Wikia


Dit is het vierde deel van Luipaard, Vuur en Tijger.

Beautiful-Cat-cats-16095933-1280-800

Deze pagina is goedgekeurd!

Eerste deel: Luipaardklauws verleden

Tweede deel: Klauw van Vuur en Tijger

Derde deel: Verdriet

Informatie: Informatie

Ik heb ook nog een pagina waar quizen staan. Hier is de link: Quizen

De clans:

Donderclan

Leider: Vlamster is een kleine, vlammend rode kater met blauwe ogen.

Commandant: Buizerdklauw is een grote, gespierde, rossige kater met gele ogen.

Leerling: Gaaipoot

Medicijnkat: Heesterstaart is een donkerbruine kater met gele ogen.

Leerling: Echopoot

Krijgers:

Slangentand is een crémekleurige kater met bruine ogen.

Leerling: Sneeuwpoot

IJsvleugel is een witte poes met ijsblauwe ogen.

Leerling: Amandelpoot

Vossenklauw is een schildpadkater met gele ogen.

Uilenpels is een bruine poes met blauwe ogen.

Otterklauw is een bruine kater met gele ogen.

Donswolk is een lichtbruine poes met een donzige vacht en gele ogen.

Helderhart is een prachtige, rode poes met witte vlekken en bruine ogen.

Hertensprong is een witte poes met bruine vlekken en gele ogen.

Leerling: Leeuwerikpoot

Rafelklauw is een rode kater met witte vlekken.

Hommelvacht is een grijze kater met donkergrijze strepen en gele ogen.

Stormwind is een lichtgrijze kater met mooie, blauwe ogen.

Boomblad is een kleine, witte kater met bruine vlekken en blauwe ogen.

Blauwhart is een mooie poes met een blauwachtige glans op haar vacht en indringende, blauwe ogen.

Houtlicht is een bruine poes met gele ogen.

Hyacinthart is een lichtgrijze poes met blauwe ogen en een goedgevormde kop.

Lindehart is een lapjespoes met groene ogen.

Leerlingen:

Gaaipoot is een bruine kater met blauwe ogen.

Echopoot is een grijze poes met blauwe ogen.

Amandelpoot is een lichtbruine poes met amandelkleurige ogen.

Leeuwerikpoot is een rode kater met bruine ogen.

Sneeuwpoot is een witte poes met gele ogen.

Moederkatten:

Vuurzang is een rode poes met een witte vlek op haar borst en gele ogen. Partner Wolfsklauw, kittens Hartkit, Bliksemkit en Wolfkit

Ravenvleugel is een zwarte poes met groene ogen. Partner Rafelklauw, kittens Zangkit en Eksterkit

Kittens:

Wolfkit is een grijs katertje met goudbruine vlekken en groene ogen.

Hartkit is een rood poesje met een hartvormige, witte vlek op haar kop en gele ogen.

Bliksemkit is een grijs poesje met twee zwarte, bliksemschichtachtige vlekken op haar flanken en felle, gele ogen

Zangkit is een rood poesje met witte sokjes en zwarte oortopjes en groene ogen.

Eksterkit is een zwart-wit katertje met groene ogen.

Oudsten:

Krombek is een grijze kater met een verwrongen kaak en bruine ogen.

Appelhart is een cyperse poes met mooie, gele ogen.

Schaduwclan

Leider: Lavendelster is een zelfverzekerde lapjespoes met groene ogen.

Commandant: Lijsterroep is een rossige kater met gele ogen.

Medicijnkat: Zandbloem is een bleekrode poes met gele ogen, Wildhart is een grijze kater met blauwe ogen.

Leerling: Vonkpoot

Krijgers:

Luipaardklauw is een goudbruine kater met mooie, zwarte vlekken en groene ogen.

Leerling: Tijgerpoot

Loofpels is een bruine kater met groene ogen.

Leeuwenbries is een goudbruine kater met groene ogen.

Honingstorm is een cyperse kater met blauwe ogen.

Cederstaart is een witte kater met bruine ogen.

Lindepoel is een grijs cyperse poes met blauwe ogen.

Braampels is een roodbruine kater met gele ogen.

Leerling: Sterrenpoot

Heemstvacht is een zwarte poes met groene ogen.

Leerling: Hemelpoot

Kwartelstaart is een lichtbruine poes met donkerbruine strepen en blauwe ogen.

Muntwolk is een grijze poes met zwarte strepen en gele ogen.

Klauwpels is een witte kater met gele ogen.

Paddeneus is een grijze kater met bladgroene ogen.

Windhart is een mooie, zilvergrijze poes met blauwe ogen.

Arendvacht is een bruine kater met prachtige, helderblauwe ogen.

Berkenhart is een bruine poes met zwarte vlekken en blauwe ogen.

Zwartwolk is een zwarte poes met witte buik en poten en gele ogen.

Leerling: Oceaanpoot

Lichtbloem is een witte poes met groene ogen.

Maanstroom is een grijs cyperse poes met groene ogen.

Nachtroos is een zwarte poes met gele ogen.

Kristalhart is een witte poes met grijze strepen en blauwe ogen.

Egelstroom is een bruine poes met gele ogen.

Hulstmist is een zwarte poes met groene ogen.

Jaagwolk is een snelle, goudbruine kater met blauwe ogen.

Echohart een grijze poes met donkergrijze strepen en groene ogen.

Leerlingen:

Tijgerpoot is een mooie, cyperse poes met groene ogen.

Sterrenpoot is een goudbruine poes met twee, stervormige, zwarte vlekken op de achterkant van haar oren.

Oceaanpoot is een mooie, vuurrode poes met prachtige, oceaanblauwe ogen.

Vonkpoot is een zwarte kater met vuurrode ogen en vuurrode ogen.

Hemelpoot is een goudbruine kater met vuurrode vlekken en hemelsblauwe ogen.

Jonas een goudbruine kater met zwarte en grijze streepjes op zijn voorhoofd en blauwe ogen.

Moederkatten:

Libellevleugel is een blauwgrijze poes met een witte vlek op haar borst en groene ogen. Partner Leeuwenbries

Oudsten:

Kastanjepels is een bruine kater met gele ogen.

Vogelklauw is een zwarte kater met gele ogen.

Vlinderpels is een mooie, zuiverwitte poes met bruine ogen.

Voslicht is een rode poes met gele ogen.

Rivierclan

Leider: Valkster is een schildpadkater met gele ogen.

Commandant: Regenstaart is een lapjespoes met bruine ogen.

Medicijnkat: Varenpels is een lichtbruine kater met gele ogen.

Leerling: Rotsneus is een donkerbruine kater met gele ogen.

Krijgers:

Zonbloem is een mooie, zandkleurige poes met gele ogen.

Leerling: Beverpoot

Bliksemklauw is een rossige kater met gele ogen.

Leerling: Duifpoot

Steengloed is een grijze kater met groene ogen.

Havikblik is een grijze kater met donkere strepen en blauwe ogen.

Rookklauw is een grijze kater met bruine ogen.

Natstaart is een schildpadkater met groene ogen.

Bessnor is een witte kater met zwarte vlekken en groene ogen.

Beukblad is een bruine poes met grijze vlekken en blauwe ogen.

Zilverbeek is een zilverkleurige poes met blauwe ogen.

Grijsmist is een grijze poes met blauwe ogen.

Eikelpels is een lichtbruine kater met gele ogen.

Pluispels is een bruine poes met groene ogen.

Leerlingen:

Duifpoot is een zilverkleurige poes met bruine ogen.

Beverpoot is een lichtbruine kater met groene ogen.

Moederkatten:

Regenstaart is een lapjespoes met bruine ogen. Partner Natstaart

Perzikstreep is een heel donkerbruine poes met gele ogen. Partner Steengloed, kittens Droomkit en Larikskit

Kittens:

Droomkit is een prachtig, lichtbruin poesje met blauw-paarse ogen.

Larikskit is een donkerbruin katertje met gele ogen.

Oudsten:

Wilgblad is een kleine, grijze poes met groene ogen.

Vederpels is een enorme, zwarte kater met gele ogen.

Maanstorm is een grijze poes met gele ogen.

Windclan

Leider: Mistster is een witte poes met rode vlekken en groene ogen.

Commandant: Schemerklauw is een grote, grijsgestreepte kater met gele ogen.

Medicijnkat: Rozenhart is een kleine, grijze poes met groene ogen.

Leerling: Eekhoornpoot

Krijgers:

Stekelpels is een grote, rossige kater met gele ogen.

Haverblad is een grote, bruine kater met enorme klauwen aan zijn voorpoten en gele ogen.

Merelvleugel is een grote, bruine kater met zwarte vlekken en groene ogen.

Eikenstaart is een bruine kater met zwarte strepen en blauwe ogen.

Grasstaart is een witte poes met groene ogen.

Leerling: Doornpoot

Heidemist is een lichtbruine poes met prachtige, blauwe ogen.

Berkstaart is een bruine kater met donkere strepen en groene ogen.

Honingvacht is een lichtbruine poes met groene ogen.

Reigervleugel is een zilverkleurige poes met bruine ogen.

Bladvleugel is een witte poes met bruine vlekken en groene ogen.

Dauwhart is een sierlijke, zwarte poes met blauwe ogen.

Schaduwklauw is een zwarte, eng-uitziende poes met bruine ogen.

Witbes is een kleine, witte kater met bruine vlekken en gele ogen.

Leerlingen:

Doornpoot is een rode kater met groene ogen.

Eekhoornpoot is een roodbruine poes met blauwe ogen.

Moederkatten:

Nevelhart is een witte poes met zwarte vlekken en gele ogen. Partner Eikenstaart, kitten Saliekit

Mistster is een witte poes met rode vlekken en groene ogen. Partner Haverblad

Kittens:

Saliekit is een grijs poesje met groene ogen.

Oudsten:

IJzelstaart is een kleine, donkerbruine poes met groene ogen.

Vissensprong is een kleine, zwarte poes met blauwe ogen.

Wezelklauw is een witte kater met zwarte strepen en groene ogen.

Hemelclan

Leider: Hondenster is een bruin cyperse kater met groene ogen.

Commandant: Notenpels is een lichtbruine kater met bruine ogen.

Medicijnkat: Waterdauw is een blauwgrijze kater met groene ogen.

Krijgers:

Winterklauw is een witte kater met blauwe ogen.

Lentedauw is een optimistische, zandkleurige poes met bruine ogen.

Leerling: Duisterpoot

Zomerhart is een rode poes met bruine ogen.

Leerling: Esdoornpoot

Paardenvoet is een witte kater met rode vlekken en gele ogen.

Donkerhart is een donkergrijze kater met groene ogen.

Dassenklauw is een grijze kater met groene ogen.

Bernageklauw is een schildpadkater met groene ogen.

Plantenhart is een rode poes met groene ogen.

Ravenvlucht is een zwarte poes met blauwe ogen.

Tulpbloem is een grijze poes met groene ogen.

Poelsteen is een donkergrijze kater met groene ogen.

Leliepoel is een donkergrijze poes met witte borst en poten en blauwe ogen.

Oleanderbloem is een rode poes met bruine ogen.

Leerlingen:

Duisterpoot is een pikzwarte kater met felle, amberkleurige ogen.

Esdoornpoot is een mooie, bruine poes met gele ogen.

Moederkatten:

Aardebloem is een bruine tijgerpoes met groene ogen. Partner Hondenster

Herfstmist is een roodbruine poes met gele ogen. Kittens Druifkit, Ganzenkit en Klitkit

Kittens:

Druifkit is een prachtig, blauwgrijs poesje met gele ogen.

Ganzenkit is een roodbruin katertje met blauwe ogen.

Klitkit is een roodbruin katertje met gele ogen.

Oudsten:

Konijnenstaart is een witte poes met blauwe ogen. Ze is vrijwel doof.

Hoofdstukken:

Hoofdstuk 1

Vuurzang wordt wakker door haar zus IJsvleugel. "Wist je dat we Hemelclanbloed hebben?" zegt IJsvleugel enthousiast. "Hoezo?" vraagt Vuurzang. "Vlamster's vader is Vuurwolk een Hemelclanpoes," zegt IJsvleugel.

Vuurzang besefte dat ze meer familie had in andere clans dan ze eerst dacht. Ze besefte dat de grote vergadering eergisteren was. "Waarom heb je het niet eerder verteld?" vraagt Vuurzang. Meteen voelt ze zich schuldig. Zij verzweeg veel meer voor haar zus.

"Ik moet even met je praten, "Ravenvleugel let jij even op mijn jongen?" De zwarte poes knikt.

Vuurzang en IJsvleugel verlaten het kamp. Vuurzang leidt haar zus naar een stille plek in het bos. "Ik moet je iets vertellen. Luipaardklauw is onze broer," zegt Vuurzang. "Die goudbruine kater waarmee ik je een keer zag praten?" vraagt IJsvleugel ongelovig. Vuurzang knikt in afwachting hoe haar zus zou reageren. "Waarom vertelde je me dat niet eerder?" fluistert ze, "Ik had mee willen helpen." IJsvleugel klinkt niet gekwetst, eerder een beetje boos dat ze niet mee kon helpen. "Maar we zijn nog niet klaar. We weten niet wie onze ouders echt waren en hoe we opgesplitst konden worden," zegt Vuurzang. IJsvleugel kijkt haar aan. "Dat zoeken we uit," Vuurzang meende een lichte trilling in IJsvleugel's stem te horen.

Dan horen ze een geschokte kreet en brekende takjes van de poten van de kat. IJsvleugel racet achter de kat aan en Vuurzang volgt haar. Als ze daar aankomt ziet ze dat IJsvleugel de kat tegen de grond gedrukt houdt. Hij heeft een blauwgrijze pels. Het is Blauwhart. "Je houdt het geheim," sist IJsvleugel. Vuurzang duwt haar zus van Blauwhart af. Blauwhart werpt haar een dankbare blik toe terwijl ze opstaat. "Ben je gek geworden?" vraagt IJsvleugel sissend, "Blauwhart zal het zeker door vertellen." "Dat zal ik niet doen," zegt Blauwhart kalm. Vuurzang vangt haar blik. "Ik zweer het op de sterrenclan," ze kijkt IJsvleugel doordringend aan. "En anders..." IJsvleugel zwiept met haar klauw door de lucht. Daarna stapt ze statig weg door de struiken.

Blauwhart slaakt een opgeluchte zucht. Alle spanning glijdt uit haar lichaam. "Bedankt," murmelt Blauwhart. Vuurzang duwt haar snuit geruststellend in de vacht van haar vroegere mentor. "Het komt wel goed. Ze draait wel weer bij," zegt Vuurzang.

Ineens komt er een kat uit de bosjes rennen. "Help! Ons kamp wordt aangevallen door de beren," roept de kat. "Kom mee," zegt Blauwhart. Ze leiden de kat naar het kamp. Blauwhart racet naar het hol van de leider, terwijl Vuurzang de gewonde kat naar Heesterstaart en Echopoot brengt. Daarna loopt ze de open plek weer op.

Vlamster roept de katten die meegaan, waaronder zij en verzamelen zich bij de doorntunnel. Vlamster laat met een zwiep van zijn staart weten te vertrekken. Met zijn allen rennen ze naar het bos. Vuurzang beseft dat ze de afgelopen manen bijna geen training heeft gehad en daarom de rest niet zo goed kan bijhouden. Die gedachtes maken echter snel plaats voor woede. Ik zal me wreken voor Wolfsklauw, denkt ze grimmig.

De woede geeft haar kracht en ze rent met hernieuwde energie verder. Ze hoort de jammerkreten al van ver. Na een paar minuten komen ze aan bij het kamp. Vuurzang ziet één van de jongere beren en springt op zijn rug. Woedend rukt ze enorme plukken haar uit zijn vacht. Hij probeert haar te raken, maar hij is zo lomp dat hij zichzelf een klap op zijn neus geeft. Hij jankt van de pijn. Vuurzang krabt zijn ogen uit en de jonge beer verdwijnt in de bossen om te vluchten. Vuurzang springt van hem af en kijkt rond naar de volgende beer.

Ze ziet de grootste beer net een kat van zich af slaan. Vuurzang rent op het dier af en bijt het hard in de poten. De beer draait zich boos om en slaat naar haar. Vuurzang ontwijkt hem, maar de klauw schampt toch haar zij. Vuurzang springt op de beer en klauwt naar zijn oren. De beer draait zijn kop en probeert haar te bijten. Vuurzang ziet dat Valkster hem afleidt. Vuurzang ziet haar kans en klauwt de oren van het dier kapot. De beer zwaait even met zijn kop. Ze hobbelt dan zo snel mogelijk weg van het gevecht. De andere kleine beer merkt dat hij alleen is en vlucht ook snel. Vuurzang springt van de beer.

Ze loopt naar Valkster. "Bedankt," zegt ze. Valkster knikt haar toe. Er is een glimp van respect in zijn ogen te zien.

Vuurzang draait zich om als ze een stem hoort. "Hoi Vuurzang. Hoe gaat het met jouw jongen?" vraagt een stem. Vuurzang kijkt in de richting van het geluid. Regenstaart loopt op haar af. "Het gaat heel goed met ze," zegt Vuurzang. "Fijn om te horen," zegt Regenstaart.

Regenstaart kijkt ineens weg. Vuurzang volgt haar blik. Regenstaart kijkt naar IJsvleugel en Bliksemklauw. "Ze moeten oppassen," fluistert Regenstaart. Vuurzang ziet dat Natstaart en Rookklauw wantrouwend naar hen staren. IJsvleugel kijkt hen net zolang aan tot ze wegkijken. Tevreden richt ze zich weer tot Bliksemklauw en zegt wat tegen hem.

Vuurzang kijkt weer naar Regenstaart. "Is er nog iets speciaals gebeurd?" vraagt Vuurzang. Regenstaart schudt haar kop.

Vuurzang ziet dat Vlamster en Valkster hun koppen bij elkaar hebben gestoken. Tot haar verrassing is Hondenster er ook bij. Ze zijn klaar met praten en roepen alle katten bij elkaar. Vuurzang ziet tot ongenoegen ook Donkerhart staan. Ze zit ook dat geen enkele kat zich in zijn buurt waagt. Ze werpen alleen maar boze blikken naar hem. Donkerhart trotseert hun blikken zonder enige spijt in zijn ogen.

Vuurzang kijkt verwachtingsvol naar de leiders. "We hebben besloten die beren te verjagen. Er zijn al te veel doden en gewonden gevallen," roept Valkster. "Als iemand even naar de Windclan en de Schaduwclan gaat kunnen we vragen of zij mee doen," zegt Hondenster, "Welke katten zijn fit genoeg om naar hen toe te gaan?"

Een aantal katten verzamelen zich bij de leiders. Vuurzang niet, ze merkt nu pas dat die wond in haar zij erg veel bloedt. Ze vermoedt dat de medicijnkatten hun wel zullen helpen.

"Willen alle gewonde katten zich bij ons verzamelen?" klinkt de stem van Varenpels, de medicijnkat van de Rivierclan. Vuurzang dringt door de kattenmenigte. Onderweg ziet ze Donkerhart. Ze werpt hem zo'n vuile blik toe dat hij werkelijk even in elkaar krimpt.

Ze komt aan bij de medicijnkatten. Varenpels en Rotsneus zijn al druk bezig. Varenpels komt naar haar toe met wat kruiden. "Bijt ze fijn en druk ze daarna op je wond," zegt Varenpels. Vuurzang doet wat hij vraagt en ze merkt meteen al dat de pijn minder wordt. Ze zoekt ook nog wat spinnenwebben om het bloeden te stelpen.

Daarna loopt ze terug naar de leiders. Ze ziet dat de twee uitgezonden katten de andere twee leiders hebben meegenomen.

Vlamster roept dat alle katten zich weer moeten verzamelen. Iedereen kijkt met gespitste oren naar de vijf leiders. "We hebben besloten over twee dagen bij zonsopgang te verzamelen op het eiland," roept Vlamster, "We zien elkaar daar. Nu moeten we ons voorbereiden!"

Vlamster loopt tussen de katten door en verzamelt de Donderclankatten. Daarna loopt hij naar het kamp. Vuurzang loopt naast IJsvleugel. Zwijgend lopen ze naar het kamp. De anderen zijn allemaal druk aan het praten, maar Vuurzang let er niet op. Ze loopt het kamp in.

Meteen bespringen haar jongen haar. Vuurzang valt op de grond. "Hé," zegt Vuurzang gespeeld verontwaardigd.

"Waar was je geweest mama? Heb je die beren verslagen?" mauwt Bliksemkit. "Ik heb inderdaad tegen hen gevochten en als jullie nou van me af gaan kunnen Echopoot en Heesterstaart mijn wonden behandelen," zegt Vuurzang.

De kittens krabbelen van hun moeder af. Vuurzang staat op en geeft haar jongen een lik tussen hun oren.

Daarna loopt ze naar het medicijnhol. Als ze daar binnen stapt ziet ze dat een paar andere katten daar ook liggen. Heesterstaart is al druk bezig en Echopoot staat hem bij waar nodig. Als Echopoot haar ziet komt ze op haar af. "Heb je een ernstige wond?" vraagt ze. Vuurzang schudt van nee. Echopoot inspecteert de wond snel en vraagt aan haar wie haar behandeld heeft. "Varenpels heeft me kruiden gegeven," zegt ze. Echopoot knikt. "Als je het morgen een beetje rustig aandoet komt het goed," zegt ze.

Dat gezegd hebbende draait ze zich om en trippelt terug naar haar mentor om hem te helpen. Vuurzang verlaat het medicijnhol. Haar kittens zijn nog steeds buiten aan het ravotten. "Kom jongens, jullie moeten gaan slapen," roept ze naar haar kittens. Ze lopen zonder morren de kraamkamer in en Vuurzang volgt hen. Vuurzang krult zich om haar jongen en valt in slaap.

Hoofdstuk 2

Luipaardklauw wordt wakker. Nachtroos ligt nog te slapen. Hij staat op en rekt zich uit.

Daarna loopt hij het hol uit.

Hij besluit eerst te kijken hoe het met zijn jonge leerlinge gaat en daarna aan Lijsterroep te vragen met welke patrouille hij mee moet.

Hij loopt naar het medicijnhol en stapt naar binnen.

Tijgerpoot is al aan het kletsen met Jonas. Als de goudbruine kater hem ziet zegt hij nog snel iets tegen Tijgerpoot en loopt langs hem heen naar buiten.

Luipaardklauw loopt naar haar toe. "Hoe gaat het vandaag met je? Kan je al een stukje lopen?" vraagt Luipaardklauw. Ze knikt en om te bewijzen dat ze kon lopen staat ze op en loopt een stukje heen en weer. Luipaardklauw merkt dat het haar toch pijn deed.

Zandbloem liep haastig op haar af. "Je moet je nog niet zo inspannen, je moet vooral rusten," zegt Zandbloem met een kalme, maar dwingende stem. Tijgerpoot wilde iets zeggen, maar veranderde blijkbaar van gedachten. Ze ging liggen in haar mosnest. "Jij moet ook maar eens weggaan," Zandbloem zwiept met haar staart naar de uitgang van het medicijnhol, "Ze wordt niet beter als ze steeds wordt lastiggevallen door katers." Luipaardklauw verlaat snel het hol.

Hij kijkt rond of hij Lijsterroep ziet. De commandant zit bij Heemstvacht. Luipaardklauw loopt op hem af. "Met welke patrouille moet ik meegaan?" vraagt hij. Lijsterroep kijkt hem verstoord aan. "Zoek maar wat katten en ga maar jagen," bromt hij.

Luipaardklauw loopt over de open plek naar het krijgershol. Hij steekt zijn kop naar binnen om te kijken wie er nog zijn. Arendvacht en Berkenhart liggen naast elkaar. Hij ziet dat Braampels er ook nog is.

"Jongens," roept Luipaardklauw. Arendvacht en Berkenhart heffen geschrokken hun koppen en kijken hem dan geïrriteerd aan. "Wat is er?" snauwt Berkenhart. "We gaan jagen," zegt hij.

Luipaardklauw komt het hol in en port Braampels hard in zijn zij. Braampels kijkt hem aan. "Wat gaan we doen?" hij spreekt wat vriendelijker dan de twee jongere katten. "Jagen," zegt hij. Braampels knikt.

"Kom op Berkenhart en Arendvacht. Jullie hebben wel lang genoeg geslapen," roept Braampels naar Berkenhart en Arendvacht die doen alsof ze slapen. Arendvacht en Berkenhart staan moeizaam op en luid klagend lopen ze het krijgershol uit. Braampels staart hen kopschuddend na, maar kan een kleine glimlach niet onderdrukken. Braampels loopt het hol uit en Luipaardklauw volgt hem.

Berkenhart en Arendvacht staan al bij de doorntunnel te wachten. Met zijn vieren vertrekken ze.

Braampels heeft de leiding op zich genomen en leidt hen door het bos.

Berkenhart verdwijnt in de struiken. Braampels besluit dan maar te gaan jagen.

