Wikia


Heb je het eerste deel niet gelezen dan is hier een linkje: Luipaardklauws verleden en voor informatie kijk op deze pagina: Informatie

Cat close up orange cat green eyes

Dit is de kaft van Klauw van Vuur en Tijger

Beautiful-Cat-cats-16095933-1280-800

Deze pagina is goedgekeurd!

Donderclan

Screenshot 2018-03-08 at 06.34.44

Dit is Vlamster

Leider:

Screenshot 2018-03-07 at 07.48.24

Dit is Vuurzang

Vlamster is een kleine, vlammend rode kater met blauwe ogen.

Screenshot 2018-03-07 at 20.09.48

Dit is Ravenvleugel

Commandant:

Screenshot 2018-03-08 at 06.15.28

Dit is Blauwhart

Buizerdklauw is een grote, gespierde, rossige kater met bruine ogen.

Screenshot 2018-03-08 at 06.40.23

Dit is Kiezelbeek

Medicijnkat:

Screenshot 2018-03-08 at 06.45.22

Dit is IJsvleugel

Lichtroos is een kleine cremekleurige poes met blauwe ogen.

Screenshot 2018-03-08 at 15.30.37

Dit is Wolfsklauw

Leerling: Heesterstaart is een donkerbruine kater met gele ogen.

Screenshot 2018-03-10 at 07.08.59

Dit is Lichtroos

Krijgers:

Screenshot 2018-03-10 at 07.07.19

Dit is Heesterstaart

Ravenvleugel is een zwarte poes met groene ogen.

Screenshot 2018-03-10 at 06.50.56

Dit is Krombek

Slangentand is een cremekleurige kater met bruine ogen.

Screenshot 2018-03-10 at 06.39.08

Dit is Vinkvlucht

Vuurzang is een prachtige rode poes met een witte vlek op haar borst en gele ogen.

Screenshot 2018-03-10 at 06.35.20

Dit is Appelhart

IJsvleugel is een witte poes met ijsblauwe ogen.

Screenshot 2018-03-09 at 17.14.22

Dit is Hommelvacht

Wolfsklauw is een donkergrijze kater met bruine ogen.

Screenshot 2018-03-09 at 17.07.48

Dit is Houtlicht

Vossenklauw is een schildpadkater met gele ogen.

Screenshot 2018-03-09 at 16.58.36

Dit is Rafelklauw

Leerling: Uilenpoot

Screenshot 2018-03-09 at 08.06.49

Dit is Buizerdklauw

Otterklauw is een bruine kater met gele ogen.

Leerling: Donspoot

Helderhart is een prachtige rode poes met witte vlekken en bruine ogen.

Hertensprong is een witte poes met bruine vlekken en gele ogen.

Rafelklauw is een rode kater met witte vlekken.

Leerling: Stormpoot

Hommelvacht is een grijze kater met donkergrijze strepen en gele ogen.

Kiezelbeek is een grijze poes met een wit vlekje op haar neus en groene ogen.

Leerling: Boompoot

Hyacinthart is een lichtgrijze poes met blauwe ogen en een goedgevormde kop.

Lindehart is een lapjespoes met groene ogen.

Leerlingen:

Donspoot is een lichtbruine poes met een donzige vacht en gele ogen.

Uilenpoot is een bruine poes met blauwe ogen.

Boompoot is een kleine, witte kater met bruine vlekken en blauwe ogen.

Stormpoot is een lichtgrijze kater met mooie blauwe ogen.

Moederkatten:

Blauwhart is een mooie poes met een blauwachtige glans op haar vacht en indringende, blauwe ogen. Partner Buizerdklauw

Houtlicht is een bruine poes met gele ogen. Partner Hommelvacht

Oudsten:

Vinkvlucht is een grijsgestreepte poes met gele ogen.

Krombek is een grijze kater met een verwrongen kaak en bruine ogen.

Appelhart is een cyperse poes met mooie gele ogen.

Schaduwclan

Screenshot 2018-03-06 at 16.06.48

Dit is Hemelkit

Leider:

Screenshot 2018-03-06 at 16.04.47

Dit is Vonkkit

Lavendelster is een mooie, zelfverzekerde lapjespoes met groene ogen.

Screenshot 2018-03-06 at 16.02.25

Dit is Oceaankit

Commandant:

Screenshot 2018-03-06 at 16.00.53

Dit is Sterrenkit

Lijsterroep is een rossige kater met gele ogen.

Screenshot 2018-03-06 at 15.58.25

Dit is Jaagkit

Medicijnkat:

Screenshot 2018-03-06 at 15.55.43

Dit is Tijgerkit

Zandbloem is een bleekrode poes met mooie, gele ogen.

Screenshot 2018-03-06 at 15.53.00

Dit is Hulstkit

Leerling: Wildpoot

Screenshot 2018-03-06 at 15.51.05

Dit is Egelkit

Krijgers:

Screenshot 2018-03-06 at 15.40.05

Dit is Voslicht

Luipaardklauw is een goudbruine kater met mooie, zwarte vlekken en groene ogen.

Screenshot 2018-03-06 at 15.37.25

Dit is Vlinderpels

Loofpels is een bruine kater met groene ogen.

Screenshot 2018-03-06 at 15.34.28

Dit is Vogelklauw

Nachtroos is een zwarte poes met gele ogen.

Screenshot 2018-03-06 at 15.32.25

Dit is Luipaardklauw

Leeuwenbries is een goudbruine kater met groene ogen.

Screenshot 2018-03-06 at 08.09.14

Dit is Arendpoot

Honingstorm is een cyperse kater met blauwe ogen.

Screenshot 2018-03-06 at 08.07.32

Dit is Wildpoot

Kastanjepels is een bruine kater met gele ogen.

Screenshot 2018-03-06 at 08.05.58

Dit is Paddepoot

Cederstaart is een witte kater met bruine ogen.

Screenshot 2018-03-06 at 08.03.55

Dit is Windpoot

Braampels is een roodbruine kater met gele ogen.

Screenshot 2018-03-06 at 08.02.03

Dit is Nachtroos

Leerling: Paddepoot

Screenshot 2018-03-06 at 08.00.13

Dit is Zandbloem

Heemstvacht is een zwarte poes met groene ogen.

Screenshot 2018-03-06 at 07.58.14

Dit is Lijsterroep

Leerling: Windpoot

Screenshot 2018-03-06 at 07.55.38

Dit is Lavendelster

Kwartelstaart is een lichtbruine poes met donkerbruine strepen en blauwe ogen.

Screenshot 2018-03-08 at 17.09.22

Dit is Lichtkit

Leerling: Arendpoot

Screenshot 2018-03-08 at 17.36.26

Dit is Maankit

Muntwolk is een grijze poes met zwarte strepen en gele ogen.

Screenshot 2018-03-08 at 17.35.06

Dit is Lindekit

Klauwpels is een witte kater met gele ogen.

Screenshot 2018-06-06 at 07.37.50

Dit is Libellevleugel

Libellevleugel is een blauwgrijze poes met een witte vlek op haar borst en groene ogen.

Leerling: Berkenpoot

Kristalhart is een witte poes met grijze strepen en blauwe ogen.

Leerlingen:

Wildpoot is een grijze kater met blauwe ogen.

Berkenpoot is een bruine poes met zwarte vlekken en blauwe ogen.

Arendpoot is een bruine kater met prachtige, helderblauwe ogen.

Windpoot is een mooie, zilvergrijze poes met blauwe ogen.

Paddepoot is een grijze kater met bladgroene ogen.

Moederkatten:

Lavendelster is een mooie, zelfverzekerde lapjespoes met groene ogen. Partner Loofpels

Zwartwolk is een zwarte poes met witte buik en poten en gele ogen. Partner Braampels, kittens Maankit, Lichtkit en Lindekit.

Kittens:

Lichtkit is een wit poesje met groene ogen.

Maankit is een grijs poesje met groene ogen.

Lindekit is een grijs cypers poesje met blauwe ogen.

Oudsten:

Vogelklauw is een zwarte kater met gele ogen.

Voslicht is een rode poes met gele ogen.

Vlinderpels is een mooie, zuiverwitte poes met bruine ogen.

Rivierclan

Leider:

Screenshot 2018-03-24 at 07.07.49

Dit is Regenstaart

Valkster is een schildpadkater met gele ogen.

Screenshot 2018-03-24 at 07.10.32

Dit is Bliksemklauw

Commandant:

Regenstaart is een lapjespoes met bruine ogen.

Medicijnkat:

Varenpels is een lichtbruine kater met gele ogen.

Leerling: Rotsneus is een donkerbruine kater met gele ogen.

Krijgers:

Zonbloem is een mooie zandkleurige poes met gele ogen.

Bliksemklauw is een rossige kater met gele ogen.

Perzikstreep is een heel donkerbruine poes met gele ogen.

Leerling: Bespoot

Steengloed is een grijze kater met groene ogen.

Leerling: Eikelpoot

Havikblik is een grijze kater met donkere strepen en blauwe ogen.

Leerling: Grijspoot

Rookklauw is een grijze kater met bruine ogen.

Leerling: Beukpoot

Natstaart is een schildpadkater met groene ogen.

Leerling: Pluispoot

Leerlingen:

Bespoot is een witte kater met zwarte vlekken en groene ogen.

Beukpoot is een bruine poes met grijze vlekken en blauwe ogen.

Eikelpoot is een lichtbruine kater met gele ogen.

Grijspoot is een grijze poes met blauwe ogen.

Pluispoot is een bruine poes met groene ogen.

Moederkat:

Zilverbeek is een zilverkleurige poes met blauwe ogen.

Kittens:

Beverkit is een lichtbruin katertje met groene ogen.

Duifkit is een zilverkleurig poesje met bruine ogen.

Oudsten:

Wilgblad is een kleine, grijze poes met groene ogen.

Vederpels is een enorme, zwarte kater met gele ogen.

Maanstorm is een grijze poes met gele ogen.

Windclan

Screenshot 2018-03-08 at 07.30.32

Dit is Mistster

Leider:

Screenshot 2018-03-08 at 20.11.22

Dit is Schemerklauw

Mistster is een witte poes met rode vlekken en groene ogen.

Screenshot 2018-03-08 at 20.04.37

Dit is Dauwpoot

Commandant:

Schemerklauw is een grote, grijsgestreepte kater met gele ogen.

Leerling: Reigerpoot

Medicijnkat:

Rozenhart is een kleine, grijze poes met groene ogen.

Krijgers:

Stekelpels is een grote, rossige kater met gele ogen

Leerling: Schaduwpoot

Haverblad is een grote, bruine kater met enorme klauwen aan zijn voorpoten en gele ogen.

Merelvleugel is een grote, bruine kater met zwarte vlekken en groene ogen.

Leerling: Dauwpoot

Eikenstaart is een bruine kater met zwarte strepen en blauwe ogen.

Leerling: Witpoot

Grasstaart is een witte poes met groene ogen.

Leerling: Bladpoot

Heidemist is een lichtbruine poes met prachtige, blauwe ogen.

Berkstaart is een bruine kater met donkere strepen en groene ogen.

Honingvacht is een lichtbruine poes met groene ogen.

Leerlingen:

Reigerpoot is een zilverkleurige poes met bruine ogen.

Bladpoot is een witte poes met bruine vlekken en groene ogen.

Witpoot is een kleine, witte kater met bruine vlekken en gele ogen.

Schaduwpoot is een zwarte, eng-uitziende poes met bruine ogen.

Dauwpoot is een sierlijke, zwarte poes met blauwe ogen.

Moederkatten:

Zwaluwpels is een mooie, ravenzwarte poes met gele ogen.

Nevelhart is een witte poes met zwarte vlekken en gele ogen.

Kittens:

Eekhoornkit is een roodbruin poesje met blauwe ogen.

Doornkit is een rood katertje met groene ogen.

Oudsten:

IJzelstaart is een kleine, donkerbruine poes met groene ogen.

Vissensprong is een kleine, zwarte poes met blauwe ogen.

Wezelklauw is een witte kater met zwarte strepen en groene ogen.

Hemelclan

Screenshot 2018-03-24 at 07.02.00

Dit is Herfstmist

Leider:

Screenshot 2018-03-09 at 07.59.40

Dit is Waterdauw

Hondenster is een bruin cyperse kater met groene ogen.

Screenshot 2018-03-09 at 07.57.33

Dit is Notenpels

Commandant:

Screenshot 2018-03-09 at 07.43.40

Dit is Hondenster

Notenpels is een lichtbruine kater met bruine ogen.

Screenshot 2018-03-09 at 07.30.46

Dit is Leliepoot

Medicijnkat:

Screenshot 2018-03-09 at 07.28.24

Dit is Poelpoot

Waterdauw is een jonge, blauwgrijze kater met groene ogen.

Screenshot 2018-03-09 at 07.25.49

Dit is Tulppoot

Krijgers:

Screenshot 2018-03-15 at 07.15.16

Dit is Aardebloem

Winterklauw is een witte kater met blauwe ogen.

Lentedauw is een optimistische, zandkleurige poes met bruine ogen.

Zomerhart is een rode poes met bruine ogen.

Herfstmist is een roodbruine poes met gele ogen.

Aardebloem is een prachtige, bruine tijgerpoes met groene ogen.

Leerling: Poelpoot

Paardenvoet is een witte kater met rode vlekken en gele ogen.

leerling: Leliepoot

Donkerhart is een donkergrijze kater met groene ogen.

Leerling: Tulppoot

Dassenklauw is een grijze kater met groene ogen.

Bernageklauw is een schildpadkater met groene ogen.

Plantenhart is een rode poes met groene ogen.

Ravenvlucht is een zwarte poes met blauwe ogen.

Leerlingen:

Poelpoot is een donkergrijze kater met groene ogen.

Tulppoot is een grijze poes met groene ogen.

Leliepoot is een donkergrijze poes met witte poten en borst en blauwe ogen.

Moederkat:

Oleanderbloem is een rode poes met bruine ogen.

Oudste:

Konijnenstaart is een witte poes met blauwe ogen. Ze is vrijwel doof.

Hoofdstuk 1

Vuurzang wordt wakker. Ze kijkt om zich heen. Haar zus IJsvleugel ligt nog te slapen maar de rest van het krijgershol is leeg.

Ze staat op en rekt zich uit. Daarna loopt ze naar de uitgang van het krijgershol. Ze loopt naar buiten.

Ineens ziet ze Krombek razendsnel het oudstenhol uitrennen. Zo snel had hij nog nooit gerend. Hij rent het medicijnhol in. Even daarna komt Lichtroos het medicijnhol uitstuiven. Ze rent zo snel het oudstenhol in dat het zand een meter opvliegt.

Nieuwsgierig geworden gaat Vuurzang bij Wolfsklauw staan. Lichtroos komt een paar minuten later het hol uit en rept zich naar het leidershol. “Nee,” horen ze de leider roepen.

Vlamster loopt het hol uit en springt op de hoge steen. Hij hoeft geen vergadering bijeen te roepen, iedereen zit er al. “Ik moet jammer genoeg mededelen dat Vinkvlucht dood is gegaan aan ouderdom,” zegt Vlamster verdrietig. Hij springt van de hoge steen. Valkster springt nu op de hoge steen. “We gaan vandaag ons territorium terug veroveren,” roept Valkster. Er klinkt gejuich op van de rivierclankatten. Vlamster, een beetje bijgekomen van het nieuws, springt ook weer op de hoge steen. “Van mijn clan gaan mee Vuurzang, IJsvleugel, Wolfsklauw, Vossenklauw, Hommelvacht, Kiezelbeek, Stormpoot en Boompoot,” roept Vlamster. “Met mij gaan mee Regenstaart, Perzikstreep, Bespoot, Beukpoot, Rookklauw en Steengloed,” roept Valkster. De genoemde katten lopen naar de doorntunnel.

