rennen door de struiken naar hun clan. Lavendelster leidt de katten over de boombrug. Als ze er allemaal overheen zijn rennen ze naar het kamp.

Luipaardklauw gaat het kamp in. Verscheidene katten schieten naar de holen om iedereen in te lichten over Vlamster. Luipaardklauw loopt vermoeid zijn hol in. Hij ploft in zijn mosnest en valt in slaap.

Hoofdstuk 12

Tijgerpoot was net wakker geworden. Ze had een kloppende koppijn.

Jonas kwam binnen. "Jonas wil je even Luipaardklauw halen?" vraagt ze. Hij knikt.

Hij draait zich om en gaat naar het krijgershol. Even later verschijnt Luipaardklauw in het medicijnhol.

Hij loopt naar haar toe als hij haar ziet. "Wat wilde je vragen?" vraagt Luipaardklauw. "Wil je op de grote vergadering vanavond rondvragen naar Vuurwolk. Ze is een Hemelclanpoes met een rode vacht en blauwe ogen," zegt Tijgerpoot. Luipaardklauw knikt. Tijgerpoot valt in een onrustige slaap.

Tijgerpoot wordt wakker door Lavendelster. De leider roept een vergadering bijeen. Ze vertelt wie er naar de grote vergadering gaan.

Ze probeert op te staan, maar Wildhart zegt tegen haar dat ze moet blijven liggen. Ze hoort dat de namen van haar broertje en zusjes ook worden genoemd. Ze voelt een flits van jaloezie. Waarom moest zij nou weer zo nodig worden aangevallen door beren?

Ze hoort dat de katten zich verzamelen bij de doorntunnel. Ze vertrekken. Tijgerpoot legt haar kop op haar poten.

Ze kijkt rond in het hol. Vonkpoot is kruiden aan het sorteren met Wildhart. Zandbloem is weg. Waarschijnlijk kruiden zoeken.

Dan komt Jonas binnen. Blij schiet haar kop omhoog, wat haar meteen doet kermen van de pijn.

Vonkpoot kijkt om, maar gaat daarna verder met kruiden sorteren. "Hoi Jonas," begroet ze de kater. "Hoi Tijgerpoot," zegt hij terug, "Gaat het al beter?" "Ja," zegt Tijgerpoot.

Jonas gaat zitten. "Wanneer mag je uit het medicijnhol?" vraagt Jonas. Tijgerpoot haalt har schouders op. "Als mijn wond is genezen," zegt ze.

Jonas kijkt rond. Uiteindelijk staat Jonas op. "Tot morgen," zegt hij. Jonas verlaat het hol. Tijgerpoot kijkt hem teleurgesteld na. Ze vond het jammer dat hij niet langer bleef. Uiteindelijk viel ze in slaap.

Hoofdstuk 13

Vuurzang wordt wakker. Ze ziet dat haar jongen ook al op zijn en haar hoopvol aankijken. Als Vuurzang knikt willen ze meteen naar Zangkit en Eksterkit toegaan, maar Vuurzang houdt hen tegen. "Je moet wel toestemming vragen aan Ravenvleugel en heel voorzichtig zijn," zegt Vuurzang. Bliksemkit, Hartkit en Wolfkit knikken. Vuurzang laat hen door.

Ze rennen zo snel als hun kleine pootjes hen kunnen dragen naar Ravenvleugel. Ze hoort dat ze netjes vragen of ze met Zangkit en Eksterkit mogen spelen. Ravenvleugel vindt het goed.

Ze lopen met zijn vijven naar buiten. Echokit, Gaaikit en Amandelkit volgen de kleinere kittens. Vuurzang staat op om hen in het oog te kunnen houden. Houtlicht en Ravenvleugel gaan ook naar buiten.

Vuurzang gaat op een zonverlicht plekje liggen om zich op te laten warmen door de eerste zonnestralen. Vuurzang kijkt toe. Ze merkt dat Wolfkit en Bliksemkit met de grote kittens stoeien en Hartkit is heel voorzichtig met de kleinere jongen.

Vuurzang is tevreden over Hartkit. Ze heeft goed geluisterd naar wat ze zei. Dan klinkt er een oproep voor een vergadering.

Echokit, Gaaikit en Amandelkit maken zich los van Bliksemkit en Wolfkit. Houtlicht likt snel hun vachtjes mooi. Daarna neemt ze hen mee naar een plekje aan de zijkant van de open plek. Hommelvacht loopt naar haar toe en gaat naast haar zitten.