Luipaardklauw proeft de lucht. Hij ruikt een konijn dichtbij. Hij sluipt eropaf. Hij ziet het konijn door de takken van een braamstruik. Hij maakt zich klaar voor de sprong en wiebelt met zijn achterwerk. Hij springt op het konijn en bijt snel de nek door. Hij begraaft het konijn op de plek waar hij hem ving.

Luipaardklauw speurt naar een volgende prooi. Zijn scherpe oren vangen het geluid van klauwtjes die over de grond schrapen. Hij proeft de lucht en komt erachter dat het een muis is. Hij sluipt eropaf. Hij let erop dat zijn staart niet op de bladeren slaat.

Luipaardklauw ziet de muis zitten. Luipaardklauw kijkt van welke richting de wind komt. De wind komt hem tegemoet. Beter kan niet, denkt hij. Hij zakt voorzichtig door zijn poten. Hij spant de spieren van zijn achterpoten en springt op de druk gravende muis. Luipaardklauw breekt de ruggengraat van het diertje met zijn poot.

Hij pakt de vers gedode prooi op en loopt ermee naar de plek waar hij het konijn heeft begraven. Hij stopt de muis erbij en doet er dan weer zand overheen.

Hij wil opnieuw speuren naar een prooi, maar Braampels leidt hem af. Hij had de roodbruine kater nog niet opgemerkt en schrok dus een beetje van zijn stem. "We kunnen beter terug gaan naar het kamp. Ga jij even Arendvacht zoeken? Dan ga ik Berkenhart halen," zegt Braampels. Luipaardklauw knikt.

Net op dat moment komt de sierlijke gestalte van Berkenhart tevoorschijn. Ze heeft twee dode muizen in haar mond. Ze spuugt de prooien uit en zegt: "Naar mij hoef je niet meer te zoeken."

Luipaardklauw verdwijnt in de struiken. De bladeren knisperen onder zijn poten en de struiken bewegen als hij erlangs strijkt.

Hij proeft de lucht. Arendvacht's geur komt van rechts. Hij loopt in de richting die zijn neus wijst. Hij hoort dat de kater een prooi besluipt.

Luipaardklauw wacht tot Arendvacht klaar is. Luipaardklauw hoort de gesmoorde kreet van de prooi en stapt door de struiken. Arendvacht had een grote eekhoorn gevangen. "We gaan naar het kamp," zegt Luipaardklauw als Arendvacht hem vragend aankijkt. De bruine kater knikt en volgt Luipaardklauw naar de plek waar hij zijn prooi had begraven.

"Ga jij maar alvast naar het kamp," mauwt Luipaardklauw over zijn schouder. Arendvacht rent hem voorbij naar het kamp.

Luipaardklauw loopt door naar zijn prooien. Braampels en Berkenhart zijn er niet meer. Hij vermoedt dat ze terug zijn gegaan naar het kamp. Hij graaft zijn prooien uit. Hij neemt hen in zijn bek en loopt naar het kamp.

Hij wordt vergezeld door het geritsel van vele kleine dieren en het gezang van vogels.

Hij loopt het kamp in en dropt zijn prooien op de hoop. Hij neemt een prooi mee naar de rand van de open plek. Nachtroos ligt daar al een prooi te verorberen. Ze kletst met Windhart en Maanstroom. Luipaardklauw gaat bij hen zitten.

Arendvacht voegt zich ook bij hen. Luipaardklauw eet zwijgend zijn prooi op. Ineens komt er een kat binnen. Lijsterroep komt meteen in actie. Hij loopt met overduidelijk gezag op de kat af. Lijsterroep spreekt even met hem en loopt dan naar het leidershol met de kat op zijn hielen. Ze beklimmen de rotsen voor het hol van de leidster.

Luipaardklauw kijkt hen nieuwsgierig na. Terwijl hij aan het kletsen is met Windhart, Maanstroom, Nachtroos en Arendvacht houdt hij het leidershol nauwlettend in de gaten.

Na een paar minuten verschijnt Lavendelster. Lavendelster verlaat met de kat het kamp.

Lijsterroep springt op de hoge steen. Hij roept een vergadering bijeen. Katten komen aanstromen vanuit de holen. Hij loopt naar de hoge steen en gaat zitten met gespitste oren. Hij ziet Leeuwenbries uit de vuiltunnel komen en Lindepoel, Lichtbloem en Honingstorm komen uit het krijgershol.

Jaagpoot en Egelpoot komen uit het leerlingenhol. Jaagpoot loopt naar Lichtbloem toe en gaat naast haar zitten. Hij ziet dat Maanstroom verstrakt.

Kastanjepels schuifelt uit het oudstenhol gevolgd door de andere oudsten.

Libellevleugel komt uit de kraamkamer. Het valt duidelijk op dat haar jongen spoedig komen. Leeuwenbries werpt haar een liefdevolle blik. De andere katten komen ook snel aanlopen.

Als iedereen zit begint Lijsterroep met de vergadering. "Lavendelster is naar het Windclanterritorium, want de beren hebben daar een aanval gepleegd. Ze zullen gaan afspreken wanneer ze hen gaan aanvallen," zegt Lijsterroep. Verontrust geroezemoes gaat door de clan, tot Lijsterroep met een zwaai van zijn staart hen het zwijgen oplegt. "Ik moet nog mededelen dat Windhart naar de kraamkamer verhuisd. Ze is zwanger van Arendvacht," zegt Lijsterroep. Een goedkeurend gemurmel gaat door de clan.

"Dat werd tijd ook," murmelt Maanstroom. Luipaardklauw loopt door de menigte. Bij Windhart aangekomen feliciteert hij haar. Lijsterroep springt van de hoge steen.

Luipaardklauw ziet dat Lavendelster het kamp inkomt. Ze springt op de hoge steen. Meteen verzamelen de clankatten zich weer. "Ik heb de andere leiders gesproken en we zijn het erover eens dat we overmorgen de beren gaan verjagen," deelt Lavendelster mee. Een goedkeurend gemurmel klinkt uit de menigte.

"Dan zijn ik en mijn ongeboren jongen veilig," hoort Luipaardklauw Libellevleugel tegen Leeuwenbries zeggen. "Ja," zegt Leeuwenbries terug.

"We gaan ze een kop kleiner maken die beren," roept Honingstorm. "Ja, we zullen hen leren wat er gebeurd met dieren die ons kwaad doen," roept Berkenhart. Berkenhart knippert met haar ogen naar hem. Luipaardklauw ziet dat Honingstorm een beetje rood wordt.

Luipaardklauw grinnikt een beetje in zichzelf. De cyperse kater stond bekend om zijn brutaliteit. Normaal gesproken weet hij altijd wel iets te zeggen, maar Berkenhart had hem duidelijk van zijn stuk gebracht.

Luipaardklauw keek naar de hoge steen of er nog meer gezegd ging worden, maar Lavendelster sprong eraf.

Luipaardklauw zag dat de katten weer bezig gingen met hun taken. Leeuwenbries liep met Libellevleugel naar de kraamkamer.

Hij wendt zijn blik naar Berkenhart. De poes loopt naar Honingstorm en geeft hem een speels duwtje.

Luipaardklauw loopt naar het krijgershol. Als hij bijna in slaap valt wordt hij gewekt door een hartverscheurende kreet. Luipaardklauw springt uit zijn nest en rent naar buiten.

"Is er gevaar?" verwilderd kijkt hij om zich heen naar eventuele vijanden. Nachtroos legt haar staart op zijn schouders. "Nee hoor, Libellevleugel is aan het jongen," zegt Nachtroos kalm.

Luipaardklauw kijkt in de richting van de kraamkamer. Nachtroos had gelijk. De geluiden kwamen daar vandaan.

Luipaardklauw likt Nachtroos over haar wang. Zijn partner snort. Ze bekijkt hem kritisch. "Zeker meteen uit je nest gesprongen. Je vacht zit helemaal onder het mos," Nachtroos begint zijn vacht te fatsoeneren.

Luipaardklauw laat haar doen. Hij kijkt naar de kraamkamer. Hij ziet dat Wildhart naar buiten komt met Vonkpoot. Hij zegt tegen Leeuwenbries dat hij naar binnen mag. De goudbruine kater schiet naar binnen.

"Leeuwenbries' jongen zijn geboren," zegt Luipaardklauw over zijn schouder tegen Nachtroos. Nachtroos knikt en komt naast hem staan.

Als Leeuwenbries naar buiten komt lopen hij en Nachtroos naar hem toe. "Mogen we even gaan kijken broer?" vraagt Nachtroos. Leeuwenbries knikt. Zijn ogen stralen blijheid uit.

Luipaardklauw glipt naar binnen en Nachtroos komt achter hem aan. "Hoi Libellevleugel," begroet Luipaardklauw de blauwgrijze poes. "Hoi Luipaardklauw en Nachtroos," zegt ze terug.

Luipaardklauw bekijkt de jongen van Libellevleugel. "Ze zijn heel mooi," zegt Luipaardklauw. Het zijn vijf jongen en stuk voor stuk zijn ze prachtig. "Bedankt," snort Libellevleugel.

"Hebben jullie al namen bedacht?" vraagt Nachtroos. Libellevleugel knikt. "Dat is Woudkit," een goudbruin katertje, "Dat is Schaduwkit," een klein, zwart poesje met kleine, witte vlekjes, "Dat is Strokit," een strokleurig katertje met grijze sokjes, "Dat is Stormkit," een blauwgrijs katertje, "Dat is Tornadokit," een goudbruin katertje. "Mooie namen," zegt Nachtroos. Libellevleugel knikt zwakjes.

Luipaardklauw ziet dat ze bijna slaapt. "Kom we gaan," Luipaardklauw drijft Nachtroos de kraamkamer uit.

Hij gaat naar het krijgershol en loopt naar zijn nest achterin het hol. Hij krult zich op met zijn staart over zijn snuit geslagen. Nachtroos installeert zich naast hem. Dan wordt hij opgeslokt door de dieptes van de slaap.

Hoofdstuk 3

Tijgerpoot wordt wakker. Weer een dag vol verveling.

Ze kijkt naar Vonkpoot die kruiden aan het sorteren is.

Dan komt Jonas binnen. Meteen voelt ze zich beter. "Hoi Jonas," begroet Tijgerpoot hem vrolijk. "Hoi Tijgerpoot, hoezo ben je zo vrolijk?" vraagt Jonas. "Mag ik niet blij zijn dan?" vraagt Tijgerpoot vriendelijk.

Jonas komt dichterbij. "Natuurlijk wel," zegt hij. Tijgerpoot merkt dat hij niet zo goed uit zijn woorden komt.

Ze staat op en drukt haar snuit tegen zijn wang. Na die inspanning laat ze zich met een zucht weer in haar nest vallen. Jonas kijkt haar met een mengeling van blijdschap en ongeloof aan.

Tijgerpoot ziet dat Luipaardklauw binnenkomt. Jonas volgt haar blik. "Tot vanavond," zegt Jonas. Hij loopt het medicijnhol uit.

Luipaardklauw komt naar haar toe. "Hoe gaat het vandaag met je? Kun je al een beetje lopen?" vraagt Luipaardklauw. Tijgerpoot knikt. Ze hijst zichzelf overeind en loopt heen en weer. Meteen schiet er een pijnscheut door haar lichaam.

Zandbloem komt aangehold. "Je moet rusten," zegt Zandbloem, "Hup in je nest." Tijgerpoot wilde alles wat ze op zich had uitschreeuwen, maar bedacht dat ze daar niks mee opschoot. Tijgerpoot ging in haar nest liggen. "Jij moet ook maar eens weggaan. Hoe kan ze nou beter worden als ze steeds wordt lastiggevallen door katers," zegt Zandbloem. Ze zwiept met haar staart naar de uitgang. "Ga maar snel weg Luipaardklauw. Anders krijg je vast een tik om je oren," schatert Tijgerpoot.

Luipaardklauw maakt zich snel uit de poten. Tijgerpoot kijkt om zich heen. Vonkpoot loopt op haar af en wil iets zeggen. "O nee, Vonkpoot, jij laat deze patiënt nu met rust. Ik heb al genoeg katers gezien vandaag," mauwt Zandbloem gebiedend, "Ga maar bernage zoeken. Dan doe je in elk geval iets nuttigs." Zandbloem wijst hem de uitgang met haar staart. Vonkpoot glipt langs haar heen en verlaat het hol. Wildhart probeert zijn lachen in te houden. "En jij, heb jij niks beters te doen dan kijken? Hup ga maar met Vonkpoot mee," Zandbloem wijst ook Wildhart de uitgang. Wildhart schiet langs haar heen. "Zo," mompelt Zandbloem, "Rust in het hol." Ze gaat zitten bij de kruidenvoorraden en gooit af en toe een blaadje of een zaadje over haar schouder. Tijgerpoot kijkt om zich heen. Ze verveelt zich.

Ze schrikt wakker. Ze moest blijkbaar in slaap zijn gevallen.

Lijsterroep roept een vergadering bijeen. Hij vertelt dat Lavendelster naar het kamp van de Windclan is omdat ze zijn aangevallen door beren. Hij verteld ook dat Windhart zwanger is.

Tijgerpoot ziet Lavendelster vanuit de uitgang van het medicijnhol. Ze vertelt dat ze over twee dagen de beren gaan verjagen.

Tijgerpoot kijkt om zich heen. Jonas zou ook nog komen. Op dat moment komt hij binnen. "Hé Tijgerpoot," zegt Jonas. "Hoi Jonas," begroet ze hem.

Hij komt naar haar toe en komt naast haar liggen. "Heb je je nog kunnen vermaken vandaag?" vraagt Jonas. Tijgerpoot knikt terugdenkend aan wat Zandbloem had gedaan. Er verschijnt een glimlach om haar lippen. "Ja hoor," grinnikt ze. "Wat is er gebeurd dan?" vraagt Jonas een beetje verbaasd. "Toen jij weg ging kwam Luipaardklauw binnen. Zandbloem had hem het medicijnhol uitgejaagd en Vonkpoot wilde iets zeggen en ze stuurde hem ook weg met de woorden: O nee Vonkpoot, jij gaat haar niet lastigvallen. Ga maar bernage zoeken dan doe je tenminste nog iets nuttigs. Toen stuurde ze Wildhart weg. Hij probeerde zijn lachen in te houden. Toen mompelde Zandbloem: eindelijk rust in het hol," zegt Tijgerpoot, "Het was zo grappig." Jonas lacht. "Dat begrijp ik," zegt Jonas.

Tijgerpoot vond het fijn dat de goudbruine kater er was. Hij was fijn gezelschap. Ze kletsen nog wat af die avond. Jonas keek naar de ingang van het hol. "Het is al laat, ik kan beter gaan," zegt Jonas. Hij keek haar een beetje besluiteloos aan. Tijgerpoot likte zijn wang. "Tot morgen," mauwt ze. "Tot morgen," mauwt Jonas.

Hij loopt het hol uit, terwijl hij af en toe omkijkt. Hij botste tegen de wand naast de ingang. Tijgerpoot grinnikt.

Jonas kijkt weer voor zich en loopt het hol uit. Tijgerpoot vond het jammer dat hij weg ging. Ze legt haar kop op haar poten.

Ze hoort twee katten druk fluisteren. Ze kijkt op. Wildhart en Vonkpoot zitten te smiespelen. Af en toe werpen ze stiekem blikken op haar. Tijgerpoot besluit hen te negeren en legt haar kop weer op haar poten. Uiteindelijk doezelt ze in.

Hoofdstuk 4

Vuurzang wordt wakker. Vandaag moet ik mijn krijgerstaken weer op me nemen. Vlamster had haar verteld dat haar jongen vandaag leerlingen zouden worden. Hartkit is al wakker. Ze kijkt haar aan. "Mama, vandaag zijn we zes manen. Vandaag worden we leerlingen," Hartkit's staartje zwiept opgewonden heen en weer. "Je hebt gelijk," zegt Vuurzang. Het verwonderde haar niet voor het eerst hoe slim haar dochtertje was. Wolfkit hief zijn kop toen Hartkit dat zei. "Worden we leerlingen vandaag?" vraagt hij. Vuurzang knikt. Wolfkit maakt Bliksemkit wakker en vertelt haar het nieuws. Bliksemkit kijkt opgewonden naar haar nestgenoten. "Kom, we gaan laten zien aan Gaaipoot hoe goed we kunnen vechten," roept Wolfkit. Hij rent naar buiten en Hartkit en Bliksemkit volgen hem. Gaaipoot en Wolfkit waren goede vrienden geworden in de tijd dat ze samen in de kraamkamer zaten. Vuurzang volgt haar kittens naar buiten. Ravenvleugel's kittens komen vlak achter haar aan. Ze installeert zich naast de kraamkamer en kijkt toe hoe haar kittens indruk proberen te maken op Gaaipoot. De bruine kater snort, terwijl de kittens hun uiterste best doen. "Jullie worden vast goede krijgers," zegt Gaaipoot. Hij trippelt weg als Buizerdklauw hem roept. Vuurzang ziet dat Vlamster op de Hoge steen springt. "Laten alle katten die oud genoeg zijn om hun eigen prooi te vangen zich verzamelen onder de Hoge steen," roept Vlamster. Hartkit, Bliksemkit en Wolfkit komen snel op haar af. Vuurzang neemt hen mee naar de zijkant van de open plek. "Het is tijd om van drie kittens leerlingen te maken. Hartkit, Bliksemkit en Wolfkit kom naar voren," zegt Vlamster. Vuurzang begeleidt haar kittens naar de Hoge steen en trekt zich dan terug. Ze gaat zitten naast Ravenvleugel. "Ik Vlamster, leider van de Donderclan, doe een beroep op mijn krijgervoorouders om op deze kittens neer te kijken. Zij hebben hun zesde maan bereikt en zijn klaar om leerlingen te worden. Wolfkit vanaf de dag dat je je krijgersnaam verdiend sta je bekend als Wolfpoot. Jouw mentor wordt Hyacinthart," zegt Vlamster. Hyacinthart schreedt vol trots naar voren. Vuurzang herinnert zich dat zij de grootmoeder van Wolfpoot is en dus de moeder van Wolfsklauw. Hyacinthart raakt Wolfpoot's neus aan en neemt hem mee in de menigte. "Hartkit van nu af aan tot je je krijgersnaam verdiend sta je bekend als Hartpoot. Blauwhart aan jouw de taak haar te trainen," zegt Vlamster. Blauwhart kijkt goedkeurend naar Hartpoot: "Het zal een eer zijn." Blauwhart loopt naar voren en raakt Hartpoot's neus aan. Blauwhart legt haar staart over haar schouders en neemt haar mee. "Bliksemkit vanaf de dag dat je je krijgersnaam verdiend sta je bekend als Bliksempoot. Houtlicht wordt jouw mentor," zegt Vlamster. Houtlicht loopt naar voren en raakt Bliksempoot's snuit aan. Ze trekken zich terug. Vlamster springt op de grond. Vuurzang vraagt zich af wat ze zou gaan doen. Nu ze weer een krijger is, moet ze weer op patrouilles en dergelijke. "Kom je met ons op patrouille?" roept IJsvleugel. "Ja," roept Vuurzang. Amandelpoot en Stormwind gaan ook mee. Ze loopt naar hen toe. "We doen een jachtpatrouille," zegt Stormwind tegen haar. Vuurzang knikt. "Gaan we nou?" vraagt Amandelpoot ongeduldig. IJsvleugel geeft haar leerling een speels tikje op haar oor. "Ja, we gaan," zegt ze. Amandelpoot wil wegstuiven, maar IJsvleugel houdt haar tegen. "Je wacht wel op de oudere krijgers," berispt ze haar. "Ja, IJsvleugel," zegt Amandelpoot. Ze rolt met haar ogen. IJsvleugel glimlacht naar haar. Vuurzang is blij te zien dat haar zus het zo goed kan vinden met haar leerling. IJsvleugel loopt door de doorntunnel. Stormwind volgt haar. Amandelpoot en Vuurzang lopen achter hem. Als ze uit de doorntunnel komen gaat Stormwind naast IJsvleugel lopen. Hun vachten raken elkaar bijna, maar IJsvleugel maakt wat afstand tussen hen. Vuurzang had al eerder gemerkt dat de grijze kater vaak bij IJsvleugel in de buurt was. "Zullen we hier gaan jagen?" vraagt IJsvleugel. Stormwind knikt. "Dan gaan ik en IJsvleugel daar naar toe en Vuurzang en Amandelpoot naar die kant," zegt hij. IJsvleugel knikt, maar Vuurzang wist dat de witte poes alleen meeging omdat ze iets van plan was. Dus besloot ze haar zus te volgen. "Amandelpoot, ik ga kijken wat IJsvleugel gaat doen. Ik ken mijn zus langer dan vandaag en ik weet zeker dat ze nooit met Stormwind alleen zou willen zijn zonder dat daar een goede reden voor is. Kun jij stil zijn?" vraagt Vuurzang als ze weg zijn. De leerling knikt. Haar ogen glinsteren van opwinding. Vuurzang sluipt weg in de richting waar IJsvleugel en Stormwind zijn verdwenen. Amandelpoot sluipt achter haar aan. De leerling had gelijk, ze hoorde nog geen takje breken. Na een tijdje zag ze hen door de takken van een hulststruik. Ze seinde naar Amandelpoot met haar oren. "Je moet weten dat ik je niet leuk vind," zegt IJsvleugel. Ze keek onderzoekend naar Stormwind. "Mij best," hij laat zijn kop hangen. Vuurzang krabbelt terug. "Ssht, we gaan terug," fluistert Vuurzang. Amandelpoot maakt alleen maar een klein knikje met haar hoofd. Ze sluipen terug. "Kom we gaan jagen," zegt Vuurzang, "Heeft IJsvleugel je dat al geleerd?" "Ja," zegt Amandelpoot trots. Amandelpoot proeft de lucht en sluipt dan weg. Vuurzang doet hetzelfde. Ze ruikt een muis en sluipt er naar toe. Het diertje zit op een zaadje te knabbelen. Vuurzang spant haar spieren en springt op de muis. Snel bijt ze het diertje in zijn nek. Ze begraaft hem. Ze komt overeind en snuffelt naar een nieuwe geur. Al snel ruikt ze een konijn. Het zijn er twee denkt Vuurzang. Ze sluipt haast onhoorbaar over de bosgrond. Het veerkrachtige mos vergemakkelijkt het lopen. De konijnen verzorgen elkaars vacht. Ze gaan zo op in het verzorgen van andermans vacht dat ze haar niet zien. Ze zitten dicht bij elkaar en Vuurzang vermoedt dat ze tegelijk op beide dieren kan springen. Ze zet zich af. De konijnen schrikken en willen vluchten, maar daarbij zitten ze elkaar in de weg. Vuurzang landt op hen en bijt snel de nek van de ene door, daarna breekt ze de nek van de tweede. Ze zeult hen mee naar de plek waar de muis ligt. Vuurzang begraaft hen en besluit dan te kijken hoe het Amandelpoot vergaat. Ze proeft de lucht en volgt de geur van Amandelpoot. De poes zit ineengehurkt geconcentreerd te kijken naar een bepaald punt. Vuurzang volgt haar blik en ziet een mus die in de grond zit te pikken. Dan maakt Amandelpoot de sprong. Ze landt op de mus die niet op tijd weg kon komen en bijt de nek van het diertje door. Amandelpoot loopt naar haar toe met de mus in haar bek. "Goed gedaan," complimenteert Vuurzang. "Bedankt," zegt Amandelpoot. "Waar heb je je andere prooien begraven?" vraagt Vuurzang. Amandelpoot loopt door de varens en Vuurzang volgt haar. Ze stopt bij een eikenboom. "Hier," zegt Amandelpoot. "Graaf ze maar uit en loop dan met mee. Dan haal ik even mijn prooien op en dan gaan we op zoek naar Stormwind en IJsvleugel," zegt Vuurzang. Amandelpoot was al begonnen met graven. Ze heeft twee prooien. Vuurzang loopt naar de plek waar ze haar prooien heeft begraven. Als ze ze heeft uitgegraven, speurt Vuurzang in de lucht naar de geuren van IJsvleugel en Stormwind. Ze volgt de geur van haar zus. IJsvleugel begraaft net een prooi als ze haar vindt. "We gaan terug naar het kamp," zegt Vuurzang. Stormwind komt uit de struiken gestapt. Vuurzang had hem niet eerder geroken. IJsvleugel knikt. Stormwind verdwijnt weer in de struiken en komt even later te voorschijn met twee muizen. De staartjes van de beestjes hangen uit zijn mond. IJsvleugel gaat hen voor naar het kamp. Amandelpoot dartelt haar mentor vrolijk achterna en Vuurzang en Stormwind komen achter Amandelpoot aan. Vuurzang gaat het kamp in. IJsvleugel had haar prooi al op de hoop gelegd en gaf blijkbaar een bevel aan haar leerling, want de jonge poes liep naar het oudstenhol met prooi. Vuurzang loopt naar haar zuster en legt haar prooi neer. Vuurzang loopt met IJsvleugel mee naar het krijgershol en gaat liggen met haar poten onder zich gevouwen. Vuurzang keek rond. Slangentand en Ravenvleugel zaten met elkaar te praten. Ravenvleugel gaf haar broer een speels duwtje. Vuurzang's blik dwaalt verder. Krombek zat zichzelf te wassen voor het oudstenhol. Appelhart zat een eindje verderop met Blauwhart en Hyacinthart. Vuurzang vermoedde dat ze aan het roddelen waren over Krombek. Ze wierpen af en toe schichtig blikken op haar grootvader. Ze dacht dat haar oude mentor wel wat aardiger was. Ze bekeek de rest van de open plek. Verscheidene katten waren aan het samentongen. Vuurzang staat op en loopt het hol in. Ze zoekt haar nest op en laat zich in het mos vallen. Nog even luistert ze naar de geluiden van de katten op de open plek en dan is ze vertrokken.