Vuurzang loopt naast IJsvleugel. Snel rennen ze naar de oude rivierclangrens. Ze steken hem over. Al snel komen ze een patrouille tegen. Ze vallen hen aan maar de patrouille vlucht weg. Als ze bij het kamp van de Rivierclan komen zien ze daar veel onbekende katten staan. “Wie zijn dat?” vraagt ze aan Vossenklauw. “Weet ik niet,” antwoordt hij. “Aanvallen,” roept Vlamster.

Vuurzang begint te vechten met Donkerhart. Vuurzang springt vol woede op zijn rug. Ze krabt enorme plukken haar van hem af. Donkerhart begint rare bokkensprongen te maken en Vuurzang moet zich goed vasthouden. Ze valt uiteindelijk toch van hem af.

Ze springt overeind maar net niet snel genoeg. Donkerhart duwt haar tegen de grond en wil in haar keel bijten. Dan ineens beukt een kat tegen Donkerhart. Vuurzang springt razendsnel overeind. Ze ziet dat Wolfsklauw haar gered heeft. Ze voelt een vreemd gevoel in haar buik en ze is licht in haar hoofd. Ze ziet dat Wolfsklauw begint te verliezen. Met een kreet stort ze zich op Donkerhart. Ze drijft hem met Wolfsklauw achteruit. Donkerhart vlucht weg.

Ze ziet dat Stormpoot het moeilijk heeft met een iets oudere leerling. Ze rent naar hem toe en springt op de rug van de kat. Ze ziet dat het een donkergrijze kater is. Ze bijt keihard in een oor. Hij schreeuwt het uit van de pijn waardoor Stormpoot de kans ziet een fikse wond te maken in zijn neus. De kater probeert Vuurzang te krassen. Ineens komt er een poes op hen af. “Laat mijn broer met rust,” krijst ze. Ze werpt zich op Stormpoot. Vuurzang springt snel van de kater af geeft hem nog een klap op zijn kop en sleurt dan de poes van Stormpoot af.

Samen met Stormpoot drijft ze haar naar achter met harde slagen op haar neus en Stormpoot klauwt naar haar. Uiteindelijk vlucht ze.

Vuurzang kijkt om zich heen en ziet dat Vossenklauw net de laatste kat verjaagt. Ze kijkt of ze Wolfsklauw ziet. “Wolfsklauw!” zegt ze blij als ze hem ziet.

Ze loopt naar hem toe. Ze ziet dat Kiezelbeek, haar moeder, naar haar kijkt met een alles betekenende blik. Waarom kijkt ze nou weer zo? Ik ben niet verliefd op Wolfsklauw. Toen voelde ze weer die rare kriebels in haar buik en dat lichte gevoel in haar hoofd. Ze draaft snel verder.

Ze gaat naast Wolfsklauw zitten. “Bedankt dat je me hebt gered,” zegt Vuurzang verlegen. “Geen dank,” zegt Wolfsklauw.

De Rivierclankatten zijn aan het juichen. “Regenstaart, Steengloed en Rookklauw ga de kittens, oudsten en moederkatten halen en de bewakende Rivierclankrijgers,” beveelt Valkster.

Vlamster roept dat de Donderclankrijgers zich moeten verzamelen. Vuurzang en Wolfsklauw lopen naar de verzamelende katten. Ze ziet dat IJsvleugel treurig kijkt. Waarschijnlijk verdrietig dat Bliksemklauw nu weg moet.

“Kom we gaan,” zegt Vlamster. Ze lopen met de rivierclankatten mee. IJsvleugel loopt met hangende kop en staart het kamp in. Vuurzang loopt ook het kamp in. Ze ziet dat Bliksemklauw naar IJsvleugel loopt. Bliksemklauw drukt zijn neus snel tegen die van IJsvleugel. Daarna rent hij naar de andere rivierclankatten. IJsvleugel kijkt hem bedroefd na.

Vuurzang is helemaal uitgeput. Ze rent zo snel mogelijk naar het krijgershol. Ze gaat in haar nest liggen. Ze hoort nog net Otterklauw binnenkomen en dan valt ze in slaap.

Ze werd wakker in een rare wereld. Ze keek om zich heen. Toen zag ze Vinkvlucht. “Grootmoeder waar ben ik?” vraagt Vuurzang. “In de Sterrenclan lieverd,” antwoordt ze. “Ben ik dood?” vraagt Vuurzang geschrokken. “Nee,” zegt Vinkvlucht. “Jij zal met de klauw des luipaards en de kleine tijger jou verleden ontrafelen,” zegt Vinkvlucht. “Wie zijn de kleine tijger en de klauw des luipaards?” vraagt Vuurzang met tientallen vragen in haar kop. Ze keek op maar zag Vinkvlucht nergens meer en haar kop vulde zich weer met duisternis.

Hoofdstuk 2

Luipaardklauw wordt wakker door drie stemmetjes buiten het hol. “Zullen we naar binnen gaan?” vraagt een stemmetje. Het antwoord kan hij niet verstaan. Maar dan komen er drie kittens naar binnen lopen. “Oeps, sorry Luipaardklauw,” zeiden ze toen ze hem zagen. “Ga maar naar de oudsten, ze willen vast wel een verhaaltje vertellen,” zegt Luipaardklauw. De kittens gaan het hol weer uit.

Luipaardklauw staat ook op. Hij loopt naar buiten. Luipaardklauw loopt de kraamkamer in. Ineens begint Lavendelster te hijgen. “Ga de medicijnkat halen,” zegt Zwartwolk.

Luipaardklauw rent het hol uit. “Zandbloem, Lavendelster moet jongen,” zegt Luipaardklauw. Zandbloem komt met wat kruiden het hol uit. Ze rent snel naar de kraamkamer. Ze glipt naar binnen.

Luipaardklauw ziet dat Loofpels terug komt van een patrouille. “Loofpels, Lavendelster is aan het jongen. Zandbloem is bij haar,” zegt Luipaardklauw.

Loofpels wil er naar binnen gaan maar Zwartwolk steekt haar kop naar buiten en zegt dat ze beter even kunnen wachten. Even later komt Zandbloem naar buiten. “Gefeliciteerd, je hebt een zoontje en drie dochters,” zegt Zandbloem.

Loofpels loopt snel de kraamkamer in. Even later komt hij de kraamkamer weer uit en knikt naar Luipaardklauw dat hij mag kijken. Hij ziet Lavendelster liggen met vier jongen aan haar buik. “Hoe heten ze?” vraagt Luipaardklauw nieuwsgierig. “Hij heet Jaagkit,” zegt ze wijzend op een goudbruin katertje. “Zij heet Egelkit,” zegt ze wijzend naar een bruin poesje. “Zij heet Hulstkit,” zegt ze terwijl ze wijst naar een zwart poesje. “En zij heet Tijgerkit,” zegt ze wijzend naar een mooi, cypers poesje.

Het leek alsof er een bom ontploft in zichzelf. Een bom van verdriet. “Mooie namen,” murmelt hij snel tegen Lavendelster. Hij loopt snel de kraamkamer uit. Nachtroos komt naar hem toe. “Zullen we even een wandeling maken?” stelt ze voor.

Luipaardklauw vindt het goed en dus lopen ze met zijn tweeën het kamp uit. “Wat is er aan de hand?” vraagt Nachtroos. “Lavendelster heeft een jong van haar Tijgerkit genoemd,” zegt Luipaardklauw verdrietig bij de gedachte aan zijn nestgenoot. “Ben je verdrietig omdat Tijgerkit je doet denken aan Tijgerpoot, je nestgenoot?” gist ze. “Ja,” zegt hij. “Je bent bang dat haar iets overkomt hè?” vraagt Nachtroos. “Ja,” verzucht hij. “Er gebeurt heus niks met haar, geloof me,” zegt Nachtroos. “Je zal wel gelijk hebben,” zegt Luipaardklauw niet volledig overtuigt. “Doe niet zo bezorgt,” zegt Nachtroos een speels gevechtje beginnend.

Luipaardklauw slaat speels naar haar oren. “Hé,” zegt Nachtroos alsof ze verontwaardigd is. Nachtroos plant haar voorpoten op zijn schouders. Luipaardklauw krijgt haar hierdoor heel makkelijk op de grond. “Hé wel een beetje voorzichtig hè,” zegt Nachtroos iets ernstiger. “Wat is er dan?” vraagt Luipaardklauw verbaasd. “Ik verwacht jongen van jou,” zegt Nachtroos enthousiast. “Echt waar?” vraagt Luipaardklauw. Hij overstelpt haar gezicht met likken. “Ja,” zegt ze nu nog enthousiaster.

Hij stapt van haar weg. “Kom dan gaan we naar het kamp,” zegt Luipaardklauw. Hij loopt met Nachtroos terug naar het kamp. Hij gaat het kamp in. Met Nachtroos loopt hij naar de kraamkamer. Eenmaal binnen vraagt Lindekit waarom ze hier zijn. “We zijn hier omdat Nachtroos zwanger is,” zegt Luipaardklauw terwijl hij zijn staart in die van Nachtroos wikkelde. “Gefeliciteerd,” snorren Lavendelster en Zwartwolk blij met een nieuwe kraamkamergenoot.

Toen hoorden ze een oproep van Lijsterroep. Luipaardklauw liep naar de hoge steen met Nachtroos. Hij ging zitten met zijn staart netjes rond zijn poten gekruld. “Het is tijd om twee leerlingen krijgers te maken. Libellevleugel, Kwartelstaart hebben Berkenpoot en Arendpoot goed getraind en zijn ze klaar om krijgers te worden?” vraagt Lijsterroep. “Ja,” roepen ze. “Ik Lijsterroep, commandant van de Schaduwclan, doe een beroep op mijn krijgervoorouders om op deze leerlingen neer te kijken. Zij hebben hard getraind om uw nobele krijgscode te begrijpen en ik beveel hen nu op hun beurt aan als krijgers. Arendpoot, Berkenpoot zweren jullie de krijgscode in ere te houden en je clan te verdedigen met gevaar voor eigen leven?” vraagt Lijsterroep. “Dat zweer ik,” zeiden ze vastberaden. “Dan geef ik nu jullie krijgersnamen. Berkenpoot van nu af aan sta je bekend als Berkenhart, we eren je om je geduld en kracht. Arendpoot van nu af aan sta je bekend als Arendvacht, we eren je om je snelheid en moed,” zegt Lijsterroep. “Berkenhart! Arendvacht! Berkenhart! Arendvacht!” roept iedereen.

Hij merkt dat Windpoot’s stem boven alle anderen uit klinkt. Lijsterroep springt van de hoge steen. Luipaardklauw wringt zich door de menigte heen. Bij Lijsterroep aangekomen vertelt hij wat hij te zeggen heeft. Lijsterroep springt weer op de hoge steen. Sommigen hadden het gezien en stoten anderen aan. Al snel zat iedereen weer onder de hoge steen. “Luipaardklauw heeft me net verteld dat Nachtroos jongen verwacht van hem,” roept Lijsterroep.

Luipaardklauw was weer bij Nachtroos gaan staan en er kwamen heel veel katten hen feliciteren. Loofpels feliciteerde hem hartelijk. En ook andere katten kwamen hen feliciteren.

Na de felicitatie’s bracht hij Nachtroos naar de kraamkamer. Daarna liep hij naar het krijgershol. Hij plofte neer in zijn nest. Hij viel meteen in slaap.

Toen hij zijn ogen opende zag hij een onbekende kater staan die naar Donderclan rook. Ik ben Gaaister. De leider van de Donderclan voor Vlamster,” zegt hij tegen hem. “Kom mee,” zegt Gaaister. Hij had al gezien dat hij van de Sterrenclan was. Hij liep hem achterna. “Jullie zullen een geheim ontrafelen,” zegt Gaaister. “We?” vraagt Luipaardklauw verbaasd. “Ja jij, het zingende vuur en de kleine tijger,” antwoordt hij. “Wacht wie zijn dat dan?” vraagt Luipaardklauw verward. Maar de kater begon al te vervagen. “Wacht geef antwoord,” zegt Luipaardklauw wanhopig. Maar Gaaister was al weg. Hij schrok wakker.

Hoofdstuk 3

Tijgerkit is zich vaag bewust van andere katten. Ze hoort een andere kat binnen komen. “Hoi Lavendelster hoe zullen we ze noemen?” vraagt de kat. “Wat denk je van Tijgerkit voor het cyperse poesje? vraagt waarschijnlijk Lavendelster. “Oke, en het goudbruine katertje misschien Jaagkit?” stelt de kat voor. “Oke, en het bruine poesje Egelkit en het zwarte poesje Hulstkit?” vraagt Lavendelster. “Oke,” zegt de kat.

Ze hoort dat de kat naar buiten loopt. Nu komt er een andere kat binnen. “Hoe heten ze?” vraagt de kat. Ze hoort dat hij zwaargebouwd is aan zijn pootstappen. “Zij heet Egelkit, dat is Hulstkit, hij is Jaagkit en zij heet Tijgerkit,” zegt Lavendelster.

Ze hoort dat de onbekende kat snel iets murmelt en dan wegloopt. Ze had zijn emotie’s zo sterk gevoeld alsof het de hare waren.

Tijgerkit drinkt wat bij haar moeder, toen er een kat binnenkwam. De kat liep niet zo snel en ze vermoedde dat het een oude kat is. Achter de kat loopt nog een kat. Ze merkt dat het twee verschillende geuren zijn en dat de achterste kat ongeveer dezelfde geur draagt als haar moeder. Ze vermoedt dat de voorste een kater is, omdat hij overeenkomt met de katten die als eerst binnenkwamen. “Hoi Vogelklauw en Vlinderpels,” zegt haar moeder. “Mooie kittens,” kraait de poes. “Bedankt,” zegt haar moeder trots. “Hoe heten ze?” vraagt de kater geïnteresseerd. “Tijgerkit, Hulstkit, Jaagkit en Egelkit,” haar moeder klinkt kortaf en een beetje vermoeid. “We kunnen beter gaan, volgens mij is ze best wel moe,” zegt de poes tegen de kater.

Ze trekken zich terug. Tijgerkit is ook best wel moe door alle indrukken en valt in slaap.

Ze wordt wakker door pootstappen net buiten het hol. Ze ruikt de geur van de tweede kat die binnenkwam en een nog onbekende geur. Ze hoort een poesje vragen waarom ze hier zijn. Waarop de kater zegt dat Nachtroos zwanger is. Ze hoort haar moeder en een andere poes snorren.

Tijgerkit hoorde ineens een stem roepen. Iets over een vergadering. Ze hoort dat Nachtroos en de kater de kraamkamer verlaten. Ze kan niet verstaan wat ze zeiden maar ze hoorde wel dat de katten twee keer Arendvacht, Berkenhart riepen.

Toen hoorde ze dat de kater weer terug kwam met Nachtroos en toen vermoeid de kraamkamer verliet. Zij zelf was ook doodmoe door al het luisteren en viel in slaap.

Hoofdstuk 4

Vuurzang ontwaakt, ze kijkt om zich heen.

Otterklauw en Vossenklauw slapen nog maar de meesten zijn al weg. Ze staat op en loopt naar buiten. “Vuurzang kom je met ons op jachtpatrouille?” roept een stem.

Vuurzang kijkt in de richting van de stem. Ze ziet Kiezelbeek, IJsvleugel en Vlamster bij de doorntunnel staan. Ze draaft naar hen toe. Ze lopen door de doorntunnel.

Kiezelbeek komt naast haar lopen. “Hoe gaat het?” vraagt Kiezelbeek. “Wel goed hoor,” antwoordt Vuurzang. “ We moeten ook nog jagen, roept IJsvleugel met pretoogjes. “Je hebt zelf ook nog niks gevangen,” zegt Vuurzang met gespeelde verontwaardiging.

Vuurzang draaft naar haar toe. IJsvleugel slaat naar haar oren. “Hé,” zegt Vuurzang vrolijk. Ze maakt zich klein. IJsvleugel drukt haar tegen de grond. “Ik heb al wel iets gevangen vandaag,” zegt IJsvleugel triomfantelijk.

