Wikia


Het is een vredige tijd in het bos, maar donkere schaduwen rukken op en duistere machten komen in het bos. Kunnen Color en haar vrienden het gevaar afslaan of zijn ze hulpeloos verloren?

Beautiful-Cat-cats-16095933-1280-800

Deze pagina is goedgekeurd!

Personages:

Color: ze is een prachtige, optimistische, vrolijke, wijze poes. Ze wordt geëerd door alle dieren in de omgeving om haar optimisme. Ze is een prinses en helpt elk dier in nood. Ze is ook heel vurig en zou niks liever leren dan zichzelf te verdedigen.

Screenshot 2018-04-14 at 12.53.17

Dit is Lucas. Als je meer over hem wilt weten moet je het verhaal lezen.

Rafaël: Colors vader en koning doordat hij getrouwd is met Colors moeder. Hij is zeer geliefd door zijn kalme karakter. Ook doordat hij goed luistert naar zijn volk.

Screenshot 2018-03-01 at 18.47.39

Dit is Falco

Amelia: Colors moeder en koningin. Ze is wijs en optimistisch.

Screenshot 2018-03-01 at 18.42.52

Dit is Aurelia

Aurelia: Colors zus en een prinses. Ze is onstuimig en druk, maar toch leergierig.

Screenshot 2018-03-01 at 18.38.58

Dit is Amelia

Falco: Colors broer en de prins. Ze steunt altijd op hem en komt naar hem toe met haar problemen. Hij is begripvol en kalm.

Screenshot 2018-03-01 at 18.35.44

Dit is Rafaël

Valk: Hij is de raadgever die de planteneters vertegenwoordigd. Hij is een mannelijk hert en gekozen om zijn nadenkende aard.

Screenshot 2018-03-01 at 16.40.28

Dit is Color. Het stukje in het grote vak klopt niet.

Vleugel: Ze is een vrouwelijke uil en zij vertegenwoordigt de vogels samen met Astrelia de mus. Vleugel is kalm en optimistisch en bereid te luisteren naar iedereen.

Astrelia: Ze is een vrouwelijke mus en vertegenwoordigt samen met Vleugel de vogels. Astrelia is wat snel op haar pootjes getrapt. Ze is toch zeer gewild door haar vurige karakter en haar moed.

Dexter: Is een grote zwarte wolf. Hij vertegenwoordigt de vleeseters. Hij luistert altijd goed naar alles wat er gezegd wordt en heeft meestal erg nuttig advies.

Kjeld: is de zoon van Valk. Hij is snel en sterk.

Felicia: Is één van de bewakers van de koninklijke familie. Ze is een prachtige roodbruine wolf met felle groene ogen. Ze is een formidabele vechter en heel snel.

Ralf: Is de andere bewaker van de koninklijke familie. Hij is een hele snelle en sterke, grijze wolf met een goed verstand.

Proloog

Een poes sluipt stiekem het paleis in. Ze komt terug van een nachtelijke training met Felicia en Ralf. Ze glipt door de gangen naar haar hol. Tevreden komt ze in haar hol aan. Ze installeert zich in haar mosnest. Ze schrikt als er een kater uit de schaduwen stapt. "Color, waar ben jij geweest?" vraagt hij dringend. "In het bos," ze probeert het luchtig te laten klinken. "Waarom ruik je dan naar Felicia en Ralf?" vraagt hij scherp. "Omdat ze mij moesten bewaken," zegt Color. De kater bromt wat onverstaanbaars en verlaat haar hol. Color gaat slapen.

Hoofdstuk 1

Color wordt wakker. Ze staat op en rekt zich uit. Daarna rept ze zich naar de uitgang van haar hol.

Ze loopt door een lange gang. Uiteindelijk komt ze uit in de eetzaal. Haar moeder Amelia en haar zus Aurelia staan er al. Achter haar komen Falco en Rafaël de eetzaal in.

Color loopt naar haar moeder. "Gaan we zo eten?" vraagt ze. "Als iedereen er is," zegt haar moeder.

Na een paar minuten verschijnen de raadsleden met Valk's zoon Kjeld. Een paar seconden later komen de bewakers Ralf en Felicia binnen.

Ze gaan in een kring zitten. Iedereen heeft het eten dat ze altijd hebben. Tijdens het eten praten ze gezellig met elkaar.

Na het eten loopt Color de eetzaal uit. Ze glipt het paleis uit en gaat kijken hoe het met haar volk is.

Ze brengt een bezoek aan Freya de vos. Ze heeft een paar maanden geleden drie jongen gekregen. Ze zijn heel schattig. Hun namen zijn Collie, Rosalina en Roderik. Al snel komt ze aan bij het hol van Freya. Ze komt naar buiten. "Oh hoi Color," zegt Freya vriendelijk. "Hoi Freya, hoe gaat het met jou?" vraagt Color. "Met mij gaat het heel goed en mijn jongen hebben hun eerste prooi gevangen," zegt ze vrolijk. "Gefeliciteerd, mag ik ze zien?" vraagt Color. "Ja hoor. Jongens kom eens kijken wie er op bezoek komt," roept Freya. "Is het onze vader?" vraagt Roderik die als eerst naar buiten komt. Als Roderik haar ziet komt hij vrolijk op haar af. "Nog beter, de prinses," zegt hij, "Hoi Color, hoe gaat het?" "Wel goed hoor. Ik heb gehoord dat jullie jullie eerste prooi hebben gevangen," zegt de prinses. "Ja, het was een heel groot konijn," schept Rosalina op die naast haar broer is komen staan. Collie staat aan haar broer's andere zijde. "Ja hij was groter dan ik," zegt Collie om er nog een schepje bovenop te doen. "Dan hebben jullie dat heel goed gedaan!" zegt Color. De jonge vosjes steken hun kopjes fier in de lucht, blij met de lof van de prinses. Ze gaan trots naar hun moeder om het te vertellen. "Ik ga weer," roept ze naar Freya. "Ik hoop je snel weer te zien," roept ze terug.