Hoofdstuk 5

Luipaardklauw wordt wakker doordat Leeuwenbries hem port. "Lavendelster vraagt naar jou," zegt zijn vriend. Luipaardklauw staat op. Hij schudt zijn vacht uit en volgt daarna Leeuwenbries naar buiten. De goudbruine kater loopt naar zijn halfbroer om hem te trainen. Luipaardklauw rept zich naar het leidershol. Hij vraagt toestemming. "Kom snel binnen," roept zijn moeder. Luipaardklauw beklimt de rotsen behendig. Als hij boven is loopt hij snel Lavendelsters hol in. De lapjespoes zit in haar hol met Lijsterroep. Ze straalt een soort enthousiasme uit. "Toen ik een kitten was, was er een leider genaamd Maanster, ze had spionnen. Ze koos katten uit die haar geschikt leken. Niet alleen qua vacht, maar ook qua karakter en lichaamsbouw. Ik was één van de spionnen, ik wist niet wie er nog meer spionnen waren voor als ik een keer gesnapt zou worden. Dan zou ik hen niet kunnen verraden. Toen er een nieuwe leider aan de macht kwam, ging het weer over. Zij, Lynxster was haar naam, zat niet in het korps. Ze was de leider voor mij, maar nu ik weer leider ben wil ik het weer gaan invoeren. En ik heb besloten dat jij één van die spionnen wordt," zegt Lavendelster. Ze kijkt hem verwachtingsvol aan. "Ik doe het," zegt hij. "Nog één ding, Ik zal jou trainen, maar jij zal als je klaar bent met de training ook zelf leerlingen moeten gaan trainen," zegt Lavendelster. Luipaardklauw knikt. Hij kijkt er wel naar uit om wat anders te gaan doen. "Zit Lijsterroep er ook in?" vraagt Luipaardklauw. "Nee," zegt ze, "Maar ik bespreek wel alles met hem. Nog één ding, je moet beloven het tegen niemand te zeggen. Het is strikt geheim." Luipaardklauw knikt dat hij het begrijpt. "Kom mee," zegt Lavendelster. "Gaan we al beginnen?" vraagt Luipaardklauw. Ze knikt. Luipaardklauw volgt haar door het kamp. Ze gaan de doorntunnel uit. "Ik heb je nog niet alles uitgelegd," zegt zijn leider als ze ver genoeg van het kamp zijn, "Het is al handig dat je één belangrijk onderdeel al kent: niet geroken worden, maar we kunnen er nog wat dieper op ingaan. Je zal moeten leren dat je op zo'n missie elke kans moet aangrijpen om je geur te maskeren. Dus als je bijvoorbeeld sterk ruikende planten ziet moet je erdoorheen rollen. We moeten ook je waakzaamheid gaan trainen. Je moet meer gaan opletten op verdachte geuren en geluiden. Je moet je leren afsluiten voor al het onbelangrijke. Je moet leren welke geluiden op gevaar kunnen duiden of hier niet thuishoren. Hierbij moet je denken aan hard gesnuif, gestamp met poten en brekende takjes. Je moet ook strategisch inzicht krijgen, als je gevangen genomen bent moet je op zoek gaan naar een ontsnappingsmogelijkheid. Je moet je proberen ongezien te verplaatsen waarbij je gebruik maakt van de schaduwen. Er is één stamregel: Als je niet beweegt word je niet gezien," Luipaardklauws hoofd begon te tollen bij het besef wat hij allemaal moest leren. "Maar we doen alles op zijn tijd," eindigt Lavendelster, "We gaan beginnen met het onzichtbaar sluipen. Ik ga me ergens verstoppen en jij moet zo stil mogelijk naar me toe proberen te komen." Lavendelster rent gebukt door het struikgewas. Het enige wat Luipaardklauw hoorde was een haast onhoorbaar ritselen van de takken waar haar vacht langs schraapte. Natuurlijk iets wat je leerde bij de training. Hij voelde diepe bewondering voor haar kunsten en vaardigheden. Toen hij geen geritsel meer hoorde, spitste hij zijn oren. Waar zou ze toch ongeveer zitten. Hij besloot heel voorzichtig door het struikgewas te gaan sluipen. Hij sloop in de richting waar de poes was verdwenen. Hij lette erop dat hij geen takjes brak en struiken een beetje uit de weg ging. Hij gebruikte zijn neus maar kon haar niet ruiken. Hij spitst zijn oren op ongewone geluiden. Ineens raakte iemand hem aan. Hij schrok zich een ongeluk en draaide zich snel om. Daar stond Nachtroos. "Wat ben je aan het doen?" vraagt ze nieuwsgierig. "Ik ben aan het jagen," zegt Luipaardklauw. Hij voelde zich schuldig dat hij moest liegen tegen zijn partner. Ze keek hem onderzoekend aan. "Oke," zegt ze uiteindelijk. De zwarte poes draait zich om en loopt terug naar waar ze vandaan kwam. Luipaardklauw slaakt een opgeluchte zucht. "Wat heb je tegen haar gezegd?" vraagt ineens een stem vlakbij zijn oor. Luipaardklauw kijkt verschrikt opzij. "Lavendelster laat me eens niet zo schrikken," zegt hij geërgerd. "Wat zei je tegen haar?" vraagt Lavendelster onverstoorbaar. "Dat ik aan het jagen was," zegt hij. Lavendelster legt haar staart over zijn schouders. "Het is soms erg lastig, ik heb geluk dat Loofpels er ook één is," zegt ze. Luipaardklauw beseft dat ze hem heel erg vertrouwd. "Kom mee, we gaan terug naar het kamp. Zandbloem zei tegen me dat Tijgerpoot morgen uit het medicijnhol mag," zegt Lavendelster. Luipaardklauw is blij dat zijn leerling weer uit het medicijnhol mag. "Maar hoe moet het dan met de training?" vraagt Luipaardklauw. "Tijgerpoot lijkt me ook zeer geschikt. Ze is een kalme poes en volgens mij ook erg leergierig aan de hand van wat ik gezien had," zegt Lavendelster. Luipaardklauw reageert niet. "Kom dan gaan we," zegt Lavendelster kordaat. Ze loopt weg. Luipaardklauw volgt haar. De lapjeskleurige leider loopt haast onhoorbaar door het struikgewas. Af en toe is Luipaardklauw haar zelfs even kwijt, maar dan duikt ze weer een paar meter verder op. Na een paar minuten komen ze aan bij het kamp. Luipaardklauw loopt door de doorntunnel. Hij ziet zijn partner zitten. Hij twijfelt: zou hij eerst naar Tijgerpoot gaan om het haar te vertellen of zou hij eerst Nachtroos gaan begroeten? Hij besloot te kiezen voor de eerste optie en liep het medicijnhol in. Zijn leerling was weer aan het praten met Jonas. Hij vermoedde dat de twee elkaar leuk vonden. "Je mag morgen uit het medicijnhol," vertelt Luipaardklauw als hij bij haar is. "Yes," zegt Tijgerpoot. Dan roept Lavendelster een vergadering bijeen. Jonas helpt Tijgerpoot overeind. Met zijn drieën lopen ze naar buiten. Zandbloem en Wildhart volgen hen. Vonkpoot komt hen achterna gehold. Luipaardklauw zoekt een plekje naast Nachtroos. Hij duwt zijn neus in haar vacht. Nachtroos snort. "Heb jij die twee herten op de prooihoop zien liggen?" vraagt Nachtroos. "Ja," zegt Luipaardklauw. "Die heeft Tijgerpoot gevangen, in haar eentje!" zegt Nachtroos. "Echt waar?" zegt Luipaardklauw ongelovig. Zijn partner knikt. "Dan moet ik haar dalijk nog even spreken," hij kijkt in de richting waar zijn gewonde leerling is. Toen Lavendelster begon met de vergadering keek hij naar de hoge steen. "Ik heb besloten dat Jonas zich mag aansluiten bij de clan. Kom naar voren Jonas," zegt ze. Ze springt van de hoge steen. Jonas komt een beetje zenuwachtig naar voren. Tijgerpoot geeft hem een bemoedigend duwtje. Jonas loopt iets zelfverzekerder naar voren. "Jonas beloof jij dat je je zult houden aan de krijgscode?" vraagt Lavendelster als hij voor haar staat. "Dat zweer ik," zegt de goudbruine kater. "Dan zul je vanaf nu bekend staan als Lynxpoot, jouw mentor wordt Nachtroos," zegt ze. Nachtroos komt stralend naar voren en raakt de neus van haar nieuwe leerling aan. Luipaardklauw wist dat ze vaak samen zouden trainen nu, hun leerlingen zijn erg goede vrienden. "Welkom in de clan," zegt Lavendelster. "Lynxpoot! Lynxpoot!" riep iedereen. Luipaardklauw wrong zich naar voren om de kater te feliciteren. Hij was hem nog steeds erg dankbaar dat hij Tijgerpoot probeerde te redden. Toen Luipaardklauw eindelijk bij hem stond feliciteerde hij hem hartelijk. "Lavendelster heeft je gelukkig niet weggestuurd, zo'n dappere kater als jij wegsturen zou niet slim zijn," zegt Luipaardklauw. Lynxpoot is duidelijk een beetje van zijn stuk gebracht door zijn compliment. "Dank je," zegt hij. Luipaardklauw glimlacht nog even naar hem en wringt zich dan weer een weg terug door de menigte. Nachtroos komt naar hem toe. "Jij ook gefeliciteerd met je eerste leerling," zegt Luipaardklauw. "Dank je," snort ze. Ze drukt haar snuit tegen die van hem. "Nou kunnen we weer samen trainen, net als vroeger," zegt Luipaardklauw met een glimlach. "Ja," zegt Nachtroos. Ze glimlacht bij de gedachte. "Ik denk dat Tijgerpoot en Lynxpoot het ook wel leuk zouden vinden om samen te trainen," zegt Luipaardklauw. "Ja," grinnikt Nachtroos, "Die twee denken vast dat het niet opvalt hoe vaak ze bij elkaar zitten." Toen Lynxpoot naar hen toe kwam stopten ze met praten. "Wanneer gaan we beginnen met trainen?" vraagt hij ongeduldig. "Voor vandaag is het te laat om te trainen, ga maar een nest maken in het leerlingenhol. Ik weet zeker dat er wel iemand is die je wil helpen," zegt Nachtroos. "Oke," zegt hij ontevreden. Hij loopt naar het leerlingenhol en wordt aan het oog onttrokken als hij naar binnen glipt. "Hij is in elk geval gedreven," merkt Luipaardklauw op. Ze knikt. "Kom dan gaan we slapen," zegt Nachtroos. Luipaardklauw volgt de zwarte poes over de open plek en glipt het krijgershol in. Luipaardklauw loopt naar zijn nest dat bijna aan het eind ligt. Hij gaat liggen in het nest naast Nachtroos. Al snel vult zijn kop zich met duisternis en geeft hij zich over aan de slaap die aan hem rukt.

Hoofdstuk 6

Tijgerpoot wordt wakker. Ze vraagt zich af wat ze vandaag weer zou kunnen doen. Zandbloem ziet dat ze wakker is. "We kunnen een wandeling maken als je wil," zegt ze. "Ja dat is goed," zegt Tijgerpoot. Ze hijst zich uit haar nest en volgt haar naar buiten. Ze steken de open plek over en gaan door de doorntunnel. Tijgerpoot vond het fijn om weer in het bos te zijn. Met al dier fijne aroma's in haar neus en het gezang van vogels in haar oren. Dat was het paradijs. Ineens rook ze een onbekende geur. "Ruik jij dat ook?" vraagt ze aan Zandbloem. "Ja, dat is een hert. Het zijn grote wezens met scherpe hoeven en een gewei," zegt ze, "Volgens mij heeft dit hert een nest. Ze ruikt naar melk. Je mag hem proberen te vangen, maar ze kunnen erg gevaarlijk zijn." Tijgerpoot meende dat ze het gevaarlijkste wel gezien had met de beren. "Ik ga het proberen," zegt ze. Tijgerpoot voelt Zandbloems blik in haar rug priemen toen ze in de struiken verdween. Tijgerpoot was vastbesloten het dier te vangen. Ze checkte of de wind van achter haar kwam, maar dat was niet zo. Mooi Ze sloop verder. Toen ze dichterbij kwam werd de geur steeds sterker. Uiteindelijk zag ze een kop boven het struikgewas uit steken. Het was inderdaad erg groot en was geheel bruin, dit dier miste een gewei. Dit hert is niet zwanger meer, ze heeft ergens jongen Ze sloop achter het hert door en besprong het. Het hert schrok van haar, maar Tijgerpoot had zich al een weg gebaand naar de nek en sloeg haar klauwen erin. Het hert probeerde haar af te schudden, maar Tijgerpoot hield haar klauwen stevig in de huid gedrongen. Uiteindelijk schokte het hert nog één keer en viel toen door zijn poten. Tijgerpoot sprong eraf. Ze testte voorzichtig of het dier nog ademde, maar hij was dood. Triomf overspoelt haar. Ik heb een hert verslagen! Ze proefde de lucht en volgde het melkspoor naar de plek waar het jong was terwijl ze het lichaam van het hert meesleepte. Na een dik half uur kwam ze aan bij de schuiplaats. Ze zag een struik voor zich staan en daar kwam een zwak gemekker uit. Ze duwde wat bladeren opzij en vond daar een klein hertje. Waarschijnlijk niet eens ouder dan twee maanden Tijgerpoot doodde het met een simpele haal van haar klauw. Tijgerpoot twijfelde: Hoe ging ze nu twee lichamen meenemen? Uiteindelijk had ze het jong op zijn moeder gelegd en sleepte het mee. Toen ze bij het kamp aankwam was ze dan ook volledig uitgeput. Ze sleepte de lichamen verder door de doorntunnel. Toen kwam ze aan in het kamp. Het was er een grote drukte. "Daar is ze!" roept Honingstorm. "Wat is er aan de hand dan?" vraagt ze aan Honingstorm. "We waren je kwijt," zegt de cyperse kater, "Wat heb je daar?" "Twee herten," zegt ze. Honingstorm kijkt haar verbijsterd aan. Lijsterroep springt op de hoge steen. "Stil!" roept hij. iedereen houdt op met praten. "Tijgerpoot is terecht, ze staat daar," Lijsterroep wijst naar haar met zijn staart. De rust keert terug in het kamp. Lijsterroep komt naar haar toe. "Kun je de volgende keer gewoon bij Zandbloem blijven?" vraagt hij. Dan valt zijn blik op de twee bruine lichamen die achter haar liggen. "Zijn dat herten?" vraagt hij. Ze knikt. "Leg ze maar op de prooihoop," zegt hij. Lijsterroep baant zich weer een weg terug naar de hoge steen, terwijl Tijgerpoot de herten naar de prooihoop sleurt. "Laten alle katten die oud genoeg zijn om hun eigen prooi te vangen zich verzamelen onder de hoge steen," schalt Lijsterroeps stem door het kamp. Katten komen hun holen uit en werpen verbaasde blikken op de commandant. Ze kon wel raden waarom. Er was toch net ook al een vergadering? vragen ze zich waarschijnlijk af. Tijgerpoot gaat naast Jonas zitten. Toen iedereen zat begon Lijsterroep met de vergadering: "Tijgerpoot heeft daarnet twee herten gevangen in haar eentje. Ik vind dit het vermelden waard, aangezien ze nog steeds niet helemaal beter was en nog een leerling." "Goed gedaan, jonge Tijgerpoot. Je zult een gevreesde krijger worden," klinkt Vlinderpels' trotse stem. Al snel beginnen meer katten haar lieve dingen toe te roepen. Ze werd een beetje verlegen van alle lof. Jaagwolk, Egelstroom en Hulstmist kwamen naar haar toe. "Goed gedaan, zusje," zegt Jaagwolk. Egelstroom en Hulstmist stemmen in. "Was het moeilijk?" vraagt iemand achter haar. Tijgerpoot draait zich om. Achter haar stond Sterrenpoot. "Niet zo heel erg," zegt Tijgerpoot. "Maar het is echt cool dat je die gevangen hebt," zegt Sterrenpoot. Tijgerpoot knikt. Het poesje draait zich om en loopt weg. Als na een tijdje eindelijk alle katten weg zijn, gaat ze terug naar het medicijnhol. Jonas volgt haar. "Waar ga je heen?" vraagt hij. "Het medicijnhol, mijn kop doet een beetje pijn," zegt ze. "Oke," zegt Jonas. Tijgerpoot loopt het medicijnhol in. Ze laat zich met een gelukzalige zucht in haar nest vallen. Jonas komt naast haar zitten. Tijgerpoot legt haar kop op haar poten en valt in slaap.

Tijgerpoot ontwaakt. Ze slaakt een geeuw. Jonas zit nog steeds naast haar. De goudbruine kater had ze gesloten, maar opende ze toen hij haar hoorde. "Je bent weer wakker," zegt hij. Tijgerpoot knikt. Dan blokkeert een gestalte het zonlicht van buiten het medicijnhol. Tijgerpoot proefde de lucht en kwam tot de conclusie dat het haar mentor was. "Hoi Luipaardklauw," begroet ze hem. De kater komt verder het hol in. "Ik kom je vertellen dat je vanaf morgen niet meer in het medicijnhol hoeft te zitten," zegt hij. "Yes," zegt Tijgerpoot. "Ben ik dan zo vervelend," zegt Zandbloem geamuseerd. Tijgerpoot schrikt op van haar stem. "Nee hoor," zegt ze haastig, "Het is alleen zo dat ik me hier altijd verveel." "Geeft niet hoor, ik begrijp dat de hele dag hier liggen een beetje saai is," zegt Zandbloem. Zandbloem draait zich om en gaat weer verder met kruiden sorteren. Toen hoorde Tijgerpoot dat er een vergadering bijeen werd geroepen. Tijgerpoot hees zich moeizaam uit haar nest en volgde haar vriend naar buiten. Tijgerpoot voelde dat Jonas zenuwachtig was. "Het komt wel goed," zegt Tijgerpoot, "Lavendelster kiest vast een leuke naam voor je uit." Tijgerpoot volgde hem naar een plekje een beetje aan de zijkant. Tijgerpoot wist dat zij één van de weinigen was die hij al volledig vertrouwde. Hij moest er nog steeds aan wennen met zoveel katten samen te zijn. Lavendelster begon met de vergadering en riep Jonas naar voren. Jonas stond op en liep langzaam naar voren. Tijgerpoot gaf hem een bemoedigend duwtje. "Ga maar gewoon, het komt wel goed," stelt ze hem gerust. Jonas loopt iets sneller, maar Tijgerpoot ziet dat hij nog steeds een beetje zenuwachtig is. Na de ceremonie kwam Lynxpoot op haar af. Tijgerpoot vond dat Lavendelster een goede naam had gekozen voor haar vriend. "Ik ben zo blij dat ik nu officieel lid ben van de clan!" zegt hij enthousiast tegen haar. "Ja, ik vind dat Lavendelster ook een goede naam heeft gekozen," zegt Tijgerpoot. Lynxpoot knikt. "Wil je even helpen met een nest maken?" vroeg Lynxpoot aan haar. Lavendelster had hem bevolen in het krijgershol te slapen. Tijgerpoot knikt. Ze gaat hem voor naar het leerlingenhol en wurmt zich door de ingang. Ze verbaasde zich erover: Ben ik zo dik geworden? Ze nam zich voor zo snel mogelijk al het vet weer kwijt te raken. Lynxpoot kwam achter haar aan. Tijgerpoot moest een beetje wennen aan alle andere geuren die haar neusgaten binnendrongen na het medicijnhol. Toen haar neus weer een beetje goed werkte liep ze zelfverzekerd naar twee nesten achterin het hol. Het ene nest was van haar geweest en het andere nest was al een tijdje niet meer in gebruik, naar de geur te oordelen. "Dit is mijn oude nest en dat nest is ook nog niet bezet," zegt Tijgerpoot. Lynxpoot knikt en loopt naar het oude nest. "Je kunt nog wat mos halen bij de medicijnkat," zegt Tijgerpoot. Lynxpoot knikt haar dankbaar toe en loopt snel terug naar het medicijnhol. Even later komt hij terug met wat mos en spreidt het uit in zijn nest. Tijgerpoot gaat weer terug naar haar nest in het medicijnhol. Ze ploft in haar nest en kijkt wat de medicijnkatten aan het doen zijn. Langzaam sluiten haar ogen zich en dan is ze vertrokken naar dromenland.