IJsvleugel stapt van haar af. Vuurzang snuift de lucht op. Ze ruikt een spitsmuis en sluipt er stilletjes op af. Ze ziet hem zitten bij een boom. Ze springt snel op de spitsmuis en doodt hem. Ze neemt hem mee naar de anderen.

Ze ziet Vlamster een konijn besluipen en IJsvleugel had een muis geroken. Kiezelbeek zag ze niet. Ineens hoort ze een gil. Ze rent er razendsnel op af. Ze ziet dat haar moeder in een ding zit en dat een tweebeen het vasthoud. Ze springt op de tweebeen en haakt zich vast aan een vel. Ze gaat verder omhoog en begint in zijn kop te klauwen. De tweebeen wil haar grijpen maar dat lukt niet. Ze ziet in haar ooghoek Vlamster en IJsvleugel aanrennen. Ze gaat weer verder met klauwen. Uiteindelijk laat de tweebeen het ding vallen. De tweebeen vlucht weg.

Vuurzang rent snel naar het ding waar haar moeder in zit. Ze besnuffelt heel het ding uitbundig. Ze duwt op verschillende plekken met haar neus tegen het ding. Ineens springt het ding open. Vuurzang deinst achteruit.

Kiezelbeek stuift snel uit het gevaarte. “We kunnen beter dat ding meenemen naar het kamp, zodat als we nog een keer zoiets meemaken we weten wat we moeten doen,” zegt Vlamster. “Oke,” zegt IJsvleugel. Vuurzang, IJsvleugel, Kiezelbeek en Vlamster beginnen het ding te duwen.

Vuurzang merkt dat Kiezelbeek een beetje moeilijk loopt. “Gaat het wel Kiezelbeek?” vraagt Vuurzang. “Het gaat wel,” zegt Kiezelbeek.

Ze begint weer te duwen. Na een tijdje komen ze aan in het kamp. Een aantal katten kijken op.

Vlamster springt op de hoge steen. “Laat alle katten die oud genoeg zijn om hun eigen prooi te vangen zich verzamelen onder de hoge steen,” roept Vlamster. Katten komen hun holen uit.

Vuurzang duwt het gevaarte nog iets verder naar voren. Daarna zoekt ze een plekje naast Wolfsklauw. Vlamster springt van de hoge steen en loopt naar het ding toe. “Katten, Kiezelbeek zat vast in dit ding. We hebben het meegenomen om te laten zien hoe je eruit kunt komen,” zegt Vlamster.

Vlamster doet met zijn neus het ding dicht. Iedereen kijkt aandachtig toe. Vlamster drukt tegen het ding en het springt weer open. “Onthoud goed wat ik net gedaan heb, zodat als jullie zoiets tegenkomen jullie weten wat jullie moeten doen,” zegt Vlamster.

Een aantal katten komen even uittesten hoe het werkt. Anderen gaan verder met hun taken. Vuurzang ziet dat Kiezelbeek naar het medicijnhol wordt gedreven door de medicijnkat.

Vuurzang denkt aan de rare droom die ze afgelopen nacht kreeg. Wie is de klauw des luipaards? Zou Luipaardpoot misschien de klauw des luipaards zijn? Nee vast niet. Toch wil ik met hem praten op de volgende grote vergadering.

Toen hoorde ze een harde kreet. Ze zag Lichtroos en Heesterstaart naar de kraamkamer snellen. Ze liep redelijk snel naar de kraamkamer. “Wat is er aan de hand?” vraagt Vuurzang aan Buizerdklauw. “Blauwhart is aan het jongen,” antwoordt hij. Vuurzang wacht met Buizerdklauw buiten de kraamkamer.

Heesterstaart komt naar buiten. “Je mag gaan kijken,” zegt Heesterstaart. Buizerdklauw schiet naar binnen. Even later komt hij weer naar buiten. “Mag ik gaan kijken?” vraagt Vuurzang. Hij knikt. Vuurzang gaat naar binnen. “Hoi Blauwhart, hoe heb je ze genoemd?” vraagt Vuurzang nieuwsgierig. “Hij,” ze wijst naar een rood katertje,”heet Leeuwerikkit,” zegt Blauwhart, “en zij heet Sneeuwkit,” een wit poesje. “Mooie namen,” zegt Vuurzang. “Bedankt,” snort Blauwhart.

Vuurzang loopt het hol uit. Toen kwam Otterklauw naar haar toe. “Vuurzang willen jij en Wolfsklauw me helpen met het trainen van Donspoot en Uilenpoot?” vraagt Otterklauw. “Vossenklauw heeft zijn poot verstuikt,” zegt hij.

Vuurzang vindt het oke. Ze gaat zoeken naar Wolfsklauw. Ze ziet hem slapen in het krijgershol. “Wolfsklauw wakker worden,” ze duwt met haar snuit tegen hem aan. “Wat is er?” zegt hij verdwaasd. “Otterklauw vroeg of we mee wilden helpen met het trainen van Uilenpoot en Donspoot omdat Vossenklauw een verstuikte poot heeft,” zegt ze. “Nou ja ik kan net zo goed meegaan, anders ben ik voor niks wakker gemaakt,” bromt hij goedaardig. “Nou klink je net als een oudste,” grinnikt Vuurzang. “Maar die oudste kan jou wel verslaan,” zegt hij terwijl hij haar tegen de grond drukt. “Komen jullie nog?” vraagt Otterklauw met geamuseerde ogen.

Hij had ongemerkt zijn kop in het hol gestoken. “Ja we komen,” zegt Vuurzang. Ze loopt met Wolfsklauw de open plek op. Ze rennen snel met Donspoot, Uilenpoot en Otterklauw naar het bos.

Ze rennen door tot ze bij de zandkuil aankomen. “Jullie gaan nu een gevechtje voordoen,” zegt Otterklauw tegen Vuurzang en Wolfsklauw. “Oke, wedden dat ik je versla,” zegt Vuurzang grijnzend. “Wedden dat ik win,” zegt Wolfsklauw. “Begin,” zegt Otterklauw.

Vuurzang springt op de rug van Wolfsklauw. Wolfsklauw probeert haar eraf te meppen. Hij merkt dat het niet werkt en springt in de lucht. Vuurzang valt van zijn rug. Snel springt ze overeind. Wolfsklauw had zich snel naar de zijkant van haar lichaam verplaatst en beukte haar omver. Wolfsklauw plantte zijn poten stevig aan weerszijden van haar lichaam, zodat Vuurzang niet kon ontsnappen. Ze keek omhoog recht in zijn gezicht. Ze zonk in de dieptes van zijn ogen. Wolfsklauw kwam dichterbij met zijn kop. Vuurzang besloot het initiatief te nemen. Ze bracht haar kop omhoog en drukte kort haar neus tegen hem aan. O ja ik ben bezig met een gevechtje. Toen kreeg ze een ondeugende grijns op haar gezicht. “Wat ga,” hij kon zijn zin niet afmaken.

Ze trapte Wolfsklauw in zijn buik en hij vloog van haar af. Snel zorgde ze ervoor dat Wolfsklauw niet weg kon. “Goed gedaan,” zegt Otterklauw tegen hen beiden. “Ik zei toch dat ik je zou verslaan,” fluistert Vuurzang plagerig in zijn oor. “Hmm,” zegt Wolfsklauw ontevreden.

De leerlingen keken hen geamuseerd aan. Vuurzang keek verlegen om zich heen. “Jullie kunnen nu wel terug naar het kamp,” zegt Otterklauw. Otterklauw wendt zich naar de leerlingen en begint tegen hen te praten. Vuurzang en Wolfsklauw lopen terug naar het kamp. “Ik ga even slapen,” zegt Vuurzang tegen Wolfsklauw. “Ik ook,” geeuwt Wolfsklauw vermoeid. Ze ploffen neer in hun nesten en vallen met hun staarten in elkaar gekruld in slaap.

Hoofdstuk 5

Luipaardklauw wist dat hij niet meer kon slapen. Hij stond op en liep naar de open plek. Kastanjepels stond op wacht. Hij murmelt een begroeting tegen Kastanjepels en glipt snel door de doorntunnel naar buiten.

Hij besluit maar wat te jagen. Hij snoof de lucht op en rook een eekhoorn. Hij sloop op het diertje af. Hij sprong en beet zijn nek door. Hij begroef hem onder de eik waar de eekhoorn even geleden zat.

Hij rook nog een keer of er een prooigeur was. Toen rook hij een andere geur. Das schrok hij. Hij ging voorzichtig het geurspoor volgen. Hij kwam bij de hemelclangrens, de das was hem overgestoken.

Hij besloot dat hij beter terug kon gaan naar het kamp. Hij ging terug naar de plek waar hij de eekhoorn had begraven en groef hem op. Hij nam het in zijn bek.

Daarna draafde hij snel tussen de bomen door. Hij liep de doorntunnel door. Hij merkte dat de eerste zonnestralen zijn vacht verwarmden.

Hij zag dat Maankit, Lindekit, Lichtkit en Jaagkit al aan het spelen waren op de open plek. Zwartwolk en Nachtroos waren net buiten de kraamkamer aan het waken over hen.

Hij liep naar de prooihoop om zijn prooi te droppen. Daarna ging hij naar Nachtroos toe. “Hoe gaat het?” vraagt hij. “Goed,” zegt Nachtroos. Luipaardklauw nestelt zich naast Nachtroos.

Hij zag Tijgerkit naar buiten komen en even daarna kwamen Egelkit en Hulstkit ook naar buiten. Luipaardklauw keek in gedachten verzonken naar de kittens.

Hij dacht al te weten wie de kleine tijger is waar Vuurwolk het over had. Hij denkt dat het Tijgerkit is. Ze zullen een geheim ontrafelen welk geheim dan? En wie is het zingende vuur? Er maalden veel vragen door zijn hoofd. “Kom Luipaardklauw we gaan op patrouille,” roept een stem.

Luipaardklauw schrikt op uit zijn gedachtes. Hij ziet dat Loofpels hem roept. Arendvacht, Heemstvacht en Windpoot staan bij hem.

Hij geeft nog snel Nachtroos een lik tussen haar oren en rent daarna naar de doorntunnel. Hij rent het bos in met de anderen.

“Gaan we patrouilleren?” vraagt Luipaardklauw. “Ja,” antwoordt Loofpels. “Oke,” zegt Luipaardklauw.

Ze lopen langs de Hemelclangrens. Windpoot en Arendvacht lopen voor hem. Ze zitten de hele tijd te smiespelen en te giechelen. “Wees is stil,” zegt Heemstvacht geïrriteerd.

Toen was het stil. Ineens hoorden ze stemmen. “Wat nou als ze ons betrappen?” vraagt iemand. Ze sluipen op de stemmen af. “Waarom ben je zo’n bange schijterd Reigerpoot?” zegt iemand anders. “Hou is op met kibbelen,” snauwt nog iemand, “straks horen ze ons.” Ze zorgen ervoor dat de Windclankatten niet terug kunnen naar hun eigen territorium.

Dan stappen ze uit de struiken. Ze zien Schemerklauw, Reigerpoot en Merelvleugel een konijn besluipen. Ze sluipen stiekem dichterbij. Merelvleugel merkt al snel de Schaduwclankatten op en waarschuwt de anderen. “Wat doen jullie hier?” vraagt Loofpels. “We waren Reigerpoot aan het zoeken ze was per ongeluk de grens overgestoken,” zegt Schemerklauw met onschuldige ogen. “Alsof ik dat geloof,” blaast Heemstvacht. “We escorteren jullie naar de grens,” zegt Loofpels.

Luipaardklauw en de rest van de patrouille escorteert hen naar de grens. Als ze uit het zicht zijn verdwenen maken ze de patrouille af.

Ze lopen het kamp weer in. “Ga jij verslag uitbrengen Luipaardklauw?” vraagt Loofpels. Hij knikt.

Luipaardklauw loopt naar Lijsterroep. “We hebben een aantal windclankatten verjaagd uit ons territorium,” zegt Luipaardklauw. “Wie?” vraagt Lijsterroep. Schemerklauw, Reigerpoot en Merelvleugel,” antwoordt Luipaardklauw. “Oke,” zegt Lijsterroep.

Luipaardklauw loopt weg. Hij wil even bij Tijgerkit kijken. Hij loopt de kraamkamer in. “Waar is Tijgerkit?” vraagt Luipaardklauw aan Lavendelster.

Toen zag hij haar vanachter Lavendelster’s rug vandaan komen met haar zusjes en broertje. “Wie is dat?” vraagt Hulstkit nieuwsgierig. “Dat is jullie broer,” zegt Lavendelster. “Hij heet Luipaardklauw,” zegt Tijgerkit. “Worden wij ook zo groot?” vraagt Jaagkit. “Natuurlijk,” zegt Lavendelster. “Aanvallen,” klinkt het vanachter zijn rug.

Maankit, Lindekit en Lichtkit springen op hem. Egelkit, Tijgerkit, Jaagkit en Hulstkit vallen hem ook aan.

Luipaardklauw duwt Maankit van zijn rug af. Hij mept voorzichtig Tijgerkit weg. Hij duwt Hulstkit, Egelkit en Jaagkit naar achter. Ineens voelde hij een stekende pijn in zijn staart. Hij draaide zich om en zag dat Lindekit en Lichtkit aan zijn staart hingen. Hij beet voorzichtig in Lindekit’s nekvel en zette haar op de grond, dat deed hij ook bij Lichtkit. Maar Maankit, Hulstkit, Egelkit, Tijgerkit en Jaagkit waren al weer op zijn rug gesprongen.

Hij ging op zijn achterpoten staan en de kittens rolden van zijn rug af. Ze wilden weer op hem springen maar Lavendelster en Zwartwolk zeiden dat ze moesten gaan slapen. “Waarom?” klagen Maankit en Lichtkit. “Omdat ik dat zeg,” zegt Zwartwolk, “ nu hier komen. Ze liepen naar haar toe.

Luipaardklauw richtte zich hijgend op. Hij zag Nachtroos geamuseerd naar hem kijken. Hij liep naar haar toe. Hij ging naast haar zitten en wikkelde zijn staart in de hare. Hulstkit keek hem aan. “Mama is Luipaardklauw Nachtroos’ partner?” vraagt Hulstkit. “Ja,” antwoordt haar moeder. “Ga nu slapen,” vervolgt Lavendelster. “Oke,” zegt Hulstkit.

Ze loopt naar haar broertje en zusjes en nestelt zich tegen Lavendelster’s buik aan.

Luipaardklauw loopt de kraamkamer uit. “Hé Luipaardklauw kom je mee jagen?” roept Leeuwenbries. “Ik kom,” roept Luipaardklauw terug.

Libellevleugel, Honingstorm en Berkenhart staan bij hem. Hij draaft naar hen toe. Dan horen ze Lijsterroep een vergadering bijeen roepen. Ze rennen snel naar de hoge steen.

Luipaardklauw gaat naast Loofpels en Klauwpels zitten. Alle katten zijn snel verzameld. “Het is tijd voor drie kittens om leerlingen te worden. Ik, Lijsterroep commandant van de Schaduwclan, doe een beroep op mijn krijgsvoorouders om op deze kittens neer te kijken. Zij hebben hun zesde maan bereikt en zijn klaar om leerlingen te worden. Lichtkit vanaf de dag tot jij je krijgersnaam krijgt sta je bekend als Lichtpoot. Muntwolk jij wordt de mentor van Lichtpoot,” zegt Lijsterroep. Lichtpoot likt Lijsterroep’s schouder en tikt daarna de neus van Muntwolk aan. “Maankit vanaf de dag tot je je krijgersnaam krijgt sta je bekend als Maanpoot. Klauwpels wordt jouw mentor,” zegt Lijsterroep. Maanpoot likt Lijsterroep’s schouder en loopt daarna naar Klauwpels om zijn neus aan te raken. Lindekit staat nu alleen op de open plek. “Lindekit vanaf de dag tot je je krijgersnaam krijgt sta je bekend als Lindepoot. Cederstaart wordt jouw mentor,” zegt de commandant. Lindepoot likt zijn schouder en tikt daarna Cederstaart’s neus aan. “Lichtpoot! Maanpoot! Lindepoot! Lichtpoot! Maanpoot! Lindepoot!” roept iedereen.