Color loopt verder door het bos. Ze gaat op weg naar een groepje herten. Het zijn drie mannetjes en hun namen zijn Olaf, Rudolf en Adam. Ze zijn nog redelijk jong. Ongeveer net zo oud als Kjeld.

Ze stapt door het bos. Onderweg ziet ze nog haar vriendin Lily het konijn. Na een tijdje ziet ze de herten bij een poel staan drinken. "Hé jongens, hebben jullie nog problemen gehad?" vraagt Color aan de jaarlingen. "We zijn alleen aangevallen door een wolf, maar die hebben we verjaagd," zegt Rudolf. "Oke, ook niet gewond geraakt?" vraagt Color. "Adam heeft een snee op zijn schouder en ik heb een wond in mijn buik," zegt Rudolf. Color inspecteert hun wonden en komt tot de conclusie dat ze het wel overleven. Ze zegt hen gedag en stapt verder door het bos.

Ze gaat naar een aantal boskatten in het bos. Ze heten Oleander, Bloem, Karst en Kras. Ze zijn erg aardig en niet zoals Sofie heel sluw en gemeen. Ze haat die poes. Ze heeft haar al vaker dingen geflikt. Dan komt ze aan bij de holen van de vier katten. Oleander komt als eerste naar buiten. "Color wat fijn om je te zien!" roept ze uit, "Jongens, Color is er!" De andere drie komen ook snel uit hun holen. "Hoe gaat het?" vraagt Karst. "Het gaat goed," zegt Color. Dan pas valt het haar op dat Bloem erg dik is. "Is Bloem zwanger?" vraagt Color. "Ja," zegt Bloem enthousiast. "Wie is de vader?" vraagt ze nieuwsgierig. Bloem wisselt een blik uit met Kras. Color begrijpt dat Kras de vader is. "Ik ben de vader van haar toekomstige jongen," zegt Kras. "Gefeliciteerd jullie," zegt Color enthousiast. "Bedankt," zegt Bloem. "Ik moet weer gaan," zegt Color tegen hen. "Doei Color," zeggen ze. "Doei," zegt Color terwijl ze de afstand tussen hen vergroot.

Binnen een paar minuten is ze terug in het paleis. Ze zucht. Ze is weer veilig terug zonder haar ouders tegen het lijf te zijn gelopen.

Ze gaat naar haar hol om de woudgeuren van zich af te wassen. Ze bereikt haar hol en begint zichzelf schoon te likken. Daarna loopt ze naar de plek waar ze meestal zitten als ze zich vervelen. Ze ziet dat Falco er ook is. "Hoi Falco," zegt Color. "Hoi," zegt hij. "Wat heb jij vandaag gedaan?" vraagt Color. "In ieder geval geen dingen die niet mogen," zegt Falco met een schuine blik op haar. "Ik heb ook niks gedaan dat niet mocht," zegt Color. Ze voelt de haren op haar rug overeind komen. "Weet ik," sust hij, maar zijn blik verraadt dat hij haar niet gelooft.

Color heeft geen zin in hem dus besluit ze naar haar hol te gaan. Ze loopt het hol uit. dan gaat ze naar haar eigen hol. Onderweg komt ze Kjeld tegen. Ze loopt rakelings langs hem heen. "Pas is op!" zegt hij boos. Color negeert hem.

Als ze in haar hol aankomt ploft ze neer in haar mosnest. De tocht door het bos was best vermoeiend. Dus viel ze in slaap.

Hoofdstuk 2

Color wordt wakker. Ze staat op en loopt haar hol uit.

Onderweg naar de eetzaal komt ze haar moeder tegen. "Hoi mam, wat heb jij allemaal gedaan gisteren?" vraagt Color. "Ik heb vergadert met de raadsleden. Er verdwijnen dieren spoorloos," zegt Amelia ernstig. "Wie zijn er allemaal verdwenen?" Color is bang voor het antwoord. Ze wil geen van de dieren in het bos kwijt, behalve Sofie die kon wat haar betreft de pot op. "Freya is verdwenen. Haar jongen zijn in het paleis," zegt Amelia. "Echt waar kan ik ze zien?" vraagt Color enthousiast. "Nog niet. Ze zijn erg in shock over hun moeder," zegt haar moeder. Color knikt dat ze het begrijpt.

Ze lopen verder door de gang. "Ik moet je nog iets vertellen. Ik ben zwanger," zegt haar moeder enthousiast. "Dat is geweldig!" zegt Color vrolijk.

Ze komen aan in de eetzaal. Haar familie staat er al met de raadsleden en de bewakers. Kjeld staat er ook. "Daar zijn jullie!" zegt Astrelia geërgerd. Ze vliegt naar de voedselhoop en pakt er wat wormen vanaf. "Wacht even. Freya's jongen moeten nog komen!" roept haar moeder. "Wiens jongen?" vraagt Kjeld. "Van Freya een vos die verdwenen is," antwoordt Valk. "Waarom wordt mij nooit iets verteld?" vraagt Kjeld boos, "Ik durf te wedden dat Aurelia, Falco en Color het al wisten." "Aurelia en Falco wisten het nog niet en ik heb het Color net in de gang verteld," zegt Amelia streng. Kjeld wist duidelijk niet waar hij moest kijken. Hij boog beschaamd zijn kop om zijn boze uitbarsting.