Hoofdstuk 7

Vuurzang wordt wakker. Ze knipperde met haar ogen om de slaap te verdrijven en hees zich toen overeind. Ze strekte haar spieren tot ze voelde dat alle stijfheid verdwenen was. Ze liep op haar gemakje het hol uit. Ze keek een beetje verbaasd op toen ze Vlamsters gestalte op de hoge rots zag staan. Hij riep net een vergadering bijeen. Vuurzang koos een plekje uit. Al snel kwam Slangentand naast haar zitten en even later schreed IJsvleugel naar hen toe. Ze wierp een vuile blik op Slangentand, maar ging toch naast haar zitten. Vuurzang zag dat Amandelpoot, Gaaipoot en Echopoot met elkaar aan het praten waren. Een strenge blik van Heesterstaart legde hen het het zwijgen op. Hartpoot, Bliksempoot en Wolfpoot kwamen vrolijk het leerlingenhol uit dartelen. Bij het zien van haar jongen vloeide het laatste restje vermoeidheid uit haar lichaam. Haar drie kinderen gingen in de buurt van Gaaipoot en zijn zusjes zitten. Vlamster kuchte om de aandacht te vragen. Veel katten keken al met gespitste oren naar hun leider en ook de laatsten keken op. "Het is tijd om van twee kittens leerlingen te maken. Zangkit en Eksterkit, kom maar naar voren," zei Vlamster. De twee kittens liepen fier naar voren, maar Vuurzang zag dat hun staartjes toch een beetje trilden. De kittens kwamen aan op de open plek voor de hoge steen. Vlamster sprong van de Hoge steen. "Ik Vlamster, leider van de Donderclan, doe een beroep op mijn krijgsvoorouders om op deze kittens neer te kijken. Zij hebben hun zesde maan bereikt en zijn oud genoeg om leerlingen te worden. Zangkit van nu af aan tot je je krijgersnaam verdiend sta je bekend als Zangpoot. Vuurzang, aan jou de taak haar te trainen. Ik vertrouw erop dat je alles wat je hebt geleerd van Blauwhart over zal brengen op je eerste leerling," zei Vlamster. Het rode poesje keek haar met haar heldergroene ogen enthousiast aan. Vuurzang schreed naar voren en raakte de neus van haar eerste leerling aan. Vuurzang trok zich terug met Zangpoot. Eksterkit keek een beetje zenuwachtig de kring katten rond, als om aan hun gezichten te kunnen zien wie zijn mentor werd. "Eksterkit, van nu af aan tot je je krijgersnaam hebt verdiend sta je bekend als Eksterpoot. Jouw mentor wordt Helderhart," Vlamster keek naar de poes. Eksterpoot verdraaide zijn nek om te zien wie dat was. Op Helderharts gezicht was verbazing te lezen, toen Vossenklauw haar een bemoedigend zetje gaf, schudde ze haar kop en liep naar voren. Ze raakte Eksterpoots neus aan en nam hem mee in de menigte. "Wat gaan we als eerste doen?" was het eerste wat Zangpoot vroeg. "Ik denk dat we het beste kunnen beginnen met het territorium te verkennen. Kom dan gaan we vragen of Eksterpoot en Helderhart mee willen," zegt Vuurzang. Ze loopt aan en Zangpoot loopt snel voor haar uit naar haar broer. Ze feliciteren elkaar terwijl Vuurzang met Helderhart spreekt. "Zullen we samen met de leerlingen het territorium verkennen?" vraagt Vuurzang. "Dat is goed," knikt Helderhart. "Kom jongens," zegt Vuurzang en wenkt hen met haar staart. De twee leerlingen lopen achter hen aan. Ze rennen door de doorntunnel. Vuurzang en Helderhart staan stil. "Waar gaan we als eerst naar toe?" vraagt Zangpoot. "We gaan eerst naar het verlaten tweebeennest. Je moet wel opletten dat je het kattenkruid niet vertrapt, dat kruid geneest een dodelijke ziekte," zegt Vuurzang. Eksterpoot knikt ernstig, maar Zangpoot is nog steeds aan het rondhuppen. "Gaan we nou? zegt ze ongeduldig. Vuurzang grinnikt: "Ja hoor, kom maar mee." Vuurzang loopt met Helderhart naar het verlaten tweebeennest. Zangpoot hupt vrolijk met hen mee. Eksterpoot is wat beheerster, maar zijn staartpunt wipt ook enthousiast op en neer. Vuurzang ziet het vervallen gebouw voor haar opdoemen. Zangpoot racet haar voorbij en wil over het muurtje springen, maar Vuurzang pakt haar gauw bij haar staart. Zangpoot slaakt een verrast kreetje toen ze merkte dat ze niet verder kon. Ze keek achterom. Vuurzang laat Zangpoots staart los. "Ga je nu luisteren naar je mentor?" vraagt ze streng. "Ja Vuurzang," zegt Zangpoot met gebogen kop. "Goed zo," Vuurzang streek met haar staart over de rug van haar leerling. "Kom, dan gaan we verder," zegt Vuurzang. Zangpoot is de rest van de tijd stil. Als ze bij het kamp aankomen neemt Vuurzang Zangpoot even apart. Ze gebaart Eksterpoot en Helderhart verder te gaan. Eksterpoot werpt zijn zus een medelijdende blik toe en volgt dan zijn mentor. Vuurzang wendt zich tot haar leerling. "Hé Zangpoot, kijk me eens aan," zegt Vuurzang. Zangpoot kijkt op. "Ik ben allang niet meer boos hoor. Hoe gaat het met je staart?" Vuurzang kijkt haar vragend aan. "Wel goed," zegt Zangpoot. "Mooi, maar ga toch maar even naar de medicijnkat. Voor alle zekerheid," zegt Vuurzang. Zangpoot knikt. Ze likt haar een keer tussen haar oren. "Kom," zegt ze en loopt naar de doorntunnel. Zangpoot volgt haar. Zodra ze binnen komen komt Eksterpoot snel naar Zangpoot toe. Ze praten even kort waarna Zangpoot naar het medicijnhol gaat. Vuurzang kijkt de open plek rond. Ze besluit bij IJsvleugel en Ravenvleugel te gaan zitten. Vuurzang loopt er naar toe. Ze gaat naast de zwarte poes zitten en slaat haar staart rond haar poten. "Heeft Zangpoot zich een beetje gedragen onderweg?" vraagt Ravenvleugel. "Ja hoor, ik moest haar één keer streng toespreken, maar toen ging het wel. Ze wilde over het muurtje van het tweebeennest springen en ik pakte snel haar staart vast," zegt Vuurzang. "Het is niks ernstigs zegt ze, maar ik heb haar toch naar het medicijnhol gestuurd," zegt Vuurzang vlug als ze Ravenvleugels gezicht ziet betrekken. Ravenvleugel knikt: "Ik zal zo even bij haar gaan kijken." Vuurzang ving een geluid op. Iemand liep naar hen toe. Ze draaide haar kop om te zien wie het was. Ze zag dat het Slangentand was, hij kwam aarzelend dichterbij. "Wil wil je met mij gaan jagen?" stotterde hij. IJsvleugel vernauwde haar ogen en siste boos naar hem. "Dat is goed," zegt Vuurzang terwijl ze opstaat. IJsvleugel kijkt haar verbaasd aan. "Dat jij hem niet aardig vindt, betekent niet dat ik ook onaardig moet zijn tegen hem," fluisterde Vuurzang tegen haar zus. Ze volgde Slangentand naar de uitgang en glipte snel door de de doorntunnel. Blauwhart, die toen op wacht stond, keek haar na. Eenmaal in het bos vond ze het erg fijn. De dennennaalden die knisperden onder haar poten, de vogels die hun stemmen luidkeels lieten horen, kleine prooidiertjes die rondscharrelden en de struiken deden ritselen. Vuurzang snoof de boslucht in en zuchtte tevreden. "Alles naar wens mevrouw?" Grapte Slangentand. "Het is nog altijd mevrouw Vuurzang voor jou," zei ze met een bekakt stemmetje. "Net echt," schaterde Slangentand. Vuurzang lachtte ook, iets wat er bij haar niet vaak meer was ingegaan na de dood van Wolfsklauw. "Kom, dan gaan we jagen," zei Vuurzang kordaat na een paar minuten. Slangentand hees zich overeind met een kreun. "Begin je oud te worden?" plaagde Vuurzang. "Wacht maar, ik vang meer prooi dan jij," zei Slangentand met een glimlach. "Oke, dan maken we er een wedstrijdje van," zei Vuurzang. Slangentand knikte. Ze proefde de lucht en rook een konijn. Voorzichtig sloop ze in de juiste richting. Naarmate ze dichterbij kwam werd de geur sterker. Ze zag het dier zitten. Hij was een hol aan het uitgraven. Ze spande de spieren van haar achterpoten en sprong bovenop het konijn. Ze bracht snel de doodsbeet toe. Ze voelde het dier verslappen onder haar poten en begroef hem op de plek waar hij aan het graven was voor zijn dood. Ze proefde nogmaals de lucht en rook een muis. Uit de geuren maakte ze op dat het er twee waren. Ze sloop er naar toe. Uiteindelijk was ze zo dicht genaderd dat ze hen met een pootslag kon doden. Ze zaten heel dicht bij elkaar, dus een makkelijk doelwit. Bliksemsnel schoot haar poot uit. Eentje was dood en de andere was verdoofd. Snel beet ze het verdoofde muisje nog een keer in zijn nek. Daarna nam ze de twee muizen aan hun staarten mee terug naar haar konijn. Ze begroef hen erbij. Ze snoof de boslucht in en rook nog een eekhoorn. Ze besloot die nog te vangen en daarna naar Slangentand te zoeken. Ze sloop door het bos. Na een paar minuten zag ze zijn pluimstaartje boven een klein struikje uitsteken. Ze sloop nog iets dichterbij en pakte snel de staart tussen haar tanden. Ze voelde dat het beestje wilde ontsnappen. Snel trok ze het over de struik. Ze zette haar poot op zijn rug en beet hem in zijn nek. Het beestje verslapte meteen. Ze ging weer terug naar haar andere prooien en groef ze uit. Ze nam ze in haar bek en ging op zoek naar Slangentand. De kater bleek maar twee vossenlengtes bij haar vandaan te zijn. Slangentand had een spitsmuis en twee eekhoorns. Vuurzang spuugde haar prooien uit. "Zo te zien heb ik gewonnen," plaagde Vuurzang. Slangentand keek zo van: Ach, ik heb ten minste prooi gevangen voor de clan. Vuurzang pakte haar prooien op en liep verder. Ze merkte dat de crèmekleurige kater beter om kon gaan met verlies. Ze trippelde het kamp in. Ze dropte haar prooien op de hoop en liep naar haar vriendin. Ravenvleugel was nog steeds in gesprek met IJsvleugel. Vuuurzang ging erbij zitten. Ze ving een aantal keer haar naam op. “Wat is er met mij?” Vraagt Vuurzang. “Oh, niks hoor,” zegt IJsvleugel haastig. Vuurzang trok ongelovig met haar oren, maar zei niks meer. Vuurzang geeuwde: "Ik ga maar slapen." Ze liep naar het krijgershol en ging naar binnen. Ze liep naar haar nest en plofte erin. Ze sloot haar ogen. Er kwamen nog wat katten binnen, maar dat hoorde ze al niet meer.

Hoofdstuk 8

Luipaardklauw wordt wakker doordat iemand hem roept. "Luipaardklauw, ik wil gaan trainen. Ik, Nachtroos en Lynxpoot staan allang klaar!" roept Tijgerpoot naar binnen. Luipaardklauw hees zich uit zijn nest en schudde de stukjes mos uit zijn vacht. "Ik kom eraan," roept hij. Slavendrijver. Hij rekt zich uit. "Kom nou," roept Tijgerpoot. Luipaardklauw zucht. Hij was vergeten hoe enthousiast ze was. "Luipaardklauw!" Tijgerpoot weer. "Ja ja, heb geduld!" snauwt hij. Hij wandelt naar buiten. Lynxpoot zit zijn klauwen in het zand te slaan en Tijgerpoot rolt met haar ogen: "Oude katten." "Hé," zegt Luipaardklauw. Hij geeft zijn leerling een tik op haar oor. "Je mag dan wel bijna krijger zijn, ik ben nog steeds ouder dan jij," zegt Luipaardklauw. "O ja, je bent de wel edele Luipaardklauw," zegt Tijgerpoot met een grijns op haar gezicht. "Haal me niet in de maling," zegt Luipaardklauw. "Kan je er niet tegen?" grinnikt Nachtroos. "Kom op zeg, zelfs mijn eigen partner keert zich tegen mij. Sterrenclan help me!" zegt Luipaardklauw gespeeld wanhopig. "Hé Luipaardklauw, je kunt je ook nuttig gaan maken in plaats van toneelstukjes opvoeren," roept Lijsterroep. "Oeh, gesnapt Luipaardklauw," zegt Tijgerpoot met een glimlach. "Jij kan je beter ook nuttig maken Tijgerpoot, anders zwaait er wat," roept Lijsterroep. "We kunnen beter gaan. Nog even en Lynxpoot heeft een heel gat gegraven," zegt Nachtroos. Lynxpoot trok met zijn oren toen hij zijn naam hoorde. Luipaardklauw ging hen voor naar buiten. "Waar gaan we heen?" vraagt Lynxpoot ongeduldig. "Naar de Zandkuil," zegt Luipaardklauw. "Volg mij," roept Tijgerpoot over haar schouder. Lynxpoot snelt achter haar aan. "Zullen we meedoen?" stelt Nachtroos voor. Luipaardklauw knikt. Meteen zet hij een spurt in. Al snel ziet hij Tijgerpoot en Lynxpoot tussen de bomen en struiken door zwenken. Luipaardklauw gaat nog sneller rennen. Hij haalt de twee leerlingen in en komt nog iets verder voor hen uit. Maar hij had niet meer aan Nachtroos gedacht. Net toen hij dacht dat hij gewonnen had, flitste er een zwarte schim langs hem heen. "Ik heb gewonnen," zegt ze triomfantelijk. Na een minuutje kwamen Lynxpoot en Tijgerpoot aan. "Hè hè, wie is hier nou het oudje?" plaagt Luipaardklauw. "Je hebt zelf gezegd dat jij ouder bent dan wij, dus...jij," wijsneust Tijgerpoot. "Hmm," bromt Luipaardklauw. "Ik en Luipaardklauw doen een gevechtje voor en Lynxpoot let heel goed op," zegt Nachtroos. Luipaardklauw stelt zich op tegenover Nachtroos. "Tijgerpoot, jij geeft het sein," zegt Luipaardklauw zonder zijn ogen van Nachtroos af te houden. "Ja," zegt Tijgerpoot. Luipaardklauw vliegt op Nachtroos af en slaat tegen haar kaak. Vlug springt hij achteruit, maar net niet snel genoeg. Nachtroos weet hem te raken op zijn neus. Luipaardklauw springt over zijn partner heen en draait zich snel om. Tot zijn schrik ziet hij dat de zwarte poes al is omgedraaid. Nachtroos mept tegen zijn snuit. Luipaardklauw deinst achteruit. Nachtroos zet een stap dichterbij. Hij springt op de rug van Nachtroos en houdt zich zo stevig mogelijk vast. Nachtroos springt een klein stukje omhoog. Luipaardklauw verwachtte dat ze al haar kracht zou gebruiken en had zich dus voorbereid op een hoge sprong. Luipaardklauw veranderde snel van tactiek en sprong van haar rug af. Hijgend bleven ze staan. Nachtroos liep naar hem toe en wendde zich toen naar de leerlingen. "Hebben jullie goed opgelet?" vraagt Nachtroos. Beide leerlingen knikken. "Tijgerpoot, wij gaan eerst wat rustige oefeningen doen en ik denk dat Lynxpoot ook eerst wat vechtbewegingen moet leren," zegt Luipaardklauw. Nachtroos knikt en wenkt Lynxpoot met haar staart. De jonge kater volgt Nachtroos naar de andere kant van de open plek. Tijgerpoot loopt naar hem toe. "Welke oefening gaan we als eerst doen?" vraagt Tijgerpoot. Hij hoorde duidelijk dat Tijgerpoot zich meer dan klaar voelde voor een schijngevecht, maar hij durfde het nog niet aan. "Ken je de dassenbeweging nog?" vraagt Luipaardklauw. "Ik denk het wel," zegt Tijgerpoot aarzelend. "Probeer het maar. Ik ben de das. En vergeet niet dat een das veel groter is, dus je moet een stukje achter mij terechtkomen," zegt Luipaardklauw. Tijgerpoot knikt. Ze gaat voor hem staan. Geheel onverwacht zette ze af. Luipaardklauw voelde dat Tijgerpoot over hem heen vloog. Luipaardklauw draaide zich om. Tijgerpoot verkocht hem een mep. "Goed gedaan," complimenteert Luipaardklauw, "Maar je was te dichtbij. Je zou op de das zijn geland als ik echt een das was." Tijgerpoot knikt. "Probeer het nog eens," zegt Luipaardklauw. "Moet ik de makkelijkere oefeningen niet proberen?" vraagt Tijgerpoot. "Nee, zelfs als je uit vorm bent zou je die nog redelijk kunnen doen," zegt Luipaardklauw. Tijgerpoot knikt dat ze het begrijpt. "Nou kom op. Probeer het nog eens," spoort Luipaardklauw haar aan. Tijgerpoot stelt zich op en springt vrijwel meteen. Luipaardklauw draaide zich weer om. Tijgerpoot was ongeveer een staartlengte van hem verwijderd en sloeg net naar een onzichtbare vijand. Ze was te ver weg om hem te raken. "Goed gedaan," zegt Luipaardklauw, "We kunnen nu beter gaan jagen. Dat zal er ook voor zorgen dat je sneller dat vet kwijtraakt." Tijgerpoot knikt. "Nachtroos, ik en Tijgerpoot gaan even jagen," roept hij. "Dat is goed, ik zie je wel weer in het kamp," roept ze terug. Luipaardklauw verlaat de zandkuil en loopt het bos in. "Waar gaan we jagen?" vraagt Tijgerpoot. "In de buurt van het oude tweebeennest," antwoordt Luipaardklauw. Tijgerpoot komt naast hem lopen. "Waar was je eigenlijk toen ik die herten ving?" vraagt ze. "Ik was aan het jagen," antwoordt hij. "Maar je had geen prooi bij en Lavendelster was de enige die je mee terug nam," zegt Tijgerpoot. Luipaardklauw gaf geen antwoord. Hij wrong zich door een braamstruik heen. Tijgerpoot ging er om heen. "Je hebt een geheim," prevelt ze. Luipaardklauw liet niks merken dat erop wees dat ze gelijk had. Ineens stond Lavendelster voor hun neus. Luipaardklauw deinsde achteruit van haar plotselinge verschijning. "Waarom laat je me toch altijd schrikken?" zegt Luipaardklauw verontwaardigd. "Ik moet je iets vertellen Tijgerpoot," zegt Lavendelster, "Maar dat kan niet hier. Kom mee." Luipaardklauw slingert binnensmonds verwensingen naar zijn moeder. "Het spijt me Luipaardklauw," zegt Lavendelster. Ze heeft een flauwe glimlach om haar lippen. Luipaardklauw bromt nog wat. Lavendelster loopt weg en Luipaardklauw volgt haar. Tijgerpoot loopt, na enige aarzeling, ook achter hen aan. Lavendelster houdt halt bij een holle boom. Ze gaat naar binnen en Tijgerpoot volgt haar. Luipaardklauw sluit de rij. Het is er erg krap en Luipaardklauw moet even wringen voor hij een fijne houding heeft gevonden. Toen hij klaar was begon Lavendelster met praten. Lavendelster vertelde over Maanster en Lynxster en het hele verhaal dat ze ook aan hem had verteld. Toen ze klaar was keek Tijgerpoot met grote ogen naar haar leider. "Kan ik daar echt voor getraind worden?" vraagt ze. Lavendelster knikt. "Ik doe mee," zegt Tijgerpoot. "Mooi, dan zul je met Luipaardklauw trainen. Overmorgen bij zonsopgang bij de doorntunnel. Dan gaan we beginnen," zegt Lavendelster, "Oh en Luipaardklauw, jullie gaan beiden mee naar de grote vergadering morgen." Lavendelster loopt het hol uit. "Tijgerpoot, ik ga morgen met Vuurzang en IJsvleugel praten. Ik weet niet of je erbij wilt zijn. Dat mag je zelf beslissen," zegt Luipaardklauw. Tijgerpoot knikt. "We gaan nu nog even jagen en dan gaan we terug naar het kamp," zegt Luipaardklauw. "Oke," zegt Tijgerpoot. Ze lopen de holle boom uit. Luipaardklauw proeft de lucht en ruikt een eekhoorn. Het diertje zat ergens aan zijn linkerkant. Hij sloop weg. Luipaardklauw zag de eekhoorn zitten. Hij zat op een kleine open plek en was erg mollig. Hij sloop nog iets dichterbij en stormde toen razendsnel uit de struiken. Met de eerste klap verdoofde hij de eekhoorn. Snel beet hij in zijn nekvel. De eekhoorn verslapte. Hij pakte het op en begroef het bij de holle boom. Zijn oren vingen het geluid op van gekrabbel. Luipaardklauw liep erheen. Het was een mol. Hij wist uit ervaring dat je ze eerst goed moest wassen voor je ze kon eten, dus besloot hij de mol met rust te laten. Hij proeft de lucht en raakt een muis. Hij sluipthsluipt naar de geur toe. Als hij over een struik gluurt ziet hij de muis zitten. Hij zit goed verscholen tussen wat braamstruiken en eet rustig zijn nootje op. Hij sluipt nog iets dichterbij en springt dan over de braamstruik heen. Hij plet de muis met zijn poten. Luipaardklauw pakt de prooi op en springt weer terug over de braamstruik. Hij loopt terug naar de plek waar de eekhoorn lag. Hij proeft de lucht om uit te vinden waar Tijgerpoot is. De cyperse poes komt net uit de struiken gestapt. Ze heeft een groot konijn in haar bek. Luipardklauw wenkt haar met zijn staart. "Graaf je prooien op, we gaan terug naar het kamp," zegt hij. Tijgerpoot knikt en begint te graven. Luipaardklauw graaft zijn eekhoorn uit en wacht tot Tijgerpoot klaar is. Dan loopt hij terug naar het kamp met Tijgerpoot aan zijn zijde. Eenmaal in het kamp legt hij zijn eekhoorn op de hoop. De muis neemt hij mee naar Nachtroos die al een konijn aan het verorberen is. "Heeft hij goed getraind?" vraagt Luipaardklauw. Nachtroos knikt: "Hij moet nog een beetje wennen, maar hij pakt alles best snel op." Luipaardklauw geeft Nachtroos een lik over haar kop. Zijn partner snort. "Hoe staat het bmet Tijgerpoots training?" vraagt Nachtroos. "Ze doet het erg goed, alleen wat veel vet maar dat verliest ze snel genoeg," zegt Luipaardklauw. Nachtroos knikt.Luipaardklauw staat op. "Ik ga slapen," zegt Luipaardklauw. Hij loopt het krijgershol in en wandelt naar zijn nest. Net een zachte plof laat hij zich erin vallen. Luipaardklauw sluit zijn ogen. Na een paar minuten was hij vertrokken.

Hoofdstuk 9

Tijgerpoot knippert met haar ogen tegen het felle zonlicht dat het hol binnen komt vallen. Als haar ogen gewend zijn, hijst ze zichzelf uit haar nest. Nadat ze Zandbloem heeft toegeknikt loopt ze naar buiten. Ze ziet Nachtroos met Lynxpoot voor het krijgershol staan. Tijgerpoot loopt er naar toe. Ze proberen Luipaardklauw te wekken. Tijgerpoot gaat naast Lynxpoot staan. Ze roept naar binnen dat Luipaardklauw moet opschieten. Tijgerpoot hoort wat gestommel en roept nogmaals. Luipaardklauw komt naar buiten. Tijgerpoot rolt met haar ogen en zucht: "Oude katten." Luipaardklauw reageert gespeeld verontwaardigd. Na een paar minuten riep Lijsterroep dat ze zich eens nuttig moesten maken en ze gingen het bos in. "Waar gaan we heen?" Vraagt Lynxpoot. "We gaan naar de zandkuil," antwoordt Nachtroos. "Kom mee," roept Tijgerpoot. Ze racet weg tussen de bomen. Lynxpoot kwam haar achterna. Toen ze haar menor tussen de bomen door zag flitsen zette ze een spurtje in. Haar staart wapperend achter haar aan. Toen hielden de bomen op. Ze kwam slippend tot stilstand. Lynxpoot botste tegen haar aan. "Sorry Tijgerpoot," verontschuldigt hij zich. Tijgerpoot trok met haar oor. Luipaardklauw en Nachtroos waren er al. "Wie is hier nou het oudje?" zegt Luipaardklauw. "Jij zei dat je ouder was dus nog steeds jij," zegt Tijgerpoot voldaan. Luipaardklauw keek haar geïrriteerd aan. Nachtroos doorbrak de stilte: Wij gaan nu even een schijngevecht houden. Let goed op." "Wil jij het startsein geven Tijgerpoot?" vraagt Luipaardklauw. Tijgerpoot knikt. Luipaardklauw en Nachtroos stellen zich tegenover elkaar op. "Start," zegt Tijgerpoot. Ze keek toe hoe ze vochten. Na een paar minuten dwaalden haar ogen naar Lynxpoot. Hij keek geconcentreerd naar het schijngevecht. Ze bekeek hem. Toen ze weer omhoog keek, keek ze in de blauwe ogen van Lynxpoot. Ze voelde een blos opkomen. Lynxpoot bloosde ook. Toen ze geen vechtgeluiden meer hoorden dede n ze vlug alsof ze de heletijd opgelet hadden. Luipaardklauw liep naar haar en Lynxpoot toe. "Ik denk dat Lynxpoot het beste eerst wat kan oefenen en Tijgerpoot moet ook wat training inhalen," zegt Luipaardklauw. Nachtroos knikt en wenkt Lynxpoot met haar staart. Ze lopen naar de andere kant van de zandkuil. Tijgerpoot volgt Lynxpoot met zijn blik. Als Luipaardklauw begint te praten kijkt ze naar haar mentor. Hij vertelde dat ze de dassenbeweging gingen oefenen. Ze vroeg waarom ze geen makkelijke oefeningen gingen doen. "Je kunt die bewegingen ook als je uit vorm bent," had Luipaardklauw geantwoord. Luipaardklauw stelt zich op. Tijgerpoot spant haar spieren en springt over hem heen. Vliegensvlug draait ze zoch om. Ze verkoopt Luipaardklauw een mep en springt dan vlug achteruit. "Je moet verder springen. Een das is groter dan ik," zegt Luipaardklauw. Tijgerpoot knikt. Ze stellen zich weer op. Tijgerpoot vraagt het uiterste van haar spieren en komt een meter achter hem terecht. Ze draait zich weer snel om en mept met haar poot.ll Dan springt ze weer achteruit. "Goedzo Tijgerpoot," complimenteert Luipaardklauw Tijgerpoot. Tijgerpoot trok met haar oor. "Nachtroos, wij gaan even jagen," roept Luipaardklauw. "Is goed," roept Nachtroos. Tijgerpoot volgt Luipaardklauw het bos in. "Waar gaan we jagen?" vraagt Tijgerpoot. "In de buurt van het oude tweebeennest," antwoordt Luipaardklauw. Tijgerpoot versnelt een beetje en komt naast haar me n tor lopen. "Waar was je eigenlijk toen ik die herten ving?" vraagt Tijgerpoot. "Aan het jagen," Luipaardklauw klonk kortaf, als een waarschuwing. Tijgerpoot negeerde de waarschuwing. "Dat kan niet, want toen je terug kwam had je geen prooi en je was alleen met Lavendelster," zegt Tijgerpoot. Luipaardklauw zei niets en wrong door een braamstruik heen. Tijgerpoot liep er om heen. "Je hebt een geheim," prevelt Tijgerpoot. Luipaardklauw reageerde nog steeds niet en liep stug door. Ineens zag Tijgerpoot Lavendelster uit de lucht vallen. Ze landde sierlijk op haar poten. Luipaardklauw deinsde achteruit. "Laat me toch niet steeds schrikken," zegt Luipaardklauw geïrriteerd. "Tijgerpoot, we moeten praten en het spijt me Luipaardklauw," zegt Lavendelster. Er speelde een flauwe glimlach om haar lippen. Lavendelster liep weg en Tijgerpoot liep vlug achter haar aan. Even later hoorde ze Luipaardklauws voetstappen. Hij verscheen aan haar zijde en ging lopen. Lavendelster hield halt bij een holle boom. Ze wenkte hen met haar staart en ging het hol in. Tijgerpoot kwam achter Lavendelster aan en fijne ng zitten met haar staart om haar poten geslagen. Luipaardklauw wrong zch ook naar binnen en wriemelde even tot hij een goede houding had gevonden. Tijgerpoot luiterde aandachtig naar wat Lavendelster vertelde. Aan het einde van het verhaal was ze even. Het was een grote eer en het leek haar wel leuk om te spioneren voor haar clan. Ze knikte. "Mooi, als jullie bij zonsopgang over twee dagen bij de doorntunnel staan gaan we beginnen," Lavendelster klonk opgetogen, "Oh en jullie gaan mee naar de grote vergadering morgen." Lavendelsyer verlaat het hol en Tijgerpoot en Luipaardklauw gingen ook naar buiten. Lavendelster was al verdwenen. "Tijgerpoot, ik ga morgen met IJsvleugel en Vuurzang praten. Als je wil msg je mee," zegt Luipaardklauw. Tijgerpoot knikt. "Kom dan gaan we jagen," zegt Luuipaardklauw kordaat. Hij stapt weg tussen de struiken. Tijgerpoot gaat ook jagen. Als Luipaardklauw haar komt ophalen heeft ze al veel prooi gevangen. Ze lopen terug naar het kamp. Tijgerpoot gaat door de doorntunnel en legt haar prooien op de hoop. Ze pakt een muis en kijkt rond waar Lynxpoot is. Hij zit gezellig met Jaagwolk en Lichtbloem te kletsen. Ze loopt naar hen toe en gaat naast Lynxpoot zitten. Ze hebben het over wat ze die dag gedaan hebben. Tijgerpoot luistert naar hen. Na een tijdje begint ze te gapen en ze besluit om te gaan slapen. Ze staat op en loopt naar het leerlingenhol en wringt zich naar binnen. Ze wandelt naar haar nest en valt er met een plof in. Het mos zakte een beethe door om haar val te breken. Tijgerpoot sloot haar ogen en luisterde naar de geluiden van de pratende katten op de open plek. Uiteindelijk susten de stemmen haar in slaap.