Vlamster begint met de vergadering. "Het is tijd om van drie kittens leerlingen te maken. Amandelkit, Gaaikit en Echokit kom naar voren," zegt Vlamster. Hij wenkt hen met zijn staart. De kittens lopen fier naar voren. "Ik Vlamster, leider van de Donderclan, doe een beroep op mijn krijgervoorouders om op deze kittens neer te kijken. Zij hebben hun zesde maan bereikt en zij zijn oud genoeg om leerlingen te worden. Amandelkit vanaf de dag dat je je krijgersnaam verdiend sta je bekend als Amandelpoot. Jouw mentor wordt IJsvleugel," zegt Vlamster. Amandelpoot likt Vlamster's schouder en loopt daarna naar IJsvleugel. Ze raakt haar neus aan. "Gaaikit vanaf de dag dat jij je krijgersnaam verdiend sta je bekend als Gaaipoot. Buizerdklauw voor jou de taak hem te trainen," zegt Vlamster. Gaaipoot likt blij de schouder van Vlamster en tikt daarna de neus van Buizerdklauw aan. "Echokit vanaf de dag dat jij je medicijnkattennaam krijgt sta je bekend als Echopoot. Jouw mentor wordt Heesterstaart," zegt Vlamster. Echopoot's staart krult van blijdschap. Ze likt de schouder van haar leider en loopt dan naar Heesterstaart en raakt zijn neus aan. Hij neemt haar meteen mee naar het medicijnhol.

Vlamster springt van de hoge steen. De vergadering is afgelopen. Vuurzang is trots op haar jongen. Ze hebben zich de hele vergadering stil gehouden. "Mogen we nu weer spelen?" vraagt Hartkit. "Ja hoor," zegt Vuurzang.

Vuurzang besluit te vragen of er nog berensporen in hun territorium waren. Ze staat op en loopt naar Buizerdklauw. "Buizerdklauw, zijn de beren uit ons territorium verdwenen?" vraagt Vuurzang. "Ja, ze hebben de Windclangrens overgestoken," zegt Buizerdklauw.

Vuurzang gaat met een gerust gevoel naar haar plekje naast de kraamkamer. Ze gaat liggen.

Haar jongen zijn nu met hun drieën een gevechtje aan het doen. Hartkit drukt Bliksemkit tegen de grond, maar Wolfkit beukt haar omver en dan gaan zij een stoeipartijtje houden. Bliksemkit is opgesprongen en mengt zich ook in de stoeipartij.

Vuurzang ziet dat haar vader ook toekijkt. Hij kijkt een beetje verdrietig. Vuurzang staat op en komt naar hem toe. "Wat is er?" vraagt Vuurzang. "Ik mis Kiezelbeek," zucht hij. Ze drukt haar snuit geruststellend in zijn vacht. "Uiteindelijk zul je haar terug zien," fluistert Vuurzang. Vlamster knikt.

Hij staat op en loopt naar zijn hol. Vuurzang loopt weer terug naar de kraamkamer. Ze ziet dat uiteindelijk Hartkit heeft gewonnen. Vuurzang weet dat als zij de juiste mentor krijgt ze de meest gevreesde krijger van alle clans zal worden. Ze is een denkertje, maar ze ziet ook dat Hartkit haar spieren goed traint waardoor ze zowel sterk als slim is. Dat zijn twee van de beste eigenschappen die je kunt hebben als krijger. Een mengeling van die twee maakt een geduchte tegenstander. Hartkit heeft ook een voorzichtige kant. De meeste kittens gaan niet zo voorzichtig om met kleinere kittens. Dat zal haar tegenover haar clangenoten ook geliefd maken.

Bliksemkit en Wolfkit zijn iets meer van de impulsieve kant. Ze gaat liggen.

Zangkit en Eksterkit hebben hun spieren ook al een klein beetje ontwikkeld. Ze kan hun spiertjes nog net onder hun vacht zien. Ze zijn ook bezig met een stoeipartijtje.

Ze kijkt weer naar haar jongen. Zij zijn nu de grootsten van de kraamkamer al verschilt het niet veel met Eksterkit en Zangkit. "Kom jongens, jullie moeten gaan slapen," zegt Vuurzang tegen haar kittens. Mopperend lopen ze de kraamkamer in. Dan herinnert Vuurzang zich de straf weer. Ze neemt zich voor er morgen aan te denken. Ze loopt achter haar jongen aan naar binnen. Ze liggen al in het nest tegen elkaar aan gedrukt. Vuurzang krult zich om hen heen. Al snel valt ze in slaap.