Hij ziet dat de kersverse leerlingen naar het leerlingenhol worden gestuurd door hun mentors. Luipaardklauw loopt naar het krijgershol. Hij ploft neer in zijn nest. Hij mist de warmte van Nachtroos, toch valt hij snel in slaap.

Hoofdstuk 6

Tijgerkit ontwaakt doordat ze gestommel hoort. “Wanneer kunnen we nou met hun spelen?” hoort ze een klagend stemmetje. “Wanneer ze hun oogjes open hebben en dan nog beslist Lavendelster wanneer ze mogen spelen,” zegt een poes.

Ze voelt dat haar broertje over haar heen klimt. “Mijn zusjes zijn echt langzaam,” zegt haar broertje. “Ga maar spelen met Lindekit, Maankit en Lichtkit,” zegt Lavendelster tegen hem. “Je zusjes openen hun ogen ook binnenkort,” zegt Lavendelster tegen haar broertje.

Tijgerkit opent knipperend tegen het zonlicht haar ogen. “Waar ben ik?” vraagt ze aan de figuur waar haar moeders geur rond zweefde. “Je bent in de kraamkamer,” zegt haar moeder.

Ze draait zich naar Tijgerkit toe. “Je hebt je ogen open,” zegt ze verrukt. “Ja mama,” zegt Tijgerkit, “Waar is mijn broertje?” vraagt ze. “Buiten met Lichtkit, Maankit en Lindekit,” antwoordt haar moeder. “Waar is buiten?” vraagt Tijgerkit. Haar moeder wijst naar een gat in het hol.

Ze loopt ernaar toe en glipt erdoor naar buiten. Ze kijkt rond op zoek naar de katten die in het hol zijn geweest. Ze ziet geen van allen, maar ze ziet wel haar broertje met drie poesjes staan. “Hoi,” zegt Tijgerkit. “Hoi,” zeggen ze terug. “Ik ben Maankit,” zegt een grijs cypers poesje. “Ik ben Lichtkit,” zegt een poesje met een helderwitte vacht. “En ik ben Lindekit,” zegt een grijs cypers poesje. “Ben jij Jaagkit?” vraagt Tijgerkit aan haar broertje. “Ja,” zegt hij. “Ik ben Tijgerkit,” zegt Tijgerkit.

Toen hoorde Tijgerkit nog twee kittens naar buiten komen. “Hoi wij zijn Egelkit en Hulstkit,” zeggen ze tegen de andere kittens.

Tijgerkit kijkt om zich heen en ziet de tweede kater staan. “Mama hoe heet die kater?” vraagt Tijgerkit aan Lavendelster die net naar buiten was gekomen wijzend naar de goudbruine kater met zwarte vlekken. “Dat is Luipaardklauw, een oudere broer van jou,” zegt Lavendelster. “En die eerste kater die binnenkwam die namen verzon?” vraagt Tijgerkit. “Dat was Loofpels je vader,” antwoordt haar moeder. “En die twee oude katten, wie waren dat?” vraagt Tijgerkit. “De kater was Vogelklauw en de poes was Vlinderpels het zijn je grootouders,” zegt Lavendelster. “Hoe weet jij dat al die katten binnen zijn geweest?” vraagt Lavendelster nieuwsgierig. “Ik hoorde en rook ze,” antwoordt Tijgerkit. “Hulstkit kom eens hier,” beveelt Lavendelster. “Welke katten zijn er binnen geweest vanaf je geboorte tot nu?” vraagt Lavendelster. “Alleen die goudbruine kater daar en die poes daarnaast,” antwoordt Hulstkit. “Toen jij je ogen nog niet open had hoorde je toen iets?” vraagt Lavendelster. “Nee,” zegt Hulstkit een beetje verbaasd. “En je rook ook niks?” vraagt Lavendelster. “Nee,” antwoordt ze. “Oke,” zegt Lavendelster.

Tijgerkit had het gesprek gevolgd. “Dus je denkt dat ik speciaal ben?” vraagt Tijgerkit. “Ja, ik weet alleen niet in hoeverre jij speciaal bent,” zegt Lavendelster met een vleugje bezorgdheid in haar stem. “Oke,” zegt Tijgerkit.

Ze vraagt zich af waarom ze bezorgd is ze heeft toch niks te verbergen? Ineens hoort ze een stem. “Luipaardklauw kom je mee op patrouille?” roept Loofpels. Ze herkent hem aan de geur. “Wie staan er bij hem?” vraagt Tijgerkit aan Lavendelster. Die grijze poes is Windpoot en die lichtbruine kater is Arendvacht. De zwarte poes is Heemstvacht, de mentor van Windpoot.

Ze ziet dat Luipaardklauw opstaat. Hij loopt ernaar toe. Ineens wordt ze omver geworpen. “Ik heb je,” klinkt Maankit’s stem. Tijgerkit probeert haar van zich af te werpen. Maankit stapt van haar af. “Tijgerkit, Hulstkit, Jaagkit en Egelkit kom hier,” roept Lavendelster. “Jullie moeten gaan slapen,” vervolgt ze. “Waarom nou?” klinkt Egelkit klagend. “Omdat ik het zeg,” antwoordt Lavendelster. “Dat is geen reden,” zegt Egelkit opstandig.

Dan merkt ze dat de andere kittens al bij haar moeder staan. Snel rent ze naar haar toe. Tijgerkit loopt met haar zusjes, broertje en moeder de kraamkamer in. Ze nestelt zich tegen haar moeder’s buik en valt in slaap.

Ze wordt wakker in een rare wereld. Haar zusjes en broertje slapen nog en ze ziet een onbekende poes staan. “Hoi Tijgerkit je bent in de sterrenclan,” zegt de poes. “Ben ik dood en wie ben jij?” vraagt ze angstig. “Je bent niet dood en ik ben Vuurwolk. Ik was van de Hemelclan,” zegt Vuurwolk. “Ik moet je iets vertellen,” begint ze ernstig. “Jij, het zingende vuur en de klauw des luipaards zullen een geheim ontrafelen,” zegt Vuurwolk mysterieus. Klauw des luipaards ze meende te weten dat dat Luipaardklauw was. “Wie is het zingende vuur?” vraagt Tijgerkit maar de poes was verdwenen.

Ze schrok wakker door Luipaardklauw, hij zei iets. De anderen werden ook wakker. Ze hoorde Luipaardklauw binnenkomen. Ze kwam vanachter Lavendelster vandaan.

Ineens hoorde ze een kreet. “Aanvallen,” riepen Lindekit, Lichtkit en Maankit.

Ze storten zich op Luipaardklauw. Tijgerkit wilde het niet missen en stortte zich ook op Luipaardklauw. Ze klemde zich vast aan zijn rug. Ze sloeg met haar donzige pootjes op zijn kop. Luipaardklauw pakte haar op en zette haar op de grond. Luipaardklauw draaide zijn kop naar zijn staart omdat er twee kittens aan hingen.

Tijgerkit sprong met de andere kittens op Luipaardklauw’s rug. Luipaardklauw ging op zijn achterpoten staan en ze rolde van zijn rug af. Tijgerkit wilde weer aanvallen maar Lavendelster riep hen bij haar. “Ga slapen,” beveelt ze.

Tijgerkit ging liggen. Ze hoorde Hulstkit vragen of Luipaardklauw Nachtroos’ partner is. Lavendelster zei van wel. Ze hoorde dat Luipaardklauw de kraamkamer verliet.

Ze merkte dat Maankit, Lindekit en Lichtkit opgewonden heen en weer dartelden. Toen hoorde ze een oproep om te verzamelen. Zwartwolk’s kittens draafden naar buiten. Ze werden leerlingen en toen viel ze in slaap.

Hoofdstuk 7

Vuurzang wordt wakker. Ze ziet dat Wolfsklauw er nog steeds is. Vuurzang haalt voorzichtig haar staart uit de zijne.

Ze staat op en loopt naar de open plek. “Vuurzang, kom we gaan een grenspatrouille doen,” roept Ravenvleugel. Ze staat met Vossenklauw en Uilenpoot bij de doorntunnel.

Vuurzang draaft naar hen toe. Ze rennen het bos in. Ze gaan eerst langs de rivierclangrens.

Ze zien daar een patrouille bestaande uit Bliksemklauw, Steengloed en Havikblik. Bliksemklauw draaft richting de grens en blijft staan net aan zijn kant van de grens. “Hoe gaat het met IJsvleugel?” vraagt Bliksemklauw fluisterend aan Vuurzang. “Goed,” antwoordt Vuurzang, dan keert ze hem de rug toe. “Doe haar de groeten van mij,” fluistert Bliksemklauw nog snel.

Vuurzang draaft terug naar de patrouille. “Wat was dat?” wilde Vossenklauw weten. “Hij daagde me uit en ik heb hem even goed op zijn nummer gezet,” antwoordt Vuurzang. “Goedzo,” zegt Vossenklauw.

Nu lopen ze langs het meer. Vuurzang spant zich in om de overkant van het meer te zien. Daarbij helt ze heel ver over de oever. Dan valt ze in het water.

Het water sluit zich boven haar hoofd. Ze doet wanhopige pogingen om boven water te komen. Haar pogingen worden zwakker. Ze heeft het gevoel dat haar laatste uur geslagen heeft.

Ze ziet ineens iets op haar afzwemmen. Toen was ze bewusteloos.

Knipperend met haar ogen werd ze wakker. Ze voelde een lichaam dat haar warm hield.

Ze draaide haar kop en zag dat het Wolfsklauw was. Hij sliep.

Ze draaide haar kop weer terug en zag Lichtroos kruiden sorteren. Heesterstaart zag dat ze wakker was en kwam naar haar toe. “Gaat het al beter?” vraagt hij. “Het gaat wel,” zegt Vuurzang. “Oke,” zegt Heesterstaart.

Hij loopt weg. Ze draait haar kop naar Wolfsklauw. Ze port hem met haar snuit. Wolfsklauw’s kop schiet omhoog. “Hoi Vuurzang,” zegt hij verlegen. “Voel je je al beter?” vraagt Wolfsklauw. “Ja,” zegt Vuurzang. “Kom Heesterstaart we gaan kruiden verzamelen,” Lichtroos loopt met Heesterstaart het medicijnhol uit. “Hé, ik wilde je iets vragen,” zegt Wolfsklauw duidelijk zenuwachtig. “Wat dan?” vraagt Vuurzang. “Wil je mijn partner zijn?” vraagt Wolfsklauw nog steeds zenuwachtig. “Ja natuurlijk,” spint Vuurzang. Wolfsklauw slaakt een opgeluchte zucht.

Toen kwamen Lichtroos en Heesterstaart weer binnen beladen met kruiden. “Vuurzang ik had je al onderzocht en je hoeft niet in het medicijnhol te blijven,” zegt Lichtroos. “Hoelang ben ik bewusteloos geweest?” vraagt Vuurzang aan Wolfsklauw. “Het is net zonhoog geweest,” antwoordt Wolfsklauw. “Ben ik een halve dag bewusteloos geweest?” vraagt Vuurzang ongelovig. “Ja,” antwoordt Wolfsklauw. “En hoelang lig jij al in het medicijnhol?” vraagt Vuurzang grinnikend.

Ze vermoedde dat hij meteen toen hij het nieuws hoorde bij haar was gaan liggen. “Toen ik terugkwam van een patrouille net nadat jij in het water was gevallen,” zegt Wolfsklauw ongemakkelijk.

Vuurzang stond op. Ineens voelde ze een raar gevoel in haar buik maar het lichte gevoel in haar hoofd was er niet. Wat is er met mij aan de hand? denkt ze paniekerig.

Wolfsklauw staat ook op en loopt naar buiten. “Lichtroos, ik heb een raar gevoel in mijn buik,” zegt Vuurzang tegen de medicijnkatten. “Wij zullen je even onderzoeken,” zegt Lichtroos. Lichtroos en Heesterstaart gingen haar onderzoeken. Toen ze klaar waren met hun onderzoek keek Lichtroos haar aan. “Wat is er?” vraagt Vuurzang een beetje angstig. “Je bent zwanger,” zegt Heesterstaart enthousiast. “Echt waar?” zegt Vuurzang ongelovig. “Ja,” zegt Lichtroos. “Willen jullie nog niks zeggen tegen mijn clangenoten?” vraagt Vuurzang. “Dat beloven we,” zeggen Lichtroos en Heesterstaart. “Dank je,” zegt Vuurzang.

Ze loopt het medicijnhol uit. Wolfsklauw was een prooi aan het eten. Vuurzang pakt ook een prooi. Ze gaat naast Wolfsklauw zitten. “Zullen we even wandelen?” stelt Vuurzang voor als ze hun prooien op hebben. “Oke,” zegt Wolfsklauw.

Ze staan op en lopen door de doorntunnel het bos in. “Wat is er?” vraagt Wolfsklauw als ze een eindje van het kamp af zijn. “Nou ik ben,” Vuurzang kan haar zin niet afmaken. “Wacht,” zegt Wolfsklauw, “ik ruik een rare geur.” Ineens kwamen er drie grote bruine dieren uit de bosjes stappen. “Rennen,” roept Vuurzang.

Ze rennen door de bosjes maar de bruine dieren komen achter hen aan. Wolfsklauw merkt dat Vuurzang niet zo snel is. Wolfsklauw vindt een grot en duikt erin. “Vuurzang hier,” roept hij als hij Vuurzang ziet.

Vuurzang glipt snel de grot in. De dieren denderen voorbij. “Wat wilde je me vertellen?” vraagt Wolfsklauw nieuwsgierig. “Ik ben zwanger,” zegt ze enthousiast. “Dat is geweldig nieuws!” zegt Wolfsklauw nog enthousiaster. Hij drukt zijn neus tegen die van haar. “Maar weet jij wat dat voor dieren zijn?” vraagt Vuurzang doelend op de grote, bruine dieren. “Ik weet het niet,” zegt Wolfsklauw. “Misschien kunnen we beter teruggaan naar het kamp,” zegt Vuurzang.

Ze wurmen zich uit de grot en rennen zo snel mogelijk naar het kamp. Ze lopen als ze in het kamp zijn meteen naar het leidershol. “Mogen we binnen komen Vlamster?” vraagt Vuurzang. “Kom maar,” zegt Vlamster. Ze lopen het hol in. “Wat is er?” vraagt hij als ze zijn gaan zitten. “We hebben drie hele grote, bruine dieren gezien,” zegt Wolfsklauw. “Ze achtervolgden ons. We hebben hen weten af te schudden,” zegt Vuurzang. “Ik zal aan de oudsten vragen of zij weten wat dat zijn,” zegt Vlamster. “En ik ben zwanger,” zegt Vuurzang. “Oke, jullie kunnen gaan,” zegt Vlamster.

Vuurzang en Wolfsklauw lopen naar buiten en Vlamster volgt hen. Vuurzang en Wolfsklauw gaan naar de kraamkamer en Vlamster verdwijnt in het oudstenhol. Ze lopen de kraamkamer in. Tot haar verrassing ziet Vuurzang dat Ravenvleugel er ook ligt. “Sinds wanneer zit jij in de kraamkamer?” vraagt Vuurzang verrast. “Sinds vandaag,” zegt Ravenvleugel.