Hoofdstuk 10

Vuurzang werd wakker. Ze stond op en bolde haar rug. Ze hoorde het kraken van haar botten. De stijfheid was bijna uit haar spieren verdreven. Ze liep naar buiten om te kijken waar Zangpoot was. De rode poes was aan het kletsen met Eksterpoot en Wolfpoot. Toen ze haar zag sprong ze op en wandelde naar haar toe. "Gaan we vandaag vechttraining doen?" vraagt Zangpoot. "Ja," zegt Vuurzang. Vuurzang loopt het kamp uit. Zangpoot trippelt achter haar aan. Ze lopen tussen de bomen door. Vuurzang zag de zandkuil al liggen. Zangpoot rende voor haar uit en hield stil op de rand van de zandkuil. Ze keek achterom. "Kom je nog?" vraagt Zangpoot. Ze loopt de zandkuil in. Ineens springt er iemand op haar rug. Vuurzang gooide haar achterpoten in de lucht. Er schoot een vlaag van voldoening door haar heen toen ze een plof hoorde. Ze draaide zich vlug om, maar zag niemand. Ze had een fout begaan. Ze wilde om zich heen kijken waar de kat was, maar de kat sprpng alweer op haar schouders. Vuurzang ging op haar achterpoten staan en liet zich achterover vallen. Ze hoorde hoe de lucht van haar aanvaller uit zijn longen werd geduwd. Vuurzang ging van hem af en keerde zich om. Slangentand lag hijgend op de grond. Vuurzang keek rond, maar zag Zangpoot nergens. Ondertussen had Slangentand zich opgehesen en zat nu op de grond. Zijn vacht was helemaal verfomfaaid. Ze begon zijn vacht te wassen. "Kan jij er ook al niet tegen als een andere kat vies is? Ravenvleugel doet dat ook altijd," snort hij. Vuurzang hield op met het fatsoeneren van zijn vacht en kwam naast hem zitten. Ze leunde tegen Slangentand aan. Hij krulde zijn staart in die van haar. Zo bleven ze zitten. Vuurzang hoorde een geluid en keek achterom. Zangpoot keek grijnzend naar hen. "Dit was jouw idee hè," zegt Vuurzang. Ze komt zogenaamd dreigend op haar af. "Tuurlijk," zegt Zangpoot vrolijk. Vuurzang sprong lachend op Zangpoot en wierp haar omver. Zangpoot krabbelde op en sloeg haar poten om die van haar. Vuurzang glibberde vlug uit haar greep en deed een nieuwe aanval. Slangentand schoot langs haar heen en duwde Zangpoot omver. Toen kwam er een zwarte schim uit het bos en ze schopte Slangentand onderuit. Vuurzang en Slangentand gingen met hun ruggen tegen elkaar staan en weerden de slagen van Zangpoot en Ravenvleugel af. Na een paar minuten hielden ze op. "Je hebt goed gevochten Zangpoot," zegt Vuurzang. Zangpoot straalt bij haar lovende woorden. "Ik denk dat we het beste naar het kamp kunnen teruggaan," zegt Ravenvleugel. "Ik blijf nog even hier met Zangpoot om wat vechtbewegingen te verbeteren," zegt Vuurzang. Ravenvleugel knikt. Samen met Slangentand verlaat ze de zandkuil. Vuurzang bespreekt met Zangpoot wat ze al goed deed en wat nog wat oefening vereiste. Als Vuurzang alle punten heeft overlopen gaan ze terug naar het kamp. Zangpoot glipt door de doorntunnel en Vuurzang volgt haar. Haar leerling pakt wat van de prooihoop en loopt ermee naar Wolfpoot en Bliksempoot. Vuurzang pakt ook wat en gaat bij Ravenvleugel en Slangentand zitten. Ze praten over het gevechtje die ze gehad hadden. "Die ene beweging Vuurzang. Je draaide op één poot en sprong op mijn rug, die zoud de hele clan moeten leren," zegt Ravenvleugel. "Die reeks snelle slagen op je neus en dan ineens onder de kin is ook een goede hoor," zegt Vuurzang. "Die van jou was beter. Dat zouden ze echt nooit verwachten," zegt Ravenvleugel. "Klopt," Vuurzang besluit dan maar meegaand te zijn. "Hoe kwam het eigenlijk dat jullie samen in de zandkuil waren? Ik rook Zangpoot nergens," vraagt Ravenvleugel. Vuurzang en Slangentand keken elkaar vluchtig aan en keken toen vlug weer weg. Ravenvleugel had het blijkbaar toch gemerkt: "Ik wist het." "Wat weet je?" waagt Slangentand te vragen. "Jullie vinden elkaar leuk," zegt Ravenvleugel. Vuurzang keek naar Slangentand, hij knikte lichtjes. "Ja, dat klopt," geeft Vuurzang toe, "Maar zeg het nog aan niemand alsjeblieft." Ravenvleugel knikt: "Ik beloof het." "Oke," reageert Vuurzang. "Vuurzang!" roept Buizerdklauw, "Je moet mee met een jachtpatrouille. Samen met Stormwind, Hyacinthart en Wolfpoot." "Oke," roept Vuurzang tegen de commandant. Ze staat op en loopt vlug naar Stormwind, Hyacinthart en Wolfpoot die bij de doorntunnel stonden. Hyacinthart leidt haar patrouille het bos in. "We gaan jagen bij het oude tweebeennest," licht Stormwind toe. Vuurzang knikt. Bij het tweebeennest houden ze stil. De stenen muren torenden een staartlengte boven haar uit. De muur was bezaaid met kiertjes en spleetjes waar mos inzat. Een aantal insecten vlogen uit een spleet en vlogen langs hen heen. De lucht was gevuld met het geluid van zingende vogels en zoemende insecten. De wind blies zachtjes langs haar heen. Er kropen een paar mieren voor haar op de grond, druk bezig een sprinkhaan te overmeesteren. De takken van de bomen kraakten zachtjes in de wind, enkele bladeren dwarrelden naar beneden. Stormwind was zo kinderachtig er één proberen te vangen. Ineens klonk er een alarmroep. Een vogel vluchtte schreeuwend weg uit één van de bomen in de buurt. Aanvankelijk dacht ze dat de alarmroep wegens hen was, maar toen sprongen er twee vossen uit de struiken. Er was vechtlust in hun ogen te zien. Vuurzang spande haar spieren en haar haren gingen overeind staan. De grootste vos sprong op Wolfpoot af. Snel sprong Vuurzang naar voren en maakte een diepe klauwwond in de zij van de vos. Toen viel de andere haar aan. Ze voelde dat hij haar staart beet pakte. Stormwind sprong op de vos die haar staart vasthad en klauwde zijn oren kapot. Grommend liet hij los en sprong op Stormwind af. Vuurzang keek snel hoe het met Wolfpoot was, maar haar zoon redde het prima met de hulp van Hyacinthart. Ze draaide zich om en besprong de andere vos. Samen met Stormwind joeg ze hem weg. Vuurzang draaide zich om naar de andere vos, maar hij glipte net langs haar heen het struikgewas in. Snel haalde ze nog een klauw door zijn huid. Jankend van de pijn verdween hij. Vuurzang liep vlug naar Wolfpoot toe. "Ben je gewond?" vraagt Vuurzang. Ze likt hem over zijn kop. "Nee," reageert Wolfpoot. "Hij heeft goed gevochten," zegt Hyacinthart tegen haar, "Hij heeft overduidelijk jouw talent voor vechten geërfd." Vuurzang grinnikt. "Het zal toch nog wel even duren voor Wolfpoot mij zal inmaken in een gevecht," zegt Vuurzang. Ze hoorde dat Wolfpoot zich afzette. Ze bukte en ze voelde zijn buikharen over haar rug strijken. Ze beukte hem in zijn buik. Toen hij een paar meter achter haar neerkwam hoorde ze een zachte plof. Ze draaide zich om, maar zag tot haar schrik niet Wolfpoot, maar Stormwind liggen. Hij kreunde zacht, maar Vuurzang spitste haar oren en controleerde de omgeving. Ze zag haar zoon staan. Hij stond daar heel relaxt met een verfomfaaide vacht. Vuurzang schoot spontaan in de lach. "Wat is er mam?" vraagt hij. "Je vacht zit helemaal in de war," zegt ze. Wolfpoot fatsoeneerde gauw wat vacht. "We gaan terug naar het kamp," zegt Hyacinthart, "En Stormwind doe niet alsof je ribben gebroken zijn. Zo hard schopt Vuurzang ook niet." Stormwind komt overeind en loopt naar hen toe. Hyacinthart gaat voorop en Vuurzang komt naast haar lopen. "Jongens," mompelt ze. Vuurzang lacht zachtjes. Hyacintharts oren bewogen: "Dat mocht je eigenlijk niet horen." "Ik vertel niks hoor," glimlacht Vuurzang. "Mooi," antwoordt Hyacinthart. De rest van de tocht verliep in stilte. Nou ja, stilte. Stormwind en Wolfpoot waren de hele tijd aan het smiespelen. Hyacinthart stond stil bij de ingang van het kamp en wachtte tot de rest van de patrouille naast haar stond. Ze liep naar binnen, snel gevolgd door Vuurzang. Achter haar hoorde ze Wolfpoots lichte pootstappen. Vuurzang knipperde even met haar ogen tegen het licht van de ondergaande zon. O ja, vannacht is de grote vergadering! Ze loopt verder als ze Wolfpoot geïrriteerd hoort mompelen. Ze kijkt de open plek rond op zoek naar Slangentand. De crèmekleurige kater zat aan de rand van de open plek met IJsvleugel te praten. Ze hadden ruzie aan hun gezichten te zien. Vlug liep ze naar hen toe, maar dan hoort ze Vlamster een grote vergadering bijeen roepen. Vuurzang gaat zitten. Al snel komt Ravenvleugel naast haar zitten. Aan haar andere zijde komt IJsvleugel zitten. Slangentand zoekt een plekje naast Ravenvleugel. Als iedereen is verzamelt begint Vlamster met de vergadering: "Vanavond gaan mee: Vuurzang, IJsvleugel, Wolfpoot, Hartpoot, Bliksempoot, Hyacinthart, Kristalhart en Buizerdklauw." De rode kater springt soepel van de hoge steen en loopt door de menigte naar de kampingang. Onderweg voegt Buizerdklauw zich bij hem. Vuurzang en IJsvleugel staan op en lopen samen naar de doorntunnel. Vlamster wacht tot iedereen die hij genoemd heeft er is en gaat dan het kamp uit. De groep uitgekozen katten volgen hem. Na tien minuten zijn ze bij de boombrug aangeland. Hartpoot komt naast haar lopen. "Mama, wil jij achter me lopen als we over de boombrug gaan?" vraagt Hartpoot. "Natuurlijk schat," zegt ze. Vuurzang wacht geduldig op haar beurt. Als Hartpoot op de boombrug staat klimt ze er ook op. Het rode poesje schuifelt voorzichtig over de brug naar de overkant. Eén keer dreigde ze uit te glijden, maar Vuurzang had toen gauw haar staart vastgepakt. Hartpoot springt op de grond aan de andere kant van de brug. Vuurzang springt er ook af. "Goed gedaan, ga maar gauw naar Bliksempoot en Wolfpoot voor ze weg zijn," zegt Vuurzang. De twee leerlingen stonden al door de struiken door te turen naar de Windclankatten. Hartpoot liep vlug naar hen toe. Vuurzang zocht IJsvleugel op. "We moeten dadelijk even opletten of we Luipaardklauw zien," fluistert ze in haar oor. "Oke," fluistert IJsvleugel terug. "Waar hebben jullie het over?" vraagt Hyacinthart. Vuurzang springt op van schrik. "Nergens over," zegt IJsvleugel luchtig. Hyacinthart bekijkt haar argwanend: "Oke, als jullie het zeggen." Ze wandelt bij hen vandaan en gaat bij Kristalhart staan babbelen. Vlamster geeft het teken om te gaan. Vuurzang trekt een spurtje en komt als eerste aan op het grote grasveld. Ze bemerkt dat de Windclankatten er ook al zijn. Ineens bemerkt ze een zeer vreemde kater tussen hun gelederen. Hij was donkergrijs en heel mager. Toen hun blikken elkaar kruisten zag ze vechtlust, maar ook een spoortje vriendelijkheid en hoop. De kater verlaat de gelederen van de Windclan en komt behoedzaam dichterbij. Een paar konijnenlengtes van haar af houdt hij stil. "Hallo, ik ben Rookveder," zegt de magere kater. "Ik ben Vuurzang," vertelt ze. Rookveder prevelt de naam zachtjes in zichzelf. "Is er iets?" vraagt Vuurzang. "Volgens mij heb ik die naam eerder gehoord," zegt hij. "Oke," zegt Vuurzang, ze slaagde erin haar verbazing te verbergen. Toen tikte er iemand met zijn staart op haar schouder. Ze draaide haar kop en zag Luipaardklauw staan. "Ik moet gaan, Rookveder. Fijn om kennis te maken," met deze woorden loopt ze achter Luipaardklauw aan. "Ik ga even IJsvleugel halen," sist Vuurzang. Ze wenkt de witte poes met haar staart. Ze komt naar hen toe gelopen. "Ik heb ontdekt wie onze ouders zijn," zegt Luipaardklauw. "Wie dan?" vraagt IJsvleugel ongeduldig. "Vlamster en Lavendelster," zegt Luipaardklauw. Vuurzang kon het niet bevatten, twee leiders! "Weet je ook hoe we opgesplitst zijn?" vraagt Vuurzang. Luipaardklauw schudt zijn kop. "Oke," zegt Vuurzang. De leiders beginnen met de grote vergadering. Vuurzang loopt gauw naar de katten van haar eigen clan. Meteen komt Hartpoot naar haar toe. "Wie is die goudbruine kater met wie je sprak?" vraagt Hartpoot. "Luipaardklauw," reageert Vuurzang. "Oke," zegt Hartpoot. Ze draait zich om om naar de leiders te luisteren. Schemerklauw was de eerste. Hij vertelde dat Mistster kittens had gekregen met de namen Vederkit en Wolkenkit en Saliekit is leerling geworden met de mentor: Heidemist. Tot slot zei hij dat hij een nieuw lid had, Rookveder. Daarna deed hij een stap naar achteren en gebaarde naar de Rivierclanleider dat hij mocht spreken. "Tot mijn ongenoegen moet ik mededelen dat Bessnor, Pluispels, Natstaart en Zilverbeek zijn overleden aan hun verwondingen. Ze liepen de wonden op bij een door de Hemelclan uitgelokt gevecht." Geschokt geroezemoes ging door de clan. Hartpoot drukte zich iets dichter tegen haar moeder aan. "Ze gaan ons heus niet aanvallen hoor Hartpoot, wij hebben sowieso al meer leden in onze clan. En ook de Hemelclan zullen wel wat verliezen hebben geleden," zegt Vuurzang geruststellend. Toen het weer enigszins stil was vervolgde Valkster: "Ik zou graag mee willen delen, dat Regenstaart is bevallen van drie gezonde kittens met de namen: Marterkit, Vlamkit en Zwaluwkit. Droomkit en Larikskit zijn leerlingen geworden met als mentors: Bessnor en Rookklauw. Duifpoot en Beverpoot zijn krijgers geworden met de namen: Duifpoel en Beverbries. Beukblad is ingetrokken in de kraamkamer." Valkster stapte naar achter en gebaarde naar Vlamster om te spreken. "We hebben er vijf nieuwe leerlingen bij: Hartpoot, Bliksempoot, Wolfpoot, Zangpoot en Eksterpoot. Hij deed een stap achteruit en gebaarde naar Hondenster. "Wij hebben ook een paar doden door het gevecht: Poelsteen, Zomerhart en Bernageklauw. Aardebloem is bevallen van twee kittens: Zilverkit en Spitskit. Druifkit, Ganzenkit en Klitkit zijn leerlingen geworden met de mentors: Tulpbloem, Leliepoel en Plantenhart. Duisterpoot en Esdoornpoot zijn nu krijgers met de namen: Duisterklauw en Esdoornlicht. En Grasstaart is ingetrokken in de kraamkamer." Hondenster deed een stap achteruit en Lavendelster kwam naar voren. "Libellevleugel is bevallen van vijf jongen: Woudkit, Stormkit, Tornadokit, Strokit en Schaduwkit. Verder hebben we er een nieuwe leerling bij: Lynxpoot." Ze stapte achteruit. Vuurzang had medelijden met Regenstaart, Natstaart was haar partner. Toen schoot Rookveder haar gedachten weer binnen. Ze zal naar hem uitkijken de komende vergaderingen. Ze loopt op haar gemakje naar Vlamster. Ze moesten toch nog wachten tot de Schaduwclan weg was. Vuurzang keek aandachtig naar de Schaduwclankatten of ze Lavendelster kon vinden. Ze stond al aan de andere kant van de boombrug te wachten met Egelstroom, een bruine poes die ze had leren kennen en tevens een dochter van Loofpels en Lavendelster. Hun blikken kruisten elkaar, maar Vuurzang keek vlug een andere kant op. Voorzichtig keek ze terug, maar Lavendelster staarde nog steeds naar haar. Ze gaf het op en keek achterom of ze ergens de met litteken bedekte vacht van Rookveder zag. De kater was aan het kletsen met Merelvleugel. Ze draaide haar blik naar de boogbrug. Er liepen al een paar katten van haar clan overheen. Ze wachtte op haar beurt. Hartpoot kwam weer naast haar staan. Het rode poesje stapte op de boombrug en schuifelde vooruit. Vuurzang stapte achter haar dochter op de boom. Na een minuutje kwamen ze aan de overkant. Vuurzang wachtte geduldig op de rest van de clan. Toen ook de laatste aan de overkant stond leidde Vlamster zijn clan naar het kamp. Vuurzang liep door de doorntunnel. Haar kop bonkte van vermoeidheid. Snel waggelde ze naar het krijgershol en wrong naar binnen. Ze zocht haar nest op en sloot haar ogen. Meteen was ze weg.

Hoofdstuk 11

Luipaardklauw werd wakker door een hartverscheurende kreet. Verwildert sprong hij op. Maar Leeuwenbries vertelde hem dat Windhart haar jongen kreeg. “De bevalling is erg zwaar, ze is al een paar uur bezig.” Luipaardklauw stond op en verliet het hol. Hij was erg gesteld op zijn jongere nichtje. Arendvacht zat buiten zenuwachtig te kijken naar de kraamkamer. Luipaardklauw nam plaats naast de kater. Maar al gauw werden ze geroepen voor een patrouille. Arendvacht kijkt tegendraads naar Lijsterroep, die het bevel gaf. “Ik blijf bij Windhart.” Lijsterroep liet een kleine zucht ontsnappen. “Ze heeft niks aan je als je geen prooi voor haar en je jongen vangt.” Het was duidelijk dat Arendvacht twijfelde. “Kom nou maar mee, straks zul je je jongen kunnen zien,” spoort Luipaardklauw hem aan. Arendvacht knikt, maar terwijl ze weg lopen kijkt hij toch nog een paar keer achterom. Hij krimpt telkens ineen als hij een kreet van Windhart hoort. Luipaardklauw voegt zich met Arendvacht bij Lijsterroep en Leeuwenbries. Ze gaan het bos in. “Waar gaan we jagen?” Vraagt Arendvacht. “Bij het oude tweebeennest,” reageert Leeuwenbries. Ze rennen onder de takken van de bomen door naar het vervallen gebouwtje. Daar aangekomen houden ze stil. “Het lijkt me het beste als ieder voor zich jaagt,” zegt Lijsterroep. Luipaardklauw knikt en luistert alvast naar prooi. Hij hoort wat gekrabbel in de buurt. Hij sluipt er heen. Hij houdt zijn lichaam net boven de grond. Dan ziet hij het beestje zitten. Het is een eekhoorntje. Hij duwt zijn buik tegen de grond en schiet dan razendsnel uit de struiken. Het beestje wordt overdonderd. Luipaardklauw springt op hem en bijt vlug zijn nekje door. Hij neemt het warme lichaampje in zijn bek en begraaft hem bij het tweebeennest. Toen viel zijn blik op een jong konijntje dat schaapachtig voor zich uit tuurde. Luipaardklauw landde met een grote sprong op het domme konijntje. Maar toen deinsde hij terug. Het beestje rook ziek. Hij beet het vlug dood en begroef hem toen diep onder de grond. Daarna waste hij zijn poten in een klein beekje in de buurt van het tweebeennest. Toen hij terugkwam zag hij Arendvacht aan de grond snuffelen waar hij het zieke konijn had begraven. “Ik heb daar een konijn begraven die ziek was,” zegt Luipaardklauw. Arendvacht zet meteen wat stappen achteruit. “Ik moest je komen halen, we gaan terug naar het kamp,” zegt hij. Luipaardklauw knikt en graaft snel zijn prooi uit. Daarna volgt hij Arendvacht naar het kamp. “Zijn de anderen al terug?” Vraagt Luipaardklauw. Arendvacht knikt. Hij houdt het tempo er goed in. Luipaardklauw ziet de doorntunnel voor zich opdoemen. Arendvacht rent er zowat door heen en Luipaardklauw volgt hem. Toen hij op de open plek aankwam zag hij net Arendvacht verdwijnen in de kraamkamer. Luipaardklauw wachtte geduldig tot de bruine kater weer naar buiten kwam. “Kan ik ook even kijken of is Windhart te moe?” Vraagt Luipaardklauw. “Ik denk dat je wel even kunt kijken,” zegt Arendvacht. Luipaardklauw murmelt een bedankje en loopt langs Arendvacht heen de kraamkamer in. Windhart is druk bezig met haar jongen te likken. Luipaardklauw begroette Windhart en bekeek toen de kittens. Er waren twee lichtbruine en één donkergrijze. “Ze zijn erg mooi,” zegt Luipaardklauw. Windhart knikt: “Wil je weten hoe ze heten?” Luipaardklauw knikt. “Zij is Bijenkit,” ze wijst op één van de lichtbruine kittens, “dat is Wortelkit,” het andere lichtbruine katje, “en dat is Loofkit,” ze wijst naar het donkergrijze katje. “Mooie namen,” zegt Luipaardklauw. Windhart snort: “Bedankt.” Luipaardklauw besluit te gaan en mauwt een afscheidsgroet. Daarna gaat hij weg. Hij feliciteerde Arendvacht met zijn kittens. “Dank je,” zegt Arendvacht. Luipaardklauw loopt naar Nachtroos. Vanuit zijn ooghoeken ziet hij Lavendelster op de hoge steen springen. Luipaardklauw draait zich om en gaat zitten. Nachtroos komt naast hem zitten. Lavendelster roept de woorden die duiden op een clanvergadering. Na een paar minuten is iedereen verzameld. “Het is tijd voor een leerling om krijger te worden. Tijgerpoot kom maar naar voren,” zegt Lavendelster. Tijgerpoot loopt naar voren. “Ik Lavendelster, leider van de Schaduwclan, doe een beroep op mijn krijgervoorouders om op deze leerling neer te kijken. Ze heeft hard getraind en is klaar om krijger te worden. Tijgerpoot, zweer jij de krijgscode in ere te houden en je clan te beschermen met gevaar voor eigen leven?” Vraagt Lavendelster. “Dat zweer ik,” zegt Tijgerpoot vastberaden. Luipaardklauw is trots op Tijgerpoot. Ze heeft lang gewacht op het krijgerschap. Ondertussen gaat Lavendelster verder: “Vanaf nu sta je bekend als Tijgerwind. We eren je om je kalmte en je jachtkwaliteiten.” “Tijgerwind! Tijgerwind!” Roept iedereen. Luipaardklauws stem komt erboven uit. Daarna dringt hij zich door de menigte naar voren. Hij tikt haar op haar schouder en ze draait zich om. “Je hebt het goed gedaan, ik ben trots op je. Je hebt het krijgerschap meer dan verdiend,” zegt Luipaardklauw. Tijgerwind lacht: “Dank je.” Hij beroert kort haar neus met de zijne en trekt zich dan terug. Hij loopt naar Nachtroos. “Ik ben trots op haar,” zegt hij. “Natuurlijk ben je trots op haar en ik ben ook trots op jou. Je hebt haar goed getraind,” Nachtroos likt hem over zijn kop. Luipaardklauw snort en wikkelt zijn staart in de hare. Toen iedereen weer terug zat vertelde Lavendelster dat Berkenhart zwanger was van Honingstorm. Daarna sprong de poes van de hoge steen en wandelde naar Lijsterroep om iets te bespreken. Luipaardklauw liep naar Tijgerwind en hielp haar installeren in het krijgershol. "Dank je Luipaardklauw," zegt Tijgerwind, ze stampt haar mos een beetje plat. "Ik deed het graag," glimlacht Luipaardklauw. Hij mauwt een afscheidsgroet en verlaat het krijgershol. Nachtroos komt hem tegemoet. "Heeft ze al een nest?" vraagt ze. "Ja, ik heb haar geholpen," antwoordt Luipaardklauw. "Mooi," zegt Nachtroos. Luipaardklauw likt Nachtroos' oren. Nachtroos glimlacht. “Ik moet je eigenlijk iets vertellen,” zegt ze zachtjes, “Kom mee.” Nachtroos leidt hem naar buiten. Luipaardklauw volgt haar. Ze stopt een eindje buiten het kamp. “Ik ben vandaag bij de medicijnkastje geweest op aandringen van Wildhart en hij vertelde me dat ik opnieuw zwanger ben,” Nachtroos klonk blij. “Dat is geweldig nieuws. Wil je al naar de kraamkamer of houden we het nog even geheim?” Luipaardklauw kijkt zijn partner vragend aan. “Ik hou nog even mijn krijgerstaken,” reageert Nachtroos. Luipaardklauw streek met zijn staart liefkozend over de rug van Nachtroos. Zijn partner raakte zijn neus aan. Luipaardklauw murmelde wat liefkozends in Nachtroos’ oor. Nachtroos glimlacht. Luipaardklauw kijkt naar boven. De lucht heeft een rode gloed. “Kom mee,” zegt Luipaardklauw, hij trekt Nachtroos mee. Luipaardklauw zet zijn klauwen in de schors van een boom en klimt naar één van de hoogste takken die hem kunnen houden. Nachtroos springt naast hem op de tak. Samen kijken ze naar de zonsondergang. Nachtroos leunt tegen hem aan. “Het is hier geweldig,” fluistert ze. Luipaardklauw likt haar. “Ik weet het,” zijn fluistering gaat verloren in de wind. Die macht brachten ze samen door in de boom. Tegen middernacht doezelde hij in. Nachtroos was al veel eerder in slaap gevallen.