Hoofdstuk 14

Luipaardklauw wordt wakker en rekt zich lang uit. Hij denkt aan Lavendelster's onthulling op het eiland. Hij vraagt zich af hoe het nu verder moet. Hoe kan hij Loofpels nou nog zien als een vader?

Hij loopt het hol uit en besluit een bezoek te brengen aan Tijgerpoot. Hij zal haar het geheim nog niet vertellen, want ze mag het kamp niet uit en in het kamp is er te veel kans op katten die het toevallig horen.

Hij stapt het medicijnhol in. Tijgerpoot ligt in een hoek met haar staart over haar neus. Zandbloem komt naar hem toe. "Ze slaapt. Kom straks maar terug," zegt ze.

Hij loopt het hol uit. Lavendelster roept een vergadering bijeen. Luipaardklauw gaat naast zijn vroegere mentors Kastanjepels en Zwartwolk zitten. "Ik heb een mededeling. Windhart gaat naar de kraamkamer omdat ze zwanger is van Arendvacht," roept Lavendelster. "Dat werd tijd ook," mompelt Kastanjepels.

Lavendelster had verder niks mee te delen, want ze sprong van de hoge steen.

Luipaardklauw keek rond. Hij wist niet wat hij moest doen. Hij besloot Arendvacht en Windhart maar te feliciteren en daarna bij Lijsterroep te gaan staan om te kijken met welke patrouille hij meeging.

Hij liep naar de twee katten en feliciteerde hen. Daarna liep hij naar Lijsterroep om te horen op welke patrouille hij moest.

Hij hoorde dat Heemstvacht met Leeuwenbries en Jaagpoot op grenspatrouille ging. Lijsterroep leidt een tweede grenspatrouille met hem, Zwartwolk en Oceaanpoot. Hulstpoot, Honingstorm, Echohart, Paddeneus, Egelpoot en Kwartelstaart vormen de twee jachtpatrouilles.

Lijsterroep wenkt hen met een zwaai van zijn staart. Luipaardklauw loopt naar hem toe. Zwartwolk en Oceaanpoot volgen hem.

Lijsterroep leidt zijn patrouille de open plek over en door het bos. Ze komen aan bij de Hemelclangrens. "We moeten extra waakzaam zijn," zegt Lijsterroep waarschuwend, "Ze hebben de medicijnkat van de Donderclan vermoord en daarvoor moeten ze het Rivierclanterritorium oversteken." Ze knikken gespannen.

Hij merkt dat zijn dochter erg bang en gespannen is. Ze schrok al toen een takje brak. Hij gaat naast haar lopen. "Je hoeft je geen zorgen te maken. Geen enkele kat waagt het om jou iets aan te doen. Niet als ik in de buurt ben!" zegt Luipaardklauw geruststellend. Oceaanpoot drukt haar snuit tegen die van haar vader. "Dat weet ik," murmelt ze. Er is niks speciaals te zien.

Ze komen aan in het kamp. Luipaardklauw besluit naar het medicijnhol te gaan, om te zien of Tijgerpoot wakker is. Als hij het medicijnhol instapt. Heft ze meteen haar kop op. Ze deed het wel voorzichtig, om haar kop niet pijn te doen. "Gaat het al iets beter?" vraagt hij. Ze knikt voorzichtig. Bij het zien van de voorzichtigheid van de jonge kat, voelt hij een steek van zelfverwijt. Hij had op tijd moeten zijn! Het had hem niks uitgemaakt als de beren hem hadden verwond. Tijgerpoot zag blijkbaar de schuld op zijn gezicht staan, want ze zei: "Je moet jezelf niet beschuldigen. Ik had zelf op moeten letten." Luipaardklauw huiverde, soms leek het wel alsof ze recht in je hart keek en alles kon zien wat je verborgen hield. Hij knikte en liep naar haar toe. "Hoe laat denk je dat je ongeveer uit het medicijnhol mag?" vraagt Luipaardklauw. "Als het zo door gaat denk ik dat ik over twee weken uit het medicijnhol mag," antwoordt Tijgerpoot. "Dat klopt," mauwt Vonkpoot.

Luipaardklauw schrikt zich een ongeluk. Hij had hem helemaal niet horen aankomen. "Dat is fijn," zegt Luipaardklauw.

Hij verlaat het hol. Luipaardklauw voelt dat hij erg moe is. Nachtroos zit voor het krijgershol. Hij gaat naast haar zitten. Stilletjes tongen ze samen. Uiteindelijk staan ze op en lopen het krijgershol in. Luipaardklauw laat zich zinken in het mos. Na een paar minuten valt hij in slaap.