Dan hoort Color de drie vossenjongen binnenkomen. Color sprong op hen af. "Gaat het een beetje?" vraagt Color. "Het is allemaal zo eng zonder mama," zegt Collie. "Ja inderdaad," de andere twee jongen mompelen hun instemming.

Dan roept Astrelia's stem hen. Color begeleidt de jongen naar de kring etende dieren. De vosjes nemen zwijgend plaats.

Color pakt wat van de hoop en pakt ook iets voor de vosjes. Ze blijven dicht in de buurt van Color en eten zwijgend hun prooi met gespitste oortjes naar wat er gezegd werd. "Zal ik ze voorstellen?" stelt Color voor. De jongen knikken. "Dat grote hert is Valk. Dat kleine hert is Kjeld, Valk's zoon. Die mus is Astrelia en die uil heet Vleugel. Die zwarte wolf is Dexter, die roodbruine wolf is Felicia en die grijze wolf is Ralf. Dat is Rafaël, mijn vader. Dat is Amelia, mijn moeder en dat zijn Aurelia en Falco, mijn zus en broer," zegt Color. De vosjes luisteren aandachtig naar wat ze verteld. "Bedankt dat je ze hebt voorgesteld," zegt Roderik. "Graag gedaan," zegt Color.

De vosjes hadden ondertussen doorgegeten. Alleen Color had nog eten. Snel at ze haar prooi op. Na het eten staat ze op en loopt naar Felicia en Ralf. "Ik wil graag even iets checken," zegt ze. De wolven knikken en volgen haar de holen uit.

Ze gaat hen voor door het bos en komt uiteindelijk aan bij haar vrienden: Oleander, Bloem, Karst en Kras. Haar vrienden komen uit hun holen. "Hebben jullie iets vreemds gezien?" vraagt Color dringend. "We hebben hier gisteren een paar onbekende wolven en vossen zien rondlopen," zegt Kras ernstig. "We hebben onze geuren gemarkeert door door de modder te rollen," vult Bloem aan, "Wat is er dan?" "Freya, die vrouwelijke vos die hier woont, is verdwenen. Haar jongen zijn in het paleis," zegt Color. "Wat erg voor die jongen," zegt Oleander geschokt. Color knikt. "Bedankt voor in de informatie. Ik ga nog even naar andere bosdieren om te kijken of zij iets weten," zegt Color. "Tot de volgende keer," zeggen de katten tegen haar.

Color stapt door het bos. Ze gaat naar de herten. Na een paar minuten ziet ze hen staan bij een poel. "Hoi jongens hebben jullie de laatste tijd iets vreemds gezien?" vraagt Color. "We hebben een paar dagen geleden een grote groep vossen en wolven gezien onder leiding van zes katten," zegt Adam. "Ze vielen ons aan," zegt Rudolf met angst. "Maar hoezo willen jullie dat weten?" vraagt Adam. "Kennen jullie die vos Freya?" vraagt Color. Ze knikken. "Zij is spoorloos verdwenen. Haar jongen zitten in het paleis," zegt Color. "Wat zielig voor die kleintjes," zegt Olaf meelevend. Color knikt en bedankt hen voor hun hulp.

Color gaat door het bos naar het hol van haar vriendin Lily het konijn. Na een paar minuten ziet ze haar vriendin in haar hol zitten graven. "Hoi, druk bezig zo te zien," zegt Color. "Ja en nu ga je me vertellen waarom je hier bent, want je bezoekt mijn hol nooit zonder reden," zegt Lily alleswetend. "Freya is verdwenen," zegt Color. "Nou dan hebben we gelukkig een roofdier minder," zegt Lily terwijl ze verder graaft. "Haar jongen zijn in het paleis en wat haar is overkomen kan een gevaar betekenen voor ieder bosdier," zegt Color geschokt. "Wat is het gevaar dan?" vraagt Lily. Ze heeft zich met gespitste oren naar haar toegedraaid. "Er zijn een groep wolven en vossen gesignaleerd onder leiding van zes katten. Er zijn drie herten opgejaagd door hen," zegt Color. "Dan moet ik snel verder gaan. Ik ben zwanger!" zegt Lily. Ze graaft ijverig verder aan haar hol.

Color loopt met Felicia en Ralf naar het paleis. Na een paar minuten komt ze aan in het paleis.

Ze loopt een lange gang door naar het hol van ouders. Ze stapt het hol in. Het is duidelijk dat ze hen stoort, maar het kan haar niets schelen. Ze moeten dit weten. "Ik ben vandaag op bezoek geweest bij de bosbewoners met Felicia en Ralf. Ze zeiden tegen me dat ze een grote groep wolven en vossen hadden gezien onder leiding van zes katten," zegt Color. "Fijn dat je al onderzoek hebt gedaan," zegt Amelia trots. "Bedankt, maar mogen de vosjes bij mij slapen?" vraagt Color, "Mij vertrouwen ze het meest." Amelia en Rafaël knikken.