Ineens begint Houtlicht te hijgen. Wolfsklauw sprint naar het medicijnhol en mauwt snel dat Houtlicht’s kittens eraan komen. De medicijnkatten pakken snel hun kruiden en rennen naar de kraamkamer. Wolfsklauw gaat naar het krijgershol om te kijken of Hommelvacht daar is, de partner van Houtlicht, maar hij is er niet. Hij trekt zijn kop terug en kijkt de open plek rond. Hij is ook niet op de open plek dan ziet hij Hommelvacht met Kiezelbeek en Boompoot uit de doorntunnel komen. Hij vertelt snel tegen Hommelvacht over Houtlicht. Hij snelt naar de kraamkamer en wacht daar.

Vuurzang ziet dat Wolfsklauw naar buiten rent. Ze kijkt weer naar Houtlicht en ziet al een lichaampje op de grond liggen.

Toen kwamen de medicijnkatten binnen. “Wildhart bijt het vlies van die kitten door,” beveelt Zandbloem.

Toen hoorde Vuurzang de oproep voor een clanvergadering. Vuurzang ging net buiten de kraamkamer zitten met Ravenvleugel. “Ik moet een paar dingen melden en een ceremonie doen.

Vuurzang verblijft voortaan in de kraamkamer omdat ze kittens verwacht van Wolfsklauw. Vuurzang en Wolfsklauw werden achternagezeten door beren in het bos. Grote, bruine roofdieren met lange klauwen en scherpe tanden. Je moet er goed voor oppassen,” zegt Vlamster. Er klinkt geschokt gemompel onder de katten. “Ik moet ook nog een ceremonie doen. Stormpoot, Boompoot kom naar voren. Rafelklauw, Kiezelbeek hebben jullie leerlingen goed getraind en zijn ze klaar om krijgers te worden?” vraagt Vlamster als de leerlingen op hun plek staan. “Ja,” antwoorden de mentors. “Ik Vlamster leider van de Donderclan, doe een beroep op mijn krijgervoorouders om op deze leerlingen neer te kijken. Zij hebben hard getraind om uw nobele krijgscode te begrijpen en ik beveel hen nu op hun beurt aan als krijgers. Stormpoot, Boompoot zweren jullie de krijgscode in ere te houden en je clan te beschermen met gevaar voor eigen leven?” vraagt Vlamster. “Dat zweer ik,” zeggen de leerlingen vastberaden. “Dan geef ik nu uit de naam van de sterrenclan jullie krijgersnamen. Stormpoot van nu af aan sta je bekend als Stormwind we eren je om je kracht en je snelheid. Boompoot van nu af aan sta je bekend als Boomblad we eren je om je wijsheid en je vechtkunsten,” zegt Vlamster. “Stormwind! Boomblad! Stormwind! Boomblad!” roept iedereen.

Vuurzang trekt zich terug in de kraamkamer met Ravenvleugel. Ze gaat liggen en valt in slaap.

Hoofdstuk 8

Luipaardklauw werd wakker. Hij stond op en rekte zich uit.

Hij liep naar de uitgang van het krijgershol. Eenmaal op de open plek besloot hij een bezoek te brengen aan Nachtroos en Tijgerkit.

Hij liep naar de kraamkamer. Snel glipte hij naar binnen.

Hij zag dat de kittens nog sliepen. Alleen Nachtroos was wakker. Ze was aan het hijgen. “Haal een medicijnkat,” zegt ze moeizaam.

Luipaardklauw racet het hol uit en stuift dan het medicijnhol in. Zandbloem schrikt wakker. “Zandbloem, Nachtroos moet jongen,” zegt Luipaardklauw een beetje in paniek.

Zandbloem stoot Wildhart aan en pakt snel wat kruiden dan sjeest ze naar de kraamkamer. Luipaardkauw draaft ook naar buiten. “Wat is er Luipaardklauw?” vragen Honingstorm en Leeuwenbries angstig. “Nachtroos moet jongen,” zegt hij tegen Nachtroos’ broers.

Ze kijken met zijn drieën de hele middag naar de kraamkamer. Uiteindelijk komt Zandbloem de kraamkamer uit. Achter haar loopt Wildpoot. “Je mag gaan kijken,” zegt Zandbloem. Halverwege haar zin was Luipaardklauw al weggerend.

Hij glipt de kraamkamer in. “Gaat het Nachtroos?” vraagt Luipaardklauw bezorgd. “Ja,” zegt ze vermoeid. Voor het eerst werpt Luipaardklauw een blik op zijn kinderen. Hij bekijkt ze stuk voor stuk. “Ze zijn prachtig,” zegt hij trots. “Ja,” zegt Nachtroos. “Hoe zullen we ze noemen?” vraagt Nachtroos. “Ik had gedacht aan Sterrenkit voor dat goudbruine poesje met die stervormige vlekken,” zegt Nachtroos. “Ja dat is een goede naam,” zegt Luipaardklauw. “En dan Vonkkit voor dat zwarte katertje met die vuurrode vlekken?” stelt Luipaardklauw voor. “Ja en dat goudbruine katertje met rode vlekken misschien Hemelkit?” zegt Nachtroos. “Ja en de laatste dat vuurrode poesje hoe zullen we haar noemen?” vraagt Luipaardklauw. “Oceaankit misschien?” stelt Nachtroos voor. “Ja,” zegt Luipaardklauw.

Nachtroos legt vermoeid haar kop op haar poten en gaat wat slapen. Luipaardklauw verlaat stilletjes het hol. “Mogen we bij haar gaan kijken?” vragen Leeuwenbries en Honingstorm zodra hij buiten komt. “Ze ligt te slapen,” zegt Luipaardklauw.

“Luipaardklauw, Honingstorm, Leeuwenbries kom dan gaan we met zijn vieren op jachtpatrouille,” roept Klauwpels. Ze draven naar Klauwpels toe.

Ze rennen met zijn vieren het bos in. Na een tijdje stoppen ze.

Luipaardklauw snuift de lucht op. Hij ruikt een mus. Hij sluipt er heel stil op af. Hij ziet het zitten. Hij maakt zich klaar voor de sprong. Dan springt hij en hij houdt het tegen de grond gedrukt. Hij bijt snel zijn keel door. Hij begraaft het diertje.

Ineens hoort hij iets ritselen in de struiken. Er komt een kolossale das uit de struiken gestapt. “Help!” roept Luipaardklauw zo hard mogelijk.

De das wil hem neerslaan maar Luipaardklauw springt achteruit. Luipaardklauw springt snel op de schouders van de das. Hij krabt zijn snuit open. Vanuit zijn ooghoek ziet hij Honingstorm, Leeuwenbries en Klauwpels op de das af rennen.

Hij focuste zich weer op de das. Hij beet in de oren van de das en krabde ze open. De das probeerde woedend Luipaardklauw te verwonden. De andere katten waren inmiddels ook op de das gesprongen. De das wist dat hij het niet aankon en vluchtte weg.

Luipaardkauw en de anderen sprongen snel van de das af. “Hebben jullie iets gevangen?” vraagt Luipaardklauw. “Ja,” antwoordden ze alle drie. “Zullen we onze prooien pakken en teruggaan naar het kamp?” stelde Klauwpels voor. “Oke,” zeiden ze.

Luipaardklauw graaft zijn mus op. De anderen waren ook snel terug en ze draafden met zijn vieren terug naar het kamp. Luipaardklauw loopt de doorntunnel door. “Ik ga wel verslag uitbrengen,” zegt Klauwpels. Hij loopt naar het leidershol.

Luipaardklauw glipt de kraamkamer in. Hij ziet dat Nachtroos wakker is. “Hé Luipaardklauw,” klinkt een stemmetje van de andere kant van de kraamkamer.

Luipaardklauw draait zich naar de stem om. Hij ziet niemand. Ineens voelt hij dat iemand op zijn staart is gesprongen. Hij draait zijn kop en ziet dat Tijgerkit op zijn staart zit. “Hé ga is van mijn staart af Tijgerkit,” zegt Luipaardklauw. Tijgerkit hupt eraf. “Luipaardklauw het is zo saai zonder Maanpoot, Lindepoot en Lichtpoot,” mauwt ze klaaglijk. “Je hebt je broertje en je zusjes toch ook nog?” zegt Luipaardklauw. “Ja maar daar speel ik elke dag mee en jouw jongen hebben hun oogjes nog niet open,” zegt Tijgerkit. “Luipaardklauw kom is,” zegt Nachtroos.

Luipaardklauw loopt naar haar toe. “Ze hebben hun oogjes open!” zegt Nachtroos enthousiast.

Luipaardklauw kijkt naar Oceaankit, Vonkkit, Sterrenkit en Hemelkit. Ze staren hem allevier nieuwsgierig aan. Oceaankit is de eerste die iets zegt. “Mama wie is dat?” vraagt ze. “Dat is je vader,” antwoordt Nachtroos. “Hoe heet hij?” vraagt Sterrenkit nieuwsgierig. “Ik heet Luipaardklauw,” zegt Luipaardklauw.

Hij ziet dat zijn dochters heel nieuwsgierig zijn en zijn zoons maken de indruk eerst de kat uit de boom te kijken. “Wie zijn zij?” vraagt Hemelkit met zijn staartje wijzend naar Lavendelster en haar jongen. “Die grote poes is Lavendelster je grootmoeder, dat cyperse poesje is Tijgerkit, dat bruine poesje is Egelkit, dat goudbruine katertje is Jaagkit en dat zwarte poesje is Hulstkit,” zegt Nachtroos. “Mogen we met hen spelen?” vraagt Sterrenkit verlangend. “Ja natuurlijk,” zegt Nachtroos.

Sterrenkit loopt naar de andere kittens toe. “Oceaankit kom je?” roept Sterrenkit. Oceaankit draaft snel naar haar toe. “Komen jullie ook Vonkkit en Hemelkit?” roept Oceaankit. Ook hun broertjes rennen naar hen toe. “Leeuwenbries en Honingstorm willen graag komen kijken,” zegt Luipaardklauw tegen haar. “Oke ga ze maar halen,” zegt Nachtroos.

Luipaardklauw loopt naar buiten. “Honingstorm, Leeuwenbries jullie mogen kijken,” zegt Luipaardklauw. “Het werd tijd,” moppert Honingstorm. Ze lopen het hol in. Luipaardklauw liep naar het krijgershol en viel op zijn nest in slaap.

Hoofdstuk 9

Tijgerkit schrok wakker omdat de medicijnkat het hol in stoof. Lavendelster en haar nestgenoten waren ook wakker geworden. Lavendelster zei dat ze bij haar moesten blijven en niet in de buurt van Nachtroos mochten komen. “Waarom niet?” vraagt Jaagkit. “Omdat ze aan het jongen is,” antwoordt Lavendelster. “Is dat gevaarlijk dan?” vraagt Hulstkit. “Het kan gevaarlijk zijn maar Nachtroos is sterk en gezond en voor haar is het waarschijnlijk niet gevaarlijk,” antwoordt Lavendelster. “Maar de medicijnkat moet haar wel kunnen helpen zonder gestoord te worden door jullie,” vervolgt Lavendelster.

Intussen waren Nachtroos’ jongen geboren. Zandbloem en Wildpoot verlieten de kraamkamer en daarna kwam Luipaardklauw het hol in. Ze verzonnen de namen voor hun jongen. Oceaankit voor het vuurrode poesje, Vonkkit voor het zwarte katertje met rode vlekken, Hemelkit voor het goudbruine katertje met rode vlekken en Sterrenkit voor het goudbruine poesje met stervormige vlekken op haar oren.

Luipaardklauw verlaat de kraamkamer. “Mogen we gaan kijken bij Nachtroos’ kittens?” vraagt Tijgerkit. “Nog niet, Nachtroos is heel moe,” zegt haar moeder. “Ga maar spelen met je broertje en zusjes,” zegt de lapjespoes. “Oke,” zegt Tijgerkit.

Ze loopt naar Egelkit. “Wedden dat jij niet van mij kunt winnen in een gevecht,” daagt Tijgerkit Egelkit uit. “Zeker weten dat ik dat wel kan,” zegt Egelkit. “Laat maar zien dan,” zegt Tijgerkit.

Dat hoefde ze geen tweede keer te zeggen. Egelkit stormde op haar af. Tijgerkit kon gewoon opzij stappen en Egelkit stormde langs haar. Tijgerkit duwde razendsnel tegen Egelkit’s zij. Egelkit tuimelde opzij. Egelkit sprong overeind. Tijgerkit sprong op Egelkit. Ze hield zich vast met haar kleine nageltjes. Egelkit rolde over de grond. Ze plette Tijgerkit. “Zo is het wel genoeg,” roept Lavendelster.

Egelkit stapt van Tijgerkit af. Ze lopen naar hun moeder. Tijgerkit gaat liggen. Ze kijkt oplettend om zich heen.

Dan ziet ze Loofpels binnenkomen. “Hoi Loofpels,” zegt Lavendelster. “Hoi,” zegt Loofpels. “Papa hoe heet de commandant?” vraagt Tijgerkit. “Lijsterroep,” antwoordt Loofpels. “Is hij een goede, tijdelijke leider?” vraagt Tijgerkit. “Ja,” zegt Lavendelster. “Hij zal een prima leider zijn,” vervolgt ze. Loofpels verlaat de kraamkamer.

Even daarna kwam Luipaardklauw binnen. Ze dacht ik kan hem wel aanvallen. “Hé Luipaardklauw,” zei ze. Snel rende ze om hem heen. Ze sprong op zijn staart. Hij draaide zijn kop om. “Ga is van mijn staart af,” zegt Luipaardklauw. Tijgerkit hupt eraf.

“Luipaardklauw het is zo saai zonder Maanpoot, Lindepoot en Lichtpoot,” klaagt Tijgerkit. “Je hebt toch ook nog je broertje en zusjes?” zegt hij. “Ja maar daar speel ik elke dag mee en jouw jongen hebben hun oogjes nog niet open,” klaagt ze. ”Luipaardklauw kom eens,” zegt Nachtroos ineens.

Tijgerkit loopt terug naar haar moeder. Ze luistert met een half oor naar wat Nachtroos en Luipaardklauw zeggen. Toen zag ze dat Luipaardklauws jongen op haar en haar nestgenootjes afliepen.

Ze zag dat Luipaardklauw naar buiten liep en dat snel daarna twee katers binnen kwamen. “Wie zijn dat mama?” vraagt Tijgerkit met haar staart wijzend naar de katers. “Die cyperse kater is Honingstorm en die andere kater is Leeuwenbries,” antwoordt Lavendelster.

De kittens waren ondertussen bij hen komen staan. Ze stelden zich voor. Tijgerkit en haar nestgenootjes stelden zichzelf ook voor.

Toen riep Nachtroos dat Oceaankit, Vonkkit, Hemelkit en Sterrenkit moesten gaan slapen. “Jullie moeten ook gaan slapen,” gebood haar moeder. Tijgerkit nestelde zich tegen haar moeder’s buik en viel in slaap.

Hoofdstuk 10

Vuurzang werd wakker. Even moest ze zich herinneren waar ze was. Toen wist ze het weer, in de kraamkamer.

Ze stond op en liep het hol uit om zich in het zonnetje te koesteren. De eerste zonnestralen vielen over het kamp en ze zag net de dageraadpatrouille vertrekken.

Vuurzang liet zich op de grond zakken. Even later kwam Ravenvleugel naast haar zitten. “Houtlicht’s jongen zijn zo schattig,” zegt Ravenvleugel vrolijk, “Je moet ze echt zien!”

Vuurzang besluit dan maar een kijkje te nemen en staat op. Ze loopt naar de kraamkamer en door de ingang. Ze ziet Houtlicht liggen met drie jongen aan haar buik.

Houtlicht kijkt op als haar pootstappen hoort. “Hoi Vuurzang, ze zijn mooi hè,” zegt Houtlicht teder. “Ja, en ook heel schattig,” zegt Vuurzang. Zouden mijn jongen ook zo schattig zijn?

Vuurzang beseft dat het vanavond grote vergadering is. Ik moet Luipaardklauw spreken! Vuurzang loopt de kraamkamer weer uit en steekt de open plek over naar Vlamster's hol.