Hoofdstuk 12

Tijgerpoot werd wakker. Ze zuchtte. Ze verlangde zo naar het krijgerschap. Ze wenste dat ze weer bij haar broer en zussen in het krijgershol kon slapen. Ze schudde de gedachtes van zich af en stond op. Ze rekte zich uit en wandelde toen naar de uitgang. Lynxpoot was wakker geworden toen ze opstond. “Hoi Tijgerpoot,” roept hij vrolijk. Zachtjes zucht ze. Soms wenste ze dat hij wat vrolijk was. Hij voelde aan als een jonge broer. “Wat is er?” Tettert Lynxpoot. “Niks waar jij je zorgen om moet maken,” reageert Tijgerpoot. Hij wordt serieus: “je kunt het me vertellen als er iets is hè.” Tijgerpoot knikt en dringt het hol uit. Lynxpoot komt haar achterna. Tijgerpoot kijkt rond. Ze ziet dat er twee katten bij de kraamkamer staan. Haar mentor Luipaardklauw en Arendvacht. Ze wil naar hun toe gaan, maar dan worden de katers geroepen door een patrouille. Ze besluit mee te gaan met Oceaanpoot en Sterrenpoot. De twee poezen gaan met hun mentors vechttraining doen. Ze vraagt netjes of ze mee mag. “Ja natuurlijk,” reageert Zwartwolk. Ze gaan naar de zandkuil. Tijgerpoot komt als eerste aan bij de zandvlakte. Ze wacht op Sterrenpoot en loopt dan de kuil in. Oceaanpoot springt speels op Sterrenpoot en rolt haar op haar rug. “Hé,” Sterrenpoot lacht. Ze trapt Oceaanpoot weg en krabbelt overeind. Tijgerpoot kijkt toe. Toen ze klaar waren gaf Tijgerpoot kort advies aan de twee poezen. “Wat Tijgerpoot klopt zegt. Goed gedaan,” Tijgerpoot neemt het compliment van Zwartwolk stilzwijgend op. “Maar er zijn nog wat kleine verbeterpuntjes, Tijgerpoot heeft de grootste al genoemd,” Zwartwolk had zich naar de leerlingen gekeerd. “Kan ik terug naar het kamp?” Vraagt Tijgerpoot aan Braampels. Hij knikt. “Oke,” zegt Tijgerpoot. “Moet ik meegaan?” Vraagt hij. Tijgerpoot schudde haar kop. Ze liep de zandkuil uit en ging terug naar het kamp. Daar aangekomen wist ze zo gauw niet wat te doen. Lynxpoot kon ze nergens vinden en Luipaardklauw was ook nog niet terug. Haar moeder was vast weer bezig met één of andere leiderstaak en Loofpels was ook nergens te zien. Toen viel haar blik op haar broer en zussen. Ze zaten gewoon gezellig te praten. Tijgerpoot wandelde naar hen toe. “Hoi,” begroet Tijgerpoot de anderen. “Hey Tijgerpoot,” zegt Jaagwolk. “Hey,” zeiden Hulstmist en Egelstroom. “Waar hadden jullie het over?” Vraagt Tijgerpoot. “Over Windhart, ze is net klaar met jongen. Alleen ik heb geen flauw idee waar Arendvacht is,” zegt Jaagwolk. “Hij is mee met een patrouille. Samen met Luipaardklauw, Lijsterroep en nog een kater,” antwoordt Tijgerpoot, “Ik heb ze zien weggaan.” Jaagwolk knikt. Tijgerpoot hoorde katten door de doorntunnel komen. Ze keek achterom en zag Arendvacht als eerste komen. Hij liep meteen naar de kraamkamer en verdween uit zicht. De andere drie katten, waaronder de commandant en haar mentor volgden langzamer. Ze zag Luipaardklauw naar Nachtroos lopen. Toen hoorde ze een oproep voor een clanvergadering. Tijgerpoot stond op en liep naar voren. Ze ging netjes zitten met haar staart om haar poten geslagen. Ze keek op naar Lavendelster. Na een paar minuten waren alle katten verzameld. Lavendelster begon met de vergadering. “Tijgerpoot, ik wil je vragen om naar voren te komen,” riep Lavendelster. Tijgerpoot was verrast. Ze stond op en liep door de menigte naar voren. Ze ging in het midden zitten en keek op naar Lavendelster. “Ik Lavendelster, leider van de Schaduwclan, doe een beroep op mijn krijgervoorouders om op deze leerling neer te kijken. Zij heeft hard getraind en is klaar om krijger te worden. Tijgerpoot, beloof je de krijgscode in ere te houden en je clan te beschermen met gevaar voor eigen leven?” Vraagt Lavendelster. “Dat zweer ik,” Tijgerpoot voelde zich er meer dan klaar voor. “Dan zul je vanaf nu bekend staan als Tijgerwind. We eren je kalmte en je jachtkwaliteiten,” Lavendelster had gesproken. “Tijgerwind! Tijgerwind!” Riep iedereen. Tijgerwind was superblij. Eindelijk, denkt ze. Luipaardklauw kwam haar feliciteren: gefeliciteerd Tijgerwind, je hebt lang gewacht op je krijgerschap en je hebt het meer dan verdiend. Ik ben trots op je.” Tijgerwind bedankte hem. Toen kwamen haar zussen en broer. “Als je straks klaar bent mag je naar ons toekomen om je te helpen met je nest,” zegt Jaagwolk. “Bedankt,” zegt Tijgerwind. Lynxpoot kwam naar haar toe. “Gefeliciteerd Tijgerwind, wat zou het geweldig zijn om nu eindelijk krijger te zijn,” zegt Lynxpoot. De kater wrong zich door de menigte terug. Lavendelster kwam haar ook feliciteren. “Ik ben trots op je. Je hebt je broer en zussen nooit iets verweten, terwijl je in het medicijnhol zat. Dien je clan goed, Tijgerwind,” zegt Lavendelster. De statige poes liep terug naar haar hol. Maanstroom en Sterrenpoot kwamen ook naar haar toe. “Nou hoor je bij de krijgersquad,” lacht Maanstroom, “Welkom edele kat.” Maanstroom lachte en Tijgerwind ook. “Gefeliciteerd met je nieuwe status. Het is wel vet dat je precies kon zeggen wat wij fout deden. Braampels zei dat ik het veel beter deed door jouw kritiek,” Sterrenpoot liep met Maanstroom terug. Sterrenpoot kwebbelde druk tegen Maanstroom. Tijgerwind lachte om Sterrenpoot. Ze was altijd al erg open geweest. Vogelklauw en Vlinderpels kwamen ook nog even. “Gefeliciteerd jonge kat, het werd tijd,” Vlinderpels glimlachte. “Dat klopt,” beaamt Vogelklauw. Tijgerwind bedankte de twee katten hartelijk. Ze had altijd respect gevoeld voor de oudsten, anders dan de meeste leerlingen. De stroom van katten hield nog even aan, maar dunde toen geleidelijk aan uit. Toen iedereen weg was liep ze naar haar broer en zussen. Ze hielpen haar zoals beloofd met het maken van haar nest. Ze kreeg een nest naast Egelstroom en Jaagwolk. “Bedankt voor de hulp,” zegt Tijgerwind. “We doen het graag,” zegt Egelstroom. Ze lacht. “Ik vind het fijn dat je krijger bent. We zijn een beetje uit elkaar gegroeid,” zegt Egelstroom. Tijgerwind knikt. Ze loopt het krijgershol uit. Egelstroom komt haar achterna en springt speels op haar schouders. Tijgerwind rolt zich op haar rug en Egelstroom wordt geplet. Tijgerwind springt overeind en grinnikt als ze Egelstrooms verfomfaaide vacht ziet. “Wat is er?” Vraagt Egelstroom. “Je vacht ziet er niet uit,” zegt Tijgerwind. Egelstroom kijkt over haar schouder. “Dat is waar,” lacht Egelstroom. Ze gaat haar vacht fatsoeneren. Na een paar minuten is ze klaar. “Zo,” zegt Egelstroom, “Mijn vacht is schoon, maar mijn tong doet pijn.” Tijgerwind lacht. Toen hoorde ze Lynxpoot op zich af komen. Ze draaide zich om en begroette de voormalige zwerfkat vriendelijk. “Hey Tijgerwind,” zei hij tegen haar, “Heb jij Maanstroom ergens gezien?” “Ja, ze zit daar bij Jaagwolk en Lichtbloem,” Tijgerwind wijst met haar staart naar het drietal. “Bedankt,” hij liep naar de katten toe. Tijgerwind keek hem na. De kater ging naast Maanstroom zitten. Toen ze haar kop draaide zag ze dat ze een beetje zuur keek. Ze wist dat de poes Jaagwolk leuk vond, maar Lichtbloem had overduidelijk ook interesse in hem. Bovendien leek Jaagwolk Lichtbloem ook leuk te vinden. De leerling praatte vrolijk mee en ze zag dat Maanstroom al iets minder zuur keek. “Die kleine heeft een goede invloed op Maanstroom. Ik hoop dat hij haar ervan weerhoudt haar zus aan te vallen,” zegt Tijgerwind. Egelstroom knikt. “Hij leidt Maanstroom af van Jaagwolk en Lichtbloem,” zegt Egelstroom. “Ja, hij is slim,” zegt Tijgerwind. Egelstroom knikt instemmend. “Ik vraag me af hoelang het duurt voordat Maanstroom merkt dat hij haar leuk vindt,” zegt Egelstroom. “Ja,” zegt Tijgerwind. “Zullen we gaan slapen?” Stelt Egelstroom voor. Tijgerwind knikt en volgt haar zus het krijgershol in. Tijgerwind nestelt zich in haar nest en Egelstroom is ook al neergeploft. Tijgerwind kletst nog wat met Egelstroom en valt dan langzaam in slaap.

Hoofdstuk 13

Vuurzang ontwaakt. Haar gedachten dwalen meteen af naar de vorige nacht. Ze was erachter gekomen dat haar ouders Lavendelster en Vlamster zijn. Ze vindt het nog steeds gek. Twee leiders! Dat is toch haast onmogelijk? Vuurzang besluit er later over na te denken. Ze gaat op zoek naar haar leerling Zangpoot. Ze staat op en stapt het hol uit. Ze ziet de rode poes vrijwel meteen. Ze zat naast Wolfpoot. Vuurzang liep naar haar zoon en leerling toe. Wolfpoot merkte haar als eerst op. “Hoi mam,” begroet hij haar. “Hoi Wolfpoot, ik kom Zangpoot ophalen voor jachttraining,” ze glimlacht naar haar zoon. “Oke,” zegt Zangpoot. Ze mauwt een afscheidsgroet naar Wolfpoot en loopt dan met haar mee. Ze lopen het bos in. Zangpoot huppelt enthousiast met haar mee. Vuurzang neemt een klein paadje naar de zandkuil. Na een paar minuten komen ze aan bij de zandkuil. Zangpoot trippelt haar voorbij en loopt de kuil in. Vuurzang volgt haar. “Laat me je jachthouding eens zien,” bevalt Vuurzang. Zangpoot zakt door haar poten. Ze houdt haar staart een beetje boven de grond. Ze zet een paar stappen en komt overeind. Ze kijkt haar vragend aan. “Je deed het al heel goed, alleen je moet leren je gewicht op je flanken te dragen,” instrueert Vuurzang, “Kijk zo.” Vuurzang zakt door haar poten en loopt een eindje naar voren. Ze staat op en draait zich om. Zangpoot is haar al aan het besluipen. Vuurzang lette goed op hoe ze het deed. Zangpoot stond op en liep naar haar toe. “Hoe deed ik het?” Ze klonk een beetje zenuwachtig. “Er is nog ruimte voor verbetering, maar je deed het al best goed,” zegt Vuurzang. Ze voeg zich af waarom haar leerling zo zenuwachtig was, normaal gesproken was ze altijd zo opgewekt. “Kom, dan gaan we wat jagen,” zegt Vuurzang. Vuurzang loopt de kuil uit en Zangpoot volgt haar. Al snel spot Vuurzang een jonge lijster. Vuurzang wenkt haar leerling met haar staart en de rode poes komt zachtjes dichterbij. Vuurzang keek toe hoe ze het deed. Ze deed het best goed, alleen had ze de sprong verkeerd ingeschat. Ze kwam een muislengte voor de vogel neer, maar die was al opgefladderd. Zangpoot keek de lijster boos na. “Volgende keer beter,” zegt Vuurzang. Ze gingen nog even door met jagen en Zangpoot kwam terug met een kleine spitsmuis. Zijzelf had een paar vogels en een konijn te pakken gekregen. Zangpoot kwam met haar kopje fier opgeheven het kamp inlopen. Ze legde het muisje op de hoop en wandelde toen naar haar broer die een prooi aan verschalken was. Vuurzang legde haar prooien ook op de hoop, maar hield het konijn voor zichzelf. Ze liep naar Slangentand. Hij zat gebogen over een muis. Vuurzang ging naast hem liggen en gaf een vlugge lik over zijn oor. Slangentand snorde met de prooi in zijn mond, waardoor hij een heel raar geluid maakte. Vuurzang grinnikte. Slangentand lachte ook. Ravenvleugel kwam bij hen zitten. “Wist je dat het vanavond grote vergadering is?” Vroeg ze. Vuurzang knikte. “Maar ik denk dat we vandaag met Buizerdklauw zullen gaan. Vlamster heeft een gemene hoest opgelopen,” vertelt Ravenvleugel. “Echt?” Zegt Vuurzang. Ze staat vlug op en snelwandelt naar het medicijnhol. Ze dringt door de slierten voor de ingang heen. Ze ziet Vlamsters vlammende vacht meteen. Hij heeft net een hoestbui. Vuurzang kromp ineen. Het klonk inderdaad niet heel goed. Vlug liep ze naar het nest toe. “Gaat het wel pap?” Vraagt ze bezorgd. “Ja natuurlijk,” maar een hoestbui onderbrak hem. Vuurzang raakte zijn neus aan, maar ze deinsde terug. Hij voelde koud aan. Vlamster glimlachte zwakjes naar haar. “Ik heb nooit de sterkste gezondheid gehad,” zei hij. Vuurzang drukte haar neus in zijn vacht en verliet het hol. Ze liep terug naar Slangentand en Ravenvleugel. Slangentand keek haar ongerust aan. Hij stond op en likte haar tussen haar oren. Vuurzang snorde. Ze hoorde Ravenvleugels gegrinnik zachtjes op de achtergrond. Ze zwiepte met haar staart in het gezicht van haar vriendin en grinnikte toen ze haar verontwaardigde snuif hoorde. “Hoe gaat het met hem?” Vroeg Slangentand zachtjes. “Niet zo goed. Maar hij komt er vast wel weer bovenop,” zegt Vuurzang. Samen liepen ze terug naar Ravenvleugel. Buizerdklauw kwam naar hen toe. “Jullie gaan alle drie mee naar de grote vergadering,” hij keek Vuurzang met een valse blik aan. Ze huiverde en vroeg zich af wat hij van plan was. Ze zag dat Ravenvleugel de commandant ook verdwaasd nakeek. “Wat was dat?” Vroeg ze aan Vuurzang. Vuurzang haalt onwetend haar schouders op en blikte nog een keer in de richting waar de rossige kater verdwenen was. “Nou ja, het is in elk geval vreemd,” doorbrak Slangentand de stilte. Vuurzang knikt. Ze keek om toen ze Buizerdklauw op de hoge steen hoorde springen. “Willen alle katten die oud genoeg zijn om hun eigen prooi te vangen zich verzamelen onder de hoge steen voor een clanvergadering?” Roept Buizerdklauw. De katten komen allemaal uit hun holen. Er missen maar een paar katten. Dat zijn degenen die op avondpatrouille zijn. “Alle katten die naar de grote vergadering gaan moeten naar de doorntunnel komen,” Buizerdklauw springt van de hoge steen af. Al vlug heeft zich een menigte gevormd bij de doorntunnel. Hartpoot neemt weer plaats naast haar moeder en Bliksempoot komt ook bij haar staan. Vuurzang voelde al een gespannen sfeer. Ze vroeg zich af wie het veroorzaakte, maar kon niks vinden. De rest van de tocht bleef het stil. Bij de boombrug zagen ze de Schaduwclankatten al. Buizerdklauw maakte oogcontact met Lavendelster. Ze zag angst in haar ogen. Wat is er aan de hand? Vuurzang brandde van nieuwsgierigheid. Toen het haar beurt was sprong ze soepel op de boombrug. Voor haar kwamen Bliksempoot en Hartpoot. Ze bereikten zonder problemen de overkant van de rivier. Lavendelsters clan was net in het struikgewas verdwenen. Toen iedereen was overgestoken leidde Buizerdklauw zijn clan naar het grasveld beneden. Hartpoot en Bliksempoot bleven dicht bij hun moeder en Wolfpoot voegde zich ook bij hen. Ook hier hing de dreiging in de lucht, maar een blik op de andere clans vertelde haar dat zij geen last hadden van een gespannen sfeer. Ze vermengden zich al met elkaar. Vuurzang besloot ook maar zo gewoon mogelijk te doen en wandelde naar Rookveder die een eindje verderop kwaadaardig om zich heen zat te kijken. Andere katten met zijn ogen waarschuwend niet dichterbij te komen. Toen Rookveder haar opmerkte lichtten zijn ogen op. “Hoi Vuurzang,” begroet hij haar. “Hallo Rookveder,” begroet ze hem, maar ze was met haar gedachten nog steeds bij die gespannen sfeer die in de Donderclan heerst. “Wat is er?” Vroeg hij. “Ik weet het niet. Bij de Donderclan hing een gespannen sfeer,” zegt Vuurzang. Ze hoorde Luipaardklauw naderen. “Hoi Luipaardklauw,” begroette ze hem. Rookveder zette zijn haren op, maar Vuurzang kalmeerde hem. “Hij is een vriend van mij,” vertelde ze hem. Ze versprak zich bijna. Rookveder knikte. “Er staat iets vreemds te gebeuren,” fluistert Vuurzang tegen de Schaduwclankat. “Ik voelde het ook. Er is iets met de Donderclan. Buizerdklauw keek ook al zo raar naar Lavendelster,” zegt Luipaardklauw. Vuurzang knikt. “Wie is Lavendelster?” Vraagt Rookveder. Luipaardklauw keek om zich heen en wees naar de lapjespoes. Rookveder knikte. “Hebben jullie ergens een poes gezien. Volgens mij was haar naam Hyacintstreep,” vraagt Rookveder. “Bedoel je Hyacinthart? Ik weet niet of ze hier is. Ik kan wel even gauw rondkijken,” zegt Vuurzang. Ze verdwijnt in de menigte en heeft na een tijdje de poes gevonden. “Dat nieuwe lid van de Windclan vraagt naar je,” informeert ze Hyacinthart. Samen gaan ze terug naar de twee katers. Er gleed iets van herkenning door Hyacintharts ogen toen ze de kater zag. “Ken ik jou?” Vraagt ze. “Ik weet het niet. Ik meen je vaker te hebben gezien,” zegt Rookveder. Dan klinkt het begin van de vergadering. De leiders doen verslag van de afgelopen maan. Buizerdklauw komt op de hoge steen staan. Hij zoekt haar met zijn ogen en grijnst gemeen. Een koude angst omgreep haar bij de woorden die hij sprak.