Color verlaat het hol en gaat op zoek naar de vosjes. Ze komt hen tegen in de gang die grenst aan haar hol. "We zochten je," piepen ze. "Kom maar mee, jullie mogen bij mij slapen," zegt Color vriendelijk.

Ze gaat hen voor naar haar hol. Bij de ingang stopt ze en laat de vosjes voorgaan. Ze komt achter hen aan.

De kleintjes ploffen meteen in het mos en vallen als een blok in slaap. Color nestelt zich ook in het mos en valt ook in slaap.

Hoofdstuk 3

Color wordt wakker. De vosjes zijn nog aan het slapen. "Jongens wakker worden. We gaan zo eten," zegt Color. De vosjes openen geeuwend hun oogjes. "Laat ons toch nog even slapen," bromt Roderik gehumeurd. "Dan missen jullie het eten en zullen jullie zelf op jacht moeten," zegt Color.

De vosjes lopen achter haar aan naar het eethol. Color ziet dat zij de eersten zijn. Er ligt al wat eten in het midden van het hol. De vosjes willen iets pakken, maar Color houdt hen tegen met haar staart. "Je mag pas eten als iedereen er is," zegt Color vriendelijk tegen hen.

Color hoort dat Kjeld en Valk binnenkomen, want Kjeld heeft altijd een ochtendhumeur en ze blijven meestal met hun geweien hangen in de bovenkant van de tunnel. Dus als Kjeld en Valk er zijn weet je dat meteen. Ook vandaag zit hij weer luidkeels te mopperen op het paleis.

Even na hen komen de andere raadsleden. Amelia en Rafaël lopen ook mee met de raadsleden. Aurelia en Falco tuimelen naar binnen waardoor ze bijna tegen Kjeld aanbotsen. "Pas is op!" zegt hij geërgerd. "Mopperkont," hoort Color Aurelia fluisteren.

Ze gaan in een kring zitten en pakken allemaal iets van de hoop. De kleine vosjes durven het al aan om een prooi te pakken en gaan naast haar zitten. Color eet zwijgend haar prooi.

Als iedereen klaar is willen ze vertrekken, maar Amelia roept dat ze nog even moeten blijven. "Color is gisteren in het bos geweest en heeft informatie gekregen," zegt Amelia. Haar moeder knikt haar toe dat ze mag spreken. "De herten en de katten in het bos hebben mij verteld onbekende wolven en vossen te hebben gezien onder leiding van zes katten. Ze hebben de herten zelfs opgejaagd," zegt Color.

Ze was blij toen het voorbij was, want ze vond het heel spannend. De raadsleden hadden aandachtig geluisterd. "Ik stel voor dat we straks gaan vergaderen," zegt Vleugel. Amelia en Rafaël knikken.

Color verlaat het hol en de vossenjongen komen achter haar aan. Color wenkt Felicia en Ralf met haar staart. Ze komen dichterbij. "Kunnen we dalijk nog een training doen?" vraagt Color. Ze weet dat het nu meer dan ooit nodig is om goed te kunnen vechten. "Zij kunnen er ook nog wat van opsteken," Color wijst met haar staart naar Roderik, Rosalina en Collie. De bewakers knikken en ze lopen naar de uitgang van het paleis. Eenmaal in het bos draven ze tussen de bomen door naar een kleine zandvlakte. De vosjes konden het tempo goed bijhouden.

Color stopt aan de rand van de zandvlakte. Ze loopt het stuk land op. De vosjes volgen haar. Felicia en Ralf waren al op de vlakte. "Felicia als jij de kleintjes traint dan kan ik met Ralf trainen," zegt Color. Felicia knikt en neemt de kleintjes mee naar een plekje aan de zijkant van de zandvlakte.

Color draait zich naar Ralf en valt meteen aan. Ze springt op zijn krachtige schouders en mept zijn kop. Ralf weet haar van zich af te krijgen. Razendsnel springt Color overeind en gaat weer in de aanval. Ze rent naar voren. Ze maakt zich klein net voor Ralf's kop en schuift onder zijn lichaam. Ze trapt hem hard in zijn buik en krabbelt dan snel onder hem uit voordat ze verpletterd wordt. Ze beukt hem hard in zijn zij. Door de plotselinge kracht valt hij om. In een mum van tijd zit Color boven op hem. Als hij opstaat springt ze snel van hem af. Snel rent ze naar zijn kop. Met harde slagen op zijn neus drijft ze hem naar achter. Hij haalt naar haar uit en Color springt snel achteruit.

Na een paar minuten laat hij zich uitgeput in het zand vallen. "Geef je je over?" vraagt Color. Hij knikt. Color ontspant zich. "Ik denk niet dat ik je nog veel kan leren," zegt Ralf.

Color kijkt in de richting waar Felicia de vosjes traint. Ze kijken haar met bewonderende ogen aan tot Felicia hen weer roept omdat ze iets gaat uitleggen.

Color kijkt aandachtig naar de training van de kleintjes. Collie is erg gespierd, ondanks dat zij de zwakste van het nest was toen ze geboren werden. Rosalina en Roderik nemen het tegelijkertijd tegen haar op. Ze verdedigt zich met gemak tegen haar zusje en broertje. Het lijkt wel alsof ze weet wat ze gaan doen. Na het schijngevecht complimenteert Felicia de jongen.

Ze wisselt een blik uit met de bewaker. Zij is net zo verrast als Color dat Collie zo goed kan vechten. Ze komen naar haar en Ralf toe. "We gaan terug naar het paleis," zegt Felicia, tegen de vossenjongen voegt ze er aan toe dat ze niet mogen vertellen dat ze zijn getraind. De jongen knikken.