Ze vraagt toestemming om binnen te komen. “Kom maar binnen,” roept Vlamster. Vuurzang loopt zijn hol in. “Wat kan ik voor je betekenen?” vraagt Vlamster. Ze vermoedt dat hij net wakker is, want zijn vacht ziet er onverzorgd uit. “Ik wil vanavond naar de grote vergadering,” zegt Vuurzang vastberaden. “Maar je bent zwanger,” zegt Vlamster bezorgd. Dat maakt Vuurzang razend. “Dan ben ik nog niet hulpeloos, ik zit nog maar een dag in de kraamkamer,” spuugt ze. “Goed dan, je mag mee naar de grote vergadering,” zegt Vlamster met tegenzin.

Vuurzang verlaat voldaan het leidershol. Ze trippelt terug naar de kraamkamer. Halverwege komt Wolfsklauw naast haar lopen. “Gaat het goed?” vraagt Wolfsklauw. “Ja hoor,” zegt Vuurzang geruststellend. Ze duwt haar snuit in zijn vacht.

Wolfsklauw wordt geroepen door Lichtroos. “Wil je even helpen kruiden verzamelen?” roept ze. Wolfsklauw knikt.

Hij geeft Vuurzang nog snel een lik over haar oor en rent dan naar Lichtroos. Hij verdwijnt in de doorntunnel gevolgt door Lichtroos.

Vuurzang loopt verder naar de kraamkamer. Ze glipt naar binnen.

Ze ziet Blauwhart om zich heen kijken. Vuurzang vraagt zich af hoe lang Blauwhart al weet dat ze zwanger is. Ze vraagt het aan Blauwhart. “Ik wist het twee dagen voordat jij krijger werd. Ik had met Vlamster en Buizerdklauw overlegd en besloten dat ik jou de laatste twee dagen nog zal trainen en daarna zal intrekken in de kraamkamer,” zegt Blauwhart. Vuurzang knikt. Ze vermoedde al dat het zo ongeveer gegaan was.

Vuurzang kijkt om zich heen. Ze verveelt zich. Blauwhart was in slaap gevallen en Houtlicht was druk bezig met haar kittens. Ravenvleugel kon alleen maar mauwen over hoe schattig Houtlicht’s kittens zijn.

Vuurzang verlangt hevig om even het woud in te gaan, maar ze wist dat die beren daar rondliepen. Ze loopt de kraamkamer uit. Ze gaat naast de kraamkamer op de grond liggen.

Ze denkt na over die nacht dat ze Luipaardpoot in het schaduwclankamp zag liggen. Wat heb je aan zo’n droom? Hij is absoluut niet van de Sterrenclan.

Vuurzang voelt zich op de één of andere manier altijd vertrouwd bij Luipaardklauw alsof hij familie is. Ze wordt uit haar gepeins gerukt als ze IJsvleugel’s stem hoort. Ze ziet haar op zich afkomen. “Die beren zijn echt groot!” zegt IJsvleugel vol angst. “Heb je ze ontmoet? Ben je gewond?” vraagt Vuurzang angstig. “Nee, ik ben oke,” zegt IJsvleugel beverig.

Vuurzang staat op. “Kom, we gaan even naar Zandbloem,” zegt Vuurzang. Vuurzang begeleidt IJsvleugel naar het medicijnhol.

Ze lopen naar binnen. “Lichtroos,” roept Vuurzang. Heesterstaart komt op hen afgelopen. “Wat is er?” vraagt hij. “Heb jij kalmerende kruiden. IJsvleugel is geschrokken van die beren,” zegt Vuurzang.

Heesterstaart verdwijnt in een rotsspleet en komt even later terug met wat zaden. “Hier eet deze op,” zegt Heesterstaart tegen IJsvleugel. Hij laat twee zaden voor IJsvleugel’s poten vallen. IJsvleugel eet ze braaf op. “Breng haar naar het krijgershol. Deze zaden maken haar slaperig,” zegt Heesterstaart tegen Vuurzang.

Vuurzang ondersteunt IJsvleugel als ze naar het krijgershol lopen. Ze lopen het krijgershol in. Net op tijd komen ze aan bij IJsvleugel’s nest.

Ze zakt ineen op de grond. Vuurzang loopt het hol uit. Ze kijkt de open plek rond. Wat zou ze toch eens kunnen doen? Ze begrijpt echt niet hoe Blauwhart, Ravenvleugel en Houtlicht het uithouden in de kraamkamer, denkt ze als ze niks kan ontdekken.

Ze sjokt naar de kraamkamer. Kiezelbeek komt op haar af. Vuurzang staat stil. “Wat is er?” vraagt Kiezelbeek. “De kraamkamer is zo saai,” klaagt Vuurzang. “Ik vond het ook saai, maar je kunt kletsen met de andere moederkatten en als de kittens iets groter zijn kun je meestal wel lachen om hun fratsen,” zegt Kiezelbeek sussend. “Bedankt mam,” zegt Vuurzang.

Vuurzang springt naar de kraamkamer. Vanuit haar ooghoek ziet ze Hommelvacht op haar afkomen. “Ik vraag het me al vaker af. Hoe kan jij zo ver springen? Zelfs nu nog spring je net zo ver als een normale kat,” zegt Hommelvacht. “Spring ik zo ver dan?” vraagt Vuurzang verbaasd. “Ja,” zegt Hommelvacht. “Ik weet niet hoe dat kan,” zegt Vuurzang.

Hommelvacht laat het erbij en loopt de kraamkamer in. Vuurzang volgt hem.

Vuurzang is net binnen als Vlamster een vergadering bijeen roept. Vuurzang gaat onder de hoge steen zitten en kijkt op naar haar leider Vlamster.

Ze ziet katten hun holen uitschieten. Wolfsklauw en Lichtroos komen de doorntunnel uitrennen met kruiden in hun bek. Wolfsklauw komt naast haar zitten en Kiezelbeek komt aan de andere kant van Vuurzang zitten.

Vlamster begint met de vergadering. “De katten die mee gaan naar de grote vergadering zijn Vuurzang, Slangentand, Kiezelbeek, Stormwind, Boomblad, Uilenpoot, Donspoot, Lichtroos, Heesterstaart en Hommelvacht. De rest blijft hier om het kamp te bewaken. We kunnen geen risico nemen dat de beren een haast onbewaakt kamp overvallen,” zegt Vlamster.

Hij springt van de hoge steen af en wenkt de genoemde katten met zijn staart. Vuurzang staat op en loopt achter Vlamster aan door de doorntunnel.

De hele weg is er spanning onder de katten, maar de beren laten zich niet zien. Ze bereiken ongedeerd het eiland waar de grote vergaderingen gehouden worden. Vuurzang trippelt over de boomstam. Kiezelbeek blijft waakzaam achter haar.

Ze springt van de boomstam af en wacht tot de laatste katten van de boomstam afspringen. Dan geeft Vlamster het teken om naar beneden te gaan. Vuurzang ruikt dat de Schaduwclan er al is. Yes denkt Vuurzang. Ze rent snel naar beneden voor zover dat gaat. Ze speurt in de lucht of ze Luipaardklauw ruikt.

Ze ziet hem temidden van een groepje windclankrijgers. Als hij haar ziet komt hij naar haar toe. Ze praten wat met elkaar en dan begint de vergadering. Vuurzang kijkt naar de vijf leiders die afgetekend tegen de sterren in de boom zitten. Vlamster begint met praten. “We hebben twee nieuwe krijgers in de Donderclan. Stormwind en Boomblad,” zegt Vlamster. De namen van de nieuwe krijgers worden luidkeels geroepen. “We hebben ook drie kittens in onze clan mogen verwelkomen. We hebben ook drie beren op ons territorium gezien, dus pas op als jullie ze zien,” zegt Vlamster.

Vlamster wenkt naar Lavendelster dat zij mag praten. “We hebben drie nieuwe leerlingen: Maanpoot, Lindepoot en Lichtpoot!” roept Lavendelster. Weer roepen de clans de namen van de leerlingen. “Er zijn ook acht kittens geboren. We hebben ook twee nieuwe krijgers: Arendvacht en Berkenhart en Wildpoot heeft zijn officiële medicijnkatnaam ontvangen: Wildhart,” roept Lavendelster.

Vuurzang roept de namen mee net als de rest van de katten. Dan is het Hondenster’s beurt. We hebben drie nieuwe krijgers: Poelsteen, Tulpbloem en Leliepoel,” roept Hondenster.

Vuurzang blijft stil. Ze haatte Tulpbloem al vanaf de eerste keer dat ze haar zag. “We hebben ook twee kittens mogen verwelkomen. Herfstmist en Aardebloem zijn in de kraamkamer ingetrokken. Hondenster zwiept met zijn staart ten teken dat hij klaar is.

Mistster begint met spreken. “We hebben twee nieuwe krijgers: Reigervleugel en Bladvleugel. We hebben ook twee nieuwe leerlingen: Eekhoornpoot en Doornpoot,” roept Mistster.

De katten riepen de namen van de nieuwe krijgers en leerlingen.

Valkster is de laatste. “Wij hebben ook twee nieuwe krijgers: Beukblad en Bessnor. Perzikstreep heeft de kraamkamer opgezocht en Duifpoot en Beverpoot zijn nu leerlingen,” zegt Valkster.

De vergadering is ten einde nadat ze de namen hadden geroepen. Vuurzang loopt naar haar clan en steekt met hen de boombrug over.

Ze rennen snel naar het kamp. Vuurzang zoekt snel haar nest op in de kraamkamer en ploft erin. Dan valt ze in slaap.

Hoofdstuk 11

Luipaardklauw werd wakker. Hij stond op en rekte zich uit.

Vanavond grote vergadering. Hopelijk zie ik Vuurpoot weer.

Hij loopt het hol uit. Nachtroos was al vroeg op. Ze zat voor de kraamkamer te kijken naar hun kittens. Luipaardklauw kwam naast haar liggen.

Hij keek naar de kittens. Hij bestudeert hen aandachtig. Bij het zien van al dat rood gaan zijn gedachten onwillekeurig naar Vuurpoot. Dan stokt zijn adem. Zou Vuurpoot familie van hem zijn? Zover hij weet heeft geen van zijn familieleden rood. Ze deed hem ook altijd al aan iemand denken. Dat was hij zelf beseft hij nu. Hij kan zichzelf wel voor zijn kop slaan. Dat was het geheim, maar als Vuurpoot een familielid van hem is, wie zou dan de krijgscode overtreden hebben? Hij besluit het opzij te zetten, want hij werd geroepen door Heemstvacht voor een patrouille. Lijsterroep en Arendvacht gaan ook mee.

Luipaardklauw staat op en loopt naar hen toe. Hij rent door de doorntunnel achter de rest aan. “We gaan jagen,” zegt Arendvacht tegen hem. Luipaardklauw knikt.

Hij speurt in de lucht naar geuren van prooi. Al snel ruikt hij een muis. Hij sluipt erop af, maar liet een takje knappen. De muis vlucht weg. Geërgerd sissend komt hij overeind. “Volgende keer beter,” zegt Heemstvacht.

Luipaardklauw snuift weer de lucht op. Hij ruikt dichtbij een konijn, maar ziet dat Arendvacht erop af sluipt. Hij ruikt ook een eekhoorn. Hij sluipt erop af. Hij ziet hem zitten voor een boom. Hij maakt zich klaar voor de sprong. Dan springt hij met uitgestrekte klauwen. Hij landt op de eekhoorn en bijt zijn keel door. Hij begraaft hem bij de boom.

Hij snuift de lucht op en ruikt een konijn. Hij sluipt in de richting van de geur en ziet het dier zitten op een paar meter afstand. Luipaardklauw maakt zich gereed voor de sprong. Hij springt maar het konijn is sneller. Luipaardklauw herstelt zich razendsnel en drukt met een enorme sprong het konijn tegen de grond. Hij breekt zijn nek. Hij loopt terug naar de boom en wil zijn prooi bij de eekhoorn begraven, maar Heemstvacht zegt hem de eekhoorn op te graven.

Luipaardklauw graaft de eekhoorn op en neemt zijn prooien mee naar het kamp. Samen met zijn patrouille rent hij door het bos terug naar het kamp. Hij glipt door de doorntunnel. Hij dropt zijn eekhoorn op de hoop en neemt het konijn mee naar Nachtroos om hem samen op te eten.

Hij installeert zich naast Nachtroos en samen eten ze het konijn op. Luipaardklauw ziet dat zijn kittens het prima kunnen vinden met Lavendelster’s kits. Hij ziet dat de oudere kittens zich een beetje inhouden als ze een schijngevechtje aan het doen zijn met zijn jongen. Vooral Tijgerkit let er op. Ze is erg zorgzaam merkt Luipaardklauw. Ze zal een goede en zorgzame moederkat zijn.

Hij merkt dat Nachtroos ingedommeld is. Tot zijn schrik ziet Luipaardklauw net het staartje van een kitten in de doorntunnel verdwijnen. Luipaardklauw rent naar de doorntunnel en schiet er door heen. Hij ziet Oceaankit en Sterrenkit onder een struik zitten. Tegenover hen staat een vos. Beelden van Tijgerpoot’s dood flitsen door zijn hoofd. “Nee!” roept Luipaardklauw.

Hij stormt op de kittens af en landt met een sprong op de vos. Hij klauwt in woedende razernij de oren van de vos kapot. Hij haalt ze keer op keer over zijn rug tot de vos jankend in de struiken verdwijnt.

Luipaardklauw springt van de vos af. Hij loopt naar de kittens die angstig in de richting kijken waar de vos is verdwenen. “Ga nooit meer alleen het kamp uit,” zegt Luipaardklauw tegen de kittens. De kittens knikken alleen, volledig in shock over wat er net gebeurd is.

Luipaardklauw duwt Sterrenkit en Oceaankit voor zich uit door de doorntunnel het kamp in. Hij brengt hen naar de medicijnkat. Zandbloem trekt vragend met haar oren. “Ze zijn in shock,” zegt Luipaardklauw.

Verdere informatie geeft hij niet. Hij wil eerst praten met Lijsterroep of Lavendelster. Hij loopt het medicijnhol uit.

Hij trippelt naar het leidershol en vraagt toestemming om binnen te komen. Als hij die krijgt komt hij binnen. “Lavendelster, Oceaankit en Sterrenkit zijn het kamp uitgegaan en werden bijna vermoord door een vos als ik er niet was. Ze zijn in shock,” zegt Luipaardklauw. “Fijn dat je het komt melden. Ik zal nadenken over een straf als ze die al krijgen,” zegt Lavendelster.

Ze stuurt hem weg. Luipaardklauw loopt het hol uit en gaat naar Nachtroos. Hij porde haar met zijn snuit. “Nachtroos,” sist hij dringend in haar oor. Nachtroos deed haar ogen open en keek hem vragend aan. “Sterrenkit en Oceaankit zijn het kamp uit geglipt en bijna aangevallen door een vos. Nu zijn ze in het medicijnhol volledig in shock,” vertelt Luipaardklauw aan Nachtroos. Zodra hij uitverteld was stond Nachtroos razendsnel op en sjeeste het medicijnhol in.

“Wat is er met mijn zusjes gebeurd?” vraagt Vonkkit angstig. “Ze zijn bijna aangevallen door een vos en zitten nu in het medicijnhol onder de goede zorgen van Zandbloem en Wildhart,” zegt Luipaardklauw. “Mogen we bij hen kijken?” vraagt Vonkkit. “Dat mag vast wel,” zegt Luipaardklauw. Vonkkit steekt blij zijn staartje in de lucht.

Hij wenkt Hemelkit met zijn staart en samen rennen ze naar het medicijnhol. “Rustig aan jullie,” roept Luipaardklauw hen na. Zijn zoons lopen het medicijnhol in. Luipaardklauw besluit later te kijken hoe het met Sterrenkit en Oceaankit gaat.