Hoofdstuk 14

Luipaardklauw wordt wakker. Hij geeuwt. Hij schrikt als hij bemerkt dat hij in een boom zit. Dan herinnert hij zich alles weer van gisteren. Hij kijkt opzij en ziet Nachtroos slapen. Hij port haar met zijn neus. Nachtroos wordt versuft wakker. “Waar zijn we?” Vraagt ze. “In een boom,” antwoordt Luipaardklauw. Als Nachtroos goed wakker is klimmen ze weer naar beneden. Ze wandelen terug naar het kamp. Er zijn al een paar vroege vogels wakker waaronder Tijgerwind. Ze ziet geschrokken en moe uit. Ondanks de vermoeidheid die haar lichaam uitstraalt is er ook een greintje alertheid in te ontdekken. Als ze zich beweegt gaat het nog een beetje schram, maar ze schrikt wel van elke beweging. Luipaardklauw wil naar haar toe gaan, maar hij ziet zijn zoon Hemelpoot die aan de rand van de open plek een muis zat te eten al naar haar toe gaan. Hij besluit ze met rust te laten en gaat het krijgershol binnen. Hij duikt nog even zijn nest in. Na een half uurtje in zijn nest te hebben gelegen besluit hij maar gewoon uit zijn nest te gaan. Bovendien was de zon al helemaal zichtbaar. Hij stond op en strekte zijn spieren. Hij trippelde het hol uit. Hij snoof de heerlijke ochtendlucht in en slenterde daarna naar de kleine hoop verse prooi om wat te pakken voor de moederkatten. Hij liep naar het hol en ging naar binnen. Windhart was al wakker. Haar jongen waren een beetje aan het rondkruipen. “Ik heb wat prooi meegebracht,” zegt Luipaardklauw. Windhart knikte. Hij legde het konijn bij haar neer en de muis bij Berkenhart. Haar neus bewoog toen ze de prooi rook en ze opende haar ogen. “Dank je Luipaardklauw,” zegt ze. Hij bracht Libellevleugel en haar kittens nog een konijn en verliet het hol. Hij kijkt rond. Hij heeft geen flauw idee wat hij moest doen. Toen Tijgerwind nog zijn leerling was had hij altijd wel iets te doen. Hij hoorde dat Leeuwenbries hem riep. Luipaardklauw liep naar zijn vriend toe. “We gaan een grenspatrouille doen,” zegt Leeuwenbries. Kristalhart en en Zwartwolk gingen ook mee. Zijn dochter Oceaanpoot kwam ook nog vlug naar hen toe gelopen. Ze vertrokken. “Bij welke grens gaan we patrouilleren?” Vroeg Luipaardklauw. “Bij de Rivierclangrens,” zegt Zwartwolk. Luipaardklauw rent wat sneller en houdt gelijke tred met Leeuwenbries. Toen ze er bijna waren gingen ze lopen. Toevallig was daar ook een patrouille. Hij bestond uit Havikblik, Rookklauw en Steengloed. Ze praatten even kort met elkaar, waarna ze hun weg vervolgden. Toen ze de grens helemaal gehad hadden gingen ze terug naar het kamp. Luipaardklauw liep door de doorntunnel. Nachtroos was nergens te bekennen. Vast aan het trainen met Lynxpoot. Hij zag Tijgerwind gezellig babbelen met Egelstroom en Sterrenpoot. Leeuwenbries was meteen in de kraamkamer verdwenen toen ze terugwaren. Zwartwolk zat wat te bespreken met Oceaanpoot en Kristalhart zat met wat oudere krijgers te praten. Hij keek twijfelend rond en zag dat Vonkpoot alleen zat aan de rand van de open plek. Hij liep naar zijn zoon toe. “Hallo Vonkpoot,” zegt Luipaardklauw. De leerling-medicijnkat keek op en begroette hem. “Hoe bevalt het medicijnkatleven?” Vraagt Luipaardklauw. “Het is heel leuk,” zegt Vonkpoot enthousiast. “Fijn dat je het zo leuk vindt,” zegt Luipaardklauw. Vonkpoots ogen straalden. Luipaardklauw glimlachte naar zijn zoon. “Hey Luipaardklauw, kom je bij ons zitten?” Roept Nachtroos. Ze zit samen met Tijgerwind, Lynxpoot en Maanstroom. Luipaardklauw staat op. Hij mauwt een afscheidsgroet naar Vonkpoot en loopt naar zijn partner toe. Hij gaat bij de anderen zitten. Ze kletsten over de grote vergadering van vanavond. “Is het niet spannend als je de eerste keer gaat?” Vroeg Lynxpoot. “Als je in de buurt blijft van een krijger. Misschien Tijgerwind of Maanstroom komt het vast wel goed. Of je kunt met één van de andere leerlingen mee. Die kennen vast wel wat leerlingen uit andere clans,” zegt Luipaardklauw. Lynxpoot knikt. “Ik denk dat ik wel met Maanstroom mee kan gaan,” zegt Lynxpoot. Maanstroom knikt: “Is goed.” Lavendelster komt bij hen zitten. “Luipaardklauw, jij komt ook mee naar de grote vergadering,” zegt ze. Luipaardklauw knikt. “Waar hadden jullie het over?” Vroeg de leider geïnteresseerd. “Lynxpoot vindt zijn eerste grote vergadering een beetje spannend,” zegt Nachtroos. “Aha, ik herinner me mijn eerste grote vergadering nog. Ik had bijna een grote blunder begaan. Onze medicijnkat was toen erg ziek en ik had het bijna verklapt,” lacht Lavendelster. De anderen moeten ook lachen. Lynxpoot ziet er al minder gespannen uit. “Kunnen medicijnkatten ziek worden dan? Volgens mij komt het bijna nooit voor,” vraagt Tijgerwind met een diepe frons. “Ja, maar het komt inderdaad bijna nooit voor. Ik denk dat het omgaan met al die zieke katten een soort immuunsysteem maakt voor medicijnkatten, waardoor ze minder snel ziek worden,” zegt Maanstroom wijs. “Ja, dat kan,” Tijgerwind kijkt bewonderend naar de poes. Maanstroom glimlacht verlegen. Lavendelster keek de grijze poes verwonderd aan. Toen klonk er een stem: “Lavendelster volgens mij is het tijd om te gaan.” Lijsterroep kwam met grote sprongen naar hen toe. Lavendelster keek naar de hemel en knikte. “Inderdaad, ik zal wel even iedereen verzamelen,” zegt ze. “Iedereen die naar de grote vergadering gaat verzamelen bij de doorntunnel,” roept Lavendelster hard. Luipaardklauw grinnikte, zo kan het ook. Na een paar minuten is iedereen verzameld. Lavendelster gaat hen voor naar de vergadering. Lynxpoot kwam al snel naast hem lopen. Toen zebij de boombrug moesten wachten verdween hij in de menigte. Even later zag Luipaardklauw hem de boombrug oversteken, Maanstroom liep achter hem en Tijgerwind voor hem. Toen het zijn beurt was sprong hij soepel op de omgevallen boom. Hij was snel aan de overkant. Hij keek naar de overkant. Hij had de Donderclankatten geroken. Hij zag Buizerdklauw aan het hoofd van de groep. Hij had een vreemde blik in zijn ogen en hij keek naar Lavendelster. Er ging een rilling over zijn ruggengraat. Toen alle Shcaduwclankatten verzameld waren leidde Lavendelster hen de helling af. Luipaardklauw keek zoekend rond. Hij zou graag iets meer te weten willen komen van die ene kater, Rookveder volgens mij. Het leek hem interessant eens te weten hoe het buiten de clans was. Hij kon de kater jammer genoeg nog niet vinden. Het zou natuurlijk kunnen dat hij er niet eens bij is. Hij besluit maar op zoek te gaan naar Vuurzang. Hij had haar de vorige keer ook al met de kater zien praten. Hij had al snel haar rode vacht gevonden en ze was aan het praten met Rookveder. Yes, denkt hij. Vuurzang begroet hem zonder zich om te draaien. Hmm, kent ze me zo goed dat ze mij alleen al aan de manier van lopen herkent? Ach het zal wel. Ḧoi Vuurzang," groet hij haar terug. Hij ziet Rookveders haren overeind komen, maar Vuurzang fluistert wat tegen hem en zijn haren gaan weer liggen. "Er staat iets vreemds te gebeuren," fluistert Vuurzang tegen hem. "Ik voel het ook. Er is iets met de Donderclan. Ik zag Buizerdklauw ook al zo raar kijken naar Lavendelster," zegt hij tegen de rode poes. Vuurzang knikt. "Wie is Lavendelster?" vraagt Rookveder. Luipaardklauw keek zoekend om zich heen en wees de Schaduwclanleider aan. Rookveder knikte. "Hebben jullie ergens een poes gezien? Volgens mij was haar naam Hyacintstreep," vraagt Rookveder. "Bedoel je Hyacinthart? Ik weet niet of ze hier is. Ik kan wel even gauw rondkijken," met die woorden verdween Vuurzang in de menigte. "Hoe is het eigenlijk om buiten de clans te leven?" vraagt Luipaardklauw geïnteresseerd. "Het is moeilijker om te overleven. Ik woonde in een tweebeenplaats, zo noemen jullie het toch?" Toen Luipaardklauw knikte ging hij verder, "Ik was een zwerfkat. Ik was meegesleurd door een rivier. Toen ik eruitkwam werd ik de tweebeenplaats ingejaagd door honden. Maar ik kan me niks herinneren van voor dat punt," Rookveder kreeg een peinzende uitdrukking. "Soms lijkt het wel of ik al katten ken. Bij Vuurzang heb ik dat gevoel en bij Hyacinthart ook. Ik vind het zeer vreemd," zegt Rookveder. Luipaardklauw knikt. Rookveder spitste zijn oren. Toen Luipaardklauw achterom keek zag hij Hyacinthart en Vuurzang naar hen toe komen. "Ken ik jou?" vraagt ze. "Ik weet het niet. Ik heb je een keer gezien op de vorige grote vergadering. Maar volgens mij ken ik je wel," Rookveder keek bedenkelijk. Dan begint de vergadering. De leiders vertellen wat er de afgelopen maan is gebeurd. Dan komt Buizerdklauw als laatste. Hij kijkt met een gemene grijns in hun richting. Er kwam woede in zijn ogen toen hij de woorden uitsprak.

Hoofdstuk 15

Tijgerwind zat op de velden van de Sterrenclan. Voor haar zat haar evenbeeld. Ze vertelde haar dat ze Tijgerpoot was en dat zij Luipaardklauws dode zus was. "Hoed je voor de rossige kater," zegt Tijgerpoot. Langzaam vervaagde ze. Tijgerwind keek de zus van Luipaardklauw na tot ze helemaal verdwenen was. Daarna werd het weer zwart voor haar ogen. Toen ze haar ogen weer opende lag ze in het krijgershol. Toen begreep ze pas wat er was gebeurd. Er gaat iets ergs gebeuren en een rossige kater gaat het veroorzaken. Ze sprong overeind en liep vlug het krijgershol uit. "Zou het Lijsterroep kunnen zijn? Of moet ik buiten mijn clan zoeken? Ze ijsbeerde rond op de open plek. Uiteindelijk stopte ze aan de rand en ging zitten. Ze zag Luipaardklauw samen met Nachtroos de doorntunnel doorkomen. Hij ziet er gelukkig uit. Wat zou Nachtroos hem verteld hebben? Maar algauw zijn de angstige gedachtes in haar kop weer terug. Hemelpoot kwam uit het leerlingenhol lopen. Toen hij haar zag liep hij naar haar toe. "Wat is er?" vroeg hij. Ze zuchtte opgelucht toen hij weer een beetje arrogant overkwam. Hij keek haar verbaasd aan. "Wat is er?" vraagt hij nogmaals. "Dat zijn niet jouw zaken," reageert ze. Hij leek een beetje uit het veld geslagen, maar zei dan: "Als er iets is, zeg dat dan alsjeblieft." Hij klonk oprecht bezorgd. Ze glimlachte naar hem. "Het gaat wel," zegt ze. Ze staat op. "Zullen we gaan jagen?" vroeg hij. "Moet je dat dan niet even vragen aan Heemstvacht?" vroeg Tijgerwind. Toevallig kwam de zwarte poes net uit het krijgershol lopen. "Ja, dat is waar," zegt hij. Met grote sprongen rent hij naar zijn mentor. Hij praat kort met haar en dan knikt ze. Hemelpoot rent terug naar haar. "Het mag!" roept hij enthousiast. Tijgerwind moet lachen om zijn enthousiasme. Door hem vergat ze haar zorgen een beetje. Ze renden door de doorntunnel het bos in. Tijgerwind liet zich verwelkomen door het gezang van vogels en het ruisen van de bladeren in de wind. "Ik durf te wedden dat ik meer prooien vang dan jij," hij keek een beetje arrogant. "Ik weet bijna zeker dat ik meer vang dan jij," zegt Tijgerwind uitdagend. Hemelpoot lacht en verdwijnt in het struikgewas. Tijgerwind speurt ook alvast naar haar eerste prooi. De wind brengt de geur van haar eerste slachtoffer mee. Ze sluipt weg in dezelfde richting als Hemelpoot. Het was een konijn dat ze had geroken. Ze zag het dier zitten. Hij zat voor een omgevallen boom. Ze zag vlak achter hem een hol. Ze zette zich af en sprong. Ze landde op het konijn, maar een seconde later landde er iets op haar. Ze schudde hem van zich af en zette haar klauwen in zijn neus. "Auw," zegt hij verontwaardigd. "O sorry Hemelpoot, ik dacht dat je één of ander roofdier was," verontschuldigt Tijgerwind zich. "Ik vergeef het je," zegt Hemelpoot. "Zullen we gewoon samen jagen?" vraagt Tijgerwind. "Is goed," knikt Hemelpoot. Tijgerwind pakt het konijn op en begraaft het voor een grote eikenboom. Hemelpoot wacht geduldig af. Tijgerwind loopt naar hem toe en samen verdwijnen ze in het struikgewas. Tijgerwind proeft de lucht. Ze vormt het woord 'eekhoorn' met haar lippen. Hemelpoot knikt en sluipt naar voren. Even later is hij weer terug met de eekhoorn in zijn bek. Ze jaagden nog de hele ochtend en middag en toen besloten ze terug te gaan naar het kamp. Tijgerwind had drie konijnen en een kleine spitsmuis en Hemelpoot had een eekhoorn en vier muizen. Ze liepen het kamp in en dropten hun prooien op de prooihoop. Ze keek om zich heen en zag dat Maanstroom helemaal alleen zat. Ze mauwde een afscheidsgroet naar Hemelpoot en liep naar de grijze poes toe. "Hallo Maanstroom," zegt Tijgerwind. "Hey Tijgerwind," zegt ze. "Heb jij zin in de grote vergadering?" vraagt Tijgerwind. Maanstroom knikt: "En jij?" "Ik heb er ook zin in. Dan kan ik die hunk weer zien," lacht Tijgerwind. "Wie?" Maanstroom kijkt een beetje wantrouwend. "Duisterklauw," zegt Tijgerwind. "Je mag de krijgscode niet overtreden hè," zegt Maanstroom. Tijgerwind barst in lachen uit als ze Maanstrooms gezicht ziet. "N...atuu...rlijk n...niet," hikt Tijgerwind. Maanstroom begrijpt het ineens en barst ook in lachen uit. Toen ze waren uitgelachen keken alle anderen naar hen. Tijgerwind keek uitdagend terug. "Dat was een goeie, ik geloofde het ook nog eens," zegt Maanstroom. "Wat geloofde je?" Nachtroos stond ineens voor hun neus en Lynxpoot stond achter haar. "Tijgerwind liet me geloven dat ze Duisterklauw een hunk vond," grinnikt Maanstroom. Nachtroos lacht ook zachtjes. "Mag ik erbij komen zitten?" klinkt Lynxpoots stem. "Ja natuurlijk," zegt Tijgerwind. Hij gaat naast Maanstroom zitten en Nachtroos naast haar. "Luipaardklauw, kom je erbij zitten?" roept Nachtroos ineens over de open plek. Tijgerwind kijkt hoe de kater opstond en naar hen toe loopt. "Is het niet spannend als je voor de eerste keer naar de grote vergadering gaat?" vraagt Lynxpoot. "Als je in de buurt blijft van een krijger. Misschien kun je met Tijgerwind of Maanstroom mee, dan komt het vast wel goed. Of je kunt met één van de andere leerlingen mee. Die kennen vast wel wat leerlingen uit andere clans," zegt Luipaardklauw. Lynxpoot knikt. "Ik denk dat ik wel met Maanstroom mee kan gaan," hij kijkt haar vragend aan. Maanstroom knikt: "Is goed." Lavendelster komt bij hen zitten. "Jullie gaan allemaal mee naar de grote vergadering," zegt ze. Ze knikken. "Waar hadden jullie het over?" vroeg de leider. "Lynxpoot vindt zijn eerste grote vergadering een beetje spannend," zegt Nachtroos. "Aha, ik herinner me mijn eerste grote vergadering nog. Ik had bijna een grote blunder begaan. Onze medicijnkat was toen erg ziek en ik had het bijna aan een vijandelijke krijger verteld," lacht Lavendelster. De anderen moeten ook lachen. Lynxpoot ziet er al minder gespannen uit. "Kunnen medicijnkatten ziek worden dan? Volgens mij komt het bijna nooit voor," vraagt Tijgerwind met een diepe frons. "Ja, maar het komt inderdaad bijna nooit voor. Ik denk dat het omgaan met al die zieke katten een soort immuunsysteem maakt voor medicijnkatten, waardoor ze minder snel ziek worden," zegt Maanstroom wijs. "Ja dat kan," Tijgerwind kijkt bewonderend naar haar vriendin. Ze glimlacht verlegen. Lavendelster keek de grijze poes verwonderd aan. Toen klonk er een stem: "Lavendelster volgens mij is het tijd om naar de grote vergadering te gaan." Lavendelster keek even naar de hemel en knikte. "Inderdaad, ik zal even iedereen bijeen roepen. Iedereen die naar de grote vergadering gaat, naar de doorntunnel komen!" roept ze keihard. Tijgerwind hoort Luipaardklauw grinniken. Na een paar minuten staat iedereen bij de doorntunnel. Lavendelster gaat hen voor naar de grote vergadering. Tijgerwind loopt naast Maanstroom. Als ze er bijna zijn komt Lynxpoot opduiken. "Willen jullie me helpen met oversteken?" vraagt hij. "Natuurlijk," zeggen Tijgerwind en Maanstroom in koor. Ze lachen naar elkaar. "Ik ga wel voor je lopen en Maanstroom achter je," zegt Tijgerwind. Lynxpoot knikt. Als het hun beurt is om over te steken springt Tijgerwind als eerste op de boombrug. Achter haar hoort ze Lynxpoots zachte pootstappen en daarna de iets zwaardere van Maanstroom. Tijgerwind loopt vooruit en houdt Lynxpoot een beetje in het oog. Er gebeuren geen ongelukken en ze springen opgelucht op de grond aan de overkant van de boom. Lavendelster was als eerste overgestoken en zij waren de tweede. Als bijna alle katten er zijn ruikt ze de Donderclan. Ze vermoedde dat Luipaardklauw wel weer met die rode Donderclanpoes wilde gaan praten. Aan het hoofd van de clan zag ze Buizerdklauw. Toen hij kwaadaardig naar Lavendelster keek kwam in een flits de voorspelling terug. Hij is het! Hij is de rossige kater! Maar wat zou hij doen? Ze had hem eigenlijk alleen maar meegemaakt als een eerlijke, trouwe commandant. Nu leek hij de kwaadaardigste kat van alle clans. Ze was dan ook opgelucht toen Lavendelster hen het grasveld opleidde. Ze vroeg zich af waar ze heen zou gaan. Misschien moest ze proberen te verhinderen dat Buizerdklauw iets ging doen. Maar hoe kan ik iets verhinderen als ik niet eens weet wat hij gaat doen? Iemand riep haar naam. Ze keek in de richting en zag Hemelpoot bij een paar andere leerlingen. Ze liep naar hem toe. "Hoi allemaal, ik ben Tijgerwind," stelde ze zichzelf voor. De andere twee leerlingen waren bijna identiek aan elkaar. De kater was Doornpoot en de poes Eekhoornpoot. "Leuk om jullie te ontmoeten," zegt Tijgerwind. "Ik vind het ook leuk om jou te leren kennen. Ik spreek niet zo vaak met krijgers uit andere clans. Meestal zit ik bij de andere medicijnkatten," zegt Eekhoornpoot. "Is het niet een beetje eenzaam om een medicijnkat te zijn?" vraagt Tijgerwind nieuwsgierig. "Soms wel, maar ik vind het wel heel leuk om katten te genezen," antwoordt Eekhoornpoot. Dan horen ze het teken dat de vergadering gaat beginnen. Het wordt snel stil op het grasveld. Alle katten kijken naar de leiders. "De leiders zien er wel machtig uit zoals ze daar staan," fluistert Doornpoot. Tijgerwind knikt. "Maar het zijn niet alle leiders. Die rossige kater is de Donderclancommandant," fluistert Tijgerwind. "Echt? Hij ziet er wel uit als een leider," fluistert Doornpoot. "Hij is sterk en gespierd, maar daardoor is hij nog geen leider. De echte leider, Vlamster, is erg klein. Maar hij is rechtvaardig, dat is beter dan spieren of grootte. Bovendien vertrouwt ik Buizerdklauw voor geen meter. Hij is iets van plan," fluistert Tijgerwind. "Je hebt gelijk, leiders hoeven niet per se groot en gespierd te zijn," fluistert hij. Ondertussen had Valkster al verslag gedaan en zijn beurt overgedragen aan Mistster. Haar jongen zijn blijkbaar al oud genoeg om een nacht bij een andere moederkat door te brengen. Ze heeft niet veel te vertellen en Lavendelster komt naar voren. Bij ons is er ook haast niks gebeurt, bedenkt Tijgerwind zich. Dan is Hondenster en als laatste Buizerdklauw. Ze voelde haar haar overeind komen toen hij een kwaadaardige blik wierp in de richting van een paar katten. Laat het alsjeblieft ons geheim niet zijn, alsjeblieft. Hemelpoot drukt zich tegen haar aan, alsof hij wist dat er iets ergs staat te gebeuren dat met haar te maken heeft. "Ik heb van iemand een geheim vernomen over vier katten die hier en nu aanwezig zijn. Tijgerwind ziet Lavendelster wit wegtrekken. "Ik moet gaan. Ik moet wat katten gaan beschermen," fluistert ze vlug naar Hemelpoot. Ze verdwijnt in de kattenmenigte. Eerst IJsvleugel, zij zal het moeilijkst in toom te houden zijn. Ze ziet haar witte vacht. "Kom vlug mee," sist ze. Vlug gaan ze op zoek naar Vuurzang en Luipaardklauw. De twee staan gelukkig bij elkaar. Net op tijd. "Het gaat over Luipaardklauw, IJsvleugel, Vuurzang, Lavendelster en Vlamster. Luipaardklauw, IJsvleugel en Vuurzang zijn broer en zussen en kinderen van Lavendelster en Vlamster," hij keek kwaadaardig naar Lavendelster en daarna naar hen. Een geschokt gemompel ging door de clans. Tijgerwind zag toen pas Rookveder. De kater keek kwaad naar iedereen die hen vuile blikken toewierp. Tijgerwind maakte oogcontact met Lavendelster en wenkte haar. Ze sprong van de hoge steen en kwam bij hen staan. Buizerdklauw keek hen vuil aan. "Halfclankatten zijn zwak," roept hij. Iedereen begint door elkaar te roepen. Valkster maant hen tot stilte. Vuurzang wil iets zeggen. De rode poes verheft haar stem zodat iedereen haar hoort: "Waarom maken jullie zoveel heisa om ons, terwijl we er zelf bij staan? En het is absoluut niet waar dat we zwakker zijn dan andere katten," bij deze woorden keek ze Buizerdklauw scherp aan, "Onze gedeelde afkomst maakt ons sterker. We hebben de eigenschappen van de Hemelclan, Donderclan en Schaduwclan geërft. Ik wil hiermee niet zeggen dat het goed is wat Vlamster en Lavendelster hebben gedaan. Je moet altijd trouw zijn aan de krijgscode. Maar ik wil maar zeggen dat halfclankatten sterker kunnen zijn dan normale katten, maar bovenal moet je trouw zijn aan de krijgscode. Denk daar maar eens over na." Tijgerwind kijkt bewonderend naar de vuurrode poes. Haar voorvoegsel heeft twee kanten, aan de ene kant haar vacht en aan de andere kant ook wel haar karakter. "Ze heeft gelijk!" roept Luipaardklauw. "Ja," roept een crèmekleurige kater. Hij likt Vuurzang tussen haar oren. Ze schrok van Rookveders blik toen de kater dat deed. Aarzelend roepen meer katten. Uiteindelijk roept de hele menigte dingen zoals: "Die poes heeft gelijk!" of "Als je maar trouw bent aan de krijgscode." of "Zij kunnen er niks aan doen." Ze zag Valkster bewonderend naar Vuurzang kijken, maar Buizerdklauw keek grimmig. Toen het weer stil was, zei Valkster dat de vergadering voorbij was. "Vuurzang, IJsvleugel, kom met ons mee. Jullie lopen gevaar in de Donderclan," zegt Tijgerwind. "Ik ga pas weg als ik weet dat mijn jongen veilig zijn," zegt Vuurzang. "Ik ga misschien naar de Rivierclan. Ik ben heel misschien zwanger van Bliksemklauw," fluistert IJsvleugel. Tijgerwind knikt. De witte poes verdwijnt in de menigte. "Nou, misschien tot straks," zegt Vuurzang. Tijgerwind blijft alleen achter met Luipaardklauw en Lavendelster. "Ik zal mijn clan maar even verzamelen," ze zag er verslagen uit. Tijgerwind knikt. Ze volgen hun leider naar de clan. Loofpels komt naar haar toe en likt liefdevol haar oren. "Het moest er toch een keer uitkomen," fluistert hij net hard genoeg dat zij het hoort. Lavendelster knikt. De weg naar het kamp is stil. Lijsterroep is ook de hele tijd bij hun in de buurt en werpt steeds bezorgde blikken op Lavendelster. Eenmaal in het kamp zoeken alle katten zwijgend hun nesten op. Hemelpoot rent naar haar toe. "Gaat het?" vraagt hij bezorgd. Tijgerwind knikt. "Wil je misschien een nachtje in het leerlingenhol slapen, om een beetje te kalmeren?" vraagt hij. Tijgerwind overweegt het idee en knikt dan: "Is goed." Ze volgt de goudbruine kater naar het leerlingenhol en gaat naar binnen. "Hier is nog een plekje," zegt Hemelpoot. Hij wijst een nest aan. Zelf gaat hij in het nest ernaast liggen. Tijgerwind gaat erin liggen en schuift een beetje naar Hemelpoot toe. Ze sluit haar ogen en valt vrijwel direct in slaap. Het was een vermoeiende dag.