Met zijn allen gaan ze terug naar het paleis. Color loopt door de gangen naar haar hol. De vossenjongen volgen haar. Ze slaat linksaf en stopt dan bij haar hol. Ze stapt naar binnen en de vosjes komen ook naar binnen.

Roderik en Rosalina gapen uitgebreid, maar Collie lijkt te barsten van energie. Ze rent uitgelaten rondjes door de kamer tot ze ineens neervalt. Color komt ongerust naar het jong toe. Tot haar opluchting was ze gewoon in slaap gevallen. Ze draagt haar voorzichtig naar haar broertje en zusje en legt haar neer. Color nestelt zich in haar nest en gaat ook slapen.

Hoofdstuk 4

Color ontwaakte. Meteen had ze het gevoel van naderend onheil. Ze springt overeind.

Ze rent door de gangen het paleis uit. Ze wil weten hoe het met haar vrienden gaat.

Ze stormt door het bos naar de plek waar de katten wonen. Ze hoort zielig gepiep uit een hol komen. Ze kijkt in het hol en ziet daar drie jonge katjes zitten. Ze speurt in de lucht naar haar vrienden, maar kan alleen een best verse geur vermengd met wolven en vossen ruiken.

Ze kijkt weer naar de kittens. Ze tilt hen uit het hol en begint hen voor zich uit te drijven. Na ruim een half uur komt ze aan in het paleis.

Ze loopt naar het hol van haar ouders. Tot haar opluchting treft ze haar moeder daar aan. "Waar was je?" vraagt ze boos. "Ik voelde naderend oheil. Mijn kattenvrienden zijn verdwenen. Bloem was zwanger," zegt Color.

Dan komen de kittens in het zicht van Amelia. "En ze hebben hen achtergelaten," Amelia's stem klinkt teder. De kleintjes ruiken de geur van melk en kruipen naar haar moeder toe. "Ik zorg wel voor ze," zegt Amelia. Color knikt tevreden.

Ze laat haar moeder achter met de jongen. Als ze het hol uitloopt komt ze Rafaël tegen. Hij hoort het gepiep en kijkt haar vragend aan. Ze vertelt snel wat er is gebeurd. Rafaël gaat het hol in en Color loopt verder.

Ze rent naar het hol waar ze altijd eten. Er is nog één prooi over. Ze eet hem op. Daarna verlaat ze het hol.

Color verveelt zich. Ze weet niet wat ze moet doen. Ze besluit te kijken waar Aurelia en Falco rond hangen. Ze vindt haar broer en zus in de gang naar hun holen. "Ik ben net in het bos geweest. Bloem en de andere katten zijn verdwenen. Bloem's jongen zijn bij mam," zegt Color. "Is Oleander ook gevangen?" vraagt Falco bezorgd. Color ziet dat hij verlegen is. "Ja, zij is ook weg," zegt Color.

Dan komt hun vader langs. "Waar hebben jullie het over?" vraagt hij. "Over de verdwenen dieren. We moeten hen redden!" zegt Color. "Dat is te gevaarlijk," zegt Rafaël. Ze kan de onuitgesproken woorden in haar kop horen: Jullie zijn te waardevol. "Je laat ons niet gaan, omdat we belangrijk zijn. Als wij kinderen waren van Bloem dan had je het heus wel toegestaan!" snauwt Color. Rafaël zwiept geïrriteerd met zijn staart. "Luister eens, ik ben jouw koning en je vader en ik beslis wat jij doet," zegt hij fel. "Ik kan heus wel voor mezelf zorgen," snauwt ze. "Dat kan je niet en je mag niet meer het paleis uit tot die bende is opgerold!" zegt Rafaël razend.

Rafaël stapt driftig weg. Aurelia en Falco hadden stilletjes geluisterd. "Je gaat toch niet echt naar hem luisteren?" vraagt Aurelia. "Nee, natuurlijk niet. Wij gaan hen redden. Doen jullie mee?" vraagt Color. Falco en Aurelia knikken vastberaden.

Ze verlaten stiekem het paleis. "Kom, dan gaan we nog even langs Adam, Rudolf en Olaf," zegt Color. Ineens roept iemand achter hen wacht. Color draait zich snel om. "Mag ik mee?" het is Kjeld. Ze knikt en leidt dan de groep door het bos.

Ze komen na een paar minuten aan bij de plek waar de herten wonen. Color ziet hen niet en snuffelt aan de bomen. "Ze zijn hier sinds vanochtend niet meer geweest," verklaart Falco. Color knikt. Een zuchtje wind brengt de geur van de vossen en wolven. Ze loopt voorzichtig in die richting. "Ze zijn ook gevangen. Die kant op," ze wijst met haar staart.

Ze sluipen door het bos. Color checkt af en toe even of ze nog de goede kant uit gaan. Na een paar minuten horen ze de vogeltjes niet meer fluiten.

Color steekt haar staart op ten teken dat ze hier extra stil moeten zijn. Gespannen en alert op elke rare geur of geluid lopen ze verder. De geur van de bende is heel sterk aan een struik links van hen. Ze wijst met haar staart en fluistert: "Ze zijn daar net langs gekomen."

Ineens springt er een dier over de struik. Een snelle reflex van Color brengt een wond in zijn wang. "Au," zegt hij.