Hoofdstuk 15

Tijgerpoot wordt wakker. Ze kijkt om zich heen.

Na een paar minuten ziet ze de gestalte van haar mentor voor het medicijnhol. Hij gaat naar binnen. Ze heft voorzichtig haar kop. "Gaat het al iets beter?" vraagt Luipaardklauw. Ze knikt. Over Luipaardklauw's gezicht glijdt een flits zelfverwijt. "Je moet jezelf niet beschuldigen. Ik had zelf op moeten letten," zegt Tijgerpoot.

Luipaardklauw komt naar haar toe. "Wanneer mag je uit het medicijnhol?" vraagt hij. "Als het zo door gaat over twee weken," zegt Tijgerpoot tevreden. "Dat klopt," mauwt Vonkpoot. Tijgerpoot ziet dat Luipaardklauw schrikt van Vonkpoot. "Dat is fijn," zegt hij en verlaat het hol. Tijgerpoot doezelt in.

Ze wordt wakker door stemmen. Jonas is in het medicijnhol en voert een gesprek met Zandbloem. "Hoi Jonas," zegt ze. Jonas draait zijn kop. "Hoi Tijgerpoot," groet hij terug.

Hij komt enthousiast op haar af. "Lavendelster heeft besloten dat ik me mag aansluiten bij de clan! Overmorgen is de ceremonie," zegt Jonas blij. "Gefeliciteerd!" zegt Tijgerpoot.

Jonas gaat naast haar liggen en deelt zijn warmte met haar. "Welke mentor hoop je dat je krijgt?" vraagt Tijgerpoot. "Maanstroom, ze was heel aardig tegen me toen ik in het kamp kwam," zegt Jonas. Tijgerpoot knikt. "Maar ze is waarschijnlijk nog niet ervaren genoeg voor een leerling," zegt Tijgerpoot. "Oke," Jonas klinkt teleurgesteld. "Lavendelster geeft je heus wel een leuke mentor hoor," zegt ze bemoedigend. "Daar ben ik niet zo zeker van. Ze vertrouwt me volgens mij nog steeds niet," zegt Jonas droevig. "Dan zal ik wel een keer met haar praten. Naar haar eigen dochter luistert ze heus wel!" zegt Tijgerpoot fel. "Ben jij Lavendelster's dochter? Dat wist ik helemaal niet," zegt Jonas verbaasd. "Ze heeft zes jongen. Ik, Jaagpoot, Egelpoot, Hulstpoot, Luipaardklauw en een andere Tijgerpoot die dood is gegaan tijdens haar leerlingceremonie," zegt Tijgerpoot. Ze wilde bijna zeven zeggen. "Wat zielig voor die andere Tijgerpoot. Ben jij naar haar vernoemd?" vraagt Jonas. Ze knikt.

Jonas denkt even na en vraagt dan: "Maar hoe kan het dan dat Luipaardklauw wel krijger is en jullie niet?" "Omdat Luipaardklauw en die andere Tijgerpoot uit een eerder nest kwamen," miauwt Tijgerpoot. "Oke," zegt Jonas.

Jonas staat op en mauwt een afscheidsgroet. "Tot morgen," roept Tijgerpoot hem na.

Ze kijkt rond. Wat zou ze toch eens doen? Vonkpoot is in het medicijnhol. Hij is iets aan het maken. "Wat is dat?" vraagt Tijgerpoot aan haar neefje. "Dit is voor de oudsten. Kastanjepels klaagt over stramme botten," antwoordt Vonkpoot. "Oke," zegt Tijgerpoot.

Vonkpoot loopt het hol uit met de kruiden. Tijgerpoot probeert op te staan. Ze merkt dat haar hoofdwond geen pijn doet. Voorzichtig strekt ze haar spieren en loopt een beetje door het hol. Ze moet wel in vorm zijn als haar wond genezen is.

Na een paar minuten gaat ze in haar nest liggen. Vonkpoot komt terug. "Waar zijn Wildhart en Zandbloem?" vraagt Tijgerpoot. "Zandbloem is kruiden zoeken en Wildhart is naar de Windclan omdat we geen goudsbloem meer hebben en die niet in ons territorium groeit," zegt Vonkpoot. "Oke," zegt Tijgerpoot weer. Uiteindelijk valt Tijgerpoot in slaap.

Einde

Dit is het einde van dit verhaal. Zouden jullie in de comments willen zeggen wat jullie er van vinden?

Er is ook een vierde deel: Luipaardklauw :Klad

Community content is available under CC-BY-SA unless otherwise noted.