Hij brengt een bezoek aan de kraamkamer om Tijgerkit te zien. Hij liep door de ingang. Hij zag dat ze door Lavendelster de kraamkamer in waren gestuurd. Tijgerkit zat met haar zusjes en broertje ernstig te praten over wat er gebeurd was met zijn dochters. Toen hij dichterbij kwam liep Tijgerkit op hem af. “Hoe gaat het met hen?” vraagt Tijgerkit. “Weet ik niet. Je kunt het dalijk aan Nachtroos, Vonkkit of Hemelkit vragen,” zegt Luipaardklauw, “Heb jij trouwens een rare droom gehad een tijdje terug?” “Wat voor droom?” alleen al op de toon hoe Tijgerkit het zegt weet hij dat zij inderdaad een droom heeft gehad. “Van de Sterrenclan,” zucht Luipaardklauw. “Ja, over een geheim en dat ik en twee anderen die zouden ontrafelen,” zegt Tijgerkit, “Jij moet diezelfde droom hebben gehad.” Luipaardklauw hoorde de wijsheid in haar stem. Hij wist zeker dat dit jonge poesje ooit één van de meest gerespecteerde krijgers zal worden. Hij knikt. “Ik heb al een gedeelte van het geheim ontrafelt denk ik,” zegt Luipaardklauw. “Wat heb je ontdekt?” vraagt Tijgerkit. “Ik denk dat ik en Vuurpoot, een rode poes uit de Donderclan, familie zijn,” zegt Luipaardklauw. “We praten morgen verder. Ik moet er even over nadenken,” zegt Tijgerkit.

Luipaardklauw verlaat de kraamkamer en brengt nog even een bezoek aan het medicijnhol. Zandbloem vertelt hem dat het al veel beter gaat en dat ze over twee dagen waarschijnlijk weer terug zijn in de kraamkamer.

Luipaardklauw verlaat het hol. Lavendelster roept een vergadering bij elkaar. “De katten die naar de grote vergadering gaan zijn: Braampels, Windpoot, Paddepoot, Heemstvacht, Luipaardklauw, Arendvacht, Berkenhart, Wildhart, Zandbloem, Lijsterroep, Honingstorm en Leeuwenbries,” roept Lavendelster.

Ze springt soepel van de hoge steen af. Ze loopt tussen haar katten door naar de doorntunnel. Luipaardklauw loopt haar snel achterna. Ze lopen door de doorntunnel.

Windpoot draaft naast hem mee. “Ga je niet bij Arendvacht lopen?” vraagt Luipaardklauw plagerig. De jonge poes is de afgelopen tijd vaak in de buurt van de lichtbruine kater. “Nee,” zegt Windpoot stug.

De rest van de tocht zijn ze stil. Ze gaan één voor één over de boombrug. Luipaardklauw was de laatste. Lavendelster geeft het teken om naar beneden te gaan. Luipaardklauw stort zich de helling af. Dan verdrijft één gedachte alle andere. Ik moet Vuurpoot vinden.

Hij ziet haar rode vacht al snel. De rode poes komt op hem af. “Hé Vuurpoot,” begint Luipaardklauw. “Het is Vuurzang,” zegt ze met een speelse twinkeling in haar ogen. “Ik heet nu Luipaardklauw,” zegt Luipaardklauw. “Maar wat wilde je zeggen?” vraagt Vuurzang. “Ik denk dat we familie zijn,” zegt Luipaardklauw.

Vuurzang was even stil toen hief ze haar kop op. “Waarom denk je dat?” vraagt ze. Hij meende een lichte trilling in haar stem te horen. “Ik heb nu vier jongen en drie van hen hebben rood en zover ik weet heeft niemand uit mijn familie rood,” zegt Luipaardklauw. Vuurzang knikt. “Luipaardklauw spring eens omhoog,” zegt Vuurzang.

Luipaardklauw volgt enigzins verbaasd haar bevel op. Vuurzang staart hem verbijsterd aan. “We zijn inderdaad familie,” zegt Vuurzang. “Hoezo kun je dat weten door een sprong?” vraagt Luipaardklauw. “Omdat ik net zo hoog kan springen als jij. Wij kunnen beiden hoger springen dan onze clangenoten,” zegt Vuurzang. Daar zit wat in bedenkt Luipaardklauw.

Dan begint de vergadering. Er zijn veel nieuwe krijgers, leerlingen, kittens en moederkatten.

Luipaardklauw loopt naar zijn verzamelende clan. Lavendelster leidt haar clan over de boombrug en ze rennen naar het kamp.

Luipaardklauw schiet door de doorntunnel. Hij loopt rechtstreeks naar het krijgershol. Hij loopt tussen de thuisgebleven katten door naar zijn nest achterin het hol. Hij ploft in zijn nest en valt vrijwel meteen in slaap.

Hoofdstuk 12

Tijgerkit werd wakker. Haar zusjes waren nog aan het slapen.

Ze ziet dat haar broertje aan het stoeien is met Luipaardklauws kittens. Hij houdt zich een beetje in.

Tijgerkit mengt zich ook in het stoeipartijtje als Luipaardklauws kittens Jaagkit eronder krijgen. Voorzichtig trekt ze Hemelkit van Jaagkit af. Jaagkit heeft ook Sterrenkit van zich af kunnen krijgen. Voorzichtig trekt Tijgerkit Oceaankit van Jaagkit af. Jaagkit wint snel van Vonkkit.

Tijgerkit loopt naar buiten met de andere kittens. Egelkit en Hulstkit zijn ook wakker geworden en komen hen achterna.

Nachtroos komt ook naar buiten en installeert zich naast de kraamkamer.

Tijgerkit ziet dat de zon net op komt. De eerste zonnestralen raken de open plek en verdrijven langzaam de duisternis en de kilte van de nacht.

Ze ziet dat de oudsten ook naar buiten komen om te genieten van de eerste zonnestralen. Dan beukt Egelkit haar omver. Tijgerkit mept naar de kitten met haar donzige pootje. Ze raakt het oor van Egelkit. Egelkit duikt dreigend ineen. Tijgerkit sluipt dichterbij. Ze slaat snel met een poot in Egelkit’s gezicht en springt dan achteruit. Egelkit springt ook vooruit en slaat haar op haar neus. Egelkit springt snel op haar rug en slaat tegen haar oren. Tijgerkit rolt op haar rug en springt dan snel op. Ze springt op Egelkit en houdt haar tegen de grond gedrukt. “Ik heb gewonnen,” zegt Tijgerkit triomfantelijk.

Ze laat Egelkit opstaan. Tijgerkit let goed op Egelkit voor als ze toch weer aanvalt, maar Lavendelster riep dat ze naar binnen moesten gaan.

Tijgerkit stuift de kraamkamer in met de andere kittens op haar hielen. Tijgerkit nestelt zich tegen haar moeder’s flank. Ze kijkt oplettend om zich heen. Ze ziet door de ingang van de kraamkamer Luipaardklauw terugkomen van een patrouille met Arendvacht, Heemstvacht en Lijsterroep.

Ze richt haar blik op Nachtroos en haar kittens. Nachtroos is hen aan het wassen met rustige regelmatige likken. Oceaankit probeert te ontkomen, maar wordt op haar plek gehouden door Nachtroos. Ze ziet dat Vonkkit, Sterrenkit en Hemelkit het wel fijn vinden. Als Nachtroos klaar is zegt ze tegen haar jongen dat ze naar buiten mogen. De kittens rennen naar buiten.

Tijgerkit verveelt zich. “Jullie mogen ook naar buiten,” zegt Lavendelster tegen hen. Tijgerkit rent met haar staartje in de lucht naar buiten.

Ze besluit naar de oudsten te gaan. Ze rent naar het oudstenhol en loopt naar binnen. De oudsten Voslicht, Vogelklauw en Vlinderpels heffen hun koppen als ze binnenkomt. “Hoi Tijgerkit, hoe gaat het met jou en de andere kittens?” vraagt Voslicht. “Het gaat goed met ons,” zegt Tijgerkit. “Dat is goed om te horen,” mengt Vlinderpels zich in het gesprek. “Ja,” zegt Vogelklauw instemmend. “Wil je een verhaal horen?” vraagt Vlinderpels. “Ja,” zegt Tijgerkit enthousiast. “Eens kijken,” zegt Vlinderpels. Ze denkt diep na. “Misschien dat verhaal over hoe we hier kwamen?” stelt Vogelklauw voor. “Ja dat is een goed idee,” zegt Vlinderpels, “Nou kijk. Vroeger woonden we niet hier. We woonden op een andere plek. Toen ineens verdwenen er zes katten twee van de Donderclan, één van de Schaduwclan, één van de Windclan en twee van de Rivierclan. Ze moesten een reis maken om te horen wat Middernacht hen te zeggen had. Middernacht is de enige das die onze vriend is. Ze vertelde hen dat het woud waar ze toen leefden in gevaar is en dat als ze niet vluchtten ze allemaal dood zouden gaan. Toen ze terugkwamen in het woud was de vernieling al begonnen. Verscheidene katten waren verdwenen, gevangen genomen door de tweebenen. Ze hadden hen gered, maar dat ging ten koste van de commandant van de Donderclan, Grijsstreep.” Tijgerkit luisterde aandachtig. “Wie werd de nieuwe commandant?” onderbreekt Tijgerkit het verhaal. “Hij benoemde pas een nieuwe commandant een paar manen later omdat hij koppig volhield dat Grijsstreep nog leefde. Uiteindelijk werd Braamklauw commandant. Waar was ik gebleven?” vraagt Vlinderpels. “Bij het stuk dat Grijsstreep verdween,” zegt Tijgerkit. “O ja, hij verdween. Uiteindelijk besloten de leiders om het woud te verlaten, na een lange tocht kwamen ze hier aan en verdeelden ze het territorium,” eindigt Vlinderpels. “Bedankt voor het verhaal Vlinderpels,” zegt Tijgerkit.

Ze verlaat het oudstenhol. Ze steekt de open plek over. Ze ziet Luipaardklauw binnenkomen met Sterrenkit en Oceaankit voor zich uit duwend. Hij loopt het medicijnhol in.

Ze zal straks wel horen wat er gebeurd is. Ze loopt de kraamkamer in en nestelt zich tegen Lavendelster aan. “Waar ben je geweest?” vraagt Lavendelster vriendelijk. “Ik was bij de oudsten voor een verhaaltje,” zegt Tijgerkit. “Welk verhaaltje hadden ze verteld?” vraagt Lavendelster. “Over hoe we in dit territorium kwamen,” zegt Tijgerkit. “Was het leuk?” vraagt Lavendelster. “Ja,” zegt Tijgerkit opgetogen.

Ze kijkt om zich heen wat haar zusjes en broertje aan het doen zijn. Ze slapen.

Tijgerkit ziet Luipaardklauw binnenkomen. Hij praat even met Vonkkit en Hemelkit en dan stuiven de twee jongens naar buiten. Daarna komt Luipaardklauw naar haar toe. Ze praten over een droom die zij lang geleden gehad had. De kater zei dat hij dacht dat hij familie was met Vuurpoot, een poes van de Donderclan. Tijgerkit heeft hem net weg gestuurd met de woorden te willen nadenken.

Tijgerkit hoort dat Lavendelster een vergadering bijeen roept. Tijdens haar gesprek met Luipaardklauw was Lavendelster de kraamkamer uit geglipt.

Ze loopt de kraamkamer uit en gaat naast Nachtroos zitten. Nachtroos slaat haar staart om Tijgerkit heen. Lavendelster vertelt wie er naar de grote vergadering gaan. Als ze van de hoge steen afspringt lopen de genoemde katten naar de ingang van het kamp.

Tijgerkit gaat de kraamkamer weer in. Nachtroos komt achter haar de kraamkamer in. “Jullie mogen bij mij slapen,” zegt Nachtroos tegen Tijgerkit en haar nestgenootjes. Tijgerkit loopt dankbaar naar Nachtroos en nestelt zich tegen haar warme vacht. Nachtroos slaat haar staart om hen heen. Tijgerkit valt in slaap.

Hoofdstuk 13

Vuurzang wordt wakker. Ze denkt aan wat Luipaardklauw haar gisteren had verteld. Hij vertelde dat hij dacht dat zij en Luipaardklauw zus en broer zijn. Ze vond het erg logisch aangezien hij vertelde dat drie van zijn jongen rood hadden. Ze denkt na. Ze wist haast zeker dat Vlamster haar vader is vanwege zijn rode vacht. Ze denkt aan Lavendelster. Ze is een lapjespoes. Onwillekeurig denkt ze aan IJsvleugel. Zij is wit. Luipaardklauw had haar een keer verteld dat hij een zusje had dat stierf bij de leerlingceremonie. Ze had een cyperse vacht.

Ze werd uit haar gepeins gerukt door een blij kreetje van Houtlicht. Ze kijkt op. “Ze hebben hun oogjes open. Ze hebben hun oogjes open,” jubelt Houtlicht.

Ravenvleugel glipt de kraamkamer uit om Hommelvacht te halen. Even later komt ze terug met Hommelvacht. Hij rent meteen op de bruine poes af en likt haar oren. Ondertussen kijkt hij steels naar zijn jongen.

Hommelvacht loopt de kraamkamer uit. “Hoi Houtlicht, je jongen zijn erg mooi,” zegt Vuurzang. “Bedankt,” snort ze. “Hoe heten jouw jongen eigenlijk?” Vuurzang beseft dat ze dat helemaal niet weet. “Dat lichtbruine poesje is Amandelkit, dat grijze poesje is Echokit en dat bruine katertje is Gaaikit,” zegt Houtlicht.

Vuurzang ziet dat Gaaikit zich al een paar stapjes bij Houtlicht vandaan heeft gewaagd. Zijn zusjes volgen hem voorzichtig. Ze kijken voortdurend waakzaam om zich heen. Gaaikit durft te vragen hoe ze heet. “Ik ben Vuurzang,” zegt ze vriendelijk tegen de bruine kitten.

Het jonkie loopt nu een beetje rond in de kraamkamer en wil weten hoe de andere moederkatten heten. Houtlicht vertelt hem dat ze Ravenvleugel en Blauwhart heten.

Ondertussen zijn Gaaikit’s zusjes naar de uitgang van de kraamkamer aan het sluipen. Houtlicht ziet het en roept hen tot stilstand terwijl ze naar hen toe loopt en geamuseerd vraagt wat ze gingen doen. “We wilden weten waar dat licht vandaan komt,” zeggen ze onschuldig.

Gaaikit loopt ook naar hen toe. “Ga dan maar snel kijken,” zegt Houtlicht. De kittens huppen vrolijk uit de kraamkamer. Houtlicht volgt hen naar buiten. Vuurzang loopt ook naar buiten en installeert zich naast de ingang van de kraamkamer. Houtlicht ligt naast haar.

Vuurzang ziet dat Blauwhart ook de kraamkamer uit komt met haar kittens Sneeuwkit en Leeuwerikkit. Ze ziet ook dat de kittens het medicijnhol in lopen. Houtlicht wil hen achterna gaan, maar dan horen ze de stem van Lichtroos die hen vraagt of ze een rondleiding willen. Houtlicht gaat liggen.

Na een paar minuten komen ze naar buiten. Echokit rent snel op haar moeder af. “Mama we waren in het hol van Lichtroos geweest. Het was echt superleuk. Ze had ons dingen uitgelegd over de kruiden!,” haar ogen twinkelen blij terwijl ze het zegt. “Fijn om te horen dat je het leuk vond,” zegt haar moeder. Ze streek met haar staart over Echokit’s kopje. Echokit slaat ernaar met haar pootje.

Houtlicht wisselde een veelbetekenende blik uit met Vuurzang. Misschien wordt dit wel een medicijnkatje.