Color bekijkt hem. Het is een kat. Hij heeft geel, oranje en rood. Zijn geur vertelt haar dat het een kater is. "Waarom deed je dat?" vraagt hij verontwaardigd. "Hoe heet je?" vraagt Aurelia zijn vraag negerend. "Lucas," zegt hij terwijl hij aan zijn wond voelt met zijn poot.

Kjeld heeft wat spinnenwebben gehaald voor Lucas. Hij pakt het dankbaar aan en drukt het tegen de wond. "Wie zijn jullie?" vraagt hij. "Ik ben Color. Dat is mijn zus Aurelia, hij is mijn broer Falco en hij is mijn vriend Kjeld," zegt Color, "Heb jij toevallig een grote groep wolven en vossen gezien net?" "Ja, ik zag ze vanuit mijn boom voorbij sluipen," zegt hij. "Wil je ons erheen brengen. Ze hebben dieren ontvoerd uit het bos waar ik vandaan kom," zegt Color. Hij knikt.

Hij wenkt hen met zijn staart hem te volgen. Na een paar meter stopt hij alweer en wijst naar een boom recht voor hen uit. "Hoe lang geleden zag je hen?" vraagt Falco. "Een paar minuten geleden. Toen ze weg waren ben ik meteen gevlucht," zegt hij. "Bedankt voor je hulp. Wij gaan nu die bende proberen op te rollen," zegt Aurelia met haar borst vooruit. "Mag ik met jullie mee?" smeekt hij. Drie paar ogen kijken haar vragend aan. Ze hebben aangenomen dat zij hen zal leiden. Ze knikt. "Yes, heel erg bedankt," roept hij. "Sst, niet zo hard straks zijn die wolven en vossen nog in de buurt," fluistert Color. "O ja," fluistert Lucas, "Sorry."

Color wenkt hen met haar staart en ze sluipen verder in de richting van de geur. Na een paar minuten zien ze een holle boom waar ook Kjeld in past. "Zullen we hier overnachten?" stelt Color voor. Ze knikken. Dus lopen ze het hol in en maken het zich gemakkelijk. Al snel vallen ze in slaap.

Hoofdstuk 5

Color wordt tegelijkertijd wakker met Aurelia. "Zullen we trainen?" stelt Color voor. Aurelia knikt. Ze lopen het hol uit.

Color doet haar een beweging voor die Aurelia perfect nadoet. "Zullen we eerst een schijngevecht doen met ingetrokken nagels om te kijken wat je allemaal al kan?" stelt Color voor. Haar zus knikt.

Color werpt zich op Aurelia. Aurelia werpt haar van zich af. Color springt overeind en slaat Aurelia op haar neus. Razendsnel beweegt ze zich achteruit. Aurelia springt naar haar toe, maar ze had de afstand verkeerd ingeschat. Ze kwam een meter voor haar terecht. Color zag haar kans en sprong op Aurelia's rug. Ze hield haar in de houdgreep. Na een paar minuten worstelen geeft Aurelia het op.

"Wow, je kan echt goed vechten Color. Wil je met mij een schijngevecht doen?" vraagt Lucas die bij het hol staat. Hij loopt naar hen toe. "Dat is goed," zegt Color.

Ze wacht tot Lucas aanvalt. Het eerste wat hij deed was springen. Color maakt zich klein. Lucas springt over haar heen. Midden in zijn sprong pakt Color zijn staart en hij landt met een plof op grond. Meteen gaat Color over hem heen staan, zodat hij niet weg kan. Hij worstelt nog wat na, maar geeft het dan op. "Ik heb je," zegt Color triomfantelijk. Ze gaat van hem af.

Ze hoort dat Lucas zich afzet. Op goed gevoel laat ze zich door haar poten vallen. Lucas springt over haar heen en als hij boven haar is springt Color omhoog. Lucas komt met een harde bons op de grond terecht. "Dat zal je leren me niet te besluipen," zegt Color speels. Ze gaat van hem af.

Ze spitst haar oren of hij nog een poging waagt, maar ze hoort dat hij naar het hol loopt om Kjeld en Falco te halen. Ze draait zich om naar het hol.

Kjeld en Falco komen slaperig het hol uit. Lucas komt achter hen aan. "We moeten snel verder. Wie weet hoe ver de vijanden al zijn, dus ga jezelf wassen ofzo. In elk geval iets waardoor jullie echt wakker worden," zegt Aurelia. Color knikt haar dankbaar toe. "Aurelia heeft gelijk, we moeten snel verder," zegt Color. De jongens schudden de slaperigheid van zich af. "De volgende keer, moet je maar meedoen met de training. Color maakt jullie in," zegt Lucas grijnzend. "Ja, die zorgt wel dat je wakker bent," voegt Aurelia toe met een knipoog naar haar zus. Kjeld en Falco kijken haar een beetje achterdochtig aan, maar gaan er niet op in.

Color snuffelt aan wat struiken en mauwt: "Deze kant op!" De anderen volgen haar door het struikgewas. Recht vooruit ruikt ze een sterke vossengeur. Ze steekt haar staart op ten teken dat ze moeten stoppen. Vossen kunnen erg gevaarlijk zijn. Ze zijn erg geniepig en sluw.

Toen ze jong was had een vos haar ontvoerd. Een onbekende kat had haar gered en teruggebracht. "Vos," fluistert ze naar de anderen. Ze weet niet of ze haar gehoord hebben.

De vos springt uit de struiken. Color springt op de vos en klauwt hele plukken vacht eraf. De vos probeert haar kwaad te doen. Aurelia en Lucas springen nu ook op de vos.