Hoofdstuk 16

IJsvleugel verdwijnt in de menigte. Ze is op zoek naar de Rivierclankatten. Ze ziet hen staan en rent vlug naar hen toe. Tot haar opluchting ziet ze Regenstaart. "Ehm Regenstaart," kucht IJsvleugel. De poes draait zich om. "Ja?" vraagt ze. "Het is niet veilig meer in de Donderclan voor mij. Ik vroeg me af of ik me kon aansluiten bij de Rivierclan," zegt IJsvleugel. "Maar Vlamster is toch de leider van de Donderclan?" vraagt Regenstaart. "Hij is heel erg ziek. Er is kans dat hij doodgaat en dit is zijn laatste leven," zegt IJsvleugel beschaamd dat ze clangeheimen verteld aan de Rivierclancommandant. Ze knikt begrijpend. "Ik zal met Valkster overleggen," zegt Regenstaart. De lapjespoes verdwijnt in de menigte en komt even later terug met de leider. "Je mag je bij ons aansluiten. Bliksemklauw staat daar," IJsvleugel voelt zich rood worden, is het dan zo duidelijk? "Bedankt," zegt IJsvleugel. Ze loopt naar Bliksemklauw. Hij kijkt haar vragend aan. "Ik heb gevraagd of ik in de clan mocht, omdat ik in de Donderclan waarschijnlijk niet veilig meer ben," zegt IJsvleugel, "En ik moet je straks nog iets vertellen." "Dat is geweldig," hij likt haar. IJsvleugel verstijfd, maar bedenkt zich dan dat het mag omdat ze nu bij de Rivierclan hoort. "Het is nog een beetje wennen dat ik nu wel samen mag zijn met je," zegt IJsvleugel. Bliksemklauw lacht. "Begrijp ik wel hoor," zegt hij. Al snel waren alle Rivierclankatten overgestoken. Valkster houdt het tempo er goed in. In het kamp aangekomen kijkt IJsvleugel twijfelend rond. Ze neemt aan dat ze nog geen nest heeft. Rotsneus komt naar haar toe lopen. "Hier heb je wat mos voor je nest," hij laat het vallen. "Dank je," zegt IJsvleugel. Ze pakt het mos op en volgt Bliksemklauw naar het krijgershol. Ze maakt een nest en probeert de nieuwsgierige ogen te negeren. Er klinkt een oproep voor een clanvergadering. IJsvleugel loopt naar buiten met Bliksemklauw aan haar zijde. Ook buiten kijken de katten haar nieuwsgierig aan, maar Bliksemklauw zorgt ervoor dat ze wegkijken. IJsvleugel gaat zitten aan de rand van de open plek. Bliksemklauw komt naast haar zitten en aan haar andere kant komt Regenstaart zitten. Valkster wacht geduldig tot iedereen verzameld is. "Ik heb jullie bijeen geroepen, omdat we er een nieuw lid bij hebben. IJsvleugel. Het is voor haar niet veilig meer in de Donderclan en ze heeft me gevraagd of ze bij de Rivierclan mocht komen. Ik heb toegestemd. Ik beantwoord geen verdere vragen, dat zijn Donderclanzaken," zegt Valkster. Ze ziet Zonbloem en Beukblad op zich af komen. "Hallo IJsvleugel, welkom in de clan. Hopelijk krijg je het hier naar je zin," zegt Zonbloem vriendelijk. "Dank je wel," zegt IJsvleugel. "Ik hoop ook dat je een fijn leven krijgt in de Rivierclan. Misschien kunnen we een keer samen op jacht als mijn jongen leerlingen zijn," zegt Beukblad. "Ik houd je eraan," zegt IJsvleugel met een glimlach. "Hoi mama," zegt een lichtbruin poesje. "Hoi Kastanjekit, moet jij niet allang slapen?" vraagt Beukblad streng. "Ja, mama. Maar ik werd wakker door Valkster," piept ze verdedigend. "Ik had hetzelfde," piept een bruin katertje. "Oke, maar nu gaan jullie vlug terug naar de kraamkamer en slapen. En waag het om nog een stap buiten de kraamkamer te zetten voor zonsopkomst," lacht Beukblad. "Oke mama," zeggen de kleintjes. Ze trippelen vlug naar de kraamkamer en verdwijnen. "Nou, tot ziens. Ik ga even kijken of die rakkers wel echt gaan slapen," Beukblad verheft haar stem, zodat haar kittens het ook zouden horen. Dan is het ineens opmerkelijk stil in de kraamkamer. Beukblad loopt naar de kraamkamer. "Over wat ik je nog moest vertellen. Ik denk dat ik ook maar naar de kraamkamer ga. Want ik draag jouw kittens," zegt IJsvleugel enthousiast. "Dat is geweldig," zegt Bliksemklauw. Hij drukt zijn snuit in haar vacht en begeleidt haar naar de kraamkamer. IJsvleugel moest lachen toen ze Beukblads verbaasde gezicht zag. "Ik kom je gezelschap houden," zegt IJsvleugel. "Oeh, wie is het?" vraagt ze. "Bliksemklauw," ze glimlacht liefdevol naar de kater. "Leuk!" zegt ze. "Ik laat jullie wel alleen," gaapt Bliksemklauw. Hij loopt weg. IJsvleugel gaat de kraamkamer in en gaat op een nest liggen. Ze kijkt rond en ziet Regenstaart liggen met drie al best grote jongen aan haar buik. "Hoe heten Regenstaarts kittens?" vraagt IJsvleugel. "Marterkit, Vlamkit en Zwaluwkit," reageert Beukblad. "Oke," zegt IJsvleugel. Ze legt haar kop op haar poten en is meteen vertrokken naar dromenland.

Hoofdstuk 17

Vuurzang mauwt nog een afscheidsgroet naar IJsvleugel en gaat dan naar de Donderclankatten. Ze gaat op zoek naar Blauwhart. Zij is de enige die dit wist en zou verklappen. Toen ze de blauwgrijze poes had gevonden stond haar gezicht op onweer. "En bedankt," snauwt ze. Blauwhart kijkt op en ze ziet tranen in haar ogen. "Vuurzang, het is niet wat je denkt. Hij bedreigde me. Hij zou me iets aandoen als ik niet vertelde wat ik wist. Ik heb lang volgehouden, maar toen dreigde hij onze jongen iets aan te doen. Toen heb ik het verteld," ze keek verdrietig naar Vuurzang. Vuurzangs blik verzachtte een beetje. "Als je weggaat, neem mij en mijn jongen dan alsjeblieft mee," smeekt Blauwhart. Vuurzang knikt. Ze wijkt in de tocht naar huis niet van Blauwharts zijde. Buizerdklauw werpt haar en Blauwhart af en toe gemene blikken. Mijn jongen ze zijn thuis gebleven. Ze zullen slapen. Ik en Blauwhart zullen snel moeten zijn om onze jongen te beschermen. Als ze bijna thuis zijn glippen zij en Blauwhart als eersten het kamp in. Ze begeven zich snel naar het leerlingenhol. Vlug lopen ze naar binnen. "Blauwhart, blijf jij even bij de leerlingen?" vraagt Vuurzang. Ze knikt. Vuurzang verlaat het hol en gaat het medicijnhol binnen. Ze ziet Vlamster liggen en rent naar hem toe. Ze drukt haar neus in zijn vacht, maar deinst terug als hij koud is. Haar ogen vullen zch met tranen. Hij is dood! Gonst door haar hoofd. Ze rent het medicijnhol uit en gaat terug naar het leerlingenhol. Hij is dood! Is het enige wat door haar gedachten schiet. Blauwhart worstelt met Buizerdklauw ziet ze als ze terug is. Sneeuwpoot en Leeuwerikpoot kijken angstig toe. Vuurzang springt op de kater en krijgt hem het hol uit. Vlug wekt ze haar jongen. Slangentand komt ook het leerlingenhol in. "We moeten vertrekken. Buizerdklauw doet ons iets aan als we hier blijven. Bovendien is Vlamster dood," schreeuwt Vuurzang in paniek. Toen haar jongen wakker waren legde ze kort de situatie uit. Ze knikten angstig. Zangpoot was ook wakker. Ze zag dat ze werd verscheurd. Vuurzang liep naar haar toe. "Hé, je hoeft niet mee. Ik begrijp het als je hier blijft bij Ravenvleugel en Rafelklauw," zegt Vuurzang. Zangpoot knikt, maar ze denkt dat zij niet de reden was dat ze twijfelde. Ze volgde haar blik en zag dat ze naar Wolfpoot keek. Slangentand tikte haar op haar schouder. "Het spijt me, maar ik kan mijn clan niet achterlaten. Dit alles betekent te veel voor me," in Slangentands ogen stonden tranen. Vuurzang snikte. "Ik begrijp het. Het gaat je goed," zegt ze. Ravenvleugel kwam het hol in stormen. "Ik ga met je mee Vuurzang. Ik wil niet leven onder Buizerdklauws leiderschap," zegt Ravenvleugel. Vuurzang knikt. Zangpoot kijkt op. "Ik ga dan ook mee," roept ze. Eksterpoot leek niet heel blij. Ze begreep zijn dilemma. Zijn moeder en zusje gingen weg, maar als hij wegging had Rafelklauw niemand meer. Rafelklauw kwam het hol in en drukte zijn snuit in Ravenvleugels vacht. "Ik blijf hier," zegt hij. "Dat had ik wel verwacht," fluistert Ravenvleugel zachtjes. Vuurzang kijkt naar Eksterpoot. Hij is nog steeds besluiteloos. "Ik denk dat ik toch ook meega," zegt Eksterpoot zachtjes. Rafelklauw knikt naar hem. Ze ziet de pijn in zijn ogen, maar ze ziet ook trots. Trots dat zijn zoon zijn hart volgt. "Zullen we gaan?" vraagt Ravenvleugel. Iedereen knikt gespannen. Vuurzang, Blauwhart en Ravenvleugel gaan als eerste naar buiten voor als Buizerdklauw op de loer ligt. Maar hij is nergens te bekennen. Ze verwacht niet dat hij hen midden in het kamp zou aanvallen, maar ze weet niet precies tot wat hij in staat is. Ze lopen naar de uitgang van het kamp. Hartpoot drukt zich dicht tegen haar moeder aan. Vuurzang legt haar staart over de rug van haar dochter. Blauwhart gaat vooraan de groep en loopt als eerst door de doorntunnel. Vuurzang ziet Slangentand op haar af komen. "Ik heb gehoord dat Buizerdklauw al naar de Maanpoel is om zijn levens te ontvangen. Hij heeft Hommelvacht en Donswolk meegenomen," zegt Slangentand. Vuurzang knikt. Ze wil zich weer omdraaien. "Vuurzang," ze draait weer terug, "Ik weet dat we nu minder met elkaar om zullen gaan, maar als je iemand anders vindt. Gun ik je het van harte," zegt Slangentand. Een traan rolde naar beneden. "Dank je, ik gun het jou ook als je iemand anders vindt," zegt Vuurzang. Ze draaide zich om en racete door de doorntunnel. De groep wachtte al op haar. "Kom dan gaan we," zegt Vuurzang. "Waar gaan we heen dan?" vraagt Hartpoot. "De Schaduwclan," reageert Vuurzang, "Ik heb Lijsterroep vaker gezien. Als hij leider zou worden zou hij niet zo zijn als Buizerdklauw. Hij is rechtvaardig. Ik heb hem nog weg zien lopen. Hij bleef in de buurt van Lavendelster en steunde haar." Vuurzang keek de groep rond om te kijken of iedereen het ermee eens was. Ze knikken tevreden. "Mooi, dan gaan we," zegt Vuurzang. Ze rennen door het Donderclanterritorium. Ze besloot via het Rivierterritorium te gaan en door het Hemelterritorium. Ze wilde graag nog even haar zus zien en ze wist dat Hondensters partner Aardebloem Lavendelsters zus was. Eenmaal in het Rivierterritorium liet Vuurzang hen halt houden. "Ik wil graag nog even met IJsvleugel praten. Om te zien of ze het goed maakt daar," zegt Vuurzang. De groep knikt. Uiteindelijk kwam er een patrouille naar hen toe. "Wat is hier de bedoeling van?" vraagt Bliksemklauw. "We zijn op doortocht naar de Schaduwclan en ik wilde mijn zus nog even zien," zegt Vuurzang. Bliksemklauw knikt. "Maar de rest van jullie blijft hier," zegt hij. Ze rennen over de jachtgebieden van de Rivierclan. Bliksemklauw leidt haar het kamp in. "Ze is in de kraamkamer," zegt hij. Vuurzang bedankte hem en liep de kraamkamer in. Ze zag Beukblad liggen met twee kittens aan haar buik. Voorzichtig wekte ze IJsvleugel. Ze opende haar ogen. "Vuurzang, wat doe je hier?" fluistert ze. "Ik wilde weten hoe het met je ging. Voortaan ga ik je maar één keer in de maan zien," fluistert Vuurzang. IJsvleugel glimlacht. "Dat is lief van je zusje, maar ik neem aan dat je op weg bent naar de Schaduwclan? Dan kun je beter verder gaan," fluistert IJsvleugel. Vuurzang knikt. "Hopelijk zie ik je snel weer," fluistert Vuurzang. Vuurzang verlaat het hol en hoort nog een afscheidsgroet van IJsvleugel. Bliksemklauw knikt haar toe en begeleidt haar terug naar de groep. "We kunnen weer verder," zegt Vuurzang. Ze knikken. Ze gaan weer op een drafje verder, maar tegen de tijd dat ze bij het Hemelterritorium aankwamen sloften de leerlingen een heel eind achter hen. Vuurzang keek achterom en gebaarde naar Blauwhart en Ravenvleugel dat ze moeten stoppen. Ze stoppen en kijken ook achterom. Na een minuut zijn ze eindelijk weer bij. "Zullen we gewoon gaan lopen?" stelt Vuurzang voor. "Ja, doe maar wel," zegt Bliksempoot uitgeput. Er klinkt wat instemmend gemompel. "Goed," zegt Vuurzang, "We gaan lopen." Dus liepen ze op hun gemak verder. Uiteindelijk kwamen ze tegen het ochtendgloren aan bij het Schaduwclankamp. Hartpoot liep wankelend van de slaap het kamp binnen. De rest van de leerlingen die sliepen half. Vuurzang was ook best moe, maar ze kon nog wel twee rondjes om het kamp lopen. Vuurzang ging het kamp in op de voet gevolgd door Ravenvleugel en Blauwhart. Luipaardklauw was al op en keek verbaasd naar de half slapende leerlingen die ineens hun kamp waren komen binnenwankelen. Vuurzang liep naar Luipaardklauw. "Vlamster is dood en Buizerdklauw probeerde mijn kinderen te vermoorden," mompelt Vuurzang. Luipaardklauw ondersteunt haar. Nachtroos komt ook het krijgershol uit, Vuurzang had haar een keer gezien. Luipaardklauw gebaarde naar het leidershol. Ze knikte en repte zich naar Lavendelsters hol. Even later verschenen de twee poezen weer. Lavendelster overzag de open plek en er kwam een klein glimlachje om haar lippen. Vuurzang besefte dat het er wel komisch uit ziet. Bovendien zijn er al twee leerlingen op de open plek in slaap gevallen. Lavendelster daalde de stenen af en liep het medicijnhol in. Ze kwam terug met heel veel mos. Vuurzang liep zo goed als ze kon naar Lavendelster en hielp met het maken van de nesten. "Ik denk dat het het beste is als jullie ook in het leerlingenhol gaan slapen. Waarschijnlijk zullen de leerlingen een beetje schrikken als ze weer wakker worden," zegt Lavendelster. Vuurzang knikt. Ze drijft de leerlingen die wakker zijn het hol in en Blauwhart en Ravenvleugel slepen de twee slapende leerlingen het hol in. Daarna laten ze zich in hun geïmproviseerde nesten zakken. Vuurzang sluit haar ogen en is meteen vertrokken.

Hoofdstuk 18

Vuurzang wordt wakker doordat ze een hoog gesis hoort. Vuurzang opent haar ogen en ziet Luipaardklauws jongen met rechtovereindstaande haren tegenover Hartpoot staan. Vlug springt Vuurzang overeind en komt tussenbeide. "Rustig jongens, wij zijn hier ingetrokken," zegt Vuurzang tegen de leerlingen. "Hoe heet je?" sist Hemelpoot. "Vuurzang," reageert ze. Luipaardklauw verschijnt in de ingang van het leerlingenhol. "Rustig aan, ze zijn gisteren halsoverkop uit de Donderclan vertrokken," zegt Luipaardklauw. Langzaam gaan de haren weer plat. "Oke," zegt Oceaanpoot. Ze loopt voorzichtig naar Hartpoot toe. "Het spijt ons," zegt ze voorzichtig. "Ik vergeef je. Ik begrijp jullie reacties wel hoor. Als je ineens een aantal wildvreemde katten ziet die bovendien naar Donderclan ruiken," lacht Hartpoot. Vuurzang beseft dat het ijs gebroken is. Ze knikte haar dochter goedkeurend toe. Waarschijnlijk was er een gevecht gekomen als Bliksempoot of Wolfpoot daar gestaan had. Er klonk een oproep voor een vergadering. Vuurzang wekte alle voormalige Donderclankatten en liep naar buiten. Veel katten keken hen wantrouwend aan. Ze begreep het wel. Zij zou het ook niet vertrouwen als er elf katten van een andere clan in het kamp was. Ze gingen in een groep bij elkaar zitten. Ze zag Tijgerwind en Luipaardklauw. Ze kwamen naar hen toe en kwamen naast haar zitten. “Het is beter als ze zien dat er al een paar katten zijn die jullie accepteren. Van mij zouden ze het begrijpen, maar ze weten niet dat Tijgerwind er ook een aandeel in heeft gehad. Als ze zien dat wij erbij gaan zitten, gaan ze jullie misschien sneller accepteren,” zegt Luipaardklauw. “Zoals jullie zien zijn er Donderclankatten in het kamp. Ze hebben geen kwaad in te zien. Ze zijn vertrokken uit de Donderclan omdat het daar niet veilig meer was. Vlamster is dood en Buizerdklauw heeft kwade bedoelingen. Ik zal ze even aan jullie voorstellen. Komen jullie naar voren?” Bij die laatste zin richtte Lavendelster zich rechtstreeks tot hen. Vuurzang knikte en leidde de groep naar voren. Hartpoot ging meteen dicht tegen haar aan staan. “Hier vooraan staat Vuurzang met daarnaast Hartpoot,” Vuurzang trekt zich een beetje terug met Hartpoot. “Dit zijn Bliksempoot en Wolfpoot. Naast Bliksempoot staat Blauwhart en naast Wolfpoot staat Ravenvleugel,” ook zij lopen een stukje naar achter. “Tot slot staan van links naar rechts Eksterpoot, Zangpoot, Leeuwerikpoot en Sneeuwpoot,” zegt Lavendelster. De leerlingen lopen vlug naar achteren en Vuurzang stapt weer naar voren. Ze hoorde gemompel door de clan gaan. Ze zeiden dingen als: “Is dat niet die poes die die wijze woorden had gezegd?” Of “Is zij niet Luipaardklauws zus?” Lavendelster sprong van de hoge steen en verdween in haar hol. Een groepje katten kwam om hen heen staan. Hartpoot keek angstig om zich heen en drukte zich tegen haar moeder aan. Vuurzang wrong zich door de menigte heen, zodat Hartpoot weg kon. Ze had helemaal niet doorgehad hoe groot deze clan was. Hartpoot glipte vlug het leerlingenhol in. Vuurzang liep weer terug naar de menigte. Luipaardklauw joeg de groep katten weg. Hij keek verbaasd toen hij haar buiten de menigte zag staan. Hij liep naar haar toe. “Ik had Hartpoot even weggebracht. Ze houdt er niet van om in de spotlights te staan,” zegt Vuurzang. Luipaardklauw knikt begrijpend. “Zij is het meest verlegen toch?” Vraagt hij. “Ja,” zegt ze, “Ik zie mijn andere jongen haast nooit, maar als zij iets spannend vind komt ze altijd naar mij voor steun.” “Wordt ze niet te veel afhankelijk van je?” Vraagt hij. Vuurzang schudt haar kop: “Ze behoudt altijd haar kalmte. Ik denk dat ze meer openbloeit als ik er niet ben. Toen met jouw jongen bleef ze kalm en beheerst. Wolfpoot of Bliksempoot had gewoon aangevallen,” zegt Vuurzang, “Volgens mij is Oceaanpoot ook erg wijs niet? Alleen zij is dapperder,” vraagt Vuurzang. Luipaardklauw knikt. “Toen ze kittens waren was Sterrenpoot de eerste die naar Tijgerwind en haar broer en zussen ging en Oceaanpoot was de tweede. De jongens waren toen een beetje bange schijterds,” lacht Luipaardklauw. Vuurzang lacht ook. “Maar Hemelpoot is volgens mij niet zo bang meer. Hij durfde mij zomaar aan te spreken en de meeste katten herkennen toch wel goede vechters,” zegt Vuurzang serieus. “Hij is een beetje arrogant en overmoedig, maar hij is een goede jongen. Hij zal er uiteindelijk wel overheen groeien,” zegt Luipaardklauw. Vuurzang knikt. “Ik vind het fijn dat ik mijn band met jou kan aanscherpen,” zegt Vuurzang. “Dat vind ik ook fijn, wel jammer dat IJsvleugel in de Rivierclan zit. Nu zijn we nog steeds niet compleet,” zegt Vuurzang. “We zullen nooit compleet zijn. Niet zonder Tijgerpoot,” Luipaardklauw kijkt verdrietig. Vuurzang legt haar staart over zijn rug. Luipaardklauw glimlacht naar haar. “Ik denk dat je je staart beter van mijn rug af kunt halen. Nachtroos is er nog niet helemaal aan gewend dat ik nu ineens een zus heb,” lacht Luipaardklauw. Vuurzang haalt haar staart van hem af. Ze keek om zich heen en ze zag inderdaad Nachtroos een beetje grimmig kijken. Ze wenkte haar met haar staart. Aarzelend kwam ze dichterbij. “Ik zal nooit je partner afpakken. Hij is mijn broer en ik heb pas geleden mijn partner verloren. Hij wilde in de Donderclan blijven,” Vuurzang kijkt verdrietig. “Oh sorry, het gaat je goed,” zegt Nachtroos. Aarzelend troost ze haar. “Dank je,” zegt Vuurzang. Nachtroos glimlacht naar haar. “Misschien kunnen we vriendinnen worden,” zegt Nachtroos over haar schouder. Ze loopt naar een grijs cyperse poes aan de rand van de open plek. “Lijkt me leuk,” roept Vuurzang haar na. Ze draait zich weer naar Luipaardklauw. Hij kijkt haar blij aan. “Het is fijn dat jullie het goed kunnen vinden met elkaar. Ik heb geen zin om tussen twee ruziënde poezen in te zitten,” lacht hij. Vuurzang moet ook lachen. “Ik denk dat ik hier wel kan overleven. Nu nog even hopen voor de leerlingen en Blauwhart en Ravenvleugel,” zegt Vuurzang. Luipaardklauw knikt. “Die passen zich vast wel aan. Ik heb Ravenvleugel al zien rondlopen met Windhart. Dat is mijn ik bedoel ons nichtje. Ze heeft drie kittens,” zegt Luipaardklauw. “Ravenvleugel is ook erg open en vriendelijk,” zegt Vuurzang. “Windhart is erg zorgzaam. Ik weet nog die keer dat haar broer Paddeneus een wond had opgelopen en ik haar moest tegenhouden anders was ze het hol in gerend. Ze luisterde naar geen enkele reden, uiteindelijk viel ze in mijn poten in slaap en had ik haar naar haar nest gesleept,” lacht Luipaardklauw. “Nu heb ik echt een grappig beeld in mijn kop,” lacht Vuurzang. “Ik weet ook nog dat Paddeneus als kitten een keer zijn tong had vastgevroren aan een ijspegel,” grinnikt Luipaardklauw. “Dat lijkt me echt grappig,” grinnikt Vuurzang. Ze zucht opgelucht. Ze voelt zich hier al een beetje thuis. Toen dacht ze terug aan Buizerdster. Zou het beter zijn geweest als ik hem vermoord had toen ik de kans had?

Einde

Nou dit was dan het einde van mijn serie. Er zijn nog wat kleine novella's hier omheen. Amy's verdwijning Deze gaat over Aardebloem. Hoe ze terecht is gekomen in de Hemelclan en waar ze Lavendelster van kent. Lavendelvleugels keuze deze gaat over Lavendelster en hoe Vuurzang, IJsvleugel, Luipaardklauw en Tijgerpoot verdeeld zijn geraakt. Deze twee spelen zich af voor Luipaardklauws verleden. Wie is Rookveder? Deze gaat over Rookveder en wie hij werkelijk is. Ik heb zijn personagepagina hier staan, maar ik zou niet op de link tikken als je nog niet wilt weten wie hij is.

Community content is available under CC-BY-SA unless otherwise noted.