Vuurzang ziet dat Amandelkit vanachter op Gaaikit afsluipt. Gaaikit spitst zijn oortjes als hij pootstappen hoort. Hij draait zich om, maar Amandelkit is al op zijn rug gesprongen en houdt zich zo stevig mogelijk vast met haar donzige pootjes. Gaaikit probeert Amandelkit te slaan, maar kan er net niet bij. Hij rolt op zijn rug en Amandelkit wordt platgedrukt. “Een slim katertje,” zegt Vuurzang tegen Houtlicht. Houtlicht knikt.

Vuurzang ziet dat Sneeuwkit en Leeuwerikkit met elkaar een gevechtje zijn begonnen. Al snel mengen Echokit, Amandelkit en Gaaikit zich in het gevechtje. Vuurzang staat op en loopt naar Wolfsklauw toe die net door de doorntunnel komt.

Vuurzang begroet hem door haar snuit tegen de zijne te drukken. Wolfsklauw likt een keer tussen haar oren. “Ik moet verslag uitbrengen aan Vlamster,” zegt Wolfsklauw tegen haar. “Oke, kom je zo bij me zitten dan?” vraagt Vuurzang. “Dat is goed,” zegt Wolfsklauw. Hij loopt door naar het leidershol en Vuurzang kijkt hem na. Als hij in het hol verdwijnt draait ze zich om en neemt haar plek weer in naast Houtlicht.

Dan staat Houtlicht op en troont haar kittens mee de kraamkamer in met de woorden dat ze moeten gaan slapen. Even later komt Wolfsklauw naast haar liggen. Wolfsklauw raakt voorzichtig haar buik aan met zijn poot. In zijn ogen stond zijn liefde voor haar te lezen. Snorrend drukt ze haar snuit in zijn vacht. Dan trekt ze haar kop terug.

Wolfsklauw begint haar ritmisch te likken over haar rug. Vuurzang dommelt een beetje in, dan roept een stem Wolfsklauw. Vuurzang schrikt op en ziet Wolfsklauw naar Hommelvacht lopen en in de doorntunnel verdwijnen. Vuurzang staat slaperig op en loopt naar de kraamkamer. Ze glipt naar binnen en nestelt zich in haar nest. Na een paar minuten valt ze in slaap.

Hoofdstuk 14

Luipaardklauw wordt wakker doordat Lavendelster een vergadering bijeen roept. Luipaardklauw staat op en loopt het hol uit. Hij zoekt een plekje op naast Libellevleugel en Leeuwenbries.

Luipaardklauw ziet dat de katten langzaam de open plek op druppelen. Als iedereen er is begint Lavendelster met de vergadering. “Ik heb drie ceremoniën te doen en ik moet ook iets vertellen. Tijgerkit, Jaagkit, Hulstkit en Egelkit kom naar voren,” roept Lavendelster. De vier kittens worden door hun vader Loofpels naar de hoge steen geleid. Als ze daar staan springt Lavendelster van de hoge steen af en komt voor haar kinderen te staan. “Ik Lavendelster, leider van de Schaduwclan, doe een beroep op mijn krijgervoorouders om op deze kittens neer te kijken. Zij hebben hun zesde maan bereikt en het is hun tijd om leerlingen te worden. Tijgerkit van nu af aan tot je je krijgersnaam verdiend sta je bekend als Tijgerpoot. Luipaardklauw wordt jouw mentor,” zegt Lavendelster. Tijgerpoot likt Lavendelster’s schouder en loopt dan naar Luipaardklauw en raakt zijn neus aan. “Jaagkit van nu af aan tot je je krijgersnaam krijgt sta je bekend als Jaagpoot. Leeuwenbries wordt jouw mentor,” zegt Lavendelster. Ook Jaagpoot likt Lavendelster’s schouder en loopt naar Leeuwenbries om zijn neus aan te raken. “Hulstkit vanaf de dag tot je je krijgersnaam verdiend sta je bekend als Hulstpoot. Jouw mentor wordt Honingstorm,” zegt Lavendelster. Hulstpoot likt haar moeder’s schouder en tikt dan Honingstorm’s snuit aan. “Egelkit vanaf de dag dat jij je krijgersnaam verdiend sta je bekend als Egelpoot. Jouw mentor wordt Kwartelstaart,” zegt Lavendelster. Egelpoot likt Lavendelster’s schouder en loopt daarna naar Kwartelstaart en raakt haar neus aan. “Tijgerpoot! Jaagpoot! Hulstpoot! Egelpoot! Tijgerpoot! Jaagpoot! Hulstpoot! Egelpoot!” roept iedereen.

Toen het roepen afgelopen was nam Lavendelster opnieuw het woord. “Windpoot en Paddepoot het is tijd dat jullie je krijgersnamen krijgen,” zegt Lavendelster. Zijn neefje en nichtje lopen trots naar de plek onderaan de hoge steen. “ Braampels, Heemstvacht hebben jullie leerlingen hard getraind en zijn ze klaar om krijgers te worden?” vraagt Lavendelster. Ze knikken beiden. “Ik Lavendelster, leider van de Schaduwclan, doe een beroep op mijn krijgervoorouders om op deze leerlingen neer te kijken. Zij hebben hard getraind om uw nobele krijgscode te begrijpen en ik beveel hen nu op hun beurt aan als krijgers. “Windpoot, Paddepoot zweren jullie de krijgscode in ere te houden en je clan te beschermen met gevaar voor eigen leven?” vraagt Lavendelster. “Dat zweer ik,” zegt Windpoot vastberaden. “Dat zweer ik,” echot Paddepoot. “Paddepoot van nu af aan sta je bekend als Paddeneus. We eren je om je trouw en je moed. Windpoot van nu af aan sta je bekend als Windhart. We eren je om je kracht en je snelheid,” zegt Lavendelster. “Paddeneus! Windhart! Paddeneus! Windhart!” roept iedereen en Arendvacht het hardst. “Er is nog een ceremonie. Kastanjepels kom naar voren,” zegt Lavendelster. Zijn oude mentor loopt naar de hoge steen. “Kastanjepels, is het jouw wens om een oudste te worden?” vraagt Lavendelster. “Ja dat is mijn wens,” zegt Kastanjepels. “Dan hef ik bij deze je krijgerstaken op en ben je officieel een oudste,” zegt Lavendelster.

Luipaardklauw loopt naar Kastanjepels toe om hem te feliciteren. Daarna loopt hij terug naar zijn plek. Als iedereen klaar is gaat Lavendelster weer verder.

“Ik heb nog een mededeling. Libellevleugel is zwanger van Leeuwenbries en gaat naar de kraamkamer,” roept Lavendelster.

Luipaardklauw feliciteert hen beiden en loopt dan naar Lijsterroep met Tijgerpoot op zijn hielen. “Lijsterroep, ik ga met mijn leerling trainen,” zegt Luipaardklauw. Lijsterroep knikt dat het goed is en gaat verder met patrouilles organiseren.

Luipaardklauw loopt naar de doorntunnel gevolgd door Tijgerpoot. “Gaan we trainen?” vraagt Tijgerpoot. “Ja,” antwoordt Luipaardklauw over zijn schouder. Tijgerpoot versnelt om naast hem te lopen. “Wat zijn er toch veel geuren!” zegt Tijgerpoot ademloos. “Ja, dat klopt,” zegt Luipaardklauw.

Ze komen aan bij de zandkuil. “Dit is de zandkuil, hier trainen we de leerlingen,” zegt Luipaardklauw.

Tijgerpoot loopt hem voorbij de kuil in. Luipaardklauw volgt haar. “Tijgerpoot val me aan,” beveelt Luipaardklauw. “Mag ik zelf weten hoe?” vraagt Tijgerpoot. “Ja,” zegt Luipaardklauw.

Tijgerpoot zoekt een plek om aan te vallen. Uiteindelijk ziet Luipaardklauw dat haar blik blijft hangen op zijn poten. Tijgerpoot rent naar hem toe. Luipaardklauw springt in de lucht en landt op Tijgerpoot die op de plek staat waar zijn poten net waren. Luipaardklauw stapt van de jonge poes af. Ze hijgt zwaar.

Na een tijdje ging ze rechtop zitten. Ze kijkt hem aan met vragende ogen. “Je ogen verraadden wat je ging doen,” verklaart Luipaardklauw. Tijgerpoot knikt.

Ze loopt weer bij Luipaardklauw vandaan. Haar blik flitst een aantal kanten op, maar blijft uiteindelijk hangen op zijn rug. Ze neemt een aanloop. Luipaardklauw maakt zich klein. Tijgerpoot komt sissend voor hem tot stilstand en slaat met een poot in zijn gezicht. Snel springt ze achteruit, maar ze is niet snel genoeg. Luipaardklauw slaat haar opzij.

Tijgerpoot blijft even liggen, maar staat dan weer op. “Wow, jij was echt snel,” zegt Tijgerpoot bewonderend. “Bedankt, maar je moet nog wel wat sneller worden,” zegt Luipaardklauw, “Als ik een vijand was dan had ik je allang vermoord.” Tijgerpoot knikt ernstig.

Luipaardklauw merkt dat zijn leerling erg leergierig is en alles snel opslaat, want de volgende keer was ze al een stuk sneller. Alleen nog net niet snel genoeg. Boos sissend komt ze overeind.

De rest van de dag trainden ze. Aan het eind van de dag was Tijgerpoot snel genoeg om zijn poot te ontwijken. Ze had ook geleerd hoe ze snel de poten onder iemand uit kon halen zonder verpletterd te worden. Ze komen aan in het kamp.

Luipaardklauw ziet Tijgerpoot’s nestgenootjes bij de hoop verse prooi staan. Luipaardklauw knikt naar Tijgerpoot dat ze mag gaan. Tijgerpoot loopt naar de prooihoop en pakt een konijn. Luipaardklauw komt achter haar aan om ook een prooi te pakken. Daarna loopt hij naar Nachtroos die naar hun spelende kits kijkt.

Hij gaat naast haar liggen en eet zwijgend zijn prooi. “Ging het trainen van Tijgerpoot goed?” vraagt Nachtroos. “Ja, ze is heel leergierig,” zegt Luipaardklauw. “Fijn,” zegt Nachtroos. Luipaardklauw likt Nachtroos tussen de oren en staat dan op. Hij loopt naar het krijgershol en glipt naar binnen. Hij trippelt naar zijn nest en ploft erin. Dan valt hij in slaap.

Hoofdstuk 15

Tijgerkit wordt wakker. Dit is de dag, is haar eerste gedachte. Vandaag worden we leerlingen! Snel wekt ze haar nestgenootjes. “We worden vandaag leerlingen!” jubelt ze.

Ze hoort Sterrenkit mopperen dat ze het niet eerlijk vindt dat zij wel leerlingen worden en Sterrenkit en haar nestgenootjes niet. Nachtroos zegt tegen haar dat ze snel leerling wordt. “Maar ik wil nu leerling worden!” zegt Sterrenkit. “Dat kan nu eenmaal niet en als Lavendelster je zo hoort moet je misschien wel langer wachten,” zegt Nachtroos. Sterrenkit houdt op slag haar mond.

Tijgerkit hoort haar leider en moeder een vergadering bijeen roepen. Loofpels komt de kraamkamer in en leidt hen naar een plekje aan de zijkant waar Loofpels hun vachten mooi maakt. Daarna leidt Loofpels hen naar de hoge steen. Hij trekt zich terug.

Lavendelster springt van de hoge steen en spreekt de woorden uit voor de ceremonie. Als Tijgerkit aan de beurt is kan ze niet wachten te weten wie haar mentor wordt. Luipaardklauw wordt haar mentor. Tijgerpoot likt Lavendelster’s schouder en loopt naar Luipaardklauw. Ze raakt zijn neus aan. Daarna loodst Luipaardklauw haar een beetje naar achterin de menigte. Als haar broertje en zusjes ook hun mentors en naam hebben roept Tijgerpoot uit volle borst de namen van haar nestgenootjes. Dan komt er een ceremonie voor Windpoot en Paddepoot. Ze worden krijgers en krijgen de namen Windhart en Paddeneus. Ze merkt dat Arwendvacht heel hard roept bij Windhart. Ze grinnikt in zichzelf. Veel katten weten dat Arendvacht en Windhart een oogje op elkaar hebben. Dan wordt Kastanjepels een oudste. Tenslotte doet Lavendelster de mededeling dat Libellevleugel naar de kraamkamer gaat, zwanger van Leeuwenbries’ jongen.

Na de vergadering loopt Luipaardklauw naar Lijsterroep. Hij praat even met hem en wenkt dan Tijgerpoot hem te volgen. De eerste keer in het bos! Tijgerpoot is heel enthousiast. Ze lopen door de doorntunnel. Tijgerpoot moet wennen aan de bosgrond. Hij is erg zacht en bezaaid met dennennaalden. Het mos is ook erg veerkrachtig waardoor ze makkelijk loopt. “Gaan we trainen?” vraagt Tijgerpoot. “Ja,” antwoordt haar mentor.

Tijgerpoot is even stil. Dan zegt ze: “Wat zijn er veel geuren!” “Ja, dat klopt,” zegt Luipaardklauw. Dan ziet Tijgerpoot een grote kuil met zand opdoemen.

Ze gaat op de rand staan. Luipaardklauw vertelt haar dat de leerlingen hier trainen.

Tijgerpoot loopt de kuil in en Luipaardklauw volgt haar. “Val me aan,” zegt Luipaardklauw tegen Tijgerpoot. “Mag ik zelf weten hoe?” vraagt Tijgerpoot. Luipaardklauw knikt.

Tijgerpoot denkt na, als ik nou eens op zijn poten af ga en ze onder zijn lijf uit schop? Ze richt haar blik op Luipaardklauw’s poten en rent erop af, maar Luipaardklauw springt in de lucht en Tijgerpoot komt tot stilstand op de plek waar hij net stond. Dan komt Luipaardklauw neer en alle lucht wordt uit haar longen geperst. Luipaardklauw stapt van haar af.

Tijgerpoot hijgt een beetje en komt dan overeind. Ze kijkt hem aan met een vragende blik omdat ze wil weten wat ze fout deed. “Je ogen hadden je verraden,” zegt Luipaardklauw.

Tijgerpoot gaat naar de plek waar ze net ook stond. Ze kijkt naar zijn rug en rent op hem af. Glijdend komt ze voor hem tot stilstand en slaat met haar poot in zijn gezicht. Snel springt ze achteruit, maar niet snel genoeg. Luipaardklauw mept haar opzij.

Ze blijft even liggen, maar staat dan op en loopt naar hem toe. “Wow, jij was echt snel!” zegt Tijgerpoot bewonderend. “Dankje, maar je moet echt sneller worden,” zegt Luipaardklauw.

Tijgerpoot doet hetzelfde als net, maar kon weer net niet snel genoeg wegkomen. Ze werd weer moeiteloos opzij gemept door haar mentor. Boos staat ze op.

Ze probeert het nog een keer en dit keer was ze snel genoeg. Luipaardklauw leert haar hoe ze snel iemands poten weg kon slaan zonder verpletterd te worden.

Aan het eind van de dag lukte het haar al aardig. Ze liepen terug naar het kamp. Tijgerpoot schoot door de doorntunnel. Tijgerpoot zag haar broertje en zusjes staan bij de hoop verse prooi.

Ze liep er ook naar toe en pakte er een muis vanaf. Daarna liep ze met Jaagpoot, Egelpoot en Hulstpoot naar het leerlingenhol om hun prooi op te eten.

Ze vertelden om de beurt wie wat had gedaan. Egelpoot en Hulstpoot hadden met hun mentors het territorium verkend en Jaagpoot had leren jagen.

Na het eten maakte Tijgerpoot een nest tussen Egelpoot en Hulstpoot en ging erin liggen. Ze kletste nog even met de anderen, maar viel toen in slaap.

Einde

Dit is het einde van het tweede verhaal. Willen jullie in de comments zeggen wat jullie ervan vinden?

Er is ook nog een derde deel: Verdriet

Community content is available under CC-BY-SA unless otherwise noted.