Color klauwt zijn oren kapot. De vos rukt zich los van hen en vlucht in de richting vanwaar hij gekomen is. "Zo daar zijn we ook vanaf," zegt Aurelia tevreden. "Ja, maar waarschijnlijk is dat niet het enigste gevaar op onze weg," waarschuwt Lucas.

Color vraagt zich af waar hij die wijsheid vandaan heeft. In haar ogen is hij erg impulsief. Ze besluit haar kop er niet over te breken.

Ze snuffelt weer aan de struiken rond het stukje waar ze staan. Ze ruikt dat de bende naar links is gegaan. Ze wenkt hen met haar staart haar te volgen.

Zwijgend lopen ze door het kreupelhout. "Ik heb honger gekregen," zegt Falco. De anderen hebben ook honger, dus gaan ze jagen. Ondertussen doet Kjeld zich te goed aan het gras en de struiken.

Color ziet een vogeltje zitten op een lage boomtak. Ze maakt een grote sprong en vangt de vogel. Snel maakt ze hem dood.

Ze eet rustig haar prooi op en gaat dan naar de plek waar Kjeld is. Hij is al klaar met eten en Lucas is er ook al. Aurelia en Falco komen tegelijkertijd uit de struiken.

Color speurt weer in de lucht naar een geur van de bende. Ze ruikt dat ze links van hen zijn geweest. "Kom," zegt Color. Ze stapt weg door de struiken en ze hoort dat de anderen haar volgen door het geritsel van de takjes. "Wat gaan we eigenlijk doen als we hen gevonden hebben?" vraagt Kjeld. "Dat weet ik nog niet. Het is makkelijker om een aanvalsplan te bedenken als we precies weten met hoeveel ze zijn en hoe hun woonplek er uit ziet," zegt Color over haar schouder. Kjeld knikt.

Ze lopen weer verder. "Misschien moeten we een slaapplek zoeken," zegt Aurelia. "Ja," zegt Color. Ze draait zich om.

Lucas struint door de bosjes. "Hier is een goede plek," roept hij. Color en de anderen lopen in de richting van zijn stem. Color ziet hem staan bij een hol.

Ze snuffelt langs het hol en ruikt de bekende geur van hun vijanden. "Ze zijn hier geweest en de geur is vers," zegt Color tegen haar vrienden. Ze maakt een rondje om de plek waar de geur is om te weten te komen waar ze heen zijn gegaan, maar kan geen andere geuren ruiken. Toen ze terugkwam keken de anderen haar vragend aan. Ze haalt haar schouders op. Color gaat de anderen voor het hol in. Ze rolt zich op in het hol. Ze valt in slaap.

Hoofdstuk 6

Color wordt wakker. Ze merkt dat ze niet meer in het hol ligt. Geschrokken schiet haar kop omhoog. Er schiet een felle pijnsteek door haar kop. Voorzichtig kijkt ze rond. Ze ziet dat ze in het hol is van de bende. Ze ziet Bloem jammeren naar Aurelia. Falco wisselt bezorgde blikken met Oleander. Kjeld is nergens te zien en Lucas zit in een kooi naast die van haar. Kras is bij Bloem en probeert haar te kalmeren. Karst zit in een kooi onder Oleander.

Color ziet dat de kooien aan het plafond hangen. Ze kijkt naar beneden. Ze ziet daar inderdaad de zes katten. één van hen rook vertrouwd. Ze graaft in haar geheugen. Ze wist het weer! Hij is die kat die haar gered had van de vos. Ze probeert zijn naam te herinneren.

Ineens hoort ze een stem in haar gedachten. Ik heet Klauw. Ik ga proberen jullie vrij te krijgen. Bedankt antwoordt Color. Klauw draait zich om omdat hij geroepen is door een andere kat.

Color verbaast zich erover dat ze met hem in haar hoofd kon spreken. Ze probeert contact te leggen met Lucas. Ze vertelde hem in haar hoofd wat ze gehoord had en na een paar pogingen hoorde ze een antwoord van hem. Hoe kan ik je horen als je niet praat? Weet ik niet, maar die kat Klauw gaat ons helpen zegt Color. Geef het door aan de anderen.

Color kijkt rond. Ze ziet Freya in een kooi zitten. "Freya, je jongen zijn veilig," roept ze. Freya kijkt naar de richting waar de stem vandaan komt. Ze ziet aan Freya's gezicht dat ze haar herkent. "Bedankt Color," roept ze terug. Color knikt haar toe. "Zijn mijn jongen ook veilig?" roept een stem uit de duisternis. Waarschijnlijk Bloem. "Ja, Amelia verzorgt hen," roept ze. "Oke," er klinkt duidelijk opluchting in haar stem.

Color kijkt rond. Ze ziet dat de bende de grot verlaat. "Klauw jij bewaakt de grot met hem," zegt een kat. Klauw knikt. De andere bewaker is een magere vos met doffe ogen. Hij staart wezenloos voor zich uit. Klauw slaat de vos knock out. Hij deed helemaal niks om terug te vechten. Behendig klimt Klauw omhoog. Color ziet dat hij een ding dat haar nog niet was opgevallen beetpakte. Hij draaide het om en trok er toen aan.

Color was vrij, met een grote sprong landde ze op de kooi van Lucas. Na een paar minuten is hij vrij. Color springt naar de volgende kooi. Hij is van Bloem en Kras. Dit keer maakt Color sneller de kooi open. Bloem werpt haar een dankbare blik toe voordat Color verder springt. De kooi is van Oleander. Snel maakt ze hem open. Als hij net open is hoort ze dat de bende terugkomt. De katten schreeuwen bevelen naar de vossen en wolven, maar ze kunnen niet klimmen. Color bevrijdt snel de andere dieren. Ze kijkt rond om te zien of er een ontsnapping mogelijk is.

Ineens flitst er een schim langs haar heen naar beneden. "Pak me dan!" roept het dier. Color herkent de stem. "Nee Aurelia!" roept Color. Aurelia kijkt haar even aan, maar vlucht dan weg met de vossen en wolven achter haar aan.

De katten roepen boos naar de verdwijnende meute. Van alle kanten komen dieren aangeslopen. Te laat beseffen de leiders dat ze in gevaar zijn.

Een grote kater komt met rechtopstaande nekharen voor de anderen staan. Hij sist woest naar hen. "Laat hen met rust," snauwt hij. "Daar had je over moeten nadenken voor je ons had gevangen," sist Kjeld. De kater kijkt wanhopig om zich heen.

Bloem springt op een jong vrouwtje. Ze krijst van angst. Bloem zegt wat tegen haar en jammerend verlaat ze de grot. Ze wijken uiteen om haar door te laten. De andere katten racen achter haar aan.

Color ziet dat Falco naar Oleander loopt. Hij likt haar over haar oren. Ineens herinnert Color zich Aurelia. Ze springt overeind. Een stem houdt haar tegen. "Laat me meezoeken naar Aurelia," zegt Lucas. Ze knikt: "Goed."

Ze lopen de grot uit. "Aurelia!" roept Lucas. Zijn woorden galmen na door het bos. Lucas laat zijn kop hangen. "Lucas?" vraagt een stem. Hij heft zijn kop. Lucas stormt weg tussen de bomen. Color volgt hem. Ze ziet haar zus en Lucas staan. Color staat stil tussen de bomen. Ze besluit hen alleen te laten.

Ze loopt terug door het bos. Halverwege komen al haar vrienden op haar af. "Gelukkig zijn we niet meer in gevaar," zegt Freya die het eerst gevangen was. Oleander knikt instemmend en drukt dan haar snuit in Falco's vacht. Ze lopen door het bos naar Aurelia en Lucas. Ze ziet hen tussen de bomen staan. Als ze hen zien komen ze op hen af.

Met zijn allen lopen ze door het bos. Color ziet als ze in bekend gebied zijn Adam, Olaf en Rudolf staan. "Gelukkig, jullie zijn ongedeerd," zegt Adam opgelucht. Color kletst wat bij met de herten en loopt dan door het bos naar het paleis.

Amelia, Rafaël, de vossenjongen, de raadsleden en Felicia en Ralf staan hen op te wachten. De kleine vosjes rennen enthousiast naar hun moeder. Met opgewonden kreetjes van de kleintjes verlaat Freya de anderen. 'Mam, pap," Color, Aurelia en Falco draven op hun ouders af.

Color drukt haar snuit in de vacht van haar ouders. "Je moet jullie nog iets vertellen," zegt Amelia, "Mijn jongen zijn geboren!" Color ziet nu pas dat haar moeder niet dik meer is. "Lucas, kom je ook?" roept Falco naar de kater.

Lucas komt aarzelend dichterbij. Klauw volgt hem. "Wie zijn dat?" vraagt Rafaël. "Dit is Lucas, we kwamen hem tegen toen we naar het hol van de vijand gingen. Hij heeft ons geholpen. En dit is Klauw. Hij woonde bij onze vijanden en heeft ons geholpen te ontsnappen," zegt Aurelia. Amelia knikt. "Jullie mogen zolang als jullie willen in het paleis blijven," zegt Amelia. "Bedankt," zegt Klauw. Hij buigt zijn kop. Lucas doet het onhandig na.

Amelia wendt zich tot Bloem, Kras, Karst en Oleander. "Jullie mogen ook wel een tijdje blijven," zegt ze. Ze knikken.

Rafaël leidt de groep naar binnen. Rafaël wijst de nieuwelingen hun holen. Iedereen installeert zich in hun holen, maar Bloem en Kras lopen mee naar het hol van Amelia en Rafaël om hun jongen te zien. Als Bloem haar kittens ziet krult ze zich meteen om hen heen. "Amelia wie is deze poes?" vraagt het oudste katertje. "Dat is jullie moeder Bloem en dat is jullie vader Kras," zegt Amelia. Het katertje kijkt even naar Bloem en nestelt zich dan in haar vacht. Bloem en Kras leiden hun jongen naar hun hol.

Voor het eerst kijkt Color naar haar jongere zusjes of broertjes. Het zijn twee jongen. "Dat is Bloesem," Amelia wijst naar een mooi gevlekt poesje met helderblauwe ogen, "En dat is Snow." Een katertje dat vooral uit wit bestaat. "Mooie namen," zegt Color.

Ze verlaat het hol. Ze haalt nog net haar eigen hol en valt net naast de ingang in slaap.

Wat er verder nog gebeurde

Falco en Oleander krijgen twee jongen.

Lucas en Aurelia krijgen drie jongen.

Bloem's kittens heten Saritha, Attalanta en Maurice.

Einde

Dit is het einde van het verhaal Color.

Willen jullie in de comments zeggen wat jullie ervan vinden?

Community content is available under CC-BY-SA unless otherwise